Santos FC is een Braziliaanse voetbalclub uit Santos in de staat São Paulo. Thuisstadion is het Vila Belmiro, dat 16.798 plaatsen heeft. De club is het meest bekend om zijn voetbalafdeling, maar is ook in andere sporten actief. De club speelde tot het seizoen 2023 in de hoogste klasse van zowel de staatscompetitie als de Braziliaanse hoogste klasse en was tot december 2023 een van de drie clubs die nog nooit gedegradeerd is, naast Flamengo en São Paulo. Ze degradeerde in december 2023 voor het eerst in haar geschiedenis naar het tweede niveau.

Het aanvallersduo Pelé-Coutinho bezorgde de club een glorieperiode. Met de twee aanvallers won de club negenmaal het Campeonato Paulista, tweemaal de CONMEBOL Libertadores, zesmaal de Copa do Brasil en tweemaal de wereldbeker voor clubteams. Nadat Pelé vertrok, kwam de club in een diep dal terecht.

In 2000 eindigde Santos FC tijdens de FIFA Club of the Century-verkiezing, samen met Ajax, op een gedeelde vijfde plaats van beste voetbalclubs van de twintigste eeuw.

Geschiedenis Ontstaan In 1902 kwam het voetbal naar de groeiende havenstad met de oprichting van CA Internacional, een jaar later volgde ook SC Americano. Vanaf 1907 gingen deze clubs in de Campeonato Paulista spelen, de staatscompetitie waar tot dusver enkel clubs uit de stad São Paulo deelnamen. Santos en São Paulo liggen ongeveer 76 km van elkaar en worden gescheiden door de bergketen Serra do Mar waardoor de reiskosten vaak opliepen. Internacional gaf er in 1910 de brui aan en Americano verhuisde zelfs naar São Paulo in 1911 waardoor Santos zonder voetbalclub achterbleef.

Onder leiding van Raimundo Marques, Mário Ferraz de Campos en Argemiro de Souza Júnior werd op 14 april 1912 dan Santos FC opgericht. Tijdens de oprichtingsvergadering was er twijfel over de naam. Er lagen voorstellen zoals África Futebol Clube, Associação Esportiva Brasil en Concórdia Futebol Clube op tafel, maar uiteindelijk ging iedereen akkoord met het voorstel van Edmundo Jorge de Araujo om de club Santos Foot-Ball Club te noemen. De club ging op het voormalige terrein van Internacional spelen. Arnaldo da Silveira maakte het eerste doelpunt ooit voor de club, hij zou later ook international worden en met Brazilië de Zuid-Amerikaanse beker winnen in 1919.

Campeonato Paulista In 1913 werd de club uitgenodigd om deel te nemen aan het Campeonato Paulista. De eerste wedstrijd tegen Germânia werd meteen een slachtpartij en Santos kreeg 8 goals om de oren. De volgende wedstrijd tegen Corinthians werd dan wel met 3-6 gewonnen maar daarna volgden weer twee zware nederlagen. Vanwege de hoge reiskosten besloot de club zich terug te trekken uit de competitie na vier wedstrijden, de uitslagen werden geannuleerd. In 1915 nam de club onder de naam União FC deel aan het Campeonato Santista, een stadscompetitie. De club mocht niet de officiële naam gebruiken omdat ze wel nog aangesloten waren bij de voetbalbond die het Campeonato Paulista organiseerde. Een jaar later nam de club wel weer deel aan de staatscompetitie. Dat jaar werd ook het stadion Vila Belmiro in gebruik genomen. Ary Patusca, een neef van Arnaldo da Silveira, speelde nu ook voor de club. Hij had gestudeerd in Europa en speelde voor Brühl St. Gallen en Inter Milaan, waardoor hij de eerste Braziliaan was in Europese competities. De volgende jaren eindigde de club in de betere middenmoot. In 1920 trok de club zich tijdens de competitie terug, maar maakte een jaar later wel opnieuw haar opwachting. De club eindigde meestal in de middenmoot. In 1927 streed de club voor het eerst echt mee voor de titel, de club eindigde op één punt van de uiteindelijke kampioen Palestra Itália, het huidige Palmeiras. De club scoorde op zestien wedstrijden maar liefst 100 goals, een record. Met 31 goals was Araken topschutter van de competitie. In de wedstrijd tegen Ypiranga kon Araken maar liefst 7 keer scoren, het werd 12-1. Een record dat Pelé pas 37 jaar later zou evenaren. Araken werd in 1930 ook de eerste speler van Santos die op een WK speelde en trad aan in de interland tegen Joegoslavië. Ook Feitiço was een belangrijke speler in deze tijd. De volgende twee seizoenen zou Santos opnieuw tweede eindigen, telkens achter Corinthians. Na nog twee seizoenen subtop gleed de club weg naar de middenmoot.

