Het Duits voetbalelftal (Duits: Fußballnationalmannschaft) is een team van voetballers dat Duitsland vertegenwoordigt in internationale wedstrijden. Het team is de selectie van de Deutscher Fußballbund (DFB).
Het elftal is viervoudig wereldkampioen, drievoudig Europees kampioen, won eenmaal de FIFA Confederations Cup en won eenmaal goud op de Olympische Zomerspelen.
Het Duitse voetbalelftal heeft sinds 2014 als thuistenue een witte broek en een wit shirt. Eerder speelde het meestal in een zwarte broek. Die kleurencombinatie was afgeleid van de vlag van Pruisen. De ontwerper van het 2014-tenue vond wit beter passen bij het gemak waarmee het team volgens hem speelt.Das ist das neue Trikot, website DFB. Gearchiveerd op 8 april 2023. Op het shirt wordt sinds 1988 ook een beetje zwart, rood en goud geplaatst, als verwijzing naar de Duitse vlag.
Van 1950 tot de Duitse hereniging in 1990 vertegenwoordigde dit team alleen de Bondsrepubliek (West-Duitsland). Voor het team van voetballers dat de voormalige Duitse Democratische Republiek (Oost-Duitsland) vertegenwoordigde, wordt verwezen naar Voetbalelftal van de Duitse Democratische Republiek.
De bijnamen van het team zijn die Nationalelf, die DFB-Auswahl en die Adler ("de adelaars"). Van de ploegen van de Deutscher Fußball-Bund is deze ploeg de A-Mannschaft. In 2015 introduceerde de voetbalbond de naam Die Mannschaft. Een reden daarvoor was een zekere bekendheid van deze uitdrukking in andere landen. Dit werd door de Duitse fans echter als kunstmatig en een marketing-truc gezien. Na felle negatieve reacties van fans maar ook kritiek binnen de voetbalbond maakte de voetbalbond in 2022 bekend dat hij de geregistreerde naam die Mannschaft niet meer zal gebruiken.DFB verzichtet künftig auf den Markennamen "Die Mannschaft", 2022-07-28, laatst gezien 2023-10-10.
Geschiedenis Beginjaren tot aan de Eerste Wereldoorlog Reeds tussen 1898 en 1901 speelde Duitsland zeven interlands tegen teams uit Engeland en Duitsland, echter worden deze door de DFB niet erkend als officiële interland. De wedstrijden werden georganiseerd door Walther Bensemann, een voetbalpionier in Duitsland.
Reeds bij de oprichting van de DFB in januari 1900 was er al sprake van een toekomstig nationaal elftal. Echter als het op de financiering van de wedstrijd aankwam mislukte het steeds om een interland te organiseren. Het voetbal werd echter steeds populairder en nadat het land geen elftal kon afvaardigen naar de Olympische Spelen in Londen in 1908 werd als doel gesteld om de Spelen vier jaar later in Stockholm wel te halen.
Op 5 april 1908 vond de eerste officiële interland van Duitsland plaats. Er werd in Bazel gespeeld tegen buurland Zwitserland en Duitsland verloor met 5-3. Voor de Zwitsers was het de derde interland en de eerste overwinning, na twee nederlagen tegen Frankrijk. Zwitserland zou ook de eerste tegenstander van het land worden na beide wereldoorlogen. Het samenstellen van het nationale team was geen sinecure. De regionale voetbalbond mochten spelers nomineren, echter sommige spelers wilden de reis niet maken en speelden liever voor hun club, tot de bond met sancties dreigde al hadden ook die niet altijd evenveel invloed. Op 4 april 1909 speelde het land twee interlands. In Karlsruhe won een elftal opgebouwd uit spelers die uitsluitend uit Zuid-Duitsland kwamen met 1-0 van Zwitserland, de eerste overwinning van die dag. Op dezelfde dag werd in Boedapest tegen Hongarije gespeeld met spelers afkomstig uit Noord- en Midden-Duitsland, zij speelden 3-3 gelijk. De bond deed dit omdat ze dachten dat spelers uit dezelfde regio elkaar al kenden en beter konden samen spelen.
