Çavaria is de Vlaamse belangenorganisatie van lgbtqi+ mensen en koepel van lgbtqi+ organisaties. De organisatie komt op voor gender- en seksuele diversiteit in alle aspecten van het dagelijks leven en streeft naar een maatschappij zonder discriminatie of ongelijkheid waar lgbti+-personen gelijke kansen en rechten hebben. Meer dan 135 verenigingen verspreid over Vlaanderen en Brussel zijn lid van çavaria en worden door de organisatie inhoudelijk en organisatorisch ondersteund. Er zijn vier Regenbooghuizen die dienen als provinciale koepels en ontmoetingsplaatsen.

Opgericht in 1977 als de Federatie Werkgroepen Homofilie (FWH), heeft de organisatie een rijke geschiedenis als verdediger van de rechten en het welzijn van holebi's. In 2002 werd de naam veranderd naar Holebifederatie en sinds 2009 opereert ze onder de naam çavaria, als gevolg van de stapsgewijze verbreding van hun focus naar genderdiversiteit en later ook seksediversiteit. De organisatie speelde een cruciale rol in succesvolle politieke lobbycampagnes, zoals die voor de openstelling van het huwelijk in 2003 en voor de transgenderwet in 2018. Daarnaast lanceerde de organisatie impactvolle initiatieven zoals ZIZO, een magazine voor en door de lgbti+-gemeenschap, Lumi (vroeger: de Holebifoon), een info- en hulplijn voor vragen over gender- en seksuele diversiteit, en KLIQ, een advies- en vormingscentrum rond lgbti+-inclusie.

Ontstaansgeschiedenis Opkomst van het Vlaamse holebi-middenveld (1953-1977) In wat doorgaans beschouwd wordt als het startpunt van het Belgische lgbti+-middenveld, stichtte Suzan Daniel in 1953 de allereerste Belgische vereniging voor homoseksuelen in Brussel, Centre Culturel Belge - Cultuurcentrum België. In de daaropvolgende 20 jaar werden de fundamenten voor de Vlaamse holebibeweging verder gelegd, al was ze vooral nog een Antwerpse en Brusselse aangelegenheid die gericht was op ontmoeting en ontspanning voor homo mannen.

In 1968 richtte Paul Rademakers met anderen het Gesprekscentrum (later: Gespreks- en Onthaalcentrum, GOC) op in Antwerpen. Tijdens praatgroepen werd er gewerkt aan de zelfacceptatie van homo's en later organiseerden ze ook voorlichtingssessies voor heteroseksuelen. Het centrum trok leden aan uit heel Vlaanderen en inspireerde veel gelijkaardige initiatieven in andere steden.

In het begin van de jaren '70 verspreidde de Gay Liberation-beweging zich door de Westerse wereld. Deze strekking had als leuze 'integratie door confrontatie' en riepen holebi's op om door directe actie schaamte om te ruilen voor fierheid (Eng: pride). Ze verzetten zich tegen de heteronorm en beschouwden 'verschil' als iets positief. Holebi's moesten zowel thuis als op straat uit de kast komen en openlijk zichzelf kunnen zijn. In Vlaanderen werd deze stroming o.a. gevolgd door De Rooie Vlinder (1972-1981), de Leuvense en Gentse Studenten Werkgroep Homofilie (opgericht in 1969). Ze organiseerden spraakmakende teach-ins, voordrachten en pamflet-, dans- en kusacties. Op 18 maart 1978 organiseerde De Rooie Vlinder ook in het Gentse Floraliënpaleis de eerste Homodag, de voorloper van The Belgian Pride.

In Gent werd eind 1974 door Monica Cattoor Sappho opgericht. Dit was de allereerste autonome lesbische organisatie in Vlaanderen. Lesbische vrouwen waren actief in de homobeweging en de feministische beweging, maar ervaarden in beide discriminatie. Zo kregen lesbische vrouwen vaak een ondergeschikte rol toebedeeld in de overwegend 'mannelijke' homobeweging en moesten ze hard vechten om ernstig genomen te worden. Autonome lesbische groepen vormden de uitkomst hiervoor.

