Onder bladvorm verstaat men bij zaadplanten de globale omtrek, bladoppervlak, bladrand, bladtop, bladvoet, bladsteel, mate van insnijding, nervatuur en samengesteldheid van de bladeren; dus bij kruidachtige planten, struiken, loofbomen en naaldbomen. Bladeren hebben een grote verscheidenheid aan vormen, waarvoor een uitgebreide terminologie is ontwikkeld. De terminologie wordt gebruikt bij de beschrijving en bij de determinatie van planten.
Ook zijn er bladeren die omgevormd zijn tot bloemdelen, schutbladen, steunblaadjes of bladranken. Bij sommige erwtenrassen, de zogenaamde bladloze rassen, zijn zelfs volledige bladeren omgevormd tot ranken.
De voor mossen en levermossen gebruikte terminologie om de bladvorm te beschrijven wordt hier niet behandeld.
Algemene vorm Bij de beschrijving van de algemene bladvorm is de plaats van de grootste breedte van groot belang. (1968) De algemene vorm der bladschijf (Circumscriptio) p.20 Deze grootste breedte bevindt zich in het midden, onder het midden, boven het midden, of de breedte is vrijwel overal gelijk. Ook kan bij één plant verscheidenheid in vorm van de bladschijf voorkomen: dit heet heterofyllie als het aan verschillende takken of stengels voorkomt, en het heet anisofyllie als het aan eenzelfde tak of stengel voorkomt.
Algemene vorm van de bladschijfgrootste breedtebladvormopmerkingafbeeldingin het middencirkelrond,orbicularislengte : breedte = 1:1, het blad is net zo lang als breed75px|centerovaal, elliptisch,ovalis, ellipticalengte : breedte 1,5:1, het blad is 1½ tot 2 maal zo lang als breed75px|centerlangwerpig,oblongalengte : breedte = 2,5:1, blad is tot zeven maal lang als breed75px|centerlancetvormig,lanceolatalengte : breedte = 3:1 tot 5:1, het blad is aan de uiteinden versmald75px|centerlijn-lancetvormiglengte : breedte = 5:1 tot 10:1ruitvormig,rhomboidea75px|centeronder het midden,(zonder lobbenaan de voet)eirondDe term 'eirond' wordt gebruikt voor platte structuren, de term 'eivormig' voor ruimtelijke structuren (bijvoorbeeld voor vruchten).,ovataals elliptisch, maar met het breedtste deel onder het midden75px|centerdriehoekig,triangularisgelijkbenige driehoek, de bladsteel is aan een zijde vastgehecht75px|centerdeltavormig,deltoidea, deltatagelijkzijdige driehoek75px|centertroffelvormig, ca. ruitvormig,trullataomgekeerde vlieger of deltoïde75px|centerhalvemaan- of waaiervormig,lunata, lunulata, flabellatahalf cirkelvormig, in de vorm van een waaier75px|centerhartvormig,cordatamet stompe slippen aan de voet, met spitse top75px|centerniervormig,reniformismet stompe slippen aan de voet, kort en breed75px|centerpijlvormig,sagittatamet spitse slippen aan de voet75px|centerspiesvormig,hastatamet spitse slippen aan de voet, met horizontaal uitstaande slippen75px|centergeoord,auriculatamet groot voorstuk, met horizontaal uitstaande spitse oren (kleine slippen) aan de voetboven het middenomgekeerd-eirond,obovataals elliptisch, maar met het breedste deel boven het midden75px|centerspatelvormig,spathulataals omgekeerd-eirond, met een zich in de steel geleidelijk voortzettende schijf75px|centeromgekeerd-lancetvormig,oblanceolataals lancetvormig, maar met het breedste deel boven het midden75px|centeromgekeerd-driehoekig, wigvormigcuneatamet wigvormige bladvoet ∇ bladschijf ǁ bladsteel 75px|centeromgekeerd-hartvormig,obcordatamet stompe slippen aan de top, bladsteel aan de spitse punt75px|centervioolvormig,pandurata, panduriformisals omgekeerd-eirond, met een inbochting aan weerszijden75px|centerliervormig,lyrataals omgekeerd-eirond, met meerdere inbochtingen aan weerszijden75px|centerzaagvormigruncinatamet verschillende naar de basis gerichte scherpe puntenomgekeerd-troffelvormig,obtrullatavlieger of deltoïdeoveral gelijklijnvormig,linearisdwarse doorsnede plat,het blad is ten minste 7× zo lang als breed75px|centernaaldvormig,acerosadwarse doorsnede rond, hard, met spitse top90px|center naaldvormig zwaardvormig lintvormigzwaardvormig,ensiformisdwarse doorsnede ruitvormig door verdikte middennerflintvormig,taeniata, loratadwarse doorsnede plat, zeer langpriemvormig,subulatadwarse doorsnede rond, geleidelijk dunner naar top,of zeer smal driehoekig75px|center75px|center
