De Magnoliaceae (tulpenboomfamilie, beverboomfamilie of magnoliafamilie) is een familie van bomen en struiken die in Europa vooral bekend zijn als tuinbomen. De populariteit danken ze aan de bloemen die bij een aantal soorten en kruisingen tot wel 30 centimeter groot kunnen worden. De meeste soorten die uit Azië in West-Europa zijn ingevoerd bloeien vroeg in het voorjaar, nog voor het blad uitloopt, waardoor de grote bloemen nog extra opvallen. De uit het Zuidoosten van de Verenigde Staten ingevoerde soorten bloeien vanaf eind mei, na het uitlopen van het blad. Magnolia grandiflora, de soort met de grootste bloemen, is de enige groenblijvende soort die in West-Europa nog net winterhard is. In Midden-Amerika en Zuidoost-Azië komen veel groenblijvende tropische soorten voor die in West-Europa niet winterhard en daarom onbekend zijn. De tulpenboom (geslacht Liriodendron) wordt in parken en grote tuinen vooral aangeplant om het blad en de opgaande groeiwijze, en niet vanwege de bloemen, die tussen het loof meestal weinig opvallen.

De Magnoliaceae worden, onder andere vanwege de primitieve structuur van de bloem en de aanwezigheid van vliezige snel afvallende schutbladen aan de bladsteel, beschouwd als planten die relatief dicht bij de gemeenschappelijke voorouder van de bedektzadigen staan. Een algemene bloemformule voor de familieDigital Flowers. Magnoliaceae is: 12px Ca3(x) Co6(x) A∞ G∞ waarin 3(x) betekent een veelvoud van 3. Omdat echter de kelk en kroon meestal niet of nauwelijks zijn gedifferentieerd wordt ook wel de volgende bloemformule gegeven: Ca+Co6-18 A∞ G∞

Historische ontwikkeling van de familie De ouderdom van de Magnolias heeft het lang moeilijk gemaakt om verwantschappen met andere geslachten vast te stellen, alleen op grond van uiterlijke kenmerken.Pas met de introductie van het DNA-sequencen, vanaf de jaren tachtig van de twintigste eeuw werd het mogelijk om eenduidige criteria voor de indeling van het plantenrijk vast te stellen en de indeling volgens genetische verwantschappen te maken. In de geschiedenis van de Magnoliafamilie komt dit probleem duidelijk tot uiting: de omgrenzing van de familie is nogal aan verandering onderhevig geweest.

Hoewel het concept van natuurlijke plantenfamilies al was bedacht en gepubliceerd door Pierre Magnol,Magnol, P. (1689), Prodromus historiae generalis plantarum, in quo familiae plantarum per tabulas disponuntur [Aanzet tot een algemene geschiedenis der planten, waarin de plantenfamilies door middel van platen zijn geordend; met andere woorden: één plaat (tabula) per familie]. plaatste LinnaeusLinnaeus, C. (1753), Species Plantarum. De geslachten uit de Magnoliaceae die toen al beschreven waren, staan in deel 1: 535-536. om praktische redenenZie bijvoorbeeld W.F. Stearn, Linnaeus's Sexual System of Classification, in: Ray Society (1957), Species Plantarum, a facsimile of the first edition, vol. 1: p. 24-35 van de introduction, met name p. 34. zijn plantengeslachten niet in families maar in een kunstmatige indeling van klassen en orden, gebaseerd op de aantallen meeldraden en stempels in de bloemen.Ten tijde van het schrijven van de Species Plantarum was Linnaeus wél bekend met Magnol's werk. Hij had het zelfs al in 1737, met lovend commentaar, opgenomen in de referenties in zijn Hortus Cliffortianus. Volgens Stearn (zie vorige referentie) had Linnaeus zelf ook al een eerste aanzet tot een natuurlijk systeem gepubliceerd, als fragmenta methodi naturalis in zijn Classes Plantarum van 1738. Magnolia, het typegeslacht van de Magnoliaceae, werd in 1753 door Linnaeus in de klasse Polyandria,de polyandria hebben bloemen met veel (meer dan 12) mannelijke bloemdelen (meeldraden). orde Polygyniade polygynia hebben bloemen met veel (meer dan 12) vrouwelijke bloemdelen (stempels). geplaatst.

