De bevalling of baring is de geboorte bij de mens waarbij aan het eind van de zwangerschap de foetus vanuit de baarmoeder van de zwangere vrouw door het geboortekanaal of keizersnede naar buiten komt als baby.
Een zwangerschap duurt bij mensen gemiddeld 266 dagen, de meeste kinderen worden twee weken vóór of na dit moment geboren. Als begin van de bevalling zien artsen en verloskundigen de opening van de baarmoedermond door weeën. De duur van een bevalling is gemiddeld 13 uur bij vrouwen die voor het eerst baren (nulliparae) en 8 uur bij vrouwen die vaker hebben gebaard (multiparae). De laatste 50 jaar is de normale duur van een bevalling in Nederland gehalveerd, in de VS duurt een bevalling nu twee tot drie uur langer.
thumb|Pasgeboren baby bij moeder thumb|Baby met navelstreng na geboorte via keizersnede
Fasen Oefenwee of harde buik Vanaf ongeveer 24 weken zwangerschap ondervindt de zwangere voorweeën, ook oefenwee of harde buik genoemd, die veelal niet pijnlijk zijn en met onregelmatige tussenpozen optreden.
Begin van de bevalling In de meeste gevallen wordt een bevalling ingezet met spiersamentrekkingen van de baarmoeder waardoor de baarmoedermond verandert (verstrijken), minder stug wordt (verweken) en zich daarna kan openen. Dit worden voorweeën genoemd, ze duren kort en komen met onregelmatige tussenpozen.
De bevalling kan ook beginnen met het breken van de vliezen, waardoor het vruchtwater naar buiten stroomt. Als de vliezen hoog in de baarmoeder breken, kan het vruchtwater ook druppelsgewijs verloren worden. Daarna ontstaan de weeën. Soms komen de weeën niet op gang als de vliezen gebroken zijn. Na 24 tot 48 uur wordt in de regel aangeraden medisch in te grijpen, vanwege infectiegevaar. De bevalling wordt dan kunstmatig op gang gebracht, dit heet inleiden.
Een teken van het begin van de bevalling is het verliezen van bloederig slijm, de slijmprop die voor de baarmoederhals zat om de vrucht te beschermen tegen infecties. Dit geeft aan dat de ontsluiting in gang is gezet, maar kan ook het gevolg zijn van een inwendig onderzoek. Het is nu nog niet zeker dat de bevalling doorzet, dit kan een aantal dagen duren.
Ontsluiting Bij de ontsluitingsfase wordt de baarmoedermond of portio (Latijn) door spiersamentrekkingen steeds verder opgerekt totdat een diameter van ongeveer 10 centimeter is bereikt, de volledige ontsluiting. Deze fase kan 4 tot 14 uur duren en duurt langer bij vrouwen die nog nooit gebaard hebben dan bij vrouwen die al een baring achter de rug hebben. Bij de eerste bevalling duurt de ontsluiting gemiddeld 24 uur, maar dit kan sterk wisselen en variëren van een uur tot dagen. Het kan zijn dat de zwangere een groot deel van de ontsluiting niet opmerkt, anderen merken soms al vroeg tekenen van de ontsluiting.
Fasen van ontsluiting De ontsluiting is in de volgende fasen in te delen: Latente fase: van 0 tot 2 à 3 cm ontsluiting. Aan het eind van het eerste stadium komt er elke twee uur een wee, die ongeveer een minuut aanhoudt. Deze fase gaat vaak onopgemerkt voorbij, de contracties zijn al dan niet voelbaar aanwezig. Overgangsfase: tot 4 cm ontsluiting. Het baringsproces komt actief op gang en de weeën worden duidelijker en sterker. Versnellingsfase: tot 9 cm. De weeën nemen toe in intensiteit, duur en frequentie, waardoor de cervix verder ontsluit. Deceleratiefase: tot 10 cm. Vaak is er een iets trager verloop van de laatste centimeter ontsluiting. Als de ontsluiting 10 cm is wordt deze beschouwd als volledig en zal uitdrijving de volgende stap zijn. Deze fasen kunnen snel in elkaar overlopen en vooral de beginfase wordt niet door alle zwangeren opgemerkt. Omdat de weeën niet door lijken te zetten, wordt dit nogal eens verward met het hebben van 'harde buiken'.
