De Verenigde Staten is een van de landen die deelneemt aan de Olympische Spelen. De Verenigde Staten waren present op de eerste editie van de Zomerspelen in 1896, in 1924 waren ze ook present op de eerste editie van de Winterspelen.

Het land was aanwezig op elke editie van de Spelen, behalve op de Zomerspelen van 1980 die werden geboycot. In 2024 deden de Verenigde Staten voor de 29e keer mee aan de Zomerspelen, in 2026 voor de 25e keer aan de Winterspelen. Het is een van de 46 landen die zowel op de Zomer- als de Winterspelen een medaille haalde. De Verenigde Staten zijn het meest succesvolle land op de Zomerspelen en bij de Winterspelen is het op Noorwegen na het succesvolste land.

Zomerspelen Athene 1896 Thomas Burke was de eerste Amerikaanse deelnemer aan de Olympische Spelen, hij won in 1896 zowel de 100 m als de 200 m. Bij het atletiek was er ook tweemaal goud voor Ellery Clark, die zowel het hoog- als het verspringen wist te winnen. De Verenigde Staten wonnen 11 van de kampioenschappen, die later werden omgezet in gouden medailles. Met deze prestatie stonden de Amerikanen bovenaan in het landenklassement. Parijs 1900 thumb|150px|Ray Ewry tijdens de Spelen van 1900 thumb|left|200px|Een deel van het Olympisch Team Alvin Kraenzlein won 4 gouden medailles in de atletiek: hij won zowel de 60 m, de 110 m hordeloop, de 200 m hordeloop en het verspringen. Dit is tot op de dag van vandaag een record voor een atleet. Ray Ewry won op dezelfde dag de drie springnummers zonder aanloop (die nu niet meer op het programma staan). John Tewksbury was eveneens zeer succesvol. In totaal won hij vijf medailles: goud op de 200 m en de 400 m horden, zilver op de 60 en de 100 m en brons op de 200 m horden. Saint Louis 1904 thumb|left|150px|Poster van de Spelen van 1904 Voor het eerst werden de Spelen in Amerika gehouden. In eerste instantie was Chicago kandidaat, maar tegelijkertijd zou in St. Louis een wereldtentoonstelling worden gehouden waar ook internationale sportwedstrijden op het programma stonden. Omdat men bang was dat deze wedstrijden in St. Louis de Spelen zouden overschaduwen werden de Spelen verplaatst naar deze stad. Een echt groot succes werd het niet aangezien de sport slechts een bijzaak was bij de overige tentoonstellingen. Bij nog niet de helft van de onderdelen deden ook niet-Amerikanen mee. Ray Ewry wint net als vier jaar eerder weer alle drie de springnummers uit stand. De Amerikaanse gymnast George Eyser wist ondanks zijn houten linkerbeen zes medailles te winnen. Het medailleklassement werd met overmacht gewonnen door de Amerikanen, zij verdienden uiteindelijk 78 gouden medailles, tegen 4 voor de nummer twee, Duitsland. Athene 1906 Helaas voor Ray Ewry wordt het onderdeel drie-stap-sprong uit stand van het programma afgevoerd. Hij weet wel zijn titel te verdedigen bij het hoog- en verspringen uit stand. Op dit moment worden deze tussenspelen niet meer officieel erkend door het IOC. Londen 1908 In het stadion werd tijdens de openingsceremonie de Amerikaanse vlag niet getoond. Als reactie daarop besloot de drager van de vlag niet, zoals gebruikelijk, bij het passeren van de koninklijke loge de vlag te buigen in de richting van de koning. Na de parade maakte een ander lid van het team de opmerking: This flag dips no earthly king (deze vlag buigt niet voor een aardse koning). Dit had tot gevolg dat bij latere spelen de vlaggendrager van Amerika de druk van het hele land op zich voelde om de vlag niet te buigen in de richting van de hoogwaardigheidsbekleders. Ook op deze spelen weet Ray Ewry alle twee de onderdelen spring uit stand te winnen. Dit brengt zijn totaal op 8 overwinningen op olympische spelen. Stockholm 1912 thumb|150px|Duke Kahanamoku, winnaar van het goud op de honderd meter tijdens de Spelen van 1912 De Amerikaanse indiaan Jim Thorpe (zijn echte naam was Wa-Tho-Huck, dat 'Lichtend Pad' betekent) won met overmacht de vijf- en tienkamp. Na de Spelen moest hij echter zijn medailles