The Deer Hunter is een Amerikaanse film uit 1978 van Michael Cimino met in de hoofdrollen Robert De Niro, John Cazale, Christopher Walken en John Savage.

Het scenario van de film is gebaseerd op het scenario van de nooit geproduceerde film The Man Who Came To Play van Louis Garfinkle en Quinn K. Redeker over Las Vegas en illegaal gespeelde Russische roulette. Het scenario werd herschreven door Michael Cimino en Deric Washburn en van Las Vegas verplaatst naar Vietnam ten tijde van de Vietnamoorlog.

The Deer Hunter was een gigantisch succes in de bioscopen en bracht bijna 49 miljoen dollar op. De film won vijf Oscars. De film heeft verder 16 andere prijzen gewonnen en nog 19 nominaties gekregen. In 1996 werd de film vanwege het historische, culturele en esthetische belang opgenomen in de National Film Register van de Amerikaanse Library of Congress.

Verhaal

Pennsylvania, 1968. Zes vrienden, Michael, Steven, Nick, Stanley, John en Axel gaan op hertenjacht. De zes zijn afkomstig uit het stadje Clairton, vlak bij Pittsburgh, en werkzaam in een staalfabriek. De meeste inwoners van Clairton zijn van Russische afkomst en trouw aan de Russisch-Orthodoxe Kerk. De jachtpartij is ook een soort van vrijgezellenfeestje, een steun voor de aanstaande bruidegom Steven. Na de hertenjacht trouwt Steven met zijn Angela, die zwanger is van een andere man. Michael laat tijdens het bruiloftsfeest merken dat hij meer voelt voor Linda, de vriendin van Nick. Hoewel de mannen zich vermaken op het feest en dronken worden, zit er ook een donker kantje aan de festiviteiten, elk ogenblik kunnen ze worden opgeroepen voor militaire dienst. Aangezien de VS inmiddels is betrokken bij de Vietnamoorlog, betekent dat bijna automatisch uitzending naar dit conflictgebied. In de bar waar de receptie wordt gehouden ziet Michael een 'Groene Baret', een Amerikaanse soldaat van de Special Forces die al vanaf het begin betrokken zijn bij Vietnam. Michael probeert een praatje te maken en meer te leren van Vietnam, maar de soldaat reageert niet. Als hij hoort dat Michael ook naar Vietnam moet, lacht de man alleen. De volgende dag gaan de zes nog één keer op hertenjacht.

Maanden later vecht Michael als sergeant bij de Groene Baretten in Vietnam. Hij is gelegerd bij een dorpje dat wordt aangevallen door Noord-Vietnamese soldaten. Een helikopter van het Amerikaanse leger dropt Amerikaanse infanteristen als ontzettingseenheid. Onder hen zijn Nick en Steven. Het loopt echter mis en Michael wordt met zijn twee vrienden gevangengenomen. De sadistische bewakers van het krijgsgevangenkamp hebben een spelletje bedacht om de tijd te verdrijven. Het is Russische roulette, gespeeld door de gevangenen, waarbij de bewakers wedden of de speler zich al dan niet door zijn hoofd schiet. Als Steven te hoog mikt en slechts een schampschot oploopt wordt hij opgesloten in een kooi in het water, vol met ratten en lijken. Als Michael en Nick moeten spelen, weet de eerste dat er maar één oplossing is, risico nemen. Hij eist dat er gespeeld wordt met een revolver geladen met drie kogels in plaats van een. Na een zenuwslopende partij Russische roulette van Nick, krijgt hij de revolver in handen en schiet op de bewakers. Ze bevrijden Steven en vluchten de rivier op. Niet lang daarna probeert een Amerikaanse helikopter ze te redden. Nick klimt aan boord, maar Steven valt en breekt zijn benen. Hij wordt gered door Michael, die met hem naar de kant zwemt. Ze weten uiteindelijk te ontkomen met behulp van Zuid-Vietnamese soldaten. Ondertussen is Nick in Saigon aangekomen, hij is psychisch getraumatiseerd en lijdt aan geheugenverlies. Hij laat zich overhalen om in een goktent in de hoerenbuurt voor geld Russische roulette te spelen. Maar Nick richt het wapen op een tegenstander en vervolgens zichzelf en veroorzaakt een rel. De toevallig aanwezige Michael wil hem helpen, maar raakt van Nick gescheiden als ze vluchten.