Onderdelen van het blad Bij de beschrijving van de bladeren en de bladvormEr wordt hier niet specifiek ingegaan op de vormen van de bloembladen (kelk en kroon) worden de verschillende onderdelen van het blad bestudeerd:
bebladering bladstand (fyllotaxis) prefoliatie, het geheel van de bladeren in onderlinge samenhang (gevouwen, gerold) ptyxis (of bladschijf-vernatie), de enkele bladen (gevouwen, gerold) vernatie of knopplooiing knopligging, estivatie (bloemonderdelen in de bloemknop) blad (folium). bladvoet (basis), bladschede (vagina) steunblaadjes (stipulae) tuitje of kokertje (ochrea) tongetje (ligula) bladsteel (petiolus) bladschijf (lamina). Er zijn ook samengestelde bladen. bladtop (apex) bladnerf (nervus) en nervatuur (nervatio). hoofdnerf of middennerf (costa) zijnerf ader (vena) bladrand (margo) bladmoes (chlorenchym, intervenium) aanhangsels van het blad: hun vorm, hoeveelheid, plaatsing, etc. haren schubben stekels lenticellen
De bladsteel
Aan de hand van de af- of aanwezigheid van een bladsteel onderscheidt men respectievelijk zittende en gesteelde bladeren. (1968) De bladsteel (petiolus) p.19 Typen enkelvoudige blad naar af- of aanwezigheid van een bladsteelbladsteelnaamopmerkingafbeeldingzittend bladzittend,sessileeenvoudig ongesteeld75px|centerstengelomvattend,amplexicaulede stengel wordt door de basis van het blad min of meer omgeven75px|centerhalfstengelomvattend,semiamplexicaulede basis van het blad omgeeft de stengel slechts gedeeltelijkrijdend,equitansbladen samengevouwen, waarbij de hogere door de lagere omgeven wordengesteeld aan de rand van de bladschijfbladsteel gewoon rolrond,teres75px|centerbladsteel gevleugeld,alatusvlak uitgegroeidbladsteel aflopend,decurrensvan de gevleugelde steel gaan de vleugels langs de stengel verder naar beneden70px|centerbladsteel verbreedbladsteel is een fyllodium, meestal zonder bladschijf70px|centerbladsteel gevoord,canaliculatusmet een brede groeve aan de bovenzijdegesteeld in het middenvan de bladschijfschildvomig,peltatabladsteel in het midden van de bladschijf van het ronde blad vastgehecht75px|center
De bladschijf naamafbeelding gegolfd bladoppervlak (undulatus)150px|centerheilige lotus gebobbeld bladoppervlak150px|centersavooiekool gekroesd bladoppervlak150px|centerboerenkool behaard150px|centerPelargonium spec. geperforeerd bladoppervlak (fenestratus)150px|center150px|centergatenplant gekield (carinatus)150px|centergekielde bladerenarmbloemig look
De bladvoet De bladvoet (basis) is het onderste deel van de bladschijf. (1968) De voet der bladschijf (Basis) p.25 De bladvoet bepaalt mede de algemene omtrek van het blad, zodat enkele van de termen voor de bladvoet daar al genoemd zijn. de bladvoetgroepde bladvoetopmerkingafbeeldingniet vergroeidspits,acuta75px|centerafgeknot,truncatabij driehoekig en deltavormig blad75px|centeruitgeschulpt,emarginata(bladtop →75px|centerhartvormig (en gesteeld),cordata75px|centerniervormig (en gesteeld),reniformis75px|centerpijlvormig (en gesteeld),sagittata75px|centerspiesvormig (en gesteeld),hastata75px|centergeoord (en gesteeld),auriculata70px|centerstengelomvattend (en zittend),amplexicaule75px|centerhalfstengelomvattend (en zittend),semiamplexicaulescheef (en zittend),inaequalis, obliqua75px|centervergroeid, connata75px|centerdoorgroeid, perfoliata75px|center75px|center
De bladrand De bladrand (margo). (1968) De rand (Margo) der bladschijf p.27-29 Randtypenbladrandopmerkingafbeeldingverdiktmargo incrassatusingeroldmargo involutusbladrand naar de bovenzijde van het blad omgerold75px|centerteruggeroldmargo revolutusbladrand naar de onderzijde van het blad omgerold75px|centergegolfd - golvend geplooid - gekroesdmargo undulatusbladrand ligt gegolfd en niet in een vlak met de bladschijfvlakmargo planus
