De Slag om Białystok-Minsk was een onderdeel van Operatie Barbarossa, de Duitse inval in de Sovjet-Unie. Op 22 juni 1941 brak de Duitse Wehrmacht in de centrale sector van het front door de grensverdediging, rukte op naar Minsk en omsingelde drie legers van het Rode Leger. Alle Sovjet-tegenaanvallen werden afgeslagen en Minsk viel in handen van de Duitse Wehrmacht, waarbij meer dan 290 000 soldaten werden omsingeld ten oosten van de stad.

Met hun blitzkriegtactiek hadden de Duitsers het Rode Leger een zware nederlaag bezorgd. Na de Slag om Białystok-Minsk leek het alsof de Russische veldtocht binnen enkele weken zou zijn afgelopen en dat Moskou spoedig in handen van de Duitsers zou vallen. De Sovjets herstelden zich sneller dan verwacht en er zou nog vier jaar een zware strijd woeden aan het oostfront.

Situatie juni 1941 Legergroep Centrum Hoewel tijdens de planningsfase van Operatie Barbarossa de doelen van Heeresgruppe Nord en Heeresgruppe Mitte voortdurend werden aangepast, bleef het einddoel van Heeresgruppe Mitte onveranderd. Na de vernietiging van het Sovjetleger ten westen van de Dvina-Dnjeprlijn moest maarschalk Von Bock oprukken langs de hoofdweg Brest-Moskou, de enige verharde tweebaansweg in het westelijk deel van de Sovjet-Unie. Het einddoel was de verovering van Moskou, het politieke hart van de Sovjet-Unie. Hitler geloofde dat na de verovering van Moskou het land vanzelf zou ineenstorten. Voor het bereiken van dit doel kreeg Heeresgruppe Mitte twee van de vier panzergruppen en twee infanterielegers toegewezen. In totaal beschikte maarschalk Von Bock over 51 infanteriedivisies en 9 pantserdivisies. Als ondersteuning zette de Luftwaffe meer dan 1000 vliegtuigen in dit gedeelte van het front in.

Het Duitse plan was erg eenvoudig en gebaseerd op hun ervaringen in Polen en Frankrijk. De Luftwaffe moest de vijandelijke luchtmacht vernietigen en daarna de tanks luchtsteun bieden. De Panzergruppe 3 moest vanuit Oost-Pruisen door de grensverdediging breken en oprukken naar Minsk. De Panzergruppe 2 moest ten zuiden van Brest de Boeg oversteken en daarna eveneens naar Minsk oprukken. De Sovjetlegers, die in deze tangbeweging zouden worden omsingeld, moesten worden vernietigd door de tragere infanteriedivisies van het 4de Leger en het 9de Leger. Daarna moesten de panzergruppen zich hergroeperen en over de landbrug naar Smolensk trekken. Vanaf Smolensk zou de opmars vlot moeten verlopen, want op dat moment zouden de Sovjetlegers zijn vernietigd.

Slagorde Wehrmacht thumb|Situatie aan het oostfront juni-augustus 1941 Heeresgruppe Mitte (veldmaarschalk Fedor von Bock) 4de Leger (veldmaarschalk Günter von Kluge) 7de Korps (generaal Wilhelm Fahrmbacher) 9de Korps (generaal Hermann Geyer) 13de Korps (generaal Hans Felber) 43ste Korps (kolonel-generaal Gotthard Heinrici) 9de Leger (kolonel-generaal Adolf Strauß) 8ste Korps (kolonel-generaal Walter Heitz) 20ste Korps (generaal Friedrich Materna) 42ste Korps (generaal Walter Kuntze) Panzergruppe 2 (kolonel-generaal Heinz Guderian) 12de Korps (generaal Walter Schroth) 24e Gemotoriseerde Korps (generaal Leo Geyr von Schweppenburg) 46e Gemotoriseerde Korps (generaal Heinrich von Vietinghoff) 47e Gemotoriseerde Korps (generaal Joachim Lemelsen) Panzergruppe 3 (kolonel-generaal Hermann Hoth) 5de Korps (generaal Richard Ruoff) 6de Korps (generaal Otto-Wilhelm Förster) 39e Gemotoriseerde Korps (generaal Rudolf Schmidt) 57e Gemotoriseerde Korps (generaal Adolf Kuntzen)

Westelijk Front Het gedeelte van de grens waar Heeresgruppe Mitte zou aanvallen, vormde een grote saillant naar het westen. Deze sector werd verdedigd door drie legers van het Westelijk Front, onder leiding van generaal Pavlov. De opstelling van het Rode Leger was in overeenstemming met de Sovjetdoctrine om de volledige grens te verdedigen. Bovendien wilde Stalin het pas veroverde deel van Polen niet opgeven. Deze combinatie van tactiek en politiek zorgde ervoor dat de Sovjetverdediging niet in de diepte was uitgebouwd.

