thumb|De ingang van het Groeningemuseum aan de Dijver Het Groeningemuseum is het stedelijk museum voor Schone Kunsten in Brugge.
Het museum toont een uitgebreid overzicht van zes eeuwen Vlaamse en Belgische schilderkunst, gaande van Jan van Eyck tot Marcel Broodthaers. De verzameling Vlaamse Primitieven is internationaal bekend en lag aan de basis van de belangrijkste tentoonstellingen in de laatste decades.Till-Holger Borgert, Groeningemuseum Bruges, Codart eZine, 15 oktober 2013. Maar daarnaast bezit het museum ook een belangrijke collectie van werken van de kleinere meesters die actief waren in Brugge in de vijftiende en de zestiende eeuw en werken die representatief zijn voor de ontwikkeling van de schilderkunst in de Lage Landen vanaf dan tot op heden.
Enkele hoogtepunten uit het museum zijn: De verzameling Vlaamse Primitieven met een breed gamma werken uit de late middeleeuwen en de renaissance. Een beperkte collectie schilderijen uit de barok. Een selectie schilderijen uit de achttiende en negentiende eeuw, gaande van het neoclassicisme tot het realisme. De mijlpalen van het Belgische symbolisme en modernisme. De meesterwerken van het Vlaamse expressionisme. De stukken uit de verzameling moderne naoorlogse Belgische kunst.
Het Groeningemuseum maakt sinds 2019 deel uit van de Musea Brugge en is gevestigd aan de Dijver in Brugge.
Geschiedenis Tijdens de bezetting van de Zuidelijke Nederlanden door de Fransen in 1794 werden de kerken, kloosters en openbare gebouwen leeggeroofd door de Fransen en alles wat niet te heet of te zwaar was werd naar Parijs afgevoerd. De revolutionaire ‘kunstcommissarissen’ hadden maar een paar maand nodig om meer dan 200 werken van de Vlaamse school aan te slaan.Website ‘Vlaamse Primitieven’. Gearchiveerd op 28 mei 2023.
De werken die niet naar Parijs waren afgevoerd werden opgeslagen in de voormalige Duinenabdij aan de Potterierei in Brugge en zo ontstond het Musée de l'Ecole Centrale du Département de la Lys (het Museum van de School van het Leiedepartement). Er werden in dit museum een vijfhonderdtal geconfisqueerde werken samengebracht en verscheidene topwerken van het Groeningemuseum komen uit deze collectie.
In 1816 werden een aantal werken die door de Fransen waren gestolen en overgebracht naar Parijs, aan Brugge terugbezorgd en ondergebracht in de Academie, onder meer de Madonna met kanunnik Joris van der Paele van Jan van Eyck, het Moreel-triptiek van Hans Memling en het Oordeel van Cambyses van Gerard David. De schilderijen in 1803 gerecupereerd van het Musée de l'Ecole Centrale, waaronder de Dood van Maria van Hugo van der Goes, de Doop van Christus van Gerard David en het Laatste oordeel van Jan Provoost waren ondertussen al ondergebracht in het Brugse stadhuis. De Academie kreeg in 1828 de toelating om de schilderijen van het stadhuis over te brengen naar hun eigen collectie en zo kwamen de werken die nu de kern vormen van de verzameling van Vlaamse Primitieven van het Groeningemuseum terecht in het museum van de Academie, eerst in de Poortersloge en daarna, vanaf 1866 in de Bogaerdenschool.
In 1892 droeg de Academie zijn collectie opnieuw over aan het stadsbestuur en dat was het begin van het Gemeentelijk Museum van Schilderkunst, het latere Museum van Schone Kunsten. De oorsprong van het Groeningemuseum gaat dus terug op het museum van de Academie in het begin van de achttiende eeuw en het is daarmee een van de oudste musea in België. Omdat de Bogaerdenschool niet echt geschikt was als tentoonstellingsruimte werd besloten een nieuw museum te bouwen naar een ontwerp van Joseph Viérin. Maar het zou nog tot 1930 duren voor het Groeningemuseum, op zijn huidige locatie werd ingehuldigd. In het nieuwe museum kon men de verspreid geraakte collecties terug samen brengen zodat de evolutie van de kunst van de vijftiende eeuw tot vandaag terug in één museum kan getoond worden.
Collectie thumb|Madonna met kanunnik Joris Van der Paele van Jan Van Eyck Voor het overzicht van de collecties werd gebruikgemaakt van de informatie in de online van de catalogus van de vlaamsekunstcollectie.