Opbouw van de weeën Een wee begint minder pijnlijk en wordt naarmate de seconden voorbijgaan steeds pijnlijker tot een bepaald hoogtepunt. Daarna zwakt de pijn weer af. Als een golf. Door het sterker en pijnlijker worden van de weeën, treedt er een bepaalde gewenning aan de pijn op. Dat komt door hormonen die in de hersenen vrijkomen. Bij het ontstaan van weeën speelt het hormoon oxytocine een belangrijke rol. Dit hormoon komt vrij uit de hypofyse ten gevolge van rekking van de cervix (=Ferguson-reflex).
Uitdrijvingsfase thumb|Video van een moeder die een kind baart na inknippen Nadat de opening van de baarmoedermond voldoende is opgerekt ontstaat volledige ontsluiting en volgt het volgende stadium van de bevalling. In dit stadium wordt door grote samentrekkingen van de baarmoeder (circa 80% van de uitdrijvende kracht) en actief meepersen door de vrouw, de baby door het geboortekanaal geduwd. Deze persweeën lijken op de aandrang bij toiletbezoek, en zijn voor de vrouw onweerstaanbaar sterk. De vrouw kan niet anders dan actief mee gaan persen.
In dit stadium van de bevalling breken de vliezen vaak, als dit niet in het begin van de ontsluitingsfase al is gebeurd. Soms is dit niet het geval en wordt de baby nog in de vliezen geboren, oftewel "met de helm op". Het kost de meeste moeite om het hoofd van de baby naar buiten te persen, het lichaamsdeel van de baby met de grootste omtrek. Als het hoofdje eenmaal geboren is, zal in de meeste gevallen nog slechts één perswee nodig zijn om het hele lijfje naar buiten te duwen.
Na de uitdrijvingsfase Eerste ademhaling Eenmaal buiten het lichaam van de moeder zal de baby meestal spontaan beginnen met voor het eerst zelfstandig ademhalen. De eerste ademhaling is juridisch het tijdstip van geboorte.J.W.P. Verheugt, Inleiding in het Nederlands recht, 10e druk 1999.
Nageboorte Binnen ongeveer tien minuten tot een half uur na de geboorte van het kind wordt de placenta of moederkoek nog uitgestoten, dit wordt nageboorte genoemd. Daarmee is de bevalling normaal gesproken afgerond.
Navelstreng De baby is via de navelstreng verbonden met het lichamelijke systeem van de moeder en is zo in staat te groeien en alles binnen te krijgen wat het nodig heeft. Deze moet na de geboorte worden doorgeknipt en afgehecht. Het was lang gebruikelijk dit direct na de geboorte te doen. Tegenwoordig wacht men daarmee tot de navelstreng ophoudt te pulseren, soms tot na de uitdrijving van de placenta.
Na de bevalling De losgetrokken placenta laat een wond achter in de baarmoeder waardoor de vrouw gedurende 10 dagen tot een aantal weken bloed verliest (vloeien). Deze bloeding is de eerste tien dagen sterker dan tijdens een menstruatie. Daarna neemt het vloeien af en lijkt het wel op een normale menstruatie.
De vrouw kan pijn hebben in haar buik of in haar rug. Dat komt door de baarmoeder, die zich weer samentrekt om zijn oorspronkelijke afmetingen aan te nemen. Dit worden ook wel naweeën genoemd. Bij het geven van borstvoeding treden deze baarmoedercontracties in sterkere mate op, hetgeen het herstel bespoedigt zodat de wond die ontstaan is door het loslaten van de placenta sneller geneest en kleiner wordt.
Vrouwen die geen borstvoeding geven, zullen meestal langer vloeien dan vrouwen die wel borstvoeding geven. De meeste vrouwen die borstvoeding geven zullen 3-4 weken na de bevalling niet meer vloeien.
Sommige vrouwen die recent zijn bevallen, worden getroffen door een post-partumdepressie.
Medische interventie thumb|Ruggenprik
Pijnbestrijding Bij een eerste kind kan het baringsproces lang duren en kan de pijn, versterkt door angst en stress, hevig zijn. Daarbij worden niet alleen de reserves van de zwangere aangesproken, maar ook die van het kind. Wanneer beide uitgeput raken, kan dat de bevalling bemoeilijken. Er zijn verschillende methoden en technieken om de pijn zonder verdoving te verlichten en het lichaam zoveel mogelijk mee te laten werken. Een andere mogelijkheid is een farmaceutische verdoving, de verloskundige epiduraal (ruggenprik).