De organisatie van interlands bleef moeilijk omdat de bond geen rekening hield met het competitievoetbal. Zo werd in 1910 één dag na de finale om de landstitel tussen Karlsruher FV en FC Holstein Kiel een interland georganiseerd tegen België. Daar de spelers van de finalewedstrijd afgezegd hadden stonden een uur voor het affluiten in Duisburg slechts zeven spelers op het veld. Er werden dan maar spelers uit het publiek genomen en de Belgen wonnen met 0-3. In 1912 speelde het land in Zwolle 5-5 gelijk tegen Nederland, dit was tot dan toe het doelpuntrijkste gelijkspel uit de geschiedenis.
thumb|Duits elftal voor de recordzege tegen Rusland De eerste grote voetbaltoernooien werden georganiseerd op de Olympische Spelen. Nadat voetbal een demonstratiesport was in 1900 en 1904 werd het in 1908 een officiële sport. Ze waren er voor het eerst bij op de Olympische Spelen van 1912 in Stockholm. Na een 1-5 nederlaag tegen Oostenrijk was het team al uitgeschakeld voor het hoofdtoernooi, maar mocht wel naar het troosttoernooi. Hier trof het land Rusland. De Duitsers scoorden 16 keer; voor Duitsland de grootste overwinning ooit en voor Rusland de grootste nederlaag. Gottfried Fuchs scoorde tien keer, een record dat in 2001 verbroken werd door Archie Thompson. In de halve finale verloor het team van Hongarije met 1-3. In 1914 stonden een aantal wedstrijden gepland, die door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet doorgingen. Het land had grote plannen om het goed te doen op de Olympische Spelen in 1916 die in Berlijn zouden plaatsvinden. Twaalf internationals kwamen om in de oorlog, waarvan er elf als soldaten op het veld sneuvelden.
Weimarrepubliek De Eerste Wereldoorlog liet ook zijn sporen in het voetbal na en Duitsland stond geïsoleerd na de oorlog. Enkel Zwitserland was bereid tegen de Duitsers te spelen, ze hadden Duitsland zelfs uitgenodigd in 1917, zonder succes overigens. Op 27 juni 1920 kwamen de Duitsers dan naar Zürich om de eerste naoorlogse interland te spelen. Groot-Brittannië, Frankrijk en België bedreigden Zwitserland met een voetbalboycot, maar dat liet de Zwitsers niet afschrikken. Duitsland verloor met 4-1. Engeland vroeg aan de FIFA om Duitsland uit te sluiten, maar toen dat verzoek afgewezen werd trad Engeland zelf uit de FIFA. De volgende wedstrijden werden tegen Oostenrijk en Hongarije gespeeld, Duitslands bondgenoten uit de oorlog. In 1922 speelde Zwitserland, dat politiek en voetbal gescheiden wilde houden, opnieuw tegen Duitsland, waarop België een interland tegen Zwitserland annuleerde.
In 1923 speelde Italië als eerste tegenstander uit de oorlog tegen Duitsland. De tweede volgde pas zes jaar later, de Schotten. Tot dan speelden ze enkel tegen bondgenoten en neutrale staten zoals Nederland, Noorwegen, Zweden en Finland.
Duitsland was er nog eens bij op de Olympische Spelen van 1928, dat door de FIFA gezien wordt als een officieus WK omdat hier teams vanuit de hele wereld deelnamen. Na een klinkende 0-4 overwinning op de Zwitsers kregen de Duitsers in de kwartfinale zelf vier goals om de oren van de latere olympische kampioen Uruguay.
Net zoals de meeste Europese landen liet Duitsland het allereerste WK in Uruguay links liggen. Een jaar later speelde het land voor het eerst tegen Frankrijk, dat tot 1930 het Rijnland bezet had. Ten tijde van de Weimarrepubliek won Duitsland 23 keer, speelden ze 13 keer gelijk en verloren ze 19 keer. Deze eerder matige prestaties zijn te wijten aan de versplintering van het Duitse voetbal. De regionale voetbalbonden wilden telkens hun spelers naar voren schuiven zodat meestal niet het sterkste elftal op het veld stond.
Nazi-Duitsland Net zoals in 1909 werden er ten tijde van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij vaker wedstrijden op één dag gespeeld. Zo speelden op 15 september 1935 twee elftallen op dezelfde dag een wedstrijd in Breslau en in Stettin. Op 27 september 1936 werd er gespeeld in Praag en Krefeld, op 21 maart 1937 in Stuttgart en Luxemburg, op 20 maart 1938 in Neurenberg en Wuppertal, op 26 maart 1939 in Florence en Luxemburg en op 5 oktober 1941 in Stockholm en Helsinki. Als er naar de opstelling en tegenstanders gekeken wordt kan men er wel van uitgaan dat er, in tegenstelling tot 1909, telkens één B-elftal aan de aftrap kwam tegen de zwakkere tegenstander.