In 1935 werd Santos voor het eerst staatskampioen. Echter luidde deze titel geen succesperiode in, de volgende jaren werd de club opnieuw een grijze muis in de competitie. Van 29 november 1946 tot 2 februari 1947 maakte de club een tournee door het noorden van het land, de langste trip die een Braziliaanse voetbalclub ooit maakte. Ze konden twaalf keer winnen en speelden drie keer gelijk. Antoninho. Pas in 1948 streed de club weer mee voor de titel, maar moest deze uiteindelijk aan São Paulo laten. Twee jaar later strandde de club samen met São Paulo op één punt van kampioen Palmeiras. De volgende jaren eindigde de club weer in de middenmoot.

links|miniatuur|200px|Kampioenenelftal van 1955. Met de komst van trainer Lula ging het gestaag omhoog met de resultaten van de club. Met het nieuwe talent Emanuele Del Vecchio in de rangen eindigde de club in 1954 op een derde plaats. Een jaar later streed de club helemaal mee om de titel. Op de voorlaatste speeldag konden ze kampioen worden, maar rechtstreekse concurrent Corinthians ging in Santos met 2-3 winnen en stond zo op slechts één punt van de leider. Op de laatste speeldag kon de club wel winnen en won zo de eerste titel in twintig jaar, Del Vecchio was met 23 goals topschutter van de competitie. Ironisch gezien leed de club tegen Portuguesa wel de zwaarste nederlaag van het seizoen, 8-0. Het jaar erop eindigde de club gelijk met São Paulo en speelde een finale, die het met 4-2 won. Buiten Del Vecchio waren ook Tite, Manga, Zito, Jair, Pepe en Pagão belangrijke spelers voor de club.

1956 was ook het jaar dat voormalig voetballer Waldemar de Brito het toptalent Pelé ontdekte. Hij maakte op 15-jarige leeftijd zijn entree bij het eerste elftal en zou uitgroeien tot 's werelds meest legendarische speler. In 1958 maakte hij als vaste waarde deel uit van het team dat na één jaar onderbreking opnieuw de staatstitel kon veroveren. Met 58 goals verbrak hij alle topschutterrecords, een record dat nog steeds stand houdt.

Datzelfde jaar begon ook de veertienjarige Coutinho voor de club. Een jaar later eindigden Santos en Palmeiras beiden eerste en kwamen er testwedstrijden, na twee keer gelijk won Palmeiras de derde wedstrijd en won zo de titel. Van 1960 tot 1962 werd de club drie keer op rij kampioen. In 1963 won Palmeiras de titel, met veertien punten voorsprong op derde plaats Santos. In de jaren zestig was de club met spelers als Ademir en Dudu een van de enige die weerwerk konden bieden tegen het machtige Santos. De volgende twee jaar werd de titel wel weer binnen gehaald. In 1967 eindigden Santos en São Paulo samen op de eerste plaats, er volgde een play-off tussen beide clubs en Edu en Toninho Guerreiro schonken Santos de overwinning en zo de titel. De volgende twee seizoenen kon de club opnieuw de titel veroveren. In 1970 eindigde de club op de vierde plaats, het was al van in de jaren vijftig geleden dat de club buiten de top drie eindigde. In 1973 won Santos het eerste toernooi en plaatste zich zo voor de finale tegen Portuguesa. Na een 0-0 stand werden er verlengingen gespeeld en daarna werden strafschoppen genomen. Santos trof twee van de drie strafschoppen raak en Portuguesa schoot drie keer mis, hoewel beide teams nog twee keer mochten schieten en de stand nog gelijk kon komen riep de scheidsrechter Santos uit tot kampioen. Portuguesa protesteerde hier later tegen en later werd er geoordeeld dat beide teams de titel kregen.

Na nog wat subtopplaatsen liep het in 1976 volledig mis. Na de eerste fase was Santos niet eens bij de top twaalf en werd zo al vroegtijdig uitgeschakeld. De heropstanding volgde twee jaar later al toen de finale om de titel gehaald werd tegen São Paulo. Santos won de eerste wedstrijd en speelde in de tweede wedstrijd gelijk, nadat São Paulo de derde wedstrijd won werd er een verlenging gespeeld. Indien de verlenging geen winnaar aanduidde was de club met het beste resultaat in de competitie de kampioen. Het bleef 0-0 waardoor Santos vijf jaar na de vorige titel opnieuw aan de top stond. Twee jaar later stond de club opnieuw in de finale tegenover São Paulo en werd nu in beide wedstrijden gevloerd door Serginho Chulapa. In 1983 zou Serginho voor Santos komen spelen en een jaar later was hij het ook die Santos een nieuwe titel schonk in de finale tegen Corinthians. Nu was ook de nasleep van de gloriedagen voorbij, het zou nog enige tijd duren vooraleer Santos opnieuw kon schitteren. Pas in 2000 kon de club zich nog eens voor de finale plaatsen, tegen São Paulo. Na een 1-0 nederlaag werd het terug 2-2 dankzij goals van Dodô en Rincón.

In 2006 werd de club 22 jaar na de laatste titel opnieuw kampioen. Op nationaal niveau had de club in de voorgaande jaren al twee titels veroverd. Santos was helemaal terug en werd ook het jaar erop kampioen. Na een teleurstellende zevende plaats in 2008 ging het daarna weer crescendo met een tweede plaats en dan zelfs drie titels op rij, iets wat ze in de jaren zestig maar liefst twee keer presteerden. Met Neymar had de club dan ook opnieuw een godenkind in de rangen. Enkele andere spelers uit deze periode waren Ganso, Wesley, Elano, Arouca en Alan Kardec. In 2013 en 2014 speelde de club telkens de finale om de titel maar verloor deze van respectievelijk Corinthians en de kleinere club Ituano. In 2015 bereikte de club voor de zevende keer op rij de finale om de titel en won deze van Palmeiras, Ricardo Oliveira werd topschutter van de competitie. In 2016 verlengde de club de titel.

Nationaal niveau