weer inleveren, omdat bekend werd dat hij ooit een beetje geld had verdiend met het spelen van honkbal. Hij werd aangemerkt als een professional en mocht dus niet hebben deelgenomen aan de Spelen. In 1982 werd deze diskwalificatie teruggedraaid, Thorpe was toen echter al een aantal jaren in armoede overleden. Bij het zwemmen is Duke Kahanamoku de held. Geboren in Honolulu (Hawaï) stal hij de show met zijn aparte stijl. Met zijn zeer grote voeten gebruikte hij de Kahanamoku Kick om tot grote prestaties te komen. Hij won het koningsnummer, de honderd meter vrije slag in een nieuw wereldrecord. Verder maakte Kahanamoku deel uit van het Amerikaanse team dat zilver won in de 4 x 200 m vrije slag. Antwerpen 1920 De Amerikaanse Ethelda Bleibtrey won alle drie de onderdelen van het vrouwenzwemmen en verbeterde in elke race het wereldrecord. Parijs 1924 Johnny Weissmuller is de nieuwe zwemheld voor de Amerikanen. Hij won op dezelfde dag twee gouden medailles bij het zwemmen en een bronzen bij het waterpolo. In totaal won hij drie gouden medailles (100 m, 400 m en 4 x 100 m vrije slag) in het zwemmen. In de finale van de 100 m versloeg hij de grote kampioen van de Spelen van 1920, Duke Kahanamoku en zijn jongere broer Samuel. Weismuller werd later bekend als acteur in de Tarzanfilms. Benjamin Spock, de beroemde kinderarts, maakt deel uit van het team dat goud wint bij het roeien met de achten. Amsterdam 1928 Tijdens de Olympische Spelen in Amsterdam brengen twee olympische titels het totaal voor Johnny Weissmuller op vijf gouden en een bronzen plak.

Los Angeles 1932 Voor de tweede maal werden de Spelen in Amerika gehouden. Vanwege de grote depressie waren er minder internationale deelnemers dan bij de vorige spelen in Amsterdam. Eleanor Holm werd olympisch kampioene in het zwemmen op de 100 m rugslag en zou later, net als Johnny Weissmuller, in Tarzanfilms meespelen. Zij speelde daarin de rol van Jane. Wederom was er veel goud bij de atletiekonderdelen. De 100 en 200 meter werden gewonnen door Eddie Tolan. De 400 meter werd gewonnen door Bill Carr, die meteen ook een nieuw wereldrecord liet optekenen (46,2). Berlijn 1936 Jesse Owens won vier gouden medailles bij de sprint (de 100 m, de 200 m en de 4 x 100 m) en het verspringen. Het Amerikaanse roeiteam van de Universiteit van Washington won in het achten de gouden medaille. Onder het oog van Hitler versloeg het team Italië en Duitsland. Voor het eerst stond basketbal op het programma bij de Olympische Spelen. In de finale versloeg het ongeslagen Amerikaanse team Canada met 19-8. De omstandigheden waren echter zeer zwaar. Er werd buiten gespeeld in de plenzende regen op een modderig veld. Omdat er zoveel modder lag, was het onmogelijk om te dribbelen en was de score dus vrij minimaal. Londen 1948 Bob Mathias begon op aanraden van zijn schoolcoach met de meerkamp, drie maanden later kwalificeerde hij zich voor het Amerikaanse Olympisch team voor de Spelen in Londen. Door zijn onervarenheid maakte hij een knullige fout bij het kogelstoten. Hij stapte na zijn worp via de voorkant uit de ring, waardoor de worp ongeldig werd verklaard. Ondanks deze fout wist hij toch te winnen. Met zijn zeventien jaar is hij een van de jongste olympisch kampioenen. Harrison Dillard was in 1947 en 1948 onverslaanbaar bij het hordelopen, hij won 87 races achter elkaar. Tijdens de finale van de 110 meter horden, bij de kwalificatie voor het Amerikaanse Olympisch team, viel hij en wist zich dus niet voor zijn favoriete onderdeel te plaatsen. Bij de 100 meter sprint was dit wel het geval. Bij dit onderdeel won hij uiteindelijk goud tijdens de Spelen. Ook maakte hij deel uit van het team dat de 4 x 100 meter wist te winnen. Helsinki 1952 Bij het polsstokhoogspringen gaat de strijd tussen de Amerikanen Bob Richards, een theologieprofessor en Don Laz. Beiden komen over de 4,50 meter bij hun tweede poging. Vervolgens mislukte voor beiden hun eerste twee pogingen op de daaropvolgende hoogte, 