Corazon Aquino (Paniqui, 25 januari 1933 - Makati, 1 augustus 2009Aquino overleed op 1 augustus om 03:18 uur Filipijnse tijd (ofwel 31 juli om 21:18 uur Nederlandse tijd)) was van 1986 tot 1992 de elfde president van de Filipijnen.
Aquino kwam aan de macht toen Ferdinand Marcos, die het land jarenlang op dictatoriale wijze regeerde, moest vluchten na een massale geweldloze volksopstand. Bij deze opstand kwamen een deel van het leger en honderdduizenden burgers in opstand naar aanleiding van de zeer omstreden verkiezingsuitslag van 1986. Aquino, wier echtgenoot Benigno Aquino jr. in 1983 werd vermoord bij terugkeer uit ballingschap, was bij deze verkiezingen de belangrijkste kandidaat van de oppositie geweest. Corazon Aquino was de eerste vrouwelijke president in de geschiedenis van de Filipijnen en zou haar termijn, ondanks diverse couppogingen, weten uit te zitten. In het buitenland werd Aquino veelvuldig geprezen voor het herstel van de democratie in de Filipijnen. Veel Filipino's raakten echter gedurende haar termijn teleurgesteld toen de hoge verwachtingen niet werden waargemaakt. Ze werd in 1992 opgevolgd door minister van Defensie Fidel Ramos, een van de hoofdrolspelers bij de EDSA-revolutie en een belangrijke steunpilaar van de regering.Na haar presidentschap trok ze zich terug uit de politiek, maar toonde zich op diverse momenten nog wel politiek betrokken. Zo riep ze zowel president Joseph Estrada als diens opvolger president Gloria Macapagal-Arroyo, op om af te treden na diverse beschuldigingen van corruptie.
Vroege levensloop en de opmaat naar haar politieke carrière Afkomst en vroege jeugd Corazon Aquino werd geboren op 25 januari 1933 als Maria Corazon Cojuangco in het plaatsje Paniqui in de provincie Tarlac zo'n 60 kilometer ten noorden van Manilla. Ze was de zesde van in totaal acht kinderen van Demetria Sumulong en Jose Cojuangco. De Sumulongs waren een politiek actieve familie uit Tarlac. Haar grootvader Juan Sumulong was jarenlang senator en een politieke rivaal van de latere president Manuel Quezon. Ook de familie Cojuangco was invloedrijk. De overgrootvader van Corazon was afkomstig uit de provincie Fujian in China en had zich in 1836 met zijn familie in de Filipijnen gevestigd. Hij had in Paniqui in Tarlac een rijst- en een suikerverwerkingsfabriek laten bouwen en werd in de loop der tijd een invloedrijk man. Diens zonen kochten grote stukken grond en behoorden tot het welgestelde en invloedrijke deel van de Filipijnse bevolking. Ook Jose Cojuangco, de vader van Corazon was een invloedrijk man, als grootgrondbezitter, suikermagnaat, bankier en lid van het Filipijns Huis van Afgevaardigden namens de provincie Tarlac.The Philippine Presidency Project over Corazon AquinoThe Young Cory, De officiële website van Corazon Aquino, geraadpleegd op 4 juli.
In 1933 verhuisde de familie naar een groot huis aan de Ango Street in Manilla om dichter in de buurt van de betere scholen te wonen. Corazon ging naar het St. Scholastica's College toe en was daar op een jaargang na elk jaar de beste van haar klas.
