De huismoeder (Noctua pronuba) of hooivlinder is een vrij grote vlinder uit de uilenfamilie.
Kenmerken De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 50 en 60 millimeter. De voorvleugels zijn variabel gekleurd met als grondkleur roodbruin, grijsbruin of geelachtig en in het midden een ring- of niervormige vlek. De achtervleugels zijn geel met een zwarte band langs de achterrand. De mannetjes zijn donkerder van kleur dan de vrouwtjes.
De rups wordt ongeveer 50 mm lang. Hij is groen of lichtbruin met een smalle, lichtbruine rugstreep en twee rijen zwarte rugvlekken op het achterste stuk.
Verspreiding In tuinen, parken, open cultuurland en open loofbossen komt de vlinder vrij talrijk voor. Ze is in Nederland en België algemeen vanaf april-oktober maar vaker vanaf juni-augustus. Het dier wordt veel gezien op vlinderstruiken.
De soort komt voor verspreid over het Palearctisch gebied en is in 1979 in Canada geïntroduceerd.
Leefwijze De vlinder kent één generatie per jaar. In de zomer gaan de vlinders in rust. De huismoeder kan roofdieren in verwarring brengen door onverwachts op te vliegen. Hierbij zien de gele achtervleugels eruit als twee ogen. De rupsen kruipen uit hun eitjes vanaf augustus tot mei. Zij brengen de meeste tijd ondergrond door in een klein holletje en voeden zichzelf met grassen en lage kruidachtige planten zoals kruiskruid. Er kan hierdoor schade ontstaan aan bloemperken. De verpopping vindt ondergronds plaats.
Waardplanten De rups komt op verschillende waardplanten voor, zoals boswilg, gewone braam, grote brandnetel, glad walstro en paardenbloem.
Categorie:Noctua Categorie:Europese exoot in Noord-Amerika