Adrianus Hoevenaar (Utrecht, 14 maart 1732 - Duinkerken, 22 september 1793De verschillende bronnen zijn niet eensluidend over het jaar van zijn overlijden, genoemd worden 1793, 1795 en 1796. In 1794 verscheen echter een in memoriam met zijn overlijdensdatum genoemd: Ter gedagtenisse van den burger-vriend Adrianus Hoevenaar, overleeden Te Duinkerken den 22ste van herfstmaand 93.) was een Nederlandse procureur en notaris gevestigd in de stad Utrecht. Hij was tevens een amateurtekenaar en -schilder.

Leven en werk thumb|Titelpagina redevoering Adrianus Hoevenaar bij de inwijding van de nieuw gebouwde zaal van de Utrechtse tekenacademie (1773) Hoevenaar werd in maart 1732 geboren als zoon van Cornelis Hoevenaar en Adriana Margareta de Bruyn. Hij werd in 1754 beëdigd tot notaris in zijn geboortestad Utrecht. Hij speelde een vooraanstaande rol in de Utrechtse patriottische beweging. Als procureur verdedigde hij diverse zaken waarbij patriotten waren betrokken.In 1782 won hij een rechtszaak aangespannen door de Utrechtse hoofdofficier Van Reede van Athlone, die het patriottische tijdschrift De Post van den Neder-Rhijn wilde verbieden (bron: Studenten en nationaal gevoel in Nederland: einde achttiende eeuw tot en met de twintigste eeuw, Utrecht, 1998) In 1783 nam hij het initiatief tot heroprichting van de Utrechtse schutterij.Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland: Hoevenaar, Adriana Christina (1766-1818) In 1786 werd hij benoemd tot stadssecretaris. Vrij snel daarna moest hij, na de inval van de Pruisische troepen in 1787 onder bevel van de hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel, Utrecht ontvluchten. Hij vertrok naar Duinkerken, waar hij in 1793 in ballingschap overleed. Zijn dochter Christina Hoevenaar trouwde in 1794 in Calais met de patriottenleider Ondaatje.

Hoevenaar was naast notaris ook een amateurkunstenaar. Hij schilderde, tekende en graveerde. Hij was hoofd van de Utrechtsche kunstbroederschap en hield een redevoering bij de inwijding van de Utrechtse tekenacademie in 1778.In zijn redevoering schetst Hoevenaar de geschiedenis van de schilderkunst in Utrecht en noemt daarbij ook de eerste Utrechtse schilders uit de 14e eeuw op basis van bronnen die inmiddels verloren zijn gegaan. Daarom is deze gedrukte redevoering van Hoevenaar voor de vroegste geschiedenis van de Utrechtse schilderkunst van belang (bron: Swillens, P.T.A. Terug naar het leven in de veertiende eeuw in Utrechts Nieuwsblad d.d. 12 oktober 1935)

Hoevenaar trouwde op 15 juni 1760 te Utrecht met Christina Mechteld Oortman (1732-1815). Diverse van hun nakomelingen werden tekenaar en schilder. Zijn zoon Adrianus beoefende de teken- en de schilderkunst naast zijn beroep als schietschuitschipper.Schipper van de veerschuit tussen Utrecht en Amsterdam (zie WNT). Gearchiveerd op 12 november 2020. Drie kleinzonen Cornelis Willem, Willem Pieter en Nicolaas Ludolph en twee achterkleinzonen Cornelis Willem en Jozef traden ook in zijn kunstzinnige voetspoor en werden schilder en tekenaar.

Bibliografie Rechtmatige en vrymoedige verdediging, uitg. Van Schelle en Comp., Duinkerken, 1791 Redenvoering gehouden ter gelegenheid van de inwying, van het teken-collegie op de nieuw gebouwde zaal, boven het Zegelhuis der Stad Utrecht, uitg. J. Visch, Utrecht, 1778

Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Nederlands tekenaar Categorie:Nederlands notaris