Opbouw In de beschrijving van de geschiedenis van het museum werd beschreven hoe de werken van de vijftiende tot de zeventiende eeuw in het museum terechtkwamen. De jongere werken (achttiende en negentiende eeuw) waren voornamelijk afkomstig van de collectie van de Academie voor teken- en schilderkunst. Die werd opgericht in 1717 en volgens de statuten moest elke Brugse kunstenaar een kunstwerk aan de Academie schenken. De verzameling kreeg onderdak in het academiegebouw dat in 1755 afbrandde, waarbij de collectie verloren ging. Maar de regel bleef uiteraard van kracht en zo werd de basis gelegd van de verzameling van achttiende-eeuwse Brugse kunst. Er zijn ook veel werken die door oud-leerlingen geschonken werden en zo groeide een belangrijke collectie van neoclassicisten.website vlaamsekunstcollectie: Groeningemuseum Brugge.
Ook belangrijke legaten deden de collectie groeien. Zo werd de basis van het prentenkabinet van de Brugse musea gelegd door een legaat van John Steinmetz. De collectie bestond uit 14.000 werken op papier afkomstig van meer dan duizend verschillende kunstenaars.
In de nadagen van de tentoonstelling Les Primitifs Flamands, die plaatsvond van 15 juni tot 15 september 1902, werd in 1903 de vereniging Société des amis des musées de Bruges (Vrienden van de Brugse Musea) opgericht. Deze vereniging, onder het voorzitterschap van Baron Kervyn van Lettenhove, presteerde het om op elf jaar tijd de collectie met 45 werken uit te breiden. Hun werking leidde bovendien tot een aantal belangrijke legaten zoals de schenking van de Brits-Brugse kunstenaar Frank Brangwyn, die volgens zijn wens werd ondergebracht in het Arentshuis.
Vijftiende eeuw thumb|Centraal Paneel van het Moreeltriptiek van Hans Memling thumb|right|Scènes uit de legende van Sint-Joris ca. 1500-1519. thumb|right|Scènes uit de legende van Sint-Joris ca. 1500-1519. miniatuur|Pinksteren Meester van de Baroncelliportretten thumb|right|"De legende van Sint-Joris" naar Lancelot Blondeel, ca. 1535-1540. Er worden 25 schilderijen uit de vijftiende eeuw bewaard in de collecties van het Groeningemuseum, tekeningen uit die periode zijn er niet. Hierbij de volledige lijst van de werken uit de vijftiende eeuw. Aanbidding van het Jezuskind, 1452, Petrus Christus Annunciatie, 1452, Petrus Christus Annunciatie, 1467, Hans Memling Annunciatie en aanbidding van het Jezuskind, 1452, Petrus Christus, het oudste schilderij in de Nederlanden met een juist eenpuntsperspectief. Men twijfelt tegenwoordig of men in het geval van deze werken moet spreken over vervalsingen of foutief gerestaureerde werken.* Fake - not fake, restauraties-reconstructies-falsificaties, tentoonstelling in het Groeningemuseum Brugge, 2004-2005 in samenwerking met het Laboratoire d’études des oeuvres d’art par les méthodes scientifiques, Université de Louvain la Neuve. Bewening, c. 1481-1500, Meester van de Legende van de heilige Lucia Dood van Onze-Lieve-Vrouw, 1475, Hugo van der Goes Isabella van Portugal met de heilige Elisabeth, ca. 1457-1460, Petrus Christus Johannes de Doper met stichter Ivan de la Pena, ca.1454-1500, Alvaro Sanchez Kruisafneming en de heilige Andreas , ca.1491-1519, anonieme meester Kruisiging, ca.1440, toegeschreven aan de Meester van de Madonna van Wolfhard Strauss Het Laatste Oordeel, ca. 1450-1516, toegeschreven aan Jheronimus Bosch Legende van de heilige Ursula - polyptiek, 1482, Meester van de Legende van de heilige Lucia Lucas tekent het portret van Onze-Lieve-Vrouw, eind 15e of begin 16e eeuw, anonieme meester, kopie naar Rogier van der Weyden Madonna, eind 15e of begin 16e eeuw, anonieme meester, kopie naar Hans Memling Madonna, ca. 1481-1500, anonieme meester, kopie naar Robert Campin Madonna gekroond door engelen, ca. 1476-1482, Meester van het Geboduurde Loofwerk Madonna met kanunnik Joris van der Paele, 1436, Jan van Eyck Mater Dolorosa en Man van Smarten, ca. 