Maria Cornelia Frederika (Rita) Verdonk (Utrecht, 18 oktober 1955) is een voormalige Nederlandse politica. Zij was lid van de Tweede Kamer en minister en was van 2022 tot 2026 gemeenteraadslid in Den Haag.
Tijdens haar studietijd verkeerde Verdonk in linkse kringen. Ze werkte vóór haar politieke carrière bij het ministerie van Justitie, de Dienst Justitiële Inrichtingen, de Binnenlandse Veiligheidsdienst en accountantskantoren. In 2002 werd ze lid van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) en werd een jaar later namens die partij minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Na een motie van afkeuring in 2006 werd haar portefeuille beperkt en was ze minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering.
Verdonk deed in 2006 mee aan het VVD-lijsttrekkersreferendum, maar verloor van Mark Rutte. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 stond ze op de tweede plaats en behaalde meer voorkeurstemmen dan Rutte. Onenigheid en rivaliteit tussen Verdonk en Rutte leidden er uiteindelijk toe dat Verdonk in september 2007 uit de fractie werd gezet. Ze ging verder als eenmansfractie en richtte de partij Trots op Nederland op. Deze partij wist bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 zestig zetels te behalen, maar behaalde bij de Tweede Kamerverkiezingen datzelfde jaar geen zetels. Verdonk trad af als partijvoorzitter en verliet de politiek. Tussen 2019 en 2022 was ze speciaal adviseur voor jeugd- en thuiszorg. In 2022 werd ze gekozen als gemeenteraadslid in Den Haag als lid van Groep de Mos. In 2026 sloot ze zich aan als coach van de nieuwe partij Markuszower, een afsplitsing van een vertrekkend PVV-kamerlid.
Achtergrond Verdonk groeide op in Utrecht. Haar vader, Ad Verdonk (1929-2019Mensenlinq - Overlijdensbericht Ad Verdonk), diende als KNIL-militair in Nederlands-Indië en kwam op 19 januari 1952 als repatriant naar Nederland.HP de Tijd 7 augustus 2006 Daarna werkte hij aanvankelijk voor Douwe Egberts, maar runde later een zelfstandig administratie- en incassobureau. Drie jaar later werd Rita geboren in Utrecht, in de wijk Lombok, waar zij woonde, totdat ze vier jaar oud was.website Lombox.nl, 22 september 2003, geraadpleegd op 7 april 2007 Zij verhuisde naar Harmelen en zat op de Sint-Bavoschool. Ze doorliep in Utrecht het atheneum aan het Niels Stensencollege. In 1974 begon ze met een studie rechten aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Later stapte ze over op sociologie, met specialisaties organisatiesociologie en criminologie. Eind jaren 70 was ze secretaris van de studenten-badmintonvereniging Stuban.
Tijdens haar studententijd was Verdonk kortstondig lid van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) en naar eigen zeggen eerder lid van de Politieke Partij Radikalen (PPR).kopie van het aanmeldingsformulier, site Trouw.nl Verdonk ontkende dit aanvankelijk, maar toen ze geconfronteerd werd met de door haar zelf geschreven aanmeldingsbrief, alsmede aanwezigheidslijsten van PSP-vrouwengespreksgroepen, zei ze dat ze zich "daarin vergist had".in 2008: Harm Ede Botje Rita's rode jaren (2) - Verdonk was PSP'er in Vrij Nederland 27 september 2008 (jrg.69, nr.39), pag.16-17. Ook was Verdonk actief in de Bond van Wetsovertreders (BWO), een organisatie die opkwam voor de rechten van gevangenen. Ook werkte ze in het politiek-culturele centrum O'42. In februari 1981 raakte ze als demonstrant verzeild in de Piersonrellen, een ontruiming van een aantal kraakpanden in de Nijmeegse Piersonstraat.'Hopelijk voor Verdonk vergat ze alleen PSP. Het kraakverleden van Rita Verdonk', Trouw, 1 oktober 2008
Later in 1981 verhuisde Verdonk naar Den Haag, waar ze ging samenwonen."Rita's rode jaren" door Vrij Nederland), 20 mei 2006
Verdonk studeerde in 1983 af en ging vervolgens als stagiaire aan de slag op het ministerie van Justitie. In 1984 werd ze adjunct-directeur van het Huis van Bewaring in Scheveningen, in 1988 lid van de directie en plaatsvervangend directeur van de gevangenis De Schie in Rotterdam. Van 1992 tot 1996 vervulde zij diverse managementfuncties op het ministerie van Justitie, zowel bij de directie Gevangeniswezen als bij de Justitiële Jeugd- en TBS-inrichtingen. Verdonk was vervolgens tot 1999 directeur Staatsveiligheid bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Tot 2003 was zij werkzaam als senior manager en directeur bij accountantsorganisaties KPMG en Atos (KPMG) Consulting.