Ook een bevalling in bad kan de pijn verlichten zonder verdoving. Hierbij wordt het kind onder water geboren. Hiervoor zijn speciale, opblaasbare bevallingsbaden te huur. Deze worden met warm water gevuld. Dit warme water zorgt voor verlichting tijdens de weeën en zorgt er ook voor dat men snel verschillende houdingen kan aannemen, wat bevorderlijk is voor de ontsluiting. Deze gaat hierdoor sneller waardoor ook de uitdrijving makkelijker zal gaan.
Weeën stimuleren De weeën kunnen opgewekt worden door te 'strippen' (de vruchtvliezen wat losmaken) of de bevalling in te leiden.
Vliezen breken Bij een bevalling wordt een onderscheid gemaakt tussen de "ontsluiting" van de baarmoedermond en de "uitdrijving" van het kind. Uit een Canadees onderzoek is gebleken, dat de totale duur van de bevalling met circa 2 uur wordt bekort, wanneer na het begin van de ontsluiting de vliezen worden gebroken. Overigens nam alleen de duur van de ontsluiting af en niet de duur van de uitdrijving. Het routinematig breken van de vliezen direct na het begin van de ontsluiting had geen nadeel voor zover uit dit onderzoek opgemaakt kon worden.
Kunstverlossing Als de bevalling stagneert; "een niet vorderende uitdrijving" dan is een vaginale kunstverlossing (vacuüm- of tangverlossing) dan wel een keizersnede (sectio caesarea) geïndiceerd. In sommige gevallen is alleen "inknippen" (episiotomie) van de bilnaad (perineum) voldoende om de baby alsnog op de normale manier geboren te laten worden. Met spreekt pas van een niet vorderende uitdrijving na twee uur bij nulliparae zonder regionale anesthesie, drie uur bij nulliparae met regionale anesthesie, een uur bij parae (eerder vaginaal bevallen) zonder regionale anesthesie, 2 uur bij parae met regionale anesthesie.
Indien er aanwijzingen bestaan, dat de conditie van het kind niet optimaal is, dan wel dat de conditie van het kind in verloop van tijd duidelijk achteruit gaat (foetale nood), of als er sprake is van een niet (voldoende) vorderende uitdrijving, en het gevaar bestaat dat moeder of kind schade zouden kunnen oplopen, kan gekozen worden voor een kunstverlossing ("verlostang" of een vacuümextractie) om de bevalling te bespoedigen.
thumb|Geboorte via keizersnede
Keizersnede
Als de geboorte nog niet ver genoeg gevorderd is, voor het gebruik van bovengenoemde hulpmiddelen en de conditie van zwangere en of kind het niet toelaten het natuurlijke verloop van de baring af te wachten, kan worden besloten om de baby niet via het geboortekanaal maar via een operatie uit de baarmoeder te halen. Zo'n operatie heet een keizersnede en houdt in dat de buik van de zwangere met een horizontale snede wordt geopend. In de meeste gevallen bestaat er voldoende tijd de vrouw op deze operatie voor te bereiden, daar verslechtering van de conditie van moeder en kind meestal een sluipend proces is. In enkele gevallen is belangrijk dat een keizersnede acuut kan worden uitgevoerd.
Toediening hormoon Als het persen langer dan circa 1 à 2 uur duurt, moet aanvullende controle van de conditie van de baby worden verricht. Een gynaecoloog zal dan een hartfilmpje (CTG) van de baby maken, om te zien of deze nog in een goede conditie verkeert, en een nog langer durende bevalling aankan. Ook controleert de gynaecoloog of er een bijzondere reden is dat de bevalling zo lang duurt, zoals een afwijkende ligging van het hoofd van de baby. Als de oorzaak ligt in onvoldoende weeënkracht, kan via een infuus oxytocine worden toegediend, om de weeën krachtiger te maken. Oxytocine is het natuurlijke hormoon uit de hypofyse dat de weeën veroorzaakt. Als de bevalling alsnog vordert, de vrouw nog energie over heeft, en de baby het goed maakt dan is er geen bezwaar om langer dan 1 uur te persen.
Bevallingslocatie