4,55 meter. Richards wist echter bij zijn laatste poging alsnog over deze hoogte te komen en won zo goud. Als eerste meerkamper weet Robert Mathias zijn titel, die hij vier jaar eerder in Londen op 17-jarige leeftijd had gewonnen, te verdedigen. Eindelijk weet Harrison Dillard op zijn favoriete onderdeel, de 110 meter horden, goud te pakken nadat hij vier jaar eerder zich niet had weten te kwalificeren. Verder maakt hij opnieuw deel uit van het estafetteteam dat goud wint en daarmee brengt hij zijn totaal op vier gouden olympische medailles. Melbourne 1956 Tijdens de Spelen in Melbourne begon Al Oerter aan een unieke serie bij het discuswerpen. Oerter wist als eerste atletiekatleet tijdens vier opeenvolgende spelen goud te winnen op hetzelfde onderdeel. De grote ster bij de vrouwen bij het schoonspringen was Patricia McCormick. Ze wist net als vier jaar eerder op indrukwekkende wijze twee gouden medailles te winnen. Uiteindelijk heeft ze bij het plankspringen ruim zestien punten voorsprong op haar landgenote Jeanne Stunyo, dit is nog steeds de ruimste overwinning tijdens de Olympische Spelen. Rome 1960 Als achttienjarige, onbekende bokser reisde Cassius Marcellus Clay af naar de Spelen in Rome. Hij kwam uit in de lichte zwaargewichtklasse, won gemakkelijk alle vier zijn partijen en kreeg daarmee een gouden medaille. Na de Spelen werd hij professioneel bokser en wereldkampioen, en veranderde zijn naam in Muhammad Ali. Tokio 1964 Don Schollander won vier gouden medailles bij het zwemmen. Bij de 10.000 meter zorgde Billy Mills voor een grote verrassing. Hij wist onverwacht als eerste en tot nog toe enige Amerikaan dit nummer te winnen. Mexico-Stad 1968 In de ijle lucht van Mexico-Stad kwam verspringer Bob Beamon tot een unieke prestatie. Hij verbeterde het wereldrecord met 55 centimeter, dit record zou tot 1991 stand houden. Bij het hoogspringen gebruikte Dick Fosbury een nieuwe techniek, waarbij hij ruggelings over de lat ging, de techniek werd de Fosbury Flop genoemd. Zwemster Debbie Meyer was op de langere afstanden ongenaakbaar en won als eerste zwemster driemaal goud op individuele onderdelen tijdens een enkele spelen, op de 200, 400 en 800 meter vrije slag. München 1972 Zwemmer Mark Spitz zet een unieke prestatie neer, hij neemt deel aan zeven onderdelen tijdens deze spelen en zwemt in alle gevallen naar een gouden medaille toe in een wereldrecordtijd. Het Amerikaanse basketbalteam weet voor het eerst geen goud te halen. In de finale wint het team van de Sovjet-Unie met een punt verschil. Bij de lichtgewichtklasse van het worstelen wint Dan Gable al zijn partijen zonder dat zijn tegenstanders een punt weten te scoren. Montréal 1976 Bij het boksen waren de Amerikanen goed op dreef, ze wisten in totaal vijfmaal goud te winnen. Leo Randolph, Howard Davis Jr., Sugar Ray Leonard, Michael Spinks en Leon Spinks waren de gouden atleten. Allen, behalve Davis, werden later ook wereldkampioen. Moskou 1980 Vanwege de Russische invasie in Afghanistan namen de VS, Japan, West-Duitsland en Canada niet deel aan de Olympische Spelen die toen in Moskou werden gehouden. Los Angeles 1984 Voor het eerst werden de Spelen georganiseerd door een groep zakenmensen en niet door het stadsbestuur. Dit zorgde er in elk geval voor dat de Spelen een financieel succes werden. Carl Lewis wist in 1984 de prestatie van Jesse Owens te evenaren door 4 maal goud te winnen, namelijk op de 100 en 200 meter sprint, het verspringen en de 4 x 100 meter estafette. Florence Griffith trekt bij het hardlopen de aandacht met haar 15 centimeter lange nagels en door de 200 meter sprint te winnen. Bij het schoonspringen wint Greg Louganis zowel op 3 meter plank als op de 10 meter schans. Seoel 1988 Carl Lewis weet zijn titel bij het verspringen en op de 100 meter sprint te verdedigen. Op de 100 meter wordt namelijk Ben Johnson gediskwalificeerd nadat na de wedstrijd, die door Johnson wordt gewonnen, wordt geconstateerd dat hij doping heeft gebruikt.