Nevada is een van de staten van de Verenigde Staten. De standaard afkorting voor de "Silver State", zoals de bijnaam luidt, is NV. De hoofdstad is Carson City. Nevada is de droogste staat van de Verenigde Staten en bestaat voornamelijk uit (half)woestijnen zoals de Great Basin Desert en de Mojavewoestijn. Grote delen van de staat zijn praktisch onbewoond. De bevolking woont sterk geconcentreerd: in het noordwesten rond de stad Reno en de relatief kleine hoofdstad Carson City, en in het zuiden in de metropool Las Vegas. De geschiedenis van Nevada is voornamelijk getekend door de mijnbouw en de gokindustrie. De grote bevolkingsgroei door massale (blanke) immigratie startte in 1859.

Etymologie en uitspraak Het Spaanse woord nevada betekent "met sneeuw bedekt" of besneeuwd (van de wortel nev). De naam van de staat wordt buiten het westen van de Verenigde Staten vaak anders uitgesproken. Om de plaatselijke uitspraak te bevorderen en aan te prijzen wordt soms een breve op de eerste a geplaatst: Nevăda. Op nummerborden is deze spelling sedertdien ook verkrijgbaar.

Geschiedenis Eerste Europese verkenningen (1770–1855) Voordat de Europeanen het huidige Nevada koloniseerden werd het beperkt bevolkt door Indianenstammen. Het gebied kent een ruw en droog klimaat, waardoor de bevolkingsdichtheid (zeer) laag was.

Onder Nieuw-Spanje De franciscaanse broeder Francisco Garcés was waarschijnlijk de eerste Europeaan die het gebied bezocht in de jaren zeventig van de achttiende eeuw. De Spaanse koning wilde de onbekende gebieden ten noorden van zijn Nieuw-Spanje verkennen en de onderkoning van Nieuw-Spanje (en lokale franciscanen) erkenden het belang om een verbinding over land te vestigen tussen Alta California in het noordwesten en de Golf van Mexico in het zuidoosten. Deze route leidde doorheen de Sonorawoestijn. Garcés werd een belangrijke speler bij de verkenning van deze route en hij verkende delen van de Sonorawoestijn, maar ook delen van de Mojavewoestijn en de rivier de Colorado.

Vervolgens werd het grondgebied van het latere Nevada geannexeerd als deel van het Spaanse rijk als deel van Nieuw-Spanje. Administratief viel het gebied onder het "Commandanca-General" van de Provincias Internas van Nieuw-Spanje. In 1804 werd California gesplitst en ging Nevada tot Alta California behoren.

Onder Mexico thumb|260px|In rood de reis van Jedediah Smith in 1826-27, tevergeefs op zoek naar de Buenaventura/Humboldt Toen Mexico in 1821 onafhankelijk werd, had Alta California nog maar een beperkte niet-Indiaanse bevolking. De geografie van het gebied was nog steeds niet goed bekend. Zo leefde het idee dat er een grote rivier aan de westzijde van de continentale waterscheiding moest stromen (net als de Mississippi in het oosten) die gemakkelijk navigatie mogelijk moest maken. De oorsprong voor deze legendarische rivier, de zogeheten Buenaventura, was waarschijnlijk de Humboldt, een rivier die eindigt in een endoreïsch bekken in Nevada. De Amerikaanse ontdekkingsreiziger Jedediah Smith ging in 1827 op zoek naar de Buenaventura, en reisde tot diep in het Mexicaanse grondgebied van Alta California. Hierbij verkende hij onder meer de vallei van Las Vegas, maar ontdekte de Humboldt niet. Ook op zijn terugtocht, dwars door de droge woestijn van het Grote Bekken heen, waar hij bijna stierf door uitdroging, kon hij de Humboldt niet vinden. Een jaar later verkende de Canadees Peter Skeen Ogden de omgeving van het Great Salt Lake in Utah en het westelijke deel van het Grote Bekken, waarbij hij de Humboldt vond en voor 530 kilometer volgde naar zijn droge einde.