Tweede Wereldoorlog thumb|200px|Manilla wordt tot open stad verklaard op 26 dec. 1942 In 1941 viel Japan kort na de aanval op Pearl Harbor ook de Filipijnen aan. Direct na de eerste bombardementen op 8 december 1941 vluchtte de familie Cojuangco naar Antipolo. Drie weken later werd Manilla door de Amerikaanse troepen opgegeven en tot open stad verklaard, waarna de familie weer terugkeerde naar hun huis. Voor de Cojuanco's veranderde er niet veel in die periode. De Japanners vormden met behulp van Filipijnse politici die met hen wilden collaboreren een nieuwe regering. José Laurel werd de nieuwe president en Benigno Aquino sr. werd de voorzitter van het Filipijnse parlement (Assemblee). Corazons vader Jose wilde geen zitting nemen in dit parlement en ondersteunde tijdens de oorlogsjaren de lokale bevolking en de guerrilla's. Vroeg in 1945 barstten de gevechten om de Filipijnen tussen de Japanners en de Amerikanen in alle hevigheid los. Hierbij werd het huis van de Cojuanco's in de as gelegd. Op 3 februari 1945 gaven de Japanners in de Filipijnen zich over aan de Amerikanen. José Laurel, Benigno Aquino en andere met de Japanners collaborerende Filipijnen werden gearresteerd en gevangengezet in kampen in Japan.
Periode in Amerika Ruim een jaar later, op 4 juli 1946 werden de Filipijnen onafhankelijk. Het land en de economie waren echter gehavend en de situatie was erg onveilig doordat er allerlei guerrillagroeperingen zoals de Hukbalahap actief waren. De Cojuanco's besloten daarop te verhuizen naar de Verenigde Staten. Een jaar lang woonde de familie in Philadelphia. Corazon ging er naar de Ravenhill Academy. Na dat jaar verhuisden haar ouders terug naar de Filipijnen. Corazon en haar zussen en broer gingen bij de zus van haar moeder in New York wonen. Daar volgde ze les aan de Notre Dame Convent School en het College of Mount Saint Vincent. Ze studeerde er Vrije Kunsten en behaalde haar Bachelor of Arts-diploma in 1953. Haar doel was op dat moment om wiskundelerares en tolk te worden.
Huisvrouw Na haar terugkeer in de Filipijnen kort daarna, studeerde ze een jaar lang rechten aan de Far Eastern University in Manilla. In 1955 trouwde ze met Benigno Aquino jr., die niet lang daarna, als 22-jarige, tot burgemeester van Concepcion gekozen werd. Samen zouden ze vijf kinderen krijgen: een zoon: Benigno III en vier dochters: Maria Elena Aquino, Maria Aurora Aquino, Victoria Eliza Aquino en de latere televisiepresentator Kris AquinoDe website van de Filipijnse overheid over Corazon Aquino.
Hoewel Corazon, net als haar echtgenoot Benigno, lid was van de Liberal Party, was zij in die tijd huisvrouw en niet politiek actief. Benigno's politieke carrière verliep ondertussen voorspoedig. Na drie jaar vicegouverneur van de provincie Tarlac te zijn geweest, werd hij in 1961 gekozen als gouverneur van deze provincie. Bij de verkiezingen van 1967 volgde een uitverkiezing als senator. In al deze functies was hij de jongste die ooit gekozen was. Direct nadat de Filipijnen in september 1972 door president Ferdinand Marcos onder een staat van beleg waren geplaatst, werd Benigno Aquino, net als vele andere oppositieleden, gearresteerd en gevangengezet. De periode die volgde was voor Corazon een moeilijke tijd. Haar jongste dochter Kris was net geboren en de opvoeding van haar vijf kinderen kwam dus, nog meer dan voorheen, op haar terecht. Benigno werd ondertussen berecht door een militaire rechtbank en uiteindelijk ter dood veroordeeld. Hierop ging hij 40 dagen lang in hongerstaking tot het punt dat hij bijna bezweek en moest opgeven. Op 8 mei 1980 kreeg Benigno - na een tweetal hartaanvallen in maart - de mogelijkheid om samen met zijn gezin te vertrekken naar de Verenigde Staten, om daar een noodzakelijke bypassoperatie te ondergaan. Benigno herstelde snel na de operatie in een ziekenhuis in Dallas en het gezin leefde vervolgens drie jaar lang in zelf verkozen ballingschap in de buurt van Boston. In 1983 vond Aquino het, ondanks waarschuwingen dat zijn leven gevaar zou lopen, tijd geworden om terug te keren naar zijn thuisland. Door de verslechterde economie van de Filipijnen en de verslechtering van de gezondheidstoestand van Marcos dreigde volgens Aquino een burgeroorlog, met als mogelijke uitkomst een regering onder leiding van Imelda Marcos met militaire steun van de belangrijkste militaire steunpilaar van de president, generaal Fabian VerRonald E. Dolan, ed., Philippines: A Country Study, Washington: GPO for the Library of Congress, 1991. Gearchiveerd op 15 juni 2023.. Op 21 augustus 1983 werd Benigno Aquino, zoals gevreesd, neergeschoten op het vliegveld van Manilla bij zijn terugkeer uit ballingschap. Het Internationale vliegveld heet tegenwoordig Ninoy Aquino International Airport als eerbetoon aan de echtgenoot van Corazon.
Presidentsverkiezingen 1986 en de EDSA-revolutie In 1984 begon een groep prominente oppositieleden op reguliere basis bijeen te komen. Het doel van deze groep die later bekend werd als de 'Convenors' was om voorbereid te zijn op het mogelijk overlijden van Ferdinand Marcos, die steeds meer problemen met zijn gezondheid kreeg. De leden van de groep realiseerden zich dat het belangrijk was om bij een mogelijke verkiezing met een gezamenlijke kandidaat te komen. Binnen de oppositie hadden diverse prominenten interesse om Marcos op te volgen. De belangrijkste daarvan was Salvador Laurel. Hij werd echter niet gezien als de meest geschikte kandidaat om de oppositie te verenigen, door zijn jarenlange collaboratie met Marcos.
Op 23 november 1985 kondigde president Ferdinand Marcos volledig onverwacht vroegtijdige presidentsverkiezingen aan voor februari 1986. Oorspronkelijk stonden de verkiezingen een jaar later gepland en het naar voren halen van de verkiezingen zou zijn gebeurd onder druk van de Amerikanen. Marcos hoopte bovendien te kunnen profiteren van de verdeeldheid binnen de oppositie, die nog steeds geen gezamenlijke kandidaat naar voren geschoven had. Er was echter twijfel over de kansen van Salvador Laurel om Marcos te verslaan en er kwam daarom tegelijkertijd een beweging om Corazon Aquino als presidentskandidaat naar voren te schuiven op gang. Onder leiding van zakenman Joaquin Roces werden in een week tijd een miljoen handtekeningen opgehaald om de kandidatuur van Aquino te ondersteunen. Corazon Aquino werd hierdoor overtuigd om zich kandidaat te stellen. Salvador Laurel, die zichzelf al naar voren had geschoven als presidentskandidaat, schikte zich daarop na bemiddeling door onder andere aartsbisschop Jaime Sin en na enige concessies in een rol als kandidaat voor het vicepresidentschap.Burton, Sandra, Impossible Dream, the Marcosses, the Aquinos and the unfinished revolution, Warner Books Inc., New York (1989)
De verkiezingen op 7 februari 1986 werden ontsierd door geweld en berichten van fraude. Volgens COMELEC, de officiële instantie verantwoordelijk voor de verkiezingen in de Filipijnen, werden de verkiezingen gewonnen door de zittende president met 10.807.197 stemmen en werd Corazon Aquino tweede met 9.291.761 stemmen. De National Citizens' Movement for Free Elections (NAMFREL) kwam echter tot een andere conclusie. Deze instantie riep Aquino met 7.835.070 stemmen, tegen 7.053.068 stemmen voor Marcos, tot winnaar uit. De Filipijnse bisschoppenconferentie veroordeelde namens de invloedrijke Katholieke Kerk in de Filipijnen de uitslag van de verkiezingen en ook de Amerikaanse Senaat nam een resolutie aan met een dergelijke verklaring. Zowel Marcos als Aquino riepen zichzelf tot winnaar van de verkiezingen uit.