Nieuwen Biesen was een commanderij van de ridders van de Duitse Orde in de Nederlandse stad Maastricht. De commanderij behoorde tot de balije Biesen. Hoewel in principe ondergeschikt aan de landcommanderij Alden Biesen in Bilzen, functioneerde Nieuwen Biesen vaak zelf als landcommanderij. De commanderij werd in 1795 opgeheven. Van het eertijds imposante gebouwencomplex aan de Maas resteert vrijwel niets. Op het terrein bevindt zich thans de Sappi-papierfabriek.
Geschiedenis Stichting en vroege ontwikkeling (ca. 1360-ca. 1420) thumb|Oorkonde uit 1358 waarin het kapittel van Sint-Servaas en de pastoor van de Sint-Matthijskerk toestemming geven aan de Duitse ridder voor de bouw van een kapel De oudste betrouwbare bron over de aanwezigheid van de ridders van de Duitse Orde in Maastricht dateert uit 1282, toen hertog Jan I van Lotharingen "de broeders van het Duitse Huis" vrijstelling gaf van tolbetalingen in Maastricht. Of zij toen al een eigen Ordehuis hadden in de stad, is daaruit niet af te leiden.Jenniskens (1989), pp. 26-27. De ridders bezaten reeds voor de bouw van de commanderij (vanaf ca. 1360) te Maastricht onroerend goed in de stad. In de loop der eeuwen waren zij eigenaar van huizen, percelen of andere bezittingen in de Hoenderstraat, de Grote of Kleine Gracht, de Jodenstraat, de Lenculenstraat, de Witmakersstraat en de (Grote?) Looiersstraat. Even buiten Maastricht verwierven zij omstreeks 1500 het 'casteel Limale' (thans kasteel Bethlehem in de buurt Limmel).Jenniskens (1989), p. 26.
De bouw van een kapel of kerk van de Duitse Orde in het noordoostelijkste puntje van de linker Maasoever van Maastricht dateert van kort na 1358, toen het kapittel van Sint-Servaas en de pastoor van de Sint-Matthijskerk toestemming gaven voor de bouw van het godshuis.Jenniskens (1989), pp. 21-30. Er was op deze of een zeer nabij gelegen plek in 1361 al sprake van een 'hof van de heren van de Biesen', waarmee wellicht een refugiehuis werd bedoeld van de landcommanderij Alden Biesen (in het op 15 kilometer van Maastricht gelegen Bilzen-Rijkhoven). Het Maastrichtse refugiehuis zou daarmee het derde in de balije zijn geweest, na Luik (1254) en Aken (1322).
Qua bezetting was het ridderlijke klooster niet groot. Het aantal priesters was nooit hoger dan 10; het aantal ridders meestal kleiner. Daarnaast woonden er novicen, koorknapen, een leraar, een zangmeester, een organist, een keukenmeester, een kok, een portier, een tuinman en ander dienstpersoneel. Het geheel stond onder leiding van een commandeur. De eerste met name bekende commandeur van Nieuwen Biesen was in 1390 Robert van Virneburg, die eerder commandeur te Gemert was geweest. Johan van Gheysbach was commandeur van 1399 tot 1412. Tijdens zijn bewind werd de commanderij in 1411 door brand verwoest. Zijn opvolger was in 1412 Martijn van Gürzenich, maar het lijkt de landcommandeur Ivan van Cortenbach te zijn die de herbouw van de Maastrichtse commanderij leidde.
Eerste bloeiperiode (ca. 1420-1576) Nieuwen Biesen groeide al snel uit tot het belangrijkste administratieve centrum van de balije Biesen, de Maas-Rijnlandse balije van de Duitse ridders. Al vanaf omstreeks 1360 werd het de voornaamste verblijfplaats van de landcommandeurs van Alden Biesen, die Maastricht vaak verkozen boven Bilzen. Vanaf het einde van de veertiende eeuw vonden hier regelmatig de vergaderingen van het kapittel plaats, dat bestond uit tien of twaalf commandeurs. In de zestiende eeuw vonden vrijwel alle kapittelvergaderingen in Maastricht plaats. Tevens was in deze commanderij een priesterconvent gevestigd (na 1600 alleen nog het noviciaat) en vond hier regelmatig, maar niet exclusief, de installatie van nieuwe ridders plaats.
