Leverage is het gebruik van geleend geld (vreemd vermogen) om het verwachte rendement van het eigen vermogen te verhogen (in het Nederlands ook wel hefboomeffect of hefboomlening genoemd, in Groot-Brittannië gearing). Leverage wordt gemeten als de verhouding van de totale rentedragende schuld t.o.v. de totale activa. Hoe groter de rentedragende schuld, hoe groter de financiële hefboomwerking of 'versnelling'. Die kan zowel positief als negatief uitpakken.
Rentekosten voor dit vreemd vermogen zijn doorgaans vast, en komen in mindering van de inkomsten. Door een lening kan een organisatie meer inkomsten verwerven zonder een noodzakelijke toename van het eigen vermogen. Doordat er geen extra eigen vermogen aangetrokken of aangehouden hoeft te worden, zijn geen extra dividenduitkeringen nodig (die dus niet kunnen worden afgeboekt van de winst). Een hoge leverage kan gunstig uitpakken tijdens hoogconjunctuur, maar kan leiden tot ernstige cashflowproblemen tijdens een recessie, omdat er misschien niet genoeg rendement is om de hogere rentekosten en aflosverplichtingen te dekken.
Voorbeeld: Ik zet 100 euro eigen kapitaal in bij het eenvoudige spel ‘dubbel of half’. De opbrengstfunctie van het spel is eenvoudig: kleur is twee maal de inzet, grauw is de inzet halveren.
(1) We gooien op: valt de munt op kleur, dan krijg ik twee keer mijn inzet terug. Valt de munt op grauw, dan wordt de inzet gehalveerd. Inzet: 100€: Kleur = 200€; Grauw = 50€.
(2) Ik leen 200 euro en speel voor 300 euro. Het resultaat: Inzet: (100+200) = 300€: Kleur = 600€; Grauw = 150€. Ik betaal de lening terug. Kleur = (600 – 200) = 400€; Grauw = (150 – 200) = – 50€. Door te lenen kan ik 400 euro winst maken of 50 euro verliezen.
(3) Stel dat ik 500 euro kan lenen. Dan is de opbrengst van het spel: Inzet: (100+500) = 600; Kleur è 1200€; Grauw è 300€. Na terugbetaling van de lening. Kleur = (1200 – 500) = 700€; Grauw è (300 – 500) = – 200€. Resultaat na terugbetaling leningInzetLeningInzet met leningKleurGrauw100 010020050100200300400-50100500600700-200 Door te lenen zal ik meer kunnen winnen. Door te lenen zal ik (meer) kunnen verliezen. Zonder lening kan ik niet onder nul gaan. Mijn inzet krijg ik niet terug maar ik bouw geen schuld op. Met een lening kan ik wel diep onder nul gaan. Ik boek een netto verlies: ik bouw een schuld op.
Op de geleende sommen moet ik interest betalen. In case 1 is dit niet van toepassing. In case 2 gaat er nog eens 200*0.05 = 10 euro extra af. In case 3 is de rente 25 euro. Dat moet in de opbrengstfunctie meegerekend worden. Kleur = 2 + inzet - geleend deel x 0.05. etc.
Zonder leverage is groei mogelijk maar beperkt tot de aanwas van het eigen vermogen door productiviteitsstijging, schaal- en concurrentievoordelen.
De groei van het financieel systeem sinds het begin van de financielisering in de jaren '70 en '80 van vorige eeuw is geheel toe te schrijven een leverage-effecten.
Zie ook Hedgefonds
Categorie:Economische_terminologie