De Blauwe Lotus (oorspronkelijke Franstalige titel: Les Aventures de Tintin, reporter, en Extrême-Orient en later Le Lotus bleu) is het vijfde verhaal uit de stripreeks Kuifje (Les Aventures de Tintin) van de Belgische tekenaar Hergé (1907–1983). De eerste Nederlandstalige albumuitgave kwam uit in 1947.
Het kwam uit als het volgende Kuifje-verhaal na De sigaren van de farao (1934), waar het een rechtstreeks vervolg op is. Het begin van het verhaal speelt zich af in Brits-Indië (waar De sigaren van de farao eindigde), de rest vooral in China (met een kort stukje op de Indische Oceaan).
Bekende personages die geïntroduceerd worden Van de in dit verhaal geïntroduceerde personages keren Tchang (Kuifje in Tibet) en J.M. Dawson (Cokes in voorraad) in levenden lijve terug in enkele latere Kuifje-verhalen. W.R. Gibbons zou mogelijk zijn teruggekeerd in het onvoltooid gebleven verhaal Kuifje en de Alfa-kunst. Roberto Rastapopoulos, die ook al in het vorige verhaal meedeed, zou terugkeren in Cokes in voorraad en Vlucht 714. Wang Jen-Ghie is alleen maar te zien in dit verhaal, maar zijn naam wordt opnieuw genoemd in Kuifje in Tibet (1960).
Het verhaal
miniatuur|Een Chinese draak, zoals uitgebeeld op de kaft van het stripalbum Kuifje is na zijn vorige avontuur in Brits-Indië nog steeds te gast bij de maharadja van Rawajpoetalah. Een fakir leest Kuifjes hand en ziet drie mannen voor wie Kuifje moet oppassen, onder wie de fakir die inmiddels uit zijn gevangenschap is ontsnapt. Kuifje wordt even later benaderd door een Chinese bode. Voordat deze man zijn verhaal kan doen, wordt hij echter vanuit het achtergelegen bos vergiftigd met het Kuifje inmiddels bekende gekmakende vergif radjaïdjah. De dader is gevlucht, vermoedelijk is het de ontsnapte fakir. Voordat hij gek wordt, kan de bode nog iets uitbrengen over een zekere Mitsuhirato, een Japanse zakenman in Shanghai.
Kuifje gaat op onderzoek uit in Shanghai. Daar heeft hij een aanvaring met de racistische Amerikaanse zakenman Gibbons, die een riksjaloper aftuigt. Gibbons blijkt te zijn bevriend met J.M. Dawson, de corrupte politiechef van de Internationale Concessie van Shanghai. Kuifje zoekt Mitsuhirato op, die verklaart dat hij Kuifje via de Chinese bode heeft proberen te waarschuwen dat de maharadja in gevaar is. Een deel van de organisatie van opiumhandelaren is namelijk nog steeds actief. Mitsuhirato verzoekt Kuifje om zo snel mogelijk terug te gaan naar Indië.
Kort daarna redt een onbekende Chinese jongeman Kuifje van een dodelijke aanslag. Diezelfde avond wordt een kop thee met daarin een bedwelmend middel in Kuifjes hand door dezelfde persoon stukgeschoten, net voordat Kuifje ervan kan drinken. Later wordt er voor Kuifje een ontmoeting geregeld met deze jongeman, maar dan blijkt deze inmiddels ook met radjaïdjah vergiftigd.
Kuifje besluit, na het krijgen van een briefje zonder afzender waarin hij wordt teruggeroepen naar Indië, inderdaad terug te gaan naar de maharadja. Mitsuhirato komt op de kade afscheid van hem nemen. Kuifje wordt echter aan boord van het schip door onbekenden met chloroform ontvoerd. Hij ontwaakt in het hoofdkwartier van de Zonen van de Draak, een klein Chinees geheim genootschap dat de opiumhandel bestrijdt. De leider is Wang Jen-Ghie. Diens zoon Didi blijkt degene te zijn die de aanslagen tegen Kuifje heeft verijdeld. Doordat Didi nu zelf is vergiftigd door de radjaïdjah, wil hij voortdurend mensen onthoofden (onder het mom van "de weg vinden, zoals Lao Tse zei"). Alleen zijn vader kan hem enigszins in bedwang houden. Wang vertelt ook dat Mitsuhirato in werkelijkheid een Japanse spion is en tevens een van de grootste opiumsmokkelaars die in China actief is. Mitsuhirato had al eerder door dat Kuifje eropuit was gestuurd om hem in de gaten te houden. Om Kuifje te misleiden had hij zich tijdens hun onderhoud als vriend voorgedaan en gelogen over de toedracht van de Chinese bode, die in werkelijkheid was gestuurd door de Zonen van de Draak. Het zogenaamd van de maharadjah afkomstige briefje waarin Kuifje werd teruggeroepen, was in werkelijkheid door Mitsuhirato geschreven.