De eerste na Linnaeus die een indeling van de plantengeslachten in natuurlijke families publiceerde, was in 1789 Jussieu. Hij bracht in de familie Magnoliaceae (als "Ordo Magnoliae") de volgende geslachten samen: Euryandra, Drimys, Illicium, Michelia, Magnolia, Talauma, Liriodendron, Mayna, Dillenia, Curatella, Ochna en Quassia. De samenstelling van de familie is in de volgende eeuw door opeenvolgende auteurs van grote overzichten steeds aangepast. Baillon moet in die rij speciaal vermeld worden omdat hij de eerste was die alle tot dan toe beschreven geslachten van wat nu de subfamilie Magnolioideae is, in één groot geslacht Magnolia bijeenbracht. Uiteindelijk was Hutchinson in 1926 de eerste die de familie Magnoliaceae beperkte tot de geslachten Magnolia s.l."s.l." staat voor "sensu lato": in ruimere zin. Met "Magnolia s.l." wordt bedoeld het geslacht Magnolia en alle andere daaraan zeer verwante geslachten zoals Michelia, Talauma, Elmerrillia, etc., in feite de hele subfamilie Magnolioideae. en Liriodendron. Op familieniveau is die indeling sindsdien niet meer aangepast. In de tabel hieronder is de ontwikkeling van de familie in de negentiende eeuw schematisch weergegeven. Referenties naar de verschillende publicaties zijn in de tabel opgenomen.

Voor een overzicht van de geslachten die samen Magnolia s.l. uitmaken, zie Magnolia.

