thumb|250px|De centrale vraag bij persoonsidentiteit: hoe komt het dat een persoon door de tijd heen dezelfde persoon is? Persoonsidentiteit is het geheel van eigenschappen, dat een menselijk individu op twee verschillende tijdstippen tot dezelfde persoon maakt, en onderscheidt van andere personen.

In de moderne metafysica is identiteit (Latijns identitas, "de/hetzelfde zijn") datgene waarmee een individu, of subject, zich onderscheidt van ieder ander individu (uniekheid of synchrone identiteit), en daarbij in de loop van de tijd dezelfde blijft (diachrone identiteit). Deze kenmerken onderscheiden zich van de psychologische en de sociale identiteit van een individu.

Het fenomeen van de persoonsidentiteit vormt een klassiek probleem in de filosofie van de geest, in de zin dat filosofen er niet in slagen te verklaren hoe het komt dat een persoon op twee verschillende tijdstippen dezelfde persoon is; het principe achter deze persoonsidentiteit blijft onverklaard.

Het probleem van de persoonsidentiteit is een veelbesproken probleem in de hedendaagse filosofie, voornamelijk in de analytische filosofie. Maar ook vroegere filosofen bogen zich over dit probleem,, Personal Identity, The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Winter 2010 Edition), (red.) zoals John Locke, David Hume en Thomas Reid. Het probleem was al bekend als de paradox van het Schip van Theseus. Ook komt het voor in de werken van continentale filosofen, in de psychoanalyse en in de oosterse filosofie.

Het probleem van persoonsidentiteit en het zelf Het probleem van de persoonsidentiteit gaat om de vraag hoe het komt dat een individu dezelfde persoon zal en kan zijn als dat individu op een ander tijdstip. Hoe blijft men dezelfde persoon ondanks de talloze veranderingen, zowel in het eigen leven als dat van anderen? Technisch geformuleerd gaat het om de vraag waarop we ons baseren wanneer we stellen dat iemand numeriek identiek is door de tijd heen. Persoonsidentiteit is dus geen psychologisch vraagstuk in de zin dat het vraagt naar de aard van ons karakter, geen vraag over de eigenheid van de mens zelf (personhood) tegenover het dier, noch is het een ethische vraag naar de aard van de mens (of hij al dan niet goed van nature is of niet).

De vraag naar de persoonsidentiteit laat zich opsplitsen in twee delen: De epistemologische vraag: hoe kan ik weten of iemand dezelfde persoon is? De ontologische vraag: wat maakt persoon X numeriek identiek door de tijd heen? Naast de vraag naar het fundament van deze identiteit, dit zelf, zijn er ook vele vragen mogelijk naar de aard van dit zelf. Voorbeelden hiervan zijn de vraag naar wat dit zelf nu net inhoudt, wanneer dit zelf ontstond en wat ermee gebeurt nadat de persoon in kwestie sterft.

Het probleem rond de persoonsidentiteit is niet louter een formeel probleem, maar kan verregaande gevolgen hebben. Als men er niet op een adequate manier in slaagt deze persoonsidentiteit te funderen of als men tot de conclusie komt dat iets als persoonsidentiteit eigenlijk niet bestaat, dan zet dit bijvoorbeeld morele verantwoordelijkheid op het spel., "Personal Identity and Ethics", The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Spring 2012 Edition), (ed.)personal identity. Encyclopædia Britannica. Encyclopædia Britannica Online Academic Edition. Encyclopædia Britannica Inc., 2012 Hoe kan iemand immers nog verantwoordelijk zijn voor een daad die hij gisteren heeft gesteld, als hij toen niet dezelfde persoon is als nu? Zonder persoonsidentiteit kan men niet stellen dat hij die misdaad heeft gedaan. Daarnaast is het ook belangrijk voor bijvoorbeeld iets als bezit, want als men niet kan stellen dat de persoon die het nu heeft dezelfde persoon is die het kocht, dan kan men eigenlijk niet spreken over legitiem bezit. Op levensbeschouwelijk vlak is het dan weer een cruciale vraag voor onderwerpen als zelfinteresse, liefde (van wat hou ik als ik van één bepaald persoon hou?), onsterfelijkheid en leven na de dood.