Bij de vorming van het kabinet-Balkenende II werd Verdonk minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op het haar vertrouwde ministerie van Justitie, als opvolger van LPF'er Hilbrand Nawijn. Ze was een jaar eerder lid geworden van de VVD en was opgevallen bij de partijleiding, toen ze zich kandidaat wilde stellen voor het lidmaatschap van de partijraad.En jij, Verdonk? Wanneer kies jij nou eens positie?, NRC Handelsblad (10 juni 2003).
Minister Beleid en publieke opinie Verdonk werd vanwege haar portefeuille Vreemdelingenzaken en Integratie en de inhoud van haar beleid op die terreinen een van de bekendste politici uit het kabinet-Balkenende II. Verdonk voerde een streng beleid dat erop toezag dat de Vreemdelingenwet 2000 zo veel mogelijk nageleefd werd. De publieke opinie over haar beleid was zeer sterk verdeeld.Publieke brief aan Minister Rita Verdonk, Een Royaal Gebaar"Leve Verdonk"Steun voor Rita Verdonk. De Telegraaf (in het internetarchief), 23 mei 2006 In december 2005 werd Verdonk door een kijkerspanel van de actualiteitenrubriek TweeVandaag en door de lezers van de Volkskrant gekozen als beste politicus van het jaar. Ze werd tegelijkertijd derde in het TweeVandaag-rijtje 'slechtste politicus van het jaar'.Kijkers kiezen Verdonk tot politicus van het jaar 2005. TweeVandaag (14 december 2005). Ook was Verdonk de "winnaar" van de 'Wie zien we liever niet terug in 2007'-verkiezing van Planet Internet.Planet Internet 'Wie zien we liever niet terug in 2007'-verkiezing
Verdonk was vooral als Minister voor Vreemdelingenzaken zowel gehaat als geliefd.
Op het gebied van asielbeleid voerde Verdonk een terugkeerbeleid volgens de Vreemdelingenwet 2000 (Eind jaren 90 (mede) ontworpen door Job Cohen, destijds Staatssecretaris van Justitie). Ondanks publieke druk, mede veroorzaakt door het televisieprogramma 26.000 gezichten, heeft Verdonk geweigerd een generaal pardon te verstrekken aan een groep van 26.000 asielzoekers die al vóór de ingang van de nieuwe wet op 1 april 2001 hun asielverzoek hadden ingediend en die sindsdien in Nederland verblijven. Uiteindelijk kwam dit pardon er toch, tot ongenoegen van Verdonk en de VVD. De daling van het aantal ingediende asielverzoeken, die begon tijdens de regering van het kabinet-Kok II, zette zich onder haar leiding verder door. Ook werd onder haar ministerschap de Wet inburgering ingevoerd.
In de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 werd de Nederlandse Staat veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wegens een onrechtmatige terugzending van een asielzoeker naar diens zeer onveilige thuisland Somalië. Deze veroordeling was gebaseerd op artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM): de bepaling waarin is vastgelegd dat er niet mag worden uitgezet als betrokkene geen veilig of menswaardig bestaan te wachten staat. Het was een van de uitzettingen die in 2003 tijdens Verdonks ministerschap hebben plaatsgevonden.
Dossiers en incidenten Onder Verdonks ministerschap hebben zich verscheidene politieke kwesties en incidenten voorgedaan.
Deportatiekwestie Eind 2003 lanceerde Verdonk het plan om uitgeprocedeerde asielzoekers op straat te zetten. Op 18 december verklaarde de Tweede Kamerfractie van het CDA zich tegen. Hierdoor was er in de Kamer geen meerderheid meer voor dit plan.