thumb|left|240px|Oudste tekening (ca. 1528) met rechts de commanderij Nieuwen Biesen De commanderij Nieuwen Biesen van de Duitse Orde nam onder de Maastrichtse kloosters een vooraanstaande positie in, qua aanzien te vergelijken met de twee kapittels. Hoewel lang niet alle bewoners van de Nieuwen Biesen van adel waren, gaven de aanwezige ridders het klooster extra statuur. Ook beschikte de commanderij over belangrijke bezittingen en privileges, in en buiten de stad. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Bourgondische hertog Karel de Stoute (1473) en keizer Maximiliaan I (1494) hier logeerden en dat ook de prins-bisschoppen van Luik regelmatig bij de heren van de Duitse Orde verbleven, onder anderen Jan van Beieren (in 1403 en 1406), Everhard van der Marck (1532, 1534) en Cornelis van Bergen (1538).'Adel in Maastricht' op forum.mestreechonline.nl (gearchiveerd).
Ook het feitelijk fungeren als landcommanderij gaf de Maastrichtse vestiging status. Maastricht was weliswaar niet de officiële landcommanderij in het Maas-Rijngebied (dat bleef Alden Biesen), maar in de praktijk resideerden de landcommandeurs meestal in Maastricht. Hier was een tijd lang ook de priesteropleiding voor de hele balije gevestigd. Commandeurs van Nieuwen Biesen in deze periode waren: Albrecht van Meerwijck (1425-26), Gosewijn van Hulsberg (1432), Nicolaas van der Dusen (1437-38; vanaf 1460 landcommandeur), Willem van Tzevel/van 't Zievel (1440-54), Johan van den Beelde (1462), Claes Goertz (1467), Johan van Herck (1477-79; vanaf 1484 landcommandeur) en Augustijn Proenen (1520). Hierna worden geen Maastrichtse commandeurs meer vermeld en lijken de landcommandeurs die rol te hebben overgenomen.Jenniskens (1989), p. 50.
Verwoesting en heropbouw (1576-ca. 1600) In 1576, tijdens de Spaanse Furie, en in 1579, tijdens het beleg van Maastricht, werd de commanderij grotendeels vernield. Al in de jaren daarvoor hadden de gebouwen zwaar te lijden van gedwongen inkwartiering van ruiters, lans- en voetknechten, zodanig dat de ordeleden vertrokken. Ook de kerk werd geplunderd, hoewel deze gespaard bleef voor het vuur. Volgens de landcommandeur waren de verwoestingen meer te wijten aan de Maastrichtenaren dan aan de Spanjaarden.Ubachs/Evers (2005), p. 74: 'Biesen'.
In 1586 gaf het Maastrichtse stadsbestuur toestemming tot herbouw van de commanderij, die in de jaren daarna onder landcommandeur Van Ruisschenbergh gestalte kreeg. Vanaf die tijd staat tevens vast dat de commanderij fungeerde als centrale archiefbewaarplaats voor de balije.Van der Eycken (1990), p. 122.
Nabloei (ca. 1600-1794)
Uit 1618 is een oorkonde bewaard gebleven waarin de grootmeester van de Duitse Orde, Leopold Willem van Oostenrijk, aan de landcommandeur, Edmond Huyn van Amstenrade, opdracht geeft de commanderij te Maastricht te verlaten en zich opnieuw te Alden Biesen te vestigen, een opdracht die ook al aan Huyns voorganger was gegeven en waaraan waarschijnlijk geen gehoor werd gegeven.Jenniskens (1989), p. 22.
In 1632, na de Verovering van Maastricht door Frederik Hendrik, vonden in de commanderij onderhandelingen plaats tussen afgevaardigden uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Een van de gezanten was de schilder Pieter Paul Rubens.
Na de Slag bij Lafelt werd Maastricht in 1748 door de troepen kan Lodewijk XV van Frankrijk belegerd en raakte de vlak bij de vestingmuren gelegen commanderij opnieuw zwaar beschadigd. Uit het feit dat in de beschrijving van de oorlogsschade gesproken wordt over het appartement van de landcommandeur, kan afgeleid worden dat deze nog regelmatig in Maastricht resideerde.
In 1750 vond voor het laatst een inkleding van een nieuwe ridder van de Duitse Orde plaats in Maastricht. Na 1758 vonden de kapittelvergaderingen vrijwel uitsluitend in Alden Biesen plaats. In 1779 meldde de Maastrichtse historicus Bachiene dat de landcommandeur zich nog maar zelden liet zien en dat het gebouw, op vijf geestelijken en enkele anderen na, leegstond. In 1783 werd het gehele complex opgemeten en nauwkeurig in kaart gebracht door de landmeter Joannes Schütgens.
