Mohammed (Arabisch: مُحَمَّد بِن عَبد الله, volledige Arabische naam: Moehammad ibn 'Abd Allah ibn 'Abd al-Moettalib ibn Hasjim ibn 'Abd Manaf al-Koeraisji ibn Kielaab ibn Moerra ibn Ka'b ibn Loe'ay ibn Ghalib ibn Fahr) (Mekka, ca. 570 – Medina, 8 juni 632), was een Arabische religiestichter en wordt door moslims en bahá'ís beschouwd als profeet en boodschapper van God.
In de islam geldt hij als de 25ste in de Koran genoemde en laatste door God (Allah) naar de Arabieren en daarmee aan de mensheid gezonden profeet, na Johannes de Doper (in de islam Yahya) en Jezus (in de islam Isa), die door de joden waren afgewezen en ook enkele andere profeten die op hun beurt door andere volken waren afgewezen. De meeste profeten in de islam waren joden en volgens moslims is Mohammed de voltooier van de vestiging van het monotheïstische geloof van de mensheid dat volgens de islam is begonnen met Adam en daarna werd geherintroduceerd door Nuh (Noach), Ibrahim (Abraham), Musa (Mozes), Isa (Jezus) en de overige profeten. Hij was ook actief als staatsman, sociaal hervormer, koopman, filosoof, redenaar, leraar, wetgever, militair leider en filantroop. In de islam wordt hij als de laatste profeet en boodschapper (rasoel) gezien die de uiteindelijke openbaring van God (Arabisch: الله, Allah), de Koran, heeft ontvangen. Door moslims wordt hij daarom aangeduid als het Zegel der Profeten. Omdat de bahá'ís niet geloven dat hij de laatste profeet is en ook aan de zuiverheid van de koran twijfelen worden zij door moslims niet als moslims gezien.
Vele moslims voegen gegrond op de Ahadith vaak na het horen van de naam Mohammed de formule sallallahu alaihi wa sallam toe ("zegeningen en vrede met hem" of "vrede zij met hem"), in geschreven tekst vaak ook wel afgekort als 's(a)ws' of '(z)v(z)mh' (in het Engels pbuh voor peace be upon him).
Mohammed werd geboren in de westelijke Arabische stad Mekka, een handelsstad die werd gedomineerd door de stam Qoeraisj waar Mohammed tot behoorde. Vlak voordat hij geboren was, stierf zijn vader en nam zijn grootvader Abdal-Moettalib (een van de leiders in Mekka op dat moment) het op zich om voor Mohammed en zijn moeder te zorgen. Vervolgens stierf zijn moeder toen hij zes jaar was en vlak daarna ook zijn grootvader. Mohammed werd daarna opgevoed door zijn oom, de leider van de Hashim-stam (een vertakking van de Qoeraisj-stam).
Mohammed scheidde zich met regelmaat af van de rest van zijn gemeenschap, om in een grot genaamd Hira meerdere dagen te gaan bidden. Hier is het waar de eerste overleveringen van de Koran zouden zijn neergezonden aan Mohammed, op 40-jarige leeftijd. Drie jaar na de eerste overlevering begon hij mensen op te roepen tot de islam, dat God één is, dat hij de boodschapper en profeet van God is en dat toewijding en submissie (islam) tot God en alleen God het juiste pad is.
Levensloop
Er zijn geen bronnen uit de tijd van Mohammed waarop een biografie gebaseerd kan worden. Het oudst bekende geschrift is de Sira van Ibn Ishaq (plusminus 750), latere biografieën zijn (deels) daarop gebaseerd.
thumb|Perzische miniatuur uit de 16e eeuw. Mohammed komt met Buraq, een hemels dier, aan in de hemel. Zijn gezicht is niet afgebeeld.
Jeugd
Verschillende gedichten uit de klassieke Arabische literatuur ondersteunen de traditionele visie, dat de afstamming van Mohammed van de stam van Haashim, een verarmde substam van de Qoeraisj is. De stam Qoeraisj komt voort uit het volk van Adnaan dat af zou stammen van Kedar, de tweede zoon van de profeet Ismaël (Genesis 25:13-15).Er is overigens een door Al-Soejoeti overgeleverde Hadith die stelt dat Mohammed gezegd zou hebben: "Zoek in mijn stamboom niet verder dan Adnan". Mekkaanse tegenstanders van Mohammed bekritiseerden hem met het argument, dat ze hem en zijn boodschap geloofd zouden hebben als hij een van de vooraanstaande mannen van de twee steden (Mekka en at-Thakif) zou zijn geweest.
