thumb|Reconstructiekaart van Rotterdam in 1340, gemaakt door Weynand en Hoek|alt=Getekende ingekleurde reconstructiekaart van Rotterdam in 