Het schip van Theseus Het probleem rond de identiteit van een persoon, maar ook van een object is al heel vroeg vastgesteld. Zo vindt men in het werk Theseus van Plutarchus, (vertaling), Theseus het verhaal terug van het schip van Theseus (een zeeheld uit de Griekse mythologie, een van de Argonauten), waarvan alle onderdelen in de loop van de tijd vervangen zijn. De vraag hierbij is nu of dit schip nog hetzelfde schip is als het oorspronkelijk was. Spontaan zou men geneigd zijn te zeggen dat dit nog steeds hetzelfde schip is; als men echter weet dat alle onderdelen inmiddels veranderd zijn, wordt dit problematisch. Dit staat daarom ook bekend als de paradox van het Schip van Theseus. Ook vindt men dit probleem al terug in de werken van Plato,, Phaedo, 58a-c en het zal door de hele geschiedenis voer voor filosofen blijven. Sommigen ervan zullen beweren dat het hetzelfde schip is, anderen dan weer niet., "The Problem of Material Constitution," The Philosophical Review, 104, 1995, p. 525-552

De moderne Engelse filosoof Thomas Hobbes (1588 – 1679) zou de zaak nog gecompliceerder maken: wat als men de oorspronkelijke onderdelen verzamelt en er het schip mee reconstrueert. Is dat schip dan wel of niet het schip van Theseus? (1839): 'De Corpore,' in The English Works of Thomas Hobbers, Volume 1, John Bohn, Chapter 11, p. 136, "Material Constitution", The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Spring 2009 Edition), (ed.) Dan zijn er echter twee schepen van Theseus, wat absurd is.

Pas in het werk van de Engelse filosoof John Locke (1632 – 1704) werd de aandacht gericht op deze paradox bij de mens zelf: wat maakt dat een mens hetzelfde is, zelfs als zijn hele lichaam in de loop van de tijd veranderd is?

Gedachte-experimenten Iets wat veel voorkomt in de discussies rond de vraag naar persoonsidentiteit is het gebruik van gedachte-experimenten.Garrett, B., Personal Identity and Self-Consciousness, p. 13-19 Een oorspronkelijk gedachte-experiment was al terug te vinden bij John Locke als tegenargument voor de oplossing van persoonsidentiteit door continuïteit van het lichaam. Locke stelt dat men kan indenken dat iemands hele denken, zijn ziel, wordt overgezet in een ander lichaam zonder daarbij zijn identiteit te verliezen.

Bij vele moderne auteurs zullen ook gelijkaardige gedachte-experimenten verschijnen. Het grote verschil is wel dat men niet meer spreekt over de transplantatie van de ziel, maar eerder een (gedeeltelijke) transplantatie van de hersenen. Vele hedendaagse filosofen zijn immers materialist en ontkennen het bestaan van een ziel. Een voorbeeld van zo'n gedachte-experiment is het hypothetisch geval van iemand wiens hersenen zijn overgebracht op een ander lichaam. De ontvanger van deze hersenen zal daarna dan denken dat hij het is die de herinneringen en het leven van de donor had. Een ander voorbeeld, dat meer in de richting van sciencefiction gaat, is het geval waarbij iemand door een teletransporter gaat en op de ene plek dus wordt afgebroken en op de andere terug opgebouwd. Daar worden dan zijn herinneringen en karakter in het nieuwe lichaam "gedownload". De vraag bij beide gevallen is nu of deze personen al dan niet identiek zijn met de personen voor de transplantatie of voor de teletransportatie.

De Britse filosoof David Wiggins stelt nog een problematischer gedachte-experiment voor: stel je voor dat iemands beide hemisferen naar twee verschillende personen toegaat. Men heeft hier dus als resultaat niet een nieuw persoon, waar men moet uitmaken of het dezelfde persoon is, maar twee personen. Dit is problematisch, want het is logisch niet consistent te zeggen dat twee personen dezelfde persoon zijn als de oorspronkelijke donor; het zijn immers twee personen en niet een. Deze voorbeelden vormen dus een probleem voor de psychologische benaderingswijze, zoals bij Locke en Hume.