Michael keert terug naar de VS maar hij ontwijkt zijn vrienden en neemt een hotelkamer in plaats van naar huis te gaan. Daar probeert hij zijn gevoelens weer in het gareel te krijgen. Hij is ervan overtuigd dat Nick en Steven dood zijn. Uiteindelijk bezoekt hij Linda en rouwt met haar om Nick. Later gaat hij ook naar Angela en hoort van haar dat Steven in een tehuis voor veteranen verblijft. Als hij later gaat jagen, kan hij op het laatste ogenblik het niet opbrengen het dier te doden. Het is genoeg geweest. Terug van de jacht gaat hij naar Steven. Zijn vriend heeft zijn beide benen verloren en is gedeeltelijk verlamd. Van Steven hoort hij dat iemand vanuit Saigon grote hoeveelheden geld over heeft gemaakt. Michael realiseert zich dat het geld van Nick komt. Hij reist naar Saigon en gaat op zoek in de hoerenbuurt. Daar vindt hij Nick in een goktent, maar zijn vriend herkent hem niet. Dan ziet Michael de littekens van injectienaalden in de armen van Nick en realiseert zich dat zijn vriend een junk is geworden. Hij gaat aan de tafel zitten en doet mee aan de Russische roulette. Onderwijl probeert hij in contact te komen met Nick die echter als een geest doorspeelt. Plotseling echter breekt er iets door bij Nick, hij glimlacht naar Michael en als de laatste hem maant mee te komen, refereert hij aan Michaels talent voor de hertenjacht: one shot...! Michael is verheugd maar het is te laat: Nick drukt het wapen tegen zijn slaap, haalt de trekker over en schiet zichzelf door zijn hoofd. Later wordt Nick in de VS begraven en nemen zijn vrienden afscheid met het zingen van God Bless America.

Rolverdeling

| Robert De Niro || Michael "Mike" Vronsky |- | Christopher Walken || Nikonar "Nick" Chevotarevich |- | John Cazale || Stanley Stosh |- | John Savage || Steven |- | Meryl Streep || Linda |- | George Dzundza || John Welch |- | Chuck Aspegren || Peter "Axel" Axelrod |- | Shirley Stoler || Stevens moeder |- | Rutanya Alda || Angela Ludhjduravic-Pushkov

Voorgeschiedenis In 1968 krijgt Barry Spikings samen met Michael Deeley de leiding over de net opgerichte filmtak van EMI, EMI Films. Het is Deeley die later stuit op een scenario van Louis Garfinkle en Quinn K. Redeker onder de titel The Man Who Came To Play. Garfinkle en Redeker beschrijven een illegale gokpraktijk in Las Vegas, waarbij gegokt kan worden op de uitkomsten van een partij Russische roulette. Het is de eerste versie maar Deeley is onder de indruk en koopt het scenario voor 19.000 dollar. Het omzetten van het scenario in een film was echter minder eenvoudig. Volgens Deeley ontbrak er nog het een en ander aan het scenario, zoals geloofwaardige personages. Hij ging op zoek naar een goede scenarist en kwam via diverse agenten uit bij het William Morris Agency. Een van hun agenten, Stan Kamen, vertegenwoordigde Michael Cimino, een jonge scenarist en regisseur. Cimino had enige reclamespots geregisseerd en meegewerkt aan de film Thunderbolt and Lightfoot. Als scenarist was hij onder andere medeverantwoordelijk geweest voor het scenario van de sciencefictionfilm Silent Running. Deeley vroeg Cimino het scenario te lezen. Niet lang daarna kreeg Deeley te horen dat Cimino ook van mening was dat de hoofdpersonages beter uitgewerkt moesten worden. Cimino werd door Deely ingehuurd en hij belegde gelijk een overleg met Garfinkle en Redeker. Daar bleek dat Cimino eigenlijk ook af wilde van het idee van de Russische roulette, waarop Redeker bijna op zijn blote knieën smeekte dit element te handhaven.

