São Paulo FC is een Braziliaanse voetbalclub uit de stad São Paulo. De club is opgericht op 25 januari 1930. São Paulo is een van de succesvolste clubs van Brazilië, die diverse nationale en internationale prijzen heeft behaald waaronder driemaal de CONMEBOL Libertadores, tweemaal de Intercontinental Cup en eenmaal de FIFA Club World Cup. Thuisstadion is het Estádio Cícero Pompeu de Toledo, dat ook wel bekendstaat als Morumbi, met een capaciteit van 80.000. De club speelt in de hoogste klasse van de Braziliaanse competitie en is een van de twee clubs die nog nooit gedegradeerd is, naast Flamengo.
Geschiedenis Ontstaan Op 25 januari 1930 werd São Paulo FC opgericht door voormalige leden van de ter ziele gegane clubs CA Paulistano en AA das Palmeiras, die door de invoering van het profvoetbal verdwenen waren. Onder leiding van trainer Rubens Salles deed de fusieclub het meteen zeer goed en werd in 1931 kampioen en werd ook drie keer vicekampioen. In 1933 werd het een profclub. Door interne strubbelingen ontstonden er financiële problemen. De club fuseerde met Clube de Regatas Tietê en de voetbalafdeling werd op 4 mei 1935 ontbonden.
Na de fusie richtten enkele oud-leden op 4 juni 1935 Club Atlético São Paulo op, dat op 16 december van dat jaar de naam São Paulo FC aannam. In principe is de club die tussen 1930 en 1935 bestond niet dezelfde als de huidige club en deze wordt ook wel bestempeld als São Paulo da Floresta, naar het stadion waarin de club speelde.
Eerste jaren: Campeonato Paulista miniatuur|links|250px|Nieuw elftal van 1936. De eerste wedstrijd van de club werd op 25 januari 1936 gespeeld tegen Portuguesa Santista. In 1938 fuseerde de club met Estudantes Paulista en bleef dezelfde naam behouden, een van de spelers van Estudantes die bij de fusieclub bleef was doelman Roberto Gomes Pedrosa. Datzelfde jaar had de club ook voor het eerst succes in de competitie met een tweede plaats achter Corinthians. Na twee jaar middenmoot werd de club opnieuw tweede in 1941.
rechts|miniatuur|200px|De Argentijn Antonio Sastre speelde van 1943 tot 1946 voor São Paulo. In 1940 werd het Estádio do Pacaembu ingewijd. Het stadion bood plaats aan 70.000 toeschouwers en was toen de grootste en modernste voetbaltempel van Zuid-Amerika. Het zwaartepunt van het voetbal verplaatste zicht ook van Rio de Janeiro naar São Paulo. De club trok betere spelers aan en met sterspelers als Leônidas da Silva, Antonio Sastre, Noronha, José Carlos Bauer, Zezé Procópio, Luisinho, Rui en Teixeirinha gingen de resultaten eindelijk crescendo met een staatstitel in 1943. Na een vicetitel won de club in 1945 en 1946 twee keer op rij de titel en daarna opnieuw in 1948 en 1949. In dat laatste seizoen werd Friaça ook topschutter. Ook in 1950 was een titel nabij, maar op de voorlaatste speeldag verloren ze van Santos, waardoor ze de leiding moesten afstaan aan Palmeiras. Beide clubs troffen elkaar op de laatste speeldag, maar door een gelijkspel bleef Palmeiras aan de leiding. Een nieuwe titel volgde in 1953 en 1957. In 1956 won de club ook het Torneio Rio-São Paulo. Van 1957 tot 1959 speelde voormalige Flamengo-ster Zizinho voor de club. Gino Orlando speelde ook in deze periode voor de club en is de op één na beste topschutter in de clubgeschiedenis.
1960-1970: beperkt succes In 1959 werd de Taça Brasil opgericht, voor het eerst kwam er een landelijke competitie waarin de staatskampioenen elkaar bekampten om de titel. Door de suprematie van Santos met de sterspelers Pelé, Coutinho, Jair, Pepe en Gilmar en Palmeiras met Ademir en Dudu was er in de jaren zestig enkel een bijrol weggelegd voor São Paulo en Corinthians. Geen van beide clubs kon zich plaatsen voor deze competitie.