Over zijn vader Abdallah ("dienaar van God"), die vlak voor de geboorte van Mohammed gestorven zou zijn, is weinig bekend. Zijn grootvader van vaders zijde wordt Abd al-Moettalib genoemd. Over hem is eveneens weinig bekend. Zijn moeder Aminah bint Wahab was afkomstig uit Medina en overleed toen hij zes jaar was. Tot zijn achtste was hij bij zijn grootvader in huis en toen die stierf werd zijn opvoeding voortgezet door zijn oom en zoon van Abd al-Moettalib, Aboe Talib. Uit historische bronnen zijn Mohammeds ooms Aboe Talib, Hamza en Abd al-Oezza bekend. Uit de islamitische traditie is ook bekend dat Mohammed in zijn jonge jaren als schaapherder heeft gewerkt voordat hij een koopman werd.
thumb|Mohammed bemiddelt bij het terugplaatsen van de Zwarte Steen. Illustratie uit de Jami' al-tawarikh (ca. 1315) van de Perzische historicus Rashid al-DinPolytheïsme en geestenverering kenmerkten de Arabische wereld toen Mohammed opgroeide, hoewel er ook joodse stammen (met name in Medina) waren en groepen bedoeïenen die een vorm van monotheïsme kenden. Mekka was in die tijd een handelsstad waar enkele karavaanroutes samenkwamen. Handelaars en andere reizigers brachten hun religies en godsbeelden mee en vele daarvan werden in Mekka neergezet, vooral rond de Ka'aba. De Ka'aba was in de tijd van Mohammed een universeel religieus heiligdom waar 360 goden werden aanbeden. De stam Qoeraisj had vanouds het beheer over de Ka'aba. Mohammed groeide op in de stad en ontmoette daar voldoende rondreizende bedoeïenen en kooplieden uit allerlei windstreken om iets meer te weten te komen over deze religies. Ook nam zijn oom hem ten minste één keer mee naar Syrië. Een van de bijnamen die zijn stadgenoten hem volgens de overlevering gaven was al-Amin, de betrouwbare.
Toen Mohammed 25 jaar oud was trouwde hij met de vijftien jaar oudere weduwe Khadija, die handelskaravanen bezat. Zij had hem kort daarvoor in dienst genomen als leider van een van haar karavanen. Reizend als Khadija's handelsvertegenwoordiger kwam Mohammed in contact met joden en christenen. Hij kwam daarbij in aanraking met hun godsdienst.
Profeetschap in Mekka thumb|Mohammed ontvangt de openbaringen van de engel Djibriel. Illustratie uit de Jami' al-tawarikh van de Perzische historicus Rashid al-Din. Volgens de tradities zou Mohammed zich in de maand ramadan in het jaar 610 teruggetrokken hebben in de grot van Hira toen hem de engel Djibriel (Gabriël) verscheen en hem aanwees als profeet van God. Hij zou toen 40 jaar oud geweest zijn. De eerste vijf regels van Soera De Bloedklomp vormen volgens een meerderheid van de Koranexegeten het begin van de openbaringen die Mohammed gedurende de volgende 22 of 23 jaar via Gabriël van God zou hebben ontvangen. Deze openbaringen werden later samengevoegd in de Koran.
Na drie jaar begon Mohammed in Mekka als profeet op te treden en riep hij zijn plaatsgenoten op geen afgoden meer te aanbidden. De Qoeraisj lieten Mohammed zijn boodschap verkondigen totdat hij negatief over hun goden, tradities en voorvaders begon te spreken. Nadat ze zijn oom Aboe Talib tevergeefs hadden gevraagd of hij Mohammed hiermee kon laten ophouden begon de vervolging van de moslims.
De heersende klasse beloofde Mohammed grote rijkdom, zo veel vrouwen als hij wenste en zelfs leiderschap over Mekka op voorwaarde dat hij stopte met het kwaadspreken over hun goden.
Een aantal leidende figuren riepen op tot een boycot van de clan van Mohammed, die drie jaar duurde. Deze boycot hield in dat er niet gehuwd mocht worden en er geen handel mocht worden bedreven met personen uit de stam van Mohammed. Zij raakten gedurende die tijd economisch en sociaal volledig geïsoleerd. In die tijd overleed Khadija en niet lang na het opheffen van de boycot ook zijn oom en beschermer Aboe Talib, waarna de vervolging van Mohammed enorm toenam. Mohammed heeft deze vervolging aan den lijve ondervonden. Terwijl hij aan het bidden was, gooide een groep Qoeraisj de ingewanden van een kameel op hem. Er vond ook een incident plaats waarbij iemand zijn gewaad om zijn nek draaide en hem wurgde totdat Aboe Bakr tussen beiden kwam.
