Karel Christiaan van Nassau-Weilburg (Weilburg, 16 januari 1735Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Zie Ausgewählte Ahnentafeln der Edda, I, 3, 7, 8. Zie kennisgeving zonder datum of plaats in het Staatsarchiv te Wiesbaden (130II 2297): ‘Sonntag 16-1-1735 … allhier zu Weilburg nachts zwischen 9 u. 10 Uhr’.” Medieval Lands - Nassau, Schutte (1979), Dek (1970) en Van der Venne & Stols (1937) vermelden dezelfde plaats en datum. Schwennicke vermeldt 16 januari 1735. Gearchiveerd op 30 juli 2023. - Münsterdreisen bij Kirchheim, 28 november 1788)Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Het overlijden vond plaats te Münsterdreisen volgens Ausgewählte Ahnentafeln der Edda, I, 3, 7, 8; Gazette de France jaargang 1788, p. 347. Spielmann, p. 190, zegt dat hij begraven werd in Münsterdreisen, na te zijn overleden te Kirchheim en de kennisgeving van het overlijden bewaard in het Staatsarchiv te Wiesbaden (130II 2348), d.d. Kirchheim 28-11, lijkt hem gelijk te geven omdat het specificeert dat de gebeurtenis plaatsvond ‘diesen Morgen’. Laten we niet vergeten dat Münsterdreisen zich op minder dan tien kilometer van Kirchheim bevindt en dat de kennisgeving daarom zeer goed nog dezelfde dag in Kirchheim kon worden geschreven. Aan de andere kant, Döhn (1968) zegt dat hij stierf aan een beroerte in de buurt van Steinbach am Donnersberg (dat, merken we op, zich naast Münsterdreisen bevindt). Als de vorst in Kirchheim zelf was overleden, zou Döhn (1968) het niet hebben nagelaten dit te vermelden sinds hij de geschiedenis van de stad schreef. Tot slot, het Staatsarchief van Wiesbaden specificeert dat het dossier betreffende dit overlijden verklaart dat de gebeurtenis plaatsvond in Münsterdreisen, waar de vorst een jachtpaviljoen had.” Medieval Lands - Nassau, Schutte (1979), Dek (1970) en Van der Venne & Stols (1937) vermelden allen dezelfde plaats en datum, met dien verstande dat de spelling van de plaats varieert. Schwennicke vermeldt 28 november 1788. Gearchiveerd op 30 juli 2023. was vorst van Nassau-Weilburg, een deel van het graafschap Nassau. Als de zwager van prins Willem V van Oranje-Nassau was hij tevens in dienst van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en was achtereenvolgens gouverneur van Bergen op Zoom, Sluis en Maastricht. Hij stamt uit de Walramse Linie van het Huis Nassau.

Biografie Karel Christiaan was de enige zoon van vorst Karel August van Nassau-Weilburg en Augusta Frederica van Nassau-Idstein, dochter van vorst George August Samuel van Nassau-Idstein en Henriette Dorothea van Oettingen-Oettingen.Huberty et al. (1981).Medieval Lands - Nassau. Gearchiveerd op 30 juli 2023.Dek (1970).

Tot opvoeder van Karel Christiaan werd in 1744 de Deense kolonel Karl de la Pottrie benoemd, die met zijn leerling naar Lausanne ging. Karel Christiaan volgde zijn vader in 1753 op, onder regentschap van vorst Karel van Nassau-Usingen, maar werd al in 1754 meerderjarig verklaard door keizer Frans I.

Karel Christiaan stond in 1755 zijn deel van de stad en het ambt Homburg af aan de hertog van Palts-Zweibrücken die in ruil daarvoor het ambt Alsenz afstond. Hij werd in 1758 kolonel van een regiment infanterie in het Staatse leger (t/m 1770).Schutte (1979). Hij droeg de staatszaken van Nassau-Weilburg over aan De la Pottrie. Ter gelegenheid van zijn huwelijk werd hij in 1760 benoemd tot generaal van de Staatse infanterie en gouverneur van Bergen op Zoom (t/m 1765). Aangezien zijn echtgenote in het geval van een minderjarig overlijden van prins Willem V van Oranje-Nassau in aanmerking kwam voor het stadhouderschap, vestigden zij zich in Den Haag aan het Korte Voorhout in een door Pieter de Swart ontworpen stadspaleis, de huidige Koninklijke Schouwburg. Nadat Willem V meerderjarig was geworden, resideerden Karel Christiaan en Carolina ook te Weilburg en Kirchheimbolanden.