Een ander interessante vraag die deze gedachte-experimenten oproepen is wat voor een relatie de huidige persoon heeft tegen eventuele toekomstige zelven, na zo'n transplantatie of teletransportatie. Moet ik bijvoorbeeld in het laatste geval evenveel geven om de toekomst van de beide personen die met mijn hersens rondlopen, zelfs als ik niet kan zeggen dat ik identiek ben met deze personen? Deze vragen komen sterk naar voren in het werk Reasons and Persons (1984) van Derek Parfit waarin hij verscheidene van deze gedachte-experimenten voorstelt en bespreekt. Een voorbeeld: "I enter the Teletransporter. I have been to Mars before, but only by the old method, a space-ship journey taking several weeks. The machine will send me at the speed of light. I merely have to press the green button. Like others, I am nervous. Will it work? I remind myself what I have been told to expect. When I press the button, I shall lose consciousness, and then wake up at what seems like a moment later. In fact I shall have been unconscious for about an hour. The Scanner here on earth will destroy my brain and body, while recording the exact states of all my cells. It will the transmit this information by radio. Traveling at the speed of light, the message will take three minutes to reach the Replicator on Mars. This will create, out of new matter, a brain and body exactly like mine. It will be in this new body that I shall wake up. [...] Several years pass, during which I am often Teletransported. I am now back in the cubicle, ready for another trip to Mars. But this time, when I press the green button, I do not lose consciousness. There is a whirring sound, then silence. I do not lose consciousness. I leave the cubicle, and say to the attendant: “It’s not working. What did I do wrong?” "It’s working,” he replies, handing me a printed card. This reads: “The New Scanner records your blueprint without destroying your brain and your body. We hope that you will welcome the opportunities which this technical advance offers. The attendant tells me that I am one of the first people to use the New Scanner. He adds that, if I stay for an hour, I can use the Intercom to see and talk to myself on Mars. [...] The attendant latter calls me to the Intercom. On the screen I see myself just as I do in the mirror every morning. But there are two differences. On the screen I am not left-right reversed. And, while I stand here speechless, I can see and hear myself, in the studio on Mars, starting to speak.” (1985): Reasons and Persons, Claredon Press, p. 199-200

Mogelijke standpunten Gesloten individualisme Volgens het gesloten individualisme bestaan er verschillende personen waarvan het volgende geldt:

Geheel individu veronderstelling: een persoon is een geheel individu doorheen de tijd: noch scheidingen binnen een persoon, zoals hersenhelften, noch tijd zijn belangrijk. Overleving- en identiteitsveronderstelling: een persoon overleeft zolang er een individu leeft die identiek is aan die persoon. Intrinsieke eigenschappen veronderstelling: de identiteit van een persoon hangt enkel af van eigenschappen van die persoon. Individuatie- en gescheidenheidsveronderstelling: er zijn grenzen die personen van elkaar scheiden.

Identiteit van het lichaam Een mogelijke oplossing van het probleem van persoonsidentiteit is dat men het lichaam aanwijst als fundament. In ons alledaags denken over identiteit spreekt men immers in termen van er hetzelfde uitzien of hetzelfde DNA hebben. In feite verschuift men hier het probleem alleen maar mee, want als men het lichaam aanwijst, moet men nog kunnen antwoorden op de vraag wat nu net de identiteit van het lichaam zelf bewerkstelligt. Een mogelijk antwoord hierop is geformuleerd door Bernard Williams: de identiteit bestaat in de ruimtelijke en temporele continuïteit van het lichaam. (1973): Problems of the Self, Cambridge University Press, p. 1-81 Men kan als het ware iemands lichaam doorheen zijn leven volgen, ononderbroken, zelfs al veranderen sommige eigenschappen van dat lichaam.