Bladinsnijdingen Met randtype gecombineerde kenmerken: insnijdingentypebladrandopmerkingafbeeldingAlgemeengaafmargo integer75px|centeringesnedenmargo incisus/divisus(onafhankelijk ingesneden of afhankelijk ingesneden)Onafhankelijk ingesnedenonafhankelijk insnijdingen(zonder wijzigen de algemene bladvorm) 75px|center gezaagd gezaagd gekarteld getand geschulpt gewimperd uitgebeten gezaagdmargo serratusuitsteeksels en insnijdingen scherp75px|centerdubbel gezaagdmargo biserratuszaagtanden nogmaals gezaagd75px|centergeschulptmargo repandus, sinuatusuitsteeksels en insnijdingen stomp75px|centergetandmargo dentatusuitsteeksels scherp, maar insnijdingen stomp75px|centergekarteldmargo crenatusuitsteeksels stomp, maar insnijdingen scherp75px|centerAfhankelijk ingesnedenfolium dissectumafhankelijke insnijdingen(met wijzigen de algemene bladvorm)75px|centergelobd,folium lobatumInsnijdingen hoogstens tot voor het midden van de zijnerven, < 25%, insnijdingen tot een kwart van de zijnerf75px|centergespleten,folium fissumInsnijdingen tot bij het midden van de zijnerven,25% - 50%, insnijdingen vanaf een kwart tot de helft van de zijnerf handspletig veerspletig of vinspletig voetvormig gespleten75px|centergedeeld,folium multifidumInsnijdingen verder dan het midden van de zijnerven, > 50%, insnijdingen vanaf de helft van de zijnerf tot bijna aan de hoofdnerf toe handdelig veerdelig of vindelig voetvormig gedeeld75px|center75px|center75px|centerGelobd,folium lobatumveerlobbig - 25%, insnijdingen tot een kwart van de zijnerf150px|centermoseikhandlobbig - 25%, insnijdingen tot een kwart van de zijnerf150px|centerklimopGespleten,folium fissumveerspletig 25% - 50%, insnijdingen vanaf een kwart tot de helft van de zijnerf150px|centerzomereikhandspletig 25% - 50%, insnijdingen vanaf een kwart tot de helft van de zijnerf150px|centerVingerplantGedeeld,folium multifidumveerdelig > 50%, insnijdingen vanaf de helft van de zijnerf tot bijna aan de hoofdnerf toe150px|centerkleine varkenskershanddelig > 50%, insnijdingen vanaf de helft van de zijnerf tot bijna aan de bladsteel toe150px|centerRotsooievaarsbekNervatuur en bladrand:Handvormig handlobbig handspletig handdelig150px|centerVeervormig veerlobbig veerspletig veerdelig150px|center
De bladtop De vorm van de bladtop (apex) is, evenals de vorm van de bladbasis, mede bepalend voor de algemene bladvorm van de bladschijf. Typen enkelvoudige blad naar vorm van de bladtop (apex)naamlatijnopmerkingafbeeldinguitgerandemarginatusaan de bladtop licht ingesneden, verkorte hoofdnerf van het blad75px|centerafgeknottruncatusmet een recht afgesneden top75px|centerafgerondrotundatusafgerond en zonder punt, eirond75px|centerstompobtusustop met een stompe hoek, > 90°75px|centerapiculaatapiculatustop uitlopend in een kort en slank uiteinde75px|centerspitsacutustop met een spitse hoek, < 90°75px|centertoegespitstacuminatusuitlopend in een lange, geleidelijk versmallende, spitse punt75px|centermucronaatmucronatusabrupt eindigend in een smalle, scherpe punt als voortzetting van de middennerf75px|centersikkelvormigfalcatustoegespitst met een sikkelvormig gebogen spitse punt75px|centerborstel, genaaldaristatusEindigend in een starre, borstelachtige punt75px|center
De uittredende nerf van de bladtop bij de vleesetende planten van het geslacht Nepenthes vormt de vangbeker.
Bladnerven en nervatuur
De bladnerven (nervus, mv. nervi). (1968) De nerven (Nervus, mv. nervi) p.22 worden gevormd door de hoofdnerf of middennerf (costa), de zijnerven (nervus lateralis, mv. nervi laterales) en de aderen (vena, mv. venae) in hun onderlinge rangschikking vormen de nervatuur.
De hoofdnerf loopt van de bladbasis in de richting van de bladtop, en verdeelt de bladschijf in twee gewoonlijk spiegelbeeldige bladhelften. Soms zijn beide bladhelften ongelijk, bijvoorbeeld bij de iep, en spreekt men van een scheef blad, of van scheve bladvoet.