De geslachten in de familie Magnoliaceae De samenstelling van de familie Magnoliaceae vanaf eind achttiende eeuw. Jaar en auteur(s) Magnoliaceae erbij (van) eruit (naar) 1789 JussieuJussieu, A.L. de (1789), Genera Plantarum, secundum ordines naturalis disposita: 280-282 ("Ordo XV. Magnoliae"). Euryandra J.R. Forst. & G. Forst.Drimys J.R. Forst. & G. Forst.Gepubliceerd als "Drymis"Illicium L.Magnolia L. s.l.Liriodendron L.Mayna Aubl.Dillenia L.Curatella Loefl.Ochna L.Quassia L. 1817 de CandolleCandolle, A.P. de (1817), Regni Vegetabilis Systema Naturalis, vol. 1: 439-462 ("Ordo Tertius. Magnoliaceae"). DrimysIlliciumTasmanniaMaynaMagnolia s.l.Liriodendron Tasmannia DC. (nieuw) Euryandra (Dilleniaceae)Het monotypische geslacht Euryandra (met Euryandra scandens J.R. Forst. & G. Forst. als enige soort) wordt tegenwoordig tot het geslacht Tetracera L. gerekend.Dillenia (Dilleniaceae)Curatella (Dilleniaceae)OchnaRegni Vegetabilis is een onvoltooid werk, opgegeven toen De Candolle begon aan de Prodromus. Aan de behandeling van Ochna en Quassia was hij toen nog niet toegekomen.Quassia 1824 de CandolleCandolle, A.P. de (1824), Prodromus Systematis Naturalis Rregni Vegetabilis, vol. 1: 77-82 ("Ordo III. Magnoliacaea"). DrimysIlliciumTemusTasmanniaMaynaMagnolia s.l.Liriodendron Temus MolinaBij publicatie, Molina, G.I., Saggio sulla storia naturale del Chili (1782): 178, was het genus ingedeeld bij Polyandria, Digynia, de classificatie van Linnaeus, en niet in een familie. Jussieu, Genera Plantarum (1789): 435, had het geslacht opgenomen onder de "Genera insertae sedis", met andere woorden: geslachten waarvan de systematische positie nog onduidelijk was. Ochna (Ochnaceae)Quassia (Simaroubaceae) 1831 DonDon, G. (1831), A General History of the Dichlamydeous Plants, vol. 1: 78-86 ("Order III. Magnoliaceae"). DrimysIlliciumTemusTasmanniaMagnolia s.l.Liriodendron Mayna (Schisandraceae)Bentham & Hooker (1862): 125, plaatsen dit geslacht later in tribus Oncobeae, samen met tribus Flacourtieae onderdeel van de familie Bixaceae (door hen Bixineae genoemd). Tegenwoordig wordt Mayna tot de Flacourtiaceae gerekend. 1840 Endl.Endlicher, S.L. (1840), Genera Plantarum secundum Ordines Naturales disposita: 836-839 ("Ordo CLXXVI. Magnoliaceae"). DrimysIlliciumTemusTasmanniaTrochodendronMagnolia s.l.Liriodendron Trochodendron Siebold & Zucc.Bij publicatie, Flora Japonica 1 (1839): 83, plaatsten Siebold & Zuccarini het geslacht in de Winteraceae (als Winteraneae). (Winteraceae) 1862 Bentham & HookerBentham, G. & J.D. Hooker (1862), Genera Plantarum, vol. 1: 16-20 ("Ordo IV. Magnoliaceae"). DrimysIlliciumTasmanniaTrochodendronEupteleaSchisandraKadsuraMagnolia s.l.Liriodendron Schisandra Michx. (Schisandraceae)Bij publicatie (als "Schizandra"), Michaux, A., Flora boreali-Americana 2 (1803): 218, was het genus ingedeeld bij Monoecia, Syngenesia, de classificatie van Linnaeus, en niet in een familie. Bij Endlicher, Genera Plantarum (1840): 835-836, was het geslacht in de familie Schisandraceae ingedeeld.Kadsura Juss. (Schisandraceae)Bij publicatie, als "Kadsura Kaempf. ex Juss.", in Annales du Muséum d'histoire naturelle, vol. 16 (1810): 340, was Kadsura in de familie Annonaceae geplaatst. Bij Endlicher, Genera Plantarum (1840): 835-836, was het geslacht in de familie Schisandraceae ingedeeld.Euptelea Siebold & Zucc. (Ulmaceae)Bij publicatie, Flora Japonica 1 (1840): 133, was het geslacht in de Ulmaceae geplaatst. Temus (Myrtaceae)Het monotypische geslacht Temus (met Temus moschata Molina als enige soort) wordt tegenwoordig tot het geslacht Myrtus L. gerekend. 1868 BaillonBaillon, H.E. (1868), Histoire des Plantes, vol. 1: 133-187, 188-192 ("famille (naturelle) III. Magnoliaceae"). DrimysIlliciumTrochodendronEupteleaSchisandraCanellaMagnolia s.l.Liriodendron Canella P. Browne (Canellaceae)Bij publicatie, The Civil and Natural History of Jamaica (1756): 275, was Canella niet in een familie ingedeeld maar in een gemodificeerde versie van het systeem van Linnaeus. Bij Bentham & Hooker was Canella in de Canellaceae geplaatst. Tasmannia (Drimys)Kadsura (Schisandra) 1891 Engl. & PrantlEngler, H.G.A. & K.A.E. Prantl (1891), Die Natürlichen Pflanzenfamilien Teil 3, Abt. 2: 12-19 ("Familia Magnoliaceae"). DrimysIlliciumSchisandraKadsuraMagnolia s.l.Liriodendron Kadsura (Schisandra) Canella (Winteranaceae)Winteranaceae is de alternatieve naam die Engler & Prantl aan de Canellaceae geven.Euptelea (Trochodendraceae)Trochodendron (Trochodendraceae) 1926 HutchinsonHutchinson, J. (1926), Families of flowering plants 1: 81 Magnolia s.l.Liriodendron Drimys (Winteraceae)In Kew Bulletin of Miscellaneous Information (1921): 185-191, haalt Hutchinson de Winteraceae R. Br. ex Lindl. (1830) uit de Magnoliaceae en waardeert ze op tot een eigen familie.Illicium (Illiciaceae)Schisandra (Schisandraceae)Kadsura (Schisandraceae)

Onderfamilies In de familie worden twee onderfamilies onderscheiden, die, als voor een groot geslacht Magnolia wordt gekozen, elk uit één genus bestaan: onderfamilie Magnolioideae (genus Magnolia s.l., Beverbomen) onderfamilie Liriodendroidae (genus Liriodendron, Tulpenbomen)

Systematische positie van de familie In het Cronquist-systeem (1981) werd de familie geplaatst in de orde Magnoliales van de tweezaadlobbigen, samen met de Annonaceae, Degeneriaceae, Eupomatiaceae, Himantandraceae, Myristicaceae, Winteraceae, Canellaceae, Lactoridaceae en Austrobaileyaceae.