Kuifje gaat naar Mitsuhirato's opiumkit, De Blauwe Lotus, en volgt van daaruit de spion. Even later ziet Kuifje dat Mitsuhirato samen met enkele handlangers een stuk spoorlijn opblaast, om vervolgens tegenover de Internationale Concessie de Chinezen hiervan de schuld te geven. De vermeende terroristische aanslag wordt door de Japanse regering aangegrepen om een inval in China te rechtvaardigen. Kuifje wordt door Mitsuhirato en diens handlangers betrapt, gevangengenomen en met radjaïdjah geïnjecteerd. Mitsuhirato weet niet dat iemand van de Zonen van de Draak het gif heeft vervangen. Als hij later ontdekt dat hij voor het lapje is gehouden, probeert hij Kuifje op straat van het leven te beroven. Dit mislukt doordat er ook met Mitshurato's dolk en pistool is geknoeid. Kuifje slaat Mitsuhirato tegen de grond, waarop Mitsuhirato wegens poging tot moord aangifte doet bij de Japanse autoriteiten. Er wordt een prijs op Kuifjes hoofd gezet. Terwijl Gibbons onderweg is naar Shanghai, ziet hij Kuifje toevallig lopen en geeft hem aan bij de Japanners. Kuifje weet zich echter met succes te verbergen.
Kuifje besluit nu terug te gaan naar de Internationale Concessie, in de hoop daar ergens een tegengif voor Didi te vinden. Dawson blijkt hier echter inmiddels bevel te hebben gegeven tot Kuifjes arrestatie. Kuifje verschuilt zich nu in een bioscoop. Het bioscoopjournaal gaat onder meer over professor Fan Se-Yeng, een expert op het terrein van krankzinnigheid. Kuifje gaat naar de woning van deze man, maar Fan Se-Yeng is tegen twaalven nog niet thuis. Kuifje zoekt nu een bekende van hemzelf op, Rastapopoulos, die verklaart dat hij de professor vlak voor zijn huis had afgezet. Op de plaats waar de auto stond, ontdekt Kuifje een visitekaartje van Gibbons. Kuifje zoekt Gibbons op, die verklaart de professor inderdaad kort geleden gesproken te hebben. Even later belt Gibbons Dawson op. Kuifje wordt gearresteerd en uitgeleverd aan de Japanners, die hem ter dood veroordelen, vanwege de vermeende moordaanslag op Mitsuhirato en omdat hij in de Japanse kazerne de militairen enige tijd heeft misleid door zich voor te doen als generaal Haranochi.
Mitsuhirato bezoekt Kuifje in zijn cel en biedt hem een hoog bedrag en zijn vrijheid aan als hij voor Japan wil gaan spioneren en wil zeggen waar het gestolen gif is, maar Kuifje weigert dit alles. De Zonen van de Draak bevrijden Kuifje de volgende dag nog net op tijd voor hij onthoofd zou worden. Ze smokkelen hem in een gestolen pantserwagen Shanghai uit. In een brief van de gegijzelde professor Fan blijkt dat die gevangen zit in Hu-k'ou, een stad aan de Jangtsekiang. Kuifje reist hier per trein naartoe, maar de reis wordt halverwege afgebroken omdat de rivier buiten haar oevers is getreden. Kuifje redt een jongen genaamd Tchang van de verdrinkingsdood. De twee raken bevriend en besluiten samen verder te reizen.
Mitsuhirato en Dawson (die schulden heeft uitstaan bij de Japanner) sluiten opnieuw een overeenkomst: Dawson zal – met een verzonnen aanklacht – aan de Chinese veiligheidsdienst toestemming vragen om Kuifje op Chinees grondgebied te mogen arresteren. Dawson stuurt van zijn kant de detectives Jansen en Janssen achter Kuifje aan. Tchang steelt de machtiging van de twee detectives op het moment dat ze Kuifje oppakken en vervangt dit document door een papiertje met onzin erop. Zodoende worden Jansen en Janssen op het politiebureau niet serieus genomen en mag Kuifje vrijuit gaan. Later proberen de twee detectives Kuifje opnieuw te arresteren in een treinstation, maar ook dat mislukt, waarbij de detectives gewond raken en in het ziekenhuis belanden. Mitsuhirato geeft nu een als fotograaf vermomde huurmoordenaar opdracht Kuifje dood te schieten. Kuifje raakt gewond aan een schouder, maar hij weet met Tchang de man te overmeesteren. Kuifje verblijft een week bij Wang Jen-Ghie om te herstellen.