Op het WK 1934 trad het land voor het eerst in de schijnwerpers. Nadat België en Zweden verslagen werden verloren de Duitsers hun halve finale van Tsjechoslowakije. Tegen Oostenrijk kon wel nog de derde plaats veroverd worden. In de wedstrijd tegen België (5-2) scoorde Edmund Conen de eerste loepzuivere hattrick in de WK-geschiedenis.
In 1935 speelde het land 17 vriendschappelijke wedstrijden en koos vaak zwakke tegenstanders uit om zo het nationale gevoel aan te wakkeren als het team dan won. Nadat het voetbal in 1932 niet op het olympische programma stond maakte de sport zijn terugkeer op de Spelen in Berlijn in 1936. De Duitsers begonnen ijzersterk tegen het weliswaar zwakke Luxemburg met een 9-0 overwinning. In de tweede ronde sloeg Noorwegen de Duitse droom van een gouden medaille echter al aan diggelen. De nederlaag werd gezien als een catastrofe door het politieke regime. Adolf Hitler woonde voor het eerst een wedstrijd bij van de Mannschaft. Het was tevens de laatste keer dat een Duits A-elftal deelnam aan de Spelen. Na de Spelen werd een zondebok gezocht voor de nederlaag en dat werd trainer Otto Nerz, hoewel het bondsvoorzitter Felix Linnemann was die de spelers gekozen had die moesten spelen. Sepp Herberger werd de nieuwe bondscoach en hij zou tot 1964 aanblijven. Herberger leidde het team naar het WK in Frankrijk.
Na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland werd in maart 1938 een verbroederingsspel gespeeld tussen beide elftallen. Daar Oostenrijk de wedstrijd ging men ervan uit dat in het nieuwe nationale Groot-Duitse elftal ten minste de helft van de spelers uit Oostenrijk moesten komen. Op het WK ging Duitsland er al in de eerste ronde uit, ze speelden eerst gelijk tegen Zwitserland en verloren de replay. Het is de slechtste prestatie tot dusver op een WK.
De rassenpolitiek van de NSDAP liet zich ook in het voetballeven voelen. Joodse spelers werden uitgesloten en zelfs oude helden werden uit de geschiedenisboeken geschrapt. Enkele oude helden vluchtten het land uit, zoals Gottfried Fuchs of werden het slachtoffer van de Holocaust zoals Julius Hirsch. De DFB kwam pas in de jaren zeventig in het reine met de geschiedenis. Het voorstel van Sepp Herberger om zijn jeugdidool Gottfried Fuchs uit Canada uit te nodigen voor de Olympische Spelen van 1972 in München werd door de DFB nog afgewezen.
In 1939 speelde het land nog 15 interlands ter voorbereiding van de Olympische Spelen in Helsinki, die echter afgelast werden door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De spelers moesten zich aanmelden bij het leger waarmee hij regime aan het volk wilde aantonen dat eenieder zich in dienst moest stellen van de staat, ongeacht de maatschappelijke positie die hij bekleedde. Toch wilde men het nationale elftal als propagandamiddel blijven gebruiken, waardoor er nog talrijke interlands gespeeld werden.
In juni 1941 werden alle interlands geschrapt om de krachten te kunnen bundelen in de aanval op de Sovjet-Unie. In oktober werd het verbod opgeheven op bevel van Hitler. In 1942 gaf coach Herberger een lijst van 20 namen van spelers die in de oorlog meestreden. Zij hadden zich al verdienstelijk opgesteld en werden vrijgesteld van verdere oproepen. Na een thuisnederlaag tegen Zweden verbood Goebbels interlands in Berlijn, om zo de aandacht van het volk bij de oorlog te houden en niet bij voetbal. Op 22 november 1942 speelde het land de laatste interland voor het einde van de oorlog tegen Slowakije, exact acht jaar later zou pas de volgende interland volgen. De DFB werd in 1942 ook door de FIFA uitgesloten.
Naoorlogse periode en nieuwe start als West-Duitsland