In 1833-34 verkende Joseph R. Walker in een door John Jacob Astor gefinancierde expeditie de woestijn van het Grote Bekken, met als doel een route te vinden naar Californië. Walker ontdekte de Humboldt, de gehoopte Buenaventura, die een natuurlijke verbinding van oost naar west door het droge en bergachtige gebied vormt. De Humboldt was later van cruciaal belang omdat er zoet water en gras te vinden was langs de Humboldt in het voor de rest droge gebied van het Grote Bekken. Dit zou de basis vormen voor de California Trail. Walker ontdekte eveneens dat deze Humboldt niet tot de Grote Oceaan liep, maar eindigde in een zoutmeer. Hij stak de hete en droge Forty Mile Desert over en bereikte de rivier de Carson.

Vanaf de jaren veertig werd het noorden van Nevada een belangrijk doorgangsgebied vanuit de Verenigde Staten naar de "gold rush" gebieden in het noordwesten van Californië. De migranten volgden de California Trail. Men trok door het noorden van het huidige Nevada en volgde de Humboldt stroomafwaarts naar de Sierra Nevada in Californië.

In 1847 vestigden mormoonse pioniers zich nabij het Salt Lake op toenmalige Mexicaans grondgebied in het huidige Utah. Men wilde een territorium uitroepen dat erkend zou worden door de Verenigde Staten als deel van de Verenigde Staten.

Territorium van de Verenigde Staten (1848/1850) thumb|260px|Abraham Curry, een van de drijvende krachten achter de stichting van de staat en stichter van de hoofdstad Carson City Na de oorlog van 1848 moest Mexico een enorm gebied afstaan aan de Verenigde Staten, met onder meer het huidige Nevada. Mexico had nooit enige formele controle uitgeoefend over het gebied van het huidige Nevada, dat toen bekend stond als Washoe. Een jaar later, in 1849, starten de mormonen het proces om hun staat "Deseret" te laten erkennen als staat. Men koos voor de erkenning als staat omdat Californië en New Mexico dit ook aangevraagd hadden. Men claimde een groot gebied, het gehele Grote Bekken en het gehele Amerikaanse deel van het stroomgebied van de Colorado. In 1850 werd in de plaats van Deseret het Utah-territorium erkend. Dit besloeg de noordelijke helft van het voorgestelde Deseret. Een jaar later, in 1851, werd de eerste blanke nederzetting in het huidige Nevada gesticht: "Mormon Station", het huidige Genoa, zo'n twintig kilometer ten zuiden van het latere Carson City. Dit was de eerste van verschillende mormoonse reisposten langs de route naar Californië. Ook in het oosten van het huidige Nevada, nabij de grens met het huidige Utah, ontstonden kleine mormoonse nederzettingen. Het westen bleef achter, tot de ontdekking zilver en goud in 1859.

In 1858 trok Abraham Curry naar het westen van Utah, nadat hij had gehoord dat het westen van het territorium verlaten werd door de mormonen omwille van het gewapend conflict tussen de mormonen en de federale overheid. Hij trok eerst naar Genoa, maar verliet de stad omdat hij deze te duur vond. Omwille van een afkeer van de mormoonse invloed op de overheid van Utah, wilde hij met een groep gelijkgezinden het westen van Utah afsplitsen en hij greep zijn kans vanwege de afwezigheid van de mormonen. Op zoek naar een goede plek voor een toekomstige hoofdstad stichtte hij in hetzelfde jaar Carson City. Een jaar later, in 1859, werd de Comstock Lode-ertsader met zilver en goud ontdekt, twintig kilometer ten noordwesten van Carson City. Dit zorgde ervoor dat tienduizenden migranten naar de westregio van het territorium trokken. Virginia City groeide uit tot een mijnstad en ook het nabije Carson City groeide. De afstand tussen Salt Lake City en het uiterste westen bleek groot. Een ander probleem waren de spanningen tussen de Mormoonse bewoners in het oosten en de niet-mormonen in het westen van het territory. Op 2 maart 1861 scheidde de regio zich af van Utah als het Nevada-territorium. De naam verwees naar de Sierra Nevada in het westen. Het grootste deel van de Sierra Nevada lag echter in Californië, wat toen nog niet zo duidelijk was. De hoofdstad werd Carson City, zoals voorzien door Abraham Curry.