Professor Fan blijkt niet in de stad aanwezig: hij is ontvoerd op last van Mitsuhirato. De brief was bedoeld als dwaalspoor. Intussen zijn Wang, zijn vrouw en hun zoon ontvoerd door Mitsuhirato en diens handlangers. Door zich in een olievat te verbergen, weet Kuifje te infiltreren bij de bende van de Blauwe Lotus. Het blijkt echter een valstrik en Kuifje wordt gevangengenomen door Mitsuhirato en diens handlangers. Didi krijgt van de bandieten de opdracht om zijn eigen ouders en Kuifje te onthoofden. Ook de Grote Meester die de opiumsmokkel leidt is in de kelder aanwezig; het blijkt Rastapopoulos te zijn. Hij was ook de onbekende bendeleider uit Kuifjes vorige avontuur, blijkens een teken van Kih-Oshk op zijn arm. Als Kuifje en meneer en mevrouw Wang op het punt staan onthoofd te worden, komen Tchang en de Zonen van de Draak opeens gewapend uit andere olievaten tevoorschijn; Kuifje en Tchang hadden de hele valstrik al van tevoren voorzien. Alle leden van de Blauwe Lotus-bende worden nu ter plekke overmeesterd en professor Fan wordt ook heelhuids teruggevonden.
In De Blauwe Lotus blijkt zich een zendstation te bevinden waarmee de bende contact houdt met andere delen van de wereld. Uit documenten blijkt dat Mitsuhirato de treinaanslag in scène heeft gezet. Japan ontkent en treedt uit protest uit de Volkenbond. Mitsuhirato pleegt seppuku in zijn cel. Uiteindelijk wordt Didi dankzij professor Fan genezen.
Tchang wordt nu door meneer Wang als zijn zoon geadopteerd. Jansen en Janssen zijn inmiddels tot het inzicht gekomen dat het niet correct was de bevelen van Dawson op te volgen. Kuifje neemt afscheid van zijn Chinese vrienden en gaat per boot terug naar Europa.
Totstandkoming van het verhaal De Blauwe Lotus was het eerste Kuifje-verhaal waarvoor Hergé zich grondig documenteerde. Dat deed hij op advies van pater Léon Gosset, die hem in contact bracht met Lou Tseng-Tsiang (1871–1949), Tchang Chong-jen (1907–1998),In het Hanyu pinyin Zhang Chongren. Tchiao Tcheng-tchi, een kenner van het Chinese theater, en zijn verloofde Lin, afkomstig uit Shanghai. Ter voorbereiding kocht Hergé onder andere het fotoboek Von China und Chinesen van Heinz von Perckhammer uit 1931 met 63 foto's uit voornamelijk Peking.Coblence, Jean-Michel & Tchang, Yifei (2003) Tchang! Vriendschap verzet bergen, (éditions Moulinsart) uitgeverij Lannoo, p. 55
Het was vooral Tchang Chong-jen die erg betrokken raakte bij de totstandkoming van de strip. Elke zondagmiddag, voor meer dan een jaar, kwam Tchang bij Hergé thuis om de Chinese kleding en de achtergronden van de in die week gemaakte tekeningen te controleren op juistheid. Tchang leerde Hergé om soepeler en minder hoekig te tekenen en hij was het die de Chinese geschriften kalligrafeerde. Ook wijdde hij hem in de Chinese filosofie in. Tchang vertelde na het overlijden van Hergé dat deze hem had voorgesteld om het verhaal samen te signeren. Tchang zou geweigerd hebben, maar zeker is dat hij wel het laatste deel van zijn naam op een van de tekeningen kalligrafeerde.Coblence, Jean-Michael & Tchang, Yifei (2003) Tchang! Vriendschap verzet bergen, (éditions Moulinart) uitgeverij Lannoo, p. 81 Als dankbetuiging gaf Hergé aan een van personages in het verhaal de naam Tchang. De stripfiguur Tchang ontstond omdat Hergé en Tchang Chong-Jen van mening waren dat Kuifje in het verhaal een metgezel nodig had. In eerste instantie dachten ze aan een oudere man, maar vanwege het avontuurlijke karakter van het scenario zagen ze daar vanaf. Om eventuele complicaties over een liefdesrelatie te voorkomen, vonden ze de aanwezigheid van een jonge vrouw naast Kuifje eveneens ongewenst. Daarop werd gekozen voor een jongeman.Coblence, Jean-Michael & Tchang, Yifei (2003) Tchang! Vriendschap verzet bergen, (éditions Moulinart) uitgeverij Lannoo, p. 77
Titel en cover