Jan Pronk noemde als voorzitter van de Vereniging van Vluchtelingenorganisaties (VON) Verdonks beleid begin 2004 het 'deporteren' van mensen. Deze term werd door Verdonk opgevat als een verwijzing naar de deportatie van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij weigerde Pronk daarom te accepteren als afgevaardigde van de VON. Pronk wees erop dat de IND het woord 'deportatie' op dat moment ook gebruikte. De VON weigerde aanvankelijk een ander af te vaardigen, maar ging daar op voorstel van Pronk later toch mee akkoord.
Schipholbrand
Naar aanleiding van de Schipholbrand werden er (vooral op kraakpanden) diverse spandoeken opgehangen met voor Verdonk beledigende teksten. De spandoeken werden verwijderd op bevel van burgemeesters Cohen (Amsterdam), Wallage (Groningen) en Pop (Haarlem), en Rita Verdonk deed aangifte wegens smaad. De rechter besloot in een kort geding over die verwijdering dat het verwijderen van de spandoeken onterecht was. In dezelfde uitspraak verbood de rechter de Staat om posters te verwijderen van de ramen van het pand met de tekst "Reisbureau [R.], arrestatie deportatie crematie adequaat tot het bittere eind". De vervolging wegens smaad eindigde in hoger beroep in Ontslag van alle rechtsvervolging, artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht werd buiten toepassing gelaten in verband met artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.Artikel 261 Later gaf Verdonk een verblijfsvergunning aan 39 slachtoffers van de Schipholbrand.Verblijfsvergunning voor slachtoffers Schipholbrand - Regering.nl, 31 augustus 2006
Imam weigert hand te schudden Op 20 november 2004 weigerde de Syrische imam Ahmed Salam uit Tilburg op een bijeenkomst van circa 50 imams over de vrijheid van meningsuiting minister Verdonk de hand te schudden. Als verklaring hiervoor gaf hij "Dat mag niet van de islam". Verdonk reageerde hier kritisch op met "Dan hebben we gelijk iets om over te praten". De dagen erna veroorzaakte dit incident veel commotie in de media en barstte de publieke discussie los over of moslims verplicht beter moeten integreren. Uit een onderzoek van Maurice de Hond bleek dat 77% van de ondervraagden vond dat de imam Verdonk een hand had moeten geven, vond 76% het terecht dat Verdonk het niet accepteerde dat hij dit niet deed en was 36% het eens met de kritiek dat Verdonk als minister van integratie had moeten weten dat er een orthodoxe opvatting binnen de islam is die lichamelijk contact (waaronder het schudden van handen) tussen mannen en vrouwen niet toestond. Op 26 april 2006 kreeg de minister te maken met een vergelijkbare situatie.
Ook heeft Verdonk in november 2006 gedreigd een imam het land uit te zetten wegens controversiële uitspraken, zoals onder andere het vervloeken van Theo van Gogh kort voor hij vermoord werd.Verdonk wil imam Fawaz uitzetten - NieuwNieuws, 2 november 2006
Congo-affaire In december 2005 bleek dat minister Verdonk de Tweede Kamer onjuist en onvolledig had geïnformeerd over Congolese uitgeprocedeerde asielzoekers. Onder Verdonks verantwoordelijkheid werd aan Congolese autoriteiten informatie verstrekt over de asielzoekers, wat direct en voorspelbaar levensgevaar voor de teruggekeerde asielzoekers opleverde. Deze handelwijze is dan ook niet toegestaan. Verdonk ontkende deze feiten aanvankelijk. De oppositie in de Kamer vond dit reden voor de minister om af te treden. Nadat de minister de gemaakte fouten erkend had en excuses aan de Kamer had aangeboden, haalde een ingediende motie van afkeuring het niet. De motie kreeg wel de steun van de PvdA, de SP, GroenLinks en de ChristenUnie. Later werd deze affaire onderzocht door de commissie-Havermans, die concludeerde dat de minister de ex-asielzoekers had moeten informeren over hun recht te zwijgen over hun asielachtergrond.
Gedragscode voor gemeenten