Mark Twain zou vanaf 1861 een tijd in Nevada verblijven en o.a. voor de krant Territorial Enterprise werken. Het zou een vormende periode voor zijn latere schrijverscarrière blijken. Twain was echter ook omstreden omdat hij regelmatig sensationele nepartikelen schreef. In dezelfde periode werd de Pony Express geopend, een Koeriersdienst die van Missouri naar Californië liep en o.a. Carson City aandeed.

Staat Nevada (1864), boom en grenswijzigingen thumb|260px|Het International Hotel in Virginia City, hier gefotografeerd in 1890. Door de grote vondsten in deze mijnwerkerstad was er behoefte aan een luxe hotel. Dit hotel werd geopend in 1877 en had de eerste lift in het westen van de VS, Oosterse tapijten en zelfs palmbomen in de lobby. Op 31 oktober 1864, tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog werd Nevada formeel de 36e staat van de Verenigde Staten. Vandaar dat ook wel de bijnaam Battle Born wordt gebruikt. Dit gebeurde slechts acht dagen voor de presidentsverkiezingen. Mogelijk wilde Abraham Lincoln zijn herverkiezing veiligstellen met een extra staat die zijn kant zou kiezen maar achteraf gezien had hij de stemmen uit Nevada niet nodig. Normaal vereiste men dat een nieuwe staat 60.000 inwoners had, maar Nevada had er slechts iets meer dan 10.000 in 1864. De volgende jaren zou de bevolking echter sterk aangroeien: in 1870 bedroeg het bevolkingsaantal al 43.000 inwoners. De mijnsteden die in een oogwenk ontstonden, waren berucht om hun gokgelegenheden, drankmisbruik en prostitutie.

In 1866 werd de grens tussen Nevada en het Utah Territory naar het oosten opgeschoven. Een jaar later won Nevada opnieuw grondgebied, deze keer ten koste van New Mexico: het gebied rond Las Vegas werd toegevoegd aan Nevada nadat er goud was ontdekt.

Vanaf 1863 werd er gebouwd aan de eerste transcontinentale spoorweg. Deze zou ook door het noorden van Nevada gaan lopen. In 1868 werd Reno gesticht, aan de spoorweg, ten noorden van de Comstock Lode. Reno zou uitgroeien tot een belangrijke stad en was in de eerste helft van de twintigste eeuw, na de krimp van Carson City en voor de groei van Las Vegas, de grootste stad van Nevada.

Homesteading, een belangrijk fenomeen in andere westelijke staten van de Verenigde Staten, waarbij men gratis land kreeg van de overheid, kon in Nevada niet op grote schaal gebeuren omwille van het droge klimaat. Akkerbouw is slechts mogelijk op enkele plaatsen en in het grootste deel van Nevada was dus enkel extensieve veeteelt mogelijk. De maximale afmetingen van homestead-gronden waren aldus te klein om enkel van deze gronden te kunnen leven. Vroege immigranten kozen daarom voor een vestiging nabij water en lieten hun vee grazen op het omringende openbare land, dat niet door andere geclaimd werd omdat het zonder water toch niet interessant was. Vandaag de dag is nog steeds (sinds 1848 dus) meer dan 80% van het grondgebied van Nevada in handen van de (federale) overheid.

1880–1931 Tussen 1880 en 1900 daalde de bevolking van Nevada met 32% doordat de opbrengsten van de mijnbouw terugliepen. Voor hoofdstad Carson City zou het tot 1960 duren eer het inwonertal van piekjaar 1880 opnieuw bereikt werd. In 1900 werd bij Tonopah echter een rijke zilverader gevonden, gevolgd door goudvondsten bij Goldfield en Rhyolite. Dit zorgde opnieuw voor een aangroei van de bevolking (meer dan 80.000 inwoners in 1910).

In het begin van de twintigste eeuw trachten progressieven hervormingen door te voeren om het kapitalisme in te perken. Men droomde van een burgerlijk Nevada met universiteiten, een verheven idealisme en een op sociaal vlak hervormde overheid. In 1910 nam de staat een wet aan die kansspelen verbood. De jaren 1910 werden gekenmerkt door desillusie omwille van niet doorgevoerde sociale hervormingen en een bevolkingsafname. Tegen 1920 leefde het beeld van een Nevada als een "beautiful desert of buried hopes": een mooie woestijn van begraven hoop (op een betere toekomst).

1931–2018 thumb|260px|Las Vegas eind jaren zestig.