In 1765 werd Karel Christiaan benoemd tot kolonel van een regiment cavalerie en tot gouverneur van Sluis (t/m 1772). Hij deed in 1766 afstand van zijn rechten op Wadgassen ten faveure van Frankrijk. Sinds 1769 commandeerde hij als luitenant-veldmaarschalk en later veldmaarschalk de troepen van de Boven-Rijnse Kreits.

Op 5 januari 1773 werd Karel Christiaan benoemd tot gouverneur van Maastricht. In datzelfde jaar verkreeg hij van zijn zwager Willem V van Oranje-Nassau het gehele ambt Löhnberg (met de helft van Löhnberg, Waldhausen en Odersbach) en stond in ruil daarvoor Rückershausen, Hüblingen en Neunkirchen af. Ook in 1773 werd Falkenstein verbonden aan zijn landen en aan die van Karel van Nassau-Usingen. In 1775 werd hij ridder in de Orde van de Olifant. In Maastricht liet hij in 1777 het bestaande gouvernementspaleis ingrijpend verbouwen. In 1778 stond hij aan Karel Willem van Nassau-Usingen zijn deel van de “Vierherrische” af en verkreeg in ruil daarvoor het ambt Miehlen met Schönau.

In 1783 sloot Karel Christiaan een erfverdrag (Erneuerte Nassauische Erbverein) met Karel Willem van Nassau-Usingen, Lodewijk van Nassau-Saarbrücken en Willem V van Oranje-Nassau om de eenheid van de Nassause gebieden te bewaren. Daarbij werd onder andere voor het gehele Huis Nassau het eerstgeboorterecht ingevoerd.

Wegens de politieke problemen tussen de Republiek en keizer Jozef II nam Karel Christiaan in 1784 ontslag uit al zijn functies in de Republiek: gouverneur van Maastricht, generaal der infanterie en kolonel der cavalerie. Hij verlegde de hofhouding naar Nassau-Weilburg - voordien kwam hij slechts sporadisch in zijn stamland - waar de staatszaken sinds de dood van De la Pottrie in 1770 door Friedrich Ludwig Freiherr von Botzheim werden gevoerd. In 1787 keerde Karel Christiaan voor korte tijd terug en voerde vergeefs onderhandelingen met de patriotten.

In eigen land ondersteunde hij de oprichting van pensioenfondsen voor de nabestaanden van seculiere ambtenaren, geestelijken en leraren en financierde hij de fondsen ook mee. Met een nieuwe verordening werd de armenverzorging hervormd, er werden maatregelen genomen om de landbouwopbrengsten te verbeteren en de handel te bevorderen. In het onderwijs werden verbeteringen in de lerarenopleiding en het schoolbezoek geïntroduceerd.

Karel Christiaan overleed in 1788 aan een beroerte in zijn jachtpaviljoen te Münsterdreisen, ca. 8 km van Kirchheim. Hij werd opgevolgd door zijn oudst overlevende zoon Frederik Willem.