Rond deze tijd vond naar verluidt het incident met betrekking tot de zogeheten duivelsverzen plaats.
Wonderen De Koran beschrijft niet openlijk dat Mohammed wonderen heeft verricht en algemeen wordt de Koran als het grootste wonder van Mohammed gezien. De Koran vermeldt dat God Mohammed een hemelse bescherming tegen de mensen gaf. De islamitische traditie schrijft echter wel vele bovennatuurlijke gebeurtenissen toe aan Mohammed. Zo liet hij op verzoek voor een wonder van de heidense Mekkanen de maan splijten (Bukhari, Volume 4, Boek 56, Nummer 831) en liet hij water uit zijn vingers stromen (Bukhari 3576 en Moslim 1856) waarmee hij aan het gebrek aan water bij zijn metgezellen een einde maakte terwijl ze met vijftienhonderd man waren. Veel moslims interpreteren de Soera 54:1-2 als een verwijzing naar het splijten van de maan. De Isra en Mi'raj zijn de twee delen van een "Nachtelijke Reis", volgens de islamitische traditie de reis van Mohammed tijdens een nacht rond het jaar 621. Het is een gebeurtenis die zowel als een fysieke en spirituele reis wordt beschreven. Een korte schets van het verhaal is in Soera 17 te vinden en andere gegevens komen uit de Hadith. Hier zou Mohammed met Buraq naar "de verste moskee" reizen waar hij leiding gaf aan andere profeten in het gebed. Hij stijgt dan naar de allerbovenste hemel, waar hij tot God spreekt en de instructies van God ontvangt die voor de gelovigen de details van het gebed inhouden. Volgens de tradities is deze reis een van de belangrijkste gebeurtenissen in de islamitische kalender.
Eerste volgelingen miniatuur|Een illustratie van Mohammed in een zeventiende-eeuwse kopie van een veertiende-eeuws exemplaar van een werk van Al-Biruni Tot Mohammeds eerste volgelingen behoorden zijn vrouw Khadija, zijn vriend en koopman Aboe Bakr, zijn minderjarige neef Ali, zijn geadopteerde zoon Zayd en de rijke koopman Oethman ibn Affan. Vanwege zijn sociale boodschap trok hij in het begin met name armere Mekkanen en slaven aan. In de dertien jaar dat Mohammed in Mekka predikte verzamelden zich ongeveer 70 families om hem heen.Karen Armstrong: Islam, geschiedenis van een wereldgodsdienst, 3e druk, 2005, pp. 65-66
Vertrek naar Yathrib In 620 en 621 ontving Mohammed delegaties uit Yathrib (later Medina genoemd), waarvan de leden tot de islam overgingen en die de moslims uit Mekka hulp en bescherming aanboden. Dit stelde de moslims in de gelegenheid om naar Yathrib uit te wijken. Op het moment dat zijn vijanden hadden besloten om Mohammed gezamenlijk te vermoorden, vertrok hij in 622 naar Yathrib. Samen met Aboe Bakr wist Mohammed aan zijn belagers te ontkomen en 's nachts vertrok hij in zuidelijke richting, om zijn achtervolgers op een dwaalspoor te zetten. In een grot voorkwamen een spin en een rotsduif de ontdekking van deze schuilplaats door een web en een nest aan de ingang van de grot te maken. Zijn achtervolgers kregen zo de indruk dat de grot reeds lang niet meer betreden was. miniatuur|Mohammed zegent in Medina zijn volgers. Deze migratie staat bekend als de hidjra en zou gebeurd zijn in 622, op de eerste dag van muharram op de islamitische jaarkalender. Tientallen jaren later heeft kalief Omar deze datum als startdatum genomen voor de islamitische jaartelling.
thumb|Afbeelding van Mohammed in Medina uit een Arabisch middeleeuws manuscript Mohammed vestigde zich in Yathrib. Zijn dromedaris werd bij aankomst losgelaten en wees zo de plaats aan van Mohammeds huis. De plaatsnaam werd veranderd in Medinat-un-Nabawi (stad van de profeet), later afgekort tot Medina. In Medina zou Mohammed naast zijn religieuze functie op een later tijdstip ook een politiek-militaire rol op zich nemen als opperbevelhebber van het moslimleger.
Verdrag van Medina