In 1960 opende het nieuwe Estádio do Morumbi, wat enkele jaren in beslag genomen had en veel geld gekost had. Het stadion bood plaats aan 70.000 toeschouwers en werd tegen 1970 nog uitgebreid tot 140.000 plaatsen. De hoge kosten hadden wel hun weerslag op de resultaten want de club bleef lang zonder staatstitel zitten. In 1955 en 1963 won de club wel de Pequeña Taça do Mundo (kleine wereldbeker). Jurandir was een vaste waarde voor de club in de jaren zestig.
In 1967 werd het Torneio Rio-São Paulo opgedoekt en vervangen door het Torneio Roberto Gomes Pedrosa. De competitie werd uitgebreid met enkele sterke clubs van andere staten en de grootste clubs uit São Paulo en Rio de Janeiro mochten elk jaar deelnemen. De interesse in de Taça, waar ook de vele kleine clubs meededen, nam af en deze competitie werd in 1968 opgeheven. In de vier seizoenen dat de competitie, die ook een landskampioen opleverde, gespeeld werd kon São Paulo echter geen potten breken en eindigde slechts één keer in de top tien.
De gouden jaren Nu het grootste particuliere stadion ter wereld af was konden ze weer meer geld uitgeven aan degelijke spelers. Zo werden Toninho Guerreiro, Édson, Gérson en de Uruguayanen Pablo Forlán en Pedro Rocha aangetrokken. In 1970 werd de club wel overtuigend staatskampioen na een droogte van dertien jaar. Het jaar erop werd de titel opnieuw binnen gehaald. Dat jaar ging ook de huidige Braziliaanse competitie van start, aanvankelijk een soort mengelmoes tussen de Taça en het Torneio RGP. São Paulo plaatste zich maar nipt voor de tweede fase, maar werd daar wel groepswinnaar en plaatste zich zo voor de finaleronde met Atlético Mineiro en Botafogo. De club werd vicekampioen en plaatste zich zo voor de Copa Libertadores van het jaar erop. Hier ging de club naar de tweede groepsfase en werd daar tweede achter Independiente.
In 1973 werd de club slechts achtste in de staatscompetitie, de slechtste notering sinds 1960, maar in de Série A bereikte de club de finalegroep en werd vicekampioen achter Palmeiras. Hierdoor plaatsten ze zich opnieuw voor de Copa Libertadores, waar ze groepswinnaar werden voor Palmeiras. Ook in de tweede ronde werden ze winnaar en bereikten zo de finale tegen Independiente. Thuis konden Rocha en aanwinst van dat jaar Mirandinha de zege behalven, maar in Avellaneda verloren ze met 2-0. Er volgde een derde, beslissende wedstrijd, op neutraal terrein in Santiago de Chile, die Independiente met 1-0 won.
In 1975 speelde de club de finale om de Paulistão tegen Portuguesa en kon de heenwedstrijd winnen dankzij een goal van Rocha. In terugwedstrijd won Portuguesa dankzij een goal van Enéas waardoor er verlengingen gespeeld werden. Omdat het daar gelijk bleef volgden strafschoppen. Rocha, Serginho Chulapa en Chicão troffen raak terwijl alle drie de Portuguesa spelers misten waardoor de laatste twee penalty's niet genomen moesten worden.
Na een zwaar tegenvallend 1976 werd de club in 1977 voor het eerst landskampioen onder coach Rubens Minelli nadat de finale met strafschoppen gewonnen werd tegen Atlético Mineiro. Dit jaar begon ook Darío Pereyra bij de club. Het volgende seizoen speelde de club de finale van de Paulistão, die ze verloren van Santos. In de Copa Libertadores sneuvelde de club in de groepsfase. In de zomer van dat jaar organiseerde de voetbalbond ook de Copa dos Campeões da Copa Brasil, waaraan alle kampioenen vanaf 1971 aan zouden deelnemen, al zeiden twee teams af. São Paulo speelde de finale tegen Atlético Mineiro en verloor deze na strafschoppen. In de Série A van dat jaar eindigde de club in de derde groepsfase op een laatste plaats.
