De Prinses Marijkesluizen is een sluizencomplex in het Amsterdam-Rijnkanaal bij Rijswijk (Gelderland) en Ravenswaaij. Het complex is voor de Tweede Wereldoorlog al ontworpen, maar is pas in 1952 gereed gekomen. De ontwerper is ir. J.P. Josephus Jitta.

Het complex bestaat uit twee schutkolken en een keersluis om het Betuwepand van het Amsterdam-Rijnkanaal af te sluiten van de Lek. Onder normale omstandigheden is de keersluis geopend en kunnen schepen onder de keersluis door varen. Bij een waterpeil van 5,55 m +NAP wordt de keersluis gesloten en moeten schepen via de schutsluis varen.

thumb|left|Prinses Marijkesluizen bij Rijswijk (Gelderland). Deze sluizen weken af van de overige sluizen in het Amsterdam-Rijnkanaal. Meestal was op deze plek geen sluis nodig, alleen bij hoge afvoer van de Rijn moest het kanaalpand tussen Ravenswaaij en Tiel afgesloten worden. Er is daarom besloten om één sluiskolk te maken, die in principe alleen bij hoogwater op de Rijn als sluis gebruikt zou worden, en bij lagere waterstanden gewoon open zou staan. Maar om in die situatie voldoende doorvaartcapaciteit te hebben besloot men naast de sluis een keersluis aan te leggen. Om veiligheidsredenen moest deze keersluis dubbel uitgevoerd worden, waardoor het feitelijk ook een schutsluis werd. Daarnaast was het nodig om water te kunnen afvoeren naar de Rijn bij hoge waterstanden, hiervoor was een gemaal nodig.

Later is nog een bredere keersluis aangelegd, omdat de doorvaartcapaciteit in de loop der jaren toch onvoldoende bleek.

De keerschuif is een stalen constructie met een breedte van 80 meter, opgehangen tussen twee betonnen heftorens. Het complex wordt ook vaak "Keersluis Ravenswaaij" genoemd.

Een gemaal maakt deel uit van het complex om water uit het Betuwepand te kunnen pompen. Brug Over de Prinses Marijkesluis ligt een vaste brug die deel uitmaakt van het sluizencomplex. De brug verbindt Rijswijk (Gelderland) met de westelijke oever van het Amsterdam‑Rijnkanaal en wordt gebruikt door lokaal verkeer en door onderhouds- en bedieningsdiensten van Rijkswaterstaat. De constructie bestaat uit een stalen liggerbrug met betonnen landhoofden en is aangelegd in dezelfde periode als de sluis, in de tweede helft van de twintigste eeuw.

De brug heeft een smal profiel en was tot 2024 toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. Sinds september 2024 is de brug, in verband met veiligheidsmaatregelen en de renovatie van het sluizencomplex, uitsluitend toegankelijk voor fietsers, voetgangers en werkverkeer. Gemotoriseerd verkeer wordt sindsdien omgeleid via de N320 en de Ravenswaaijsebrug. Officiële technische documentatie over de brug is niet openbaar beschikbaar, maar de overspanning komt overeen met de breedte van de sluiskolk en de landhoofden, wat neerkomt op een lengte van circa dertig meter. De doorvaarthoogte is beperkt, omdat de brug boven de sluiskolk ligt en geen vrije doorvaart voor scheepvaart hoeft te bieden.

Categorie:Sluis in Gelderland Categorie:Bouwwerk in Buren Categorie:Amsterdam-Rijnkanaal Categorie:Rijndelta