Scenario

Controverse Nadat Cimino de klus had aangenomen om het scenario om te werken ontstond er een controverse over het geestelijk eigendom van het scenario. Behalve Cimino werkte ook Deric Washburn aan het scenario, maar de laatste werd na enige tijd ontslagen. Het is nooit helemaal opgelost wie nu eigenlijk wat heeft geschreven. Cimino huurde Deric Washburn in en samen werkten ze zes weken aan het scenario. Washburn was samen met Stephen Bochco de medescenarist van Cimino geweest bij het schrijven van het scenario van Silent Running. Producent Deeley wist officieel niets van de samenwerking tussen Washburn en Cimino. Het was hem niet duidelijk of beide mannen op gelijkwaardige basis samenwerkten of dat Washburn door Cimino in dienst was genomen. Volgens Cimino had hij Washburn ingehuurd om het scenario uit te werken op basis van de aantekeningen, dialogen en verhaallijnen die Cimino via de telefoon dicteerde terwijl hij mogelijke filmlocaties bezocht. Nadat hij de eerste versie van het scenario kreeg had Cimino het gevoel dat het scenario afkomstig was van een krankzinnige. Hij confronteerde Washburn hiermee, waarop deze volgens Cimino aangaf dat hij de spanning niet meer aankon en naar huis wilde. Hierop werd hij door Cimino ontslagen. Vervolgens zou Cimino het scenario helemaal alleen hebben herschreven. Toen Washburn hiermee werd geconfronteerd zei dat Cimino loog om zelf het auteursrecht op het scenario te verkrijgen. Hij gaf ook een andere versie van het verhaal. Volgens Washburn had hij samen met Cimino drie dagen in een hotel aan de plot gewerkt. Vervolgens werden er verschillende versies van het scenario geschreven. Washburn deed naar eigen zeggen geen research en kreeg een maand om het scenario te schrijven. Zijn inspiratie kreeg hij van de tv-journaals waar de echte Vietnamoorlog nog altijd te zien was. Hij werkte naar eigen zeggen twintig uur per dag aan het scenario. Nadat Washburn klaar was met het scenario werd hij tijdens een etentje door de producent van Cimino, Joanne Carelli, ontslagen. Er werd geen reden voor gegeven. Naar eigen zeggen was hij te moe om te protesteren.

Veranderingen Het nieuwe scenario, wie het ook geschreven mocht hebben, werd aan Deeley gepresenteerd. Zoals Deeley had gevraagd, had Cimino met name de personages verder uitgewerkt. In de eerste twintig minuten van de film worden de karakters van de voornaamste personages, Michael, Steven en Nick uit de doeken gedaan. In het scenario van Redeker en Garfinkle was er overigens maar één hoofdpersoon, Merle, een man die door de Vietnamoorlog psychisch is beschadigd. Desondanks is het een harde en moedige man. Cimino en Washburn splitsten Merle uiteen in drie personages, Michael, Nick en Steven die allemaal iets van Merle meekrijgen. Michael blijft bij Cimino/Washburn de moedige held, maar in het oorspronkelijke scenario was het Nick die terugkeerde naar de VS, terwijl Michael in Vietnam bleef en zich door zijn hoofd schoot. Cimino en Washburn haalden Las Vegas uit het scenario en verplaatsten de actie grotendeels naar Vietnam. Dit gaf nog de nodige problemen, aangezien er bij de filmstudio's halverwege de jaren zeventig totaal geen belangstelling was voor films over de Vietnamoorlog. De VS kampte nog altijd met de kater van een verloren oorlog, waarin het land in de ogen van de rest van de wereld de schurk was geweest. The Deer Hunter zou een van de eerste films worden die met een kritische blik naar de Vietnamoorlog keek. In 1978 het jaar dat de film uitkwam, kwamen er nog drie films uit over de Vietnamoorlog, Coming Home van Hall Ashbey, The Boys in Company C van Sidney Furie, en Go Tell the Spartans van Ted Post. Het tij was aan het keren. De VS begon zijn trauma over de Vietnamoorlog te verwerken en de filmindustrie speelde erop in.

Acteurs