In 1979 zou er een nieuwe editie van het Torneio Rio-São Paulo gespeeld worden (hoewel deze uiteindelijk niet doorging) en de teams uit deze twee staten mochten daardoor pas in de tweede fase aan de slag in de competitie. Corinthians, São Paulo, Portuguesa en Santos eisten echter om pas in de derde fase te beginnen. Toen de voetbalbond hier niet mee akkoord ging verlieten ze de competitie, waardoor 1979 het enige seizoen is dat São Paulo niet in de Série A speelde.
De jaren tachtig In 1980 kon de club na vijf jaar nog eens de Paulistão winnen. Serginho Chulapa wist zowel in de heenwedstrijd, voor 122.000 toeschouwers, als in de terugwedstrijd te scoren tegen Santos. Oscar en Renato begonnen dat jaar bij de club. Serginho was ook bepalend in de titel van 1981 tegen Ponte Preta. Dat jaar bereikte de club ook de finale van de Série A, waarin Serginho de club op voorsprong bracht tegen Grêmio, maar Paulo Isidoro scoorde daarna nog twee keer voor Grêmio en ook de terugwedstrijd werd verloren waardoor ze vicekampioen werden. In de daaropvolgende Copa Libertadores moest de club de groepswinst laten aan Peñarol. In de staatscompetities van 1982 en 1983 moest de club telkens de duimen leggen in de finale van het Corinthians van Sócrates en in de Série A volgde twee keer een uitschakeling in de kwartfinales. Serginho Chulapa ruilde de club in voor Santos en het bestuur haalde daarop de veelbelovende Careca weg bij Guarani, een goede beslissing zo bleek later. In 1985 won de club opnieuw de staatstitel tegen Portuguesa, maar in de Série A kwamen twee magere jaren, ondanks de aanwezigheid van sterspeler Falcão.
In de Paulistão van 1986 werd de club slechts zesde, maar in de Série A wel opnieuw de finale bereiken, tegen Guarani. In de heenwedstrijd werd eindigde het 1-1. In de terugwedstrijd maakte Nelsinho al in de tweede minuut een owngoal waardoor Guarani op voorsprong kwam. Guarani-speler Ricardo Rocha deed amper zeven minuten later hetzelfde. De volgende 80 minuten volgde er geen goal waardoor er verlengingen kwamen. Pita kon al snel scoren maar dan maakte Guarani twee goals en leek de landstitel verloren. In de 119de minuut maakte Careca echter de gelijkmaker waardoor er strafschoppen volgden. De twee doelpuntenmakers van Guarani misten beiden hun strafschoppen waardoor São Paulo met 3-4 won.
Het jaar erop won de club opnieuw de staatstitel, maar in de Copa Libertadores werden ze laatste in hun groep. Ook in 1989 won de club de staatstitel en in de Série A verloren ze de finale tegen Vasco da Gama. In 1990 werd de finale verloren van Corinthians. Normaal zou de club zich twee jaar op rij geplaatst hebben voor de Copa Libertadores maar in deze jaren werd de winnaar van de nieuwe competitie Copa do Brasil gestuurd waardoor São Paulo telkens naast internationaal voetbal greep.
Tijdperk Telê Santana: internationale successen Nadat Telê Santana trainer was geworden in 1990 gingen de resultaten cresdeno voor São Paulo . De club plaatste zich voor de finale van de Paulistão van 1991 tegen rivaal Corinthians. In de heenwedstrijd zorgde Raí met een hattrick al voor een ruimze zege in de heenwedstrijd en in de terugwedstrijd bleef het 0-0. Beide wedstrijden trokken meer dan 100.000 toeschouwers. In de Série A speelde de club voor het derde jaar op rij de finale, nu tegen Bragantino, een club uit de staat São Paulo, die de afgelopen jaren furore gemaakt had. Mário Tilico scoorde het enige doelpunt in de heenwedstrijd en in de terugwedstrijd bleef het 0-0, waardoor de derde landstitel binnen was.