Huwelijk en kinderen Karel Christiaan huwde te Den Haag op 5 maart 1760Van Ditzhuyzen (1992). met Carolina van Oranje-Nassau (Leeuwarden, 28 februari 1743 - Kirchheimbolanden, 6 mei 1787), dochter van prins Willem IV van Oranje-Nassau en Anna van Hannover. Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren: George Willem Belgicus (Den Haag, 18 december 1760Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Allgemeines genealogisches und Staatshandbuch 1839 zegt geboren te Den Haag, hetgeen bevestigd wordt door drie kennisgeving: a) Staatsarchiv Wiesbaden (130II 2323) d.d. Den Haag 19-12-1760: ‘gestern abends zwischen 8 und 9 Uhr’. b) Staatsarchiv Wiesbaden (130II 2362) d.d. Den Haag 19-12-1760: ‘l'heureuse délivrance de mon épouse qui m'a donné hier soir un fils’. c) Staatsarchiv Wiesbaden (130II 2362) d.d. Den Haag 18-12-1760: ‘Mon épouse vient d'être délivrée heureusement d'un fils’. Vorsterman van Oyen (1882) zegt dat hij gedoopt werd te Den Haag op 13-1-1761.” Medieval Lands - Nassau vermeldt dezelfde plaats en datum. Dek (1970) en Van der Venne & Stols (1937) vermelden 18 december 1760. Gearchiveerd op 30 juli 2023. - Paleis Honselaarsdijk, 27 mei 1762).Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Zie Dek (1970), hetgeen lijkt te worden bevestigd door het feit dat op dezelfde dag van het overlijden op Honselaarsdijk een kennisgeving werd geschreven. Een andere kennisgeving is afkomstig uit Den Haag, maar van 28-5. Zij kondigt het overlijden aan ‘gestern Mittag gegen 1 Uhr’, zonder de plaats te specificeren. Deze twee kennisgevingen worden bewaard in het Staatsarchiv te Wiesbaden (130II 2325).” Medieval Lands - Nassau en Dek (1970) vermelden Honselaarsdijk, 27 mei 1762. Van der Venne & Stols (1937) vermeldt 27 mei 1762. Naber (1910) specificeert dat het overlijden plaatsvond in Paleis Honselaarsdijk. Gearchiveerd op 30 juli 2023. Willem Lodewijk KarelDe roepnaam Lodewijk wordt bevestigd door de brieven van hemzelf en zijn moeder geciteerd in Naber (1910). Daaruit blijkt ook dat zijn koosnaam «Lutz» was. Medieval Lands - Nassau noemt hem Willem Lodewijk Karel Flamand. Dek (1970) en Van der Venne & Stols (1937) noemen hem Willem Lodewijk Karel. Huberty et al. (1981) noemt hem Willem. Gearchiveerd op 30 juli 2023. (Den Haag, 12 december 1761 - Kirchheim, 16 april 1770).Huberty (1981) et al.: “Freytag von Loringhoven en Dek (1970) zeggen, ten onrechte, overleden op 26-4-1770. Zie twee kennisgevingen in het Staatsarchiv te Wiesbaden (130II 2337) en een derde in het Staatsarchiv te Marburg (4f. Nass. Weilb. 196). Alle drie zijn gedateerd te Kirchheim 16-4 en stellen het overlijden ‘heute früh zwischen 5 u. 6 Uhr’.” Medieval Lands - Nassau vermeldt ook Kirchheim, 16 april 1770. Naber (1910) vermeldt Kirchheimbolanden, 16 april 1770. Van der Venne & Stols (1937) vermeldt 26 april 1770. Gearchiveerd op 30 juli 2023. Augusta Maria CarolinaHuberty (1981) et al.: “Dek (1970) noemt haar Augusta Maria Carolina. Hiort-Lorenzen (1895): Marie Augusta. Volgens Freytag von Loringhoven en Allgemeines genealogisches und Staatshandbuch 1891 lijkt de voornaam Marie te zijn geweest.” Medieval Lands - Nassau noemt haar Augusta Maria Carolina. Gearchiveerd op 30 juli 2023. (Den Haag, 6 februari 1764Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Geboren te Den Haag op 5-2-1764 volgens Bönnische Anzeige, Vorsterman van Oyen (1882) en Dek (1970) (bevestigd door Freytag von Loringhoven); te Den Haag op 6-2-1764 volgens Allgemeines genealogisches und Staatshandbuch 1811 (datum bevestigd door Hiort-Lorenzen (1895)). Zie in het Staatsarchiv te Wiesbaden (130II 2329): - een kennisgeving Den Haag 7-2-1764: ‘gestern Nachmittags um 4 Uhr’. - een kennisgeving Weilburg 19-2-1764: ‘den 6ten dieses Monat nachmittags um 4 Uhr’.” Medieval Lands - Nassau vermeldt Den Haag, 5 februari 1764. Gearchiveerd op 30 juli 2023. - Weilburg, 25 januari 1802).Huberty et al. (1981), die in een voetnoot vermeldt: “Vorsterman van Oyen (1882) en Dek (1970) zeggen overleden te Herford op 20-1-1802 (datum bevestigd door Allgemeines genealogisches und Staatshandbuch 1811 en Freytag von Loringhoven), wat onmogelijk lijkt vanwege de volgende kennisgevingen: a) Staatsarchiv te Wiesbaden (130II 2353) d.d. Weilburg 25-1-1802: ‘heute mittags gegen 12 Uhr’. b) Staatsarchiv te Marburg (4f. Nass. Weilb. 217) d.d. Weilburg 26-1-1802: ‘gestern’. We moeten daarom concluderen tot overlijden op de 25e (datum eveneens gespecificieerd door Hiort-Lorenzen (1895)) die voorkomt in het document in het Staatsarchiv te Wiesbaden (130II 2147/12) getiteld: ‘Verlassenschaft der den 25ten Jan. 1802 zu Weilburg verstorbenen Prinzessin Auguste Marie Caroline zu Nassau Weilburg 1802’.” Medieval Lands - Nassau vermeldt dezelfde plaats en datum. Gearchiveerd op 30 juli 2023.