1476-1500, anonieme meester, kopie naar Simon Marmion Moreeltriptiek, 1484, Hans Memling, voor het echtpaar Willem Moreel en Barbara van Vlaerenberch gerealiseerd Het Oordeel van Cambyses, 1498, Gerard David, dat als doel had machthebbers te weerhouden van corruptie en machtsmisbruik Portret van Filips de Goede, ca. 1451-1500, anonieme meester, kopie naar Rogier van der Weyden Portret van Lodewijk van Gruuthuse, ca. 1472-1482, Meester van de Vorstenportretten Portret van Margareta van Eyck, 1439, Jan van Eyck, portret van de 33-jarige vrouw van de kunstenaar Retabel van de Heilige Nicolaas, 1479-1505, Meester van de Legende van de heilige Lucia
Zestiende eeuw miniatuur|De gierigaard en de Dood ca. 1515-1521, Jan Provoost Uit de zestiende eeuw kan men in de collectie van het Groeningemuseum 106 schilderijen terugvinden, 26 tekeningen en 155 gedrukte prenten. De werken zijn van de hand van onder meer: Abel Grimmer, Adriaen Thomasz Key, Adriaen Isenbrant, Albrecht Dürer, Ambrosius Benson, Antonius Claeissens, Chrispijn van den Broeck, Cornelis van Cleve, Crispijn van de Passe de Oude, Federico Zuccari, Filippo Bellini, Frans Francken (II), Frey Carlos, Hans Bol, Hendrick Goltzius, Hendrick van Balen, Gerard David, Jacob Bos, Jacob de Backer, Jacques van den Coornhuuse, Jan de Hervy, Jan Provoost, Jan Sanders van Hemessen, Jan Wierix, Lambert van Noort, Lanceloot Blondeel, Lucas van Leyden, Marcus (I) Gheeraerts, Maerten de Vos, Maarten van Heemskerck, Meester van de Brugse Aanbidding, Meester van het Heilig Bloed, Meester van 1518, Nicolò dell’ Abbate, Pieter (I) Claeissens, Pieter (II) Claeissens, Pieter (II) Stevens, Pieter Pourbus, Roelant Savery, Simon Bening en Theodoor Galle.De namen van de kunstenaars zijn meestal gespeld zoals in de database van de ‘Vlaamse Kunstcollectie’ omdat dit de keuze van de musea reflecteert én het opzoeken op naam in de database vergemakkelijkt. Zo zal men bijvoorbeeld niets vinden voor Marcus Gerards maar wel vier werken vinden voor Marcus Gheeraerts.
Kunstenaars naar wiens werk kopieën, tekeningen of prenten werden gemaakt, maar waarvan er geen origineel werk in de collectie zit, zijn niet in de lijst opgenomen. Zowel Pieter Bruegel de Oude als zijn zoon Jan Brueghel de Oude zijn bijgevolg niet in deze lijst opgenomen.
Een beknopte lijst van werken, schilderijen indien niet anders aangegeven, vindt men hierbij:
Allegorie van de vrede in de Nederlanden in 1577, 1577, Pieter (II) Claeissens Andromeda, 1549-1593, Hendrick Goltzius, prentmaker en uitgever, gravure op papier Doopsel van Christus, ca. 1502-1508, Gerard David De Dood en de landsknecht, 1510, Albrecht Dürer, houtsnede op papier De gierigaard en de Dood, ca. 1515-1521, Jan Provoost Feestmaal, 1574, Antonius Claeissens Heilige Antonius, abt Antonius Wydoot en de Lactatio Bernardi, 1557-1566, Pieter (I) Claeissens Heilige Familie met Johannes de Doper, 1527, Ambrosius Benson Heilige Familie met Elisabeth en Johannes, ca. 1520-1594, Cornelis van Cleve Heilige Lucas schildert de Madonna, 1545, Lanceloot Blondeel, naar Rogier van der Weyden Kruisiging, ca. 1501-1505, Jan Provoost Johannes predikt tot de menigte en het doopsel van Christus, 1510, toegeschreven aan Simon Bening, tempera op perkament, bevestigd op paneel Jozef ontvlucht de vrouw van Potifar, 1512, Lucas van Leyden, gravure op papier Laatste Avondmaal, 1548, Pieter Pourbus Laatste Oordeel, 1551, Pieter Pourbus Laatste Oordeel, 1525, Jan Provoost Landelijke maaltijd, 1549-1593, Hans Bol, prentmaker, gravure op papier Legende van de Heilige Rochus, 16e-eeuwse anonieme meester, navolger van Bernard van Orley Madonna met de heiligen Catharina en Barbara, c. 1509-1529, Meester van het Heilig Bloed Madonna met Johannes de Doper en de heilige Hiëronymus, 1485-1551, Adriaen Isenbrant Madonna, 16e eeuw, Jan van Hemessen Plan van Brugge, 1563, Marcus (I) Gheeraerts, olieverf op papier, geplakt op doek