Lijst van commandeurs, ridders en priesters 1405-1434 Ivan van Cortenbach (landcommandeur balije Biesen) 1425-1426 Albrecht van Meerwijck (commandeur) 1432 Gosewijn van Hulsberg (commandeur) ca. 1435 Gerard de Liers (ridder?) 1437-1438 Nicolaas van der Dusen (commandeur; vanaf 1460 landcommandeur) 1440-1454 Willem van Tzevel (commandeur) in 1484 ook in Bekkevoort 1462 Johan van den Beelde (commandeur) 1467 Claes Goertz (commandeur) 1477-1478 Johan van Herck (commandeur; vanaf 1484 landcommandeur) in 1479 Librecht Hoen van Cartils 1520 Augustijn Proenen (commandeur) 1643 Georgius Morberius (priester, sacrista) 1658-1690 Edmond Godfried van Bocholtz (landcommandeur balije Biesen) 1658 Thomas Verfort (priester)
Opheffing en verkoop gronden (1794-1824) Bij de mislukte belegering van 1793 door de troepen van de Eerste Franse Republiek onder leiding van Francisco de Miranda liep de vlak bij de stadswallen gelegen commanderij zware schade op. Vanwege de aanhoudende oorlogsdreiging besloten veel Maastrichtenaren, waaronder veel adellijken, hoger geplaatste geestelijken en émigrés, de stad te verlaten, zo ook de bewoners van de Nieuwen Biesen. Een groot deel van het centrale archief van de balije Biesen was in opdracht van landcommandeur Von Reisenach in Duitsland in veiligheid gebracht, evenals de kerkschat en andere kunstvoorwerpen.Van der Eycken (1990), pp. 124-125.
Eind 1794 kwamen de Fransen terug en werd het leegstaande gebouw bij de zware bombardementen in brand geschoten (beleg van Maastricht door Kléber). Het naastgelegen Antonietenklooster liep eveneens schade op, maar was al in 1783 opgeheven. Op 8 november 1795 werden alle kapittels en ridderorden, dus ook de Duitse Orde, door de Fransen opgeheven. Het Biesenterrein werd door de Franse overheid in beslag genomen, waarna openbare verkoop van de roerende en onroerende goederen volgde.
In 1797 werd het meest zuidelijke perceel van de Biesenboomgaard verkocht aan de ex-grauwzuster Catharina Dekkers voor 20.000 livres, vijf maal de geschatte opbrengst. In 1800 werd de rest van het terrein, inclusief de ruïneuze gebouwen, voor 1750 frank verkocht aan notaris J.Th. van Gulpen. Deze handelde ook namens de paardenpostmeester N. Bonhomme en de tabaksfabrikant P.F. de Ceuleneer; ieder kocht 1/3 deel. Van Gulpen en De Ceuleneer verkochten een jaar later hun perceel of een deel daarvan. Een van de nieuwe eigenaren was de leerlooier Lucas Nijpels, die op het terrein een ommuurde Engelse tuin liet inrichten door de architect Mathias Soiron.Jenniskens (1989), pp. 91-95.
Bassin en papierfabriek (na 1824) thumb|Het Bassin en omgeving aan het begin van de industriële expansie (Ph. v. Gulpen, 1848) In 1824 werd een deel van het voormalige commanderijterrein afgegraven voor de aanleg van de Zuid-Willemsvaart, het Bassin en bijbehorende sluizen. De weduwe Bonhomme behield een deel van haar perceel met daarop een huis aan de Biesenwal. Een ander deel was toen in handen van de brouwer N.A. Bosch, eigenaar van Stoombierbrouwerij De Keyzer. Wanneer de laatste resten van de commanderijgebouwen zijn gesloopt is niet bekend.
Het oostelijk deel van de Biesenboomgaard bleef vanaf 1795 rijksgrond. Hier werd in 1827 een affuitenloods gebouwd (die nog altijd bestaat). In 1845 werd op het Biesenbastion een cenotaaf opgericht voor de laatste gouverneur van Maastricht, Andries Jan Jacob des Tombe. In 1925 werd het monument in verband met uitbreiding van de papierfabriek verplaatst naar het Waldeckpark. De papierfabriek van Lhoest, Weustenraedt & Cie was in 1850 opgericht. In 1851 verrezen de eerste fabrieksgebouwen. In 1859 kwam het nog bestaande hoge witte pand aan het Bassin ('t "lommelefebrik") gereed; twee jaar later de haaks daarop gebouwde noord-zuidvleugel.Martin (2000), pp. 110-113.
Beschrijving gebouwen Laat-middeleeuwse commanderij