Stalin verwachtte dat er pas in 1942 een oorlog met Duitsland zou uitbreken, hoewel Richard Sorge hem de precieze datum had opgegeven. Hij veronderstelde dat de situatie langzaam zou escaleren en dat de Sovjet-Unie voldoende tijd zou hebben om troepen te mobiliseren en posities in te nemen. Daarna zou hij een aanval op het door Duitsland bezette gedeelte van Polen inzetten. In opdracht van Stalin had generaal Zjoekov hiervoor op 15 mei 1941 een algemeen order opgesteld.

In overeenstemming met dit order had generaal Pavlov zijn troepen opgesteld. De infanteriedivisies bevonden zich tegen de grens. In de meeste gevallen bestond de verdedigingslinie enkel uit een dunne linie prikkeldraad en enkele loopgraven. Er waren nog geen bunkers en antitankgrachten aangelegd. De gemechaniseerde eenheden bevonden zich dieper in het binnenland. Bovendien waren de tanks en de rest van de voertuigen op afzonderlijke plaatsen gelegerd. Volgens zijn planning had generaal Pavlov minstens één dag nodig om zijn tanks te verzamelen en daarna zou het nog een dag vergen vooraleer ze de infanteriedivisies zouden bereiken. Stavka ging ervan uit dat de situatie slechts langzaam zou escaleren.

Ten noorden van de Memel lag het 3e Leger en in het zuiden lag het 4e Leger achter de Westelijke Boeg en rond de vestingstad Brest-Litovsk. De sterkste eenheid, het 10de leger, bevond zich in het westen van de uitstulping rond Białystok. Het 13e Leger bevond zich als reserve bij Minsk.

Slagorde Rode Leger Westelijk Front (generaal Dmitri Pavlov) 3e Leger (generaal V. I. Koeznetsov) 4e Korps 11e Gemechaniseerde Korps 10e Leger (generaal K. D. Goloebev) 1e Korps 5e Korps 6e Gemechaniseerde Korps 13e Gemechaniseerde Korps 4e Leger (generaal A. A. Korobkov) 28e Korps 14e Gemechaniseerde Korps

Slag bij Minsk (1941) De aanval begint Op 22 juni 1941 om 03:15 ging Operatie Barbarossa van start. Een eerste golf van 30 bommenwerpers, bewapend met speciale fragmentatiebommen, viel 10 Sovjetvliegvelden aan. Deze aanval richtte weinig schade aan, maar beschadigde wel de betonnen startbanen van de vliegvelden. Er ontstond verwarring bij de officieren van de Rode Luchtmacht. Op dat moment verscheen de veel grotere tweede golf van de Luftwaffe. Ongeveer 500 bommenwerpers, 280 duikbommenwerpers en 480 jachtvliegtuigen vielen 66 vliegvelden aan. De gevolgen voor de Sovjets waren verschrikkelijk. Honderden vliegtuigen werden op de grond vernietigd en degene die konden opstijgen, werden neergeschoten door de Duitse jagers. Meer dan 1200 vliegtuigen werden vernietigd in de eerste dagen van operatie Barbarossa. De verliescijfers waren zo hoog dat zelfs Hermann Göring, de opperbevelhebber van de Luftwaffe, ze niet geloofde. Hij gaf opdracht om ze nogmaals te controleren. Het bleek dat de werkelijke verliezen nog hoger waren. De Rode Luchtmacht was uitgeschakeld. thumb|Duitse soldaten onderzoeken een vernietigd Sovjet jachtvliegtuig

In de ochtend lanceerde de Luftwaffe haar derde aanvalsgolf. Deze vliegtuigen bombardeerden bruggen, troepenconcentraties en de hoofdkwartieren van het Rode Leger. Vanaf 23 juni 1941 bestond de voornaamste taak van de Luftwaffe erin om de grondtroepen luchtsteun te bieden. In plaats van zich te concentreren op strategische doelen zoals het bombarderen van fabrieken kreeg de Luftwaffe een tactische rol. Het Oberkommando der Wehrmacht ging ervan uit dat de veldtocht binnen enkele weken zou zijn afgelopen.

Samen met de Luftwaffe overschreden ook de Duitse compagnies van Brandenburgers de grens voor de eigenlijke aanval. Deze commando-troepen hadden opdracht gekregen om het vijandelijke communicatienetwerk te vernietigen, strategische bruggen te bezetten en verwarring te zaaien in de achterhoede. Dankzij hun inlichtingendienst wisten de Duitsers immers dat de Sovjets nog veel gebruik maakten van telefoon in plaats van radio om hun opdrachten door te geven. De Brandenburgers groeven de ondergrondse telefoonkabels op en sneden ze door. Ook bliezen ze de telefoonpalen in de nabijheid van steden op. Op deze manier was het hoofdkwartier van het 4e Leger nog voor het begin van de eigenlijke strijd niet in staat om bevelen te geven aan zijn troepen. De Brandenburgers verwijderden ook de springladingen aan de bruggen over de Boeg waardoor de tanks ongehinderd konden oprukken.

Opmars Panzergruppe 3 thumb|Vernietigde Sovjettank

Panzergruppe 3 en het 9e Leger vielen de saillant vanuit het noorden aan. Panzergruppe 3 van generaal Hermann Hoth viel aan op de scheiding tussen het Westelijk en het Noordwestelijk Frontvan de Sovjets. Reeds in de vroege uren van 22 juni 1941 braken de Duitse tanks door de verdediging en rukten in snel tempo op in de richting van Vilnius, dat ze op de avond van 23 juni 1941 bereikten. Met deze doorbraak dreigde Panzergruppe 3 het 3e Leger vanuit het noorden te omsingelen. Ondertussen lanceerde het Duitse 9e Leger zijn aanval in de richting van Białystok. Generaal Pavlov, de bevelhebber van het Westelijk Front, panikeerde. Hij beschikte nauwelijks over informatie over de situatie in het zuiden, want zijn 4e Leger en 10e Leger waren onbereikbaar. In het noorden zag hij hoe een Duitse colonne van tanks en gemotoriseerde eenheden steeds verder naar het oosten oprukte. Bovendien eiste Stavka voortdurend een aanval op het door de Duitsers bezette gedeelte van Polen.

Generaal Pavlov gaf opdracht om een tegenaanval in te zetten vanuit Grodno naar het noorden. Deze aanval zou de doorgebroken Duitse eenheden afsnijden en daarna moest het 3e Leger de omsingelde Duitsers vernietigen. Generaal Boldin, lid van de staf van het Westelijk Front, kreeg opdracht om deze aanval te leiden. Ondanks het luchtoverwicht van de Luftwaffe vloog de generaal naar het vooruitgeschoven hoofdkwartier van het 10e Leger en hij begon troepen te verzamelen voor de geplande tegenaanval. Door de gebrekkige communicatielijnen en de voortdurende aanvallen van de Luftwaffe duurde het tot 24 juni voor hij voldoende eenheden had verzameld.

Ondertussen nam de druk van het Duitse 9e Leger toe. De voorhoede van het 8e Korps had reeds enkele bruggenhoofden over de Memel ten noorden van Grodno en twee divisies van het 20e Korps waren opgerukt ten westen van de stad. Bij Kuźnica sneden ze de verbindingsweg tussen Grodno en Białystok door. Op 24 juni begon de tegenaanval van het 6e Gemechaniseerde Korps en het 11e Gemechaniseerde Korps. Tussen Dąbrowa en Kuźnica kwam het 20ste Korps onder druk te staan, maar de aanvallen waren te zwak om het Duitse front te doorbreken. Generaal Strauss stuurde twee extra divisies naar de bedreigde sector. De inzet van deze reserves betekende niet dat de Duitsers zich zorgen maakten. De rest van het 9e Leger zette zijn opmars ongehinderd verder. Grodno viel in handen van het 8ste Korps, waardoor de achterhoede van het 11de Gemechaniseerde Korps werd bedreigd. Ook de tanks van Panzergruppe 3 vertraagden hun opmars niet. De voorhoede van het 57e Korps bereikte Lida.

Tegen de avond van 25 juni was het duidelijk dat de Sovjet-tegenaanval was mislukt. Er was nergens een doorbraak en de aanvallers hadden zware verliezen geleden. De tanks hadden nauwelijks nog brandstof en munitie. Door de voortdurende aanvallen van de Luftwaffe was het onmogelijk om hen te bevoorraden. De Sovjettroepen begonnen zich terug te trekken. Eerst langzaam, maar al spoedig ontaardde de terugtocht in een wilde vlucht. Door de opmars van het 8e Korps was de ontsnappingsroute nog maar een smalle corridor ten zuiden van de Memel en vanuit het zuiden naderden de eenheden van Panzergruppe 2. Op 27 juni veroverde het 8e Korps Mosty en het 10e Leger was omsingeld. Met achterlating van hun voertuigen en zware wapens wist een aantal eenheden naar het oosten te ontkomen, maar hun vlucht was nutteloos. Van de kleinere Białystok-pocket kwamen ze terecht in de grotere pocket die zich begon te vormen bij Minsk.

Opmars Panzergruppe 2 thumb|Duitse tanks steken de Boeg over