Samenwerkingsverbanden Naarmate er meer groepen kwamen die contacten met de buitenwereld wilden uitbouwen om aan informatieverspreiding te doen, groeide de nood aan samenwerking. Persoonlijke tegenstellingen en ambities, maar ook onderling wantrouwen en meningsverschillen over de manier waarop moest worden gewerkt, bemoeilijkten die evolutie. In 1972 werd onder leiding van Jacky Boeykens een los samenwerkingsverband opgericht onder de naam Infoma, een samentrekking van 'informatie' en 'maatschappij'. Het doel was de coördinatie van verschillende voorlichtingsacties, inclusief de werking naar de politiek en de media.

In december 1975 werd het omgevormd tot een vzw die zou functioneren als een pluralistisch coördinatieorgaan met als doelstelling "de integratie en ontplooiing van de zich homofiel voelende en/of gedragende mens in de maatschappij".Hellinck Bart, Over integratie en confrontatie. Ontwikkelingen in de homo- en lesbiennebeweging, in Bijdragen tot de eigentijdse geschiedenis, 18 (2007), p. 109-130. Ondanks de vrees van sommigen dat lokale centra hun autonomie zouden verliezen, traden meteen tien groepen toe: de Antwerpse, Brugse en Mechelse GOC's, de Gentse en de Leuvense Studenten Werkgroep Homofilie, Sappho (Gent), de Aktiegroep Homofiele Jongeren (Antwerpen), de Brusselse, Oostendse en Limburgse Werkgroep Homofilie. De Rooie Vlinder trad niet toe.

Eén van de eerste verwezenlijkingen van Infoma was de gezamenlijke infobrochure Hetzelfde maar anders en het samensmelten van de verschillende nieuwsbrieven van de groepen tot één blad. D.m.v. een permanent secretariaat hoopte men effectiever en sterker te kunnen reageren op artikels in de pers en tezelfdertijd voorlichtingsvergaderingen te coördineren.

Tezelfdertijd was ook een ander, christelijk geïnspireerd samenwerkingsverband ontstaan o.l.v. priester-arbeider Wilfried Lammens: de Federatie van Vlaamse Sjaloomgroepen (FVS). Deze federatie overkoepelde groepen die zich vooral richten op het geven van voorlichting aan priesters, leerkrachten en maatschappelijk werkers, zodat zij homo's met problemen beter zouden kunnen opvangen. Lammens' eigen organisatie, het Diensten- en Informatiecentrum Sjaloom (voorheen: Pastorale Werkgroep Homofilie) vormde hiervoor de inspiratie.

Fusie: Federatie Werkgroepen Homofilie (1977-1990) In 1976 werd de FVS erkend als nationale organisatie voor Volksontwikkeling door de minister van Nederlandse Cultuur, Rika De Backer-Van Ocken (CVP). Infoma aasde echter op net datzelfde, maar de subsidiëringspolitiek stelde dat maar één samenwerkingsverband erkend mocht worden. Gedwongen door de omstandigheden, en in teken van pluralisme, werden vervolgens fusiegesprekken aangeknoopt. Op 26 maart 1977 fusioneerden Infoma en de Federatie van Vlaamse Sjaloomgroepen (FVS) en vormden ze de Federatie Werkgroepen Homofilie (FWH), de voorloper van het huidige çavaria. In de praktijk kwam de fusie echter neer op een opslorping. Zo werd de vzw-structuur van Infoma behouden, terwijl die van de FVS ontbonden werd.

Met de kleine subsidie van 800.000 Belgische frank ging de FWH van start in de bovenverdieping van het GOC in de Antwerpse Dambruggestraat. Jacky Boeykens (bezieler van Infoma) en Wilfried Lammens (bezieler van FVS) werden respectievelijk de eerste voorzitter (tot 1982) en ondervoorzitter. Er werden ook twee betaalde medewerkers aangeworden. Volgens één van hen; Ludo Smits, nationaal secretaris, was België hiermee het eerste land dat subsidies gaf om aan homo-emancipatie te doen. Er werd gestart met de uitbouw van nationale werkgroepen en diensten, zoals een studiegroep, een juridische dienst en een jongerenwerking. Er kwamen ook zelfhulpgroepen, o.m. voor gehuwde homoseksuelen, ouders van homoseksuelen en homoseksuele priesters.

Ontwikkeling en mijlpalen De beginjaren: van crisis naar crisis In de jaren '80 werd homo- en lesbiennebeweging verzwakt door de aidsepidemie. Doordat de pers aids afschilderde als een homoziekte, die het gevolg was van losbandig gedrag, vreesde men stigmatisering en een terugrol van emancipatie. Steeds minder mensen konden en wilden zich engageren. Er was ook weinig animo om het voortouw te nemen in de aidshulpverlening en deze werd grotendeels uit handen gegeven. De Federatie en het ITG richtten samen wel een aparte organisatie op: de Stichting Aids Gezondheidszorg, met Peter Piot als voorzitter. Zij lanceerden onder andere de Aidstelefoon waar men terecht kon met vragen over aids en veilig vrijen. In 2001 zou de Stichting met vier andere organisaties samensmelten tot het huidige Sensoa. De maatschappelijke verrechtsing, die het gevolg was van de economische crisis, voedde interne conflicten binnen de FWH. De koepel verenigde vanuit een pluralistische opstelling veel tegengestelde figuren: zowel links als rechts, gelovig en vrijzinnig. Om eenduidig naar buiten te kunnen treden, werden standpunten bijgevolg vaak herleid tot weinigzeggende compromissen, tot frustratie van meer activistische groepen. Anderzijds, toen o.a. de jongerenwerking van de Federatie een poging ondernam om een actienetwerk op te richten, werd dit tegengehouden door 'de oude garde' in het bestuur, die meer zag in werken achter de schermen, opvangen van individuele holebi's en maatschappelijke voorlichting. Van buitenaf kreeg de FWH ook veel kritiek van het Roze Aktiefront (opvolger van De Rooie Vlinder) dat o.a. bekend was geworden voor hun spraakmakende acties aan schoolpoorten.

In 1982 stapten het Antwerpse GOC, het Gentse GOC en de Leuvense Roze Drempel (respectievelijk de voormalige Gentse en Leuvense Studentenwerkgroep Homofilie) uit de Federatie. Antwerpen vond de Federatie te links en te actiegerecht, terwijl Gent en Leuven het bestuur te braaf en ouderwets vonden. Toen in 1985 ook conflicten ontstonden tussen de medewerkers, was de puinhoop compleet. Het imago van de Federatie was sterk beschadigd, het secretariaat draaide vierkant en doordat de Vlaamse overheid besliste om de subsidies terug te schroeven, waren er ook geldproblemen. Even leek het alsof de FWH niet langer zou bestaan.

Lesbiennes, trans personen en jongeren verenigen zich Hoewel de homobeweging een moeilijke periode kende, kenden andere groepen een bloeiperiode. Transgender personen begonnen zich voor het eerst te organiseren en er ontstonden een heel aantal nieuwe jongerengroepen, zoals Flik Flak in Antwerpen en Verkeerd Geparkeerd in Gent. Bijzonder was dat deze jongerengroepen kozen voor een gemengde werking, waarbij homo's en lesbiennes samen activiteiten organiseerden. Dit zorgde voor een trendbreuk in de beweging.

Ook lesbische groepen stegen in aantal. In 1983 organiseerden de Federatie, Chatterbox en Atthis (de oudst nog bestaande lesbische vereniging in Vlaanderen) de eerste Lesbiennedag in Antwerpen. Dit was een reactie op de blijvende discriminatie die lesbiennes ervaarden op de Vrouwendagen. Van 1986 tot 1995 nam het Lesbies Doe-Front de organisatie over en verhuisde het evenement naar Gent, waar het later omgedoopt zou worden tot L-Day.

Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit (1990-2002) Vernieuwing en heropleving miniatuur|176x176px|Het nieuwe logo van de Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit (1990) Eind jaren '80 werd het bestuur van de FWH vernieuwd en verjongd. Daarmee begon de heropbouw van de koepel: In 1990 veranderde de organisatie haar naam symbolisch in Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit. Het woord homofilie was te gedateerd geworden. In 1991 verhuisde hun hoofdzetel naar de Vlaanderenstraat in Gent en ten slotte werd een nieuwe ploeg met visie en inhoud aangeworven. Bijzonder bevorderlijk voor het vernieuwde imago van de FWH was hun samenwerking met het Roze Aktiefront om de Roze Zaterdagen, die sinds 1981 niet meer georganiseerd werden, te reanimeren. Op 5 mei 1990 ging voor het eerst weer een Roze Zaterdag door in Antwerpen. De dag bestond uit een misviering in de Kapucijnen-kapel aan de Ossenmarkt, een optocht, animatie op de Groenplaats en drie fuiven. Het evenement werd een permanente waarde in België, verplaatste in 1996 naar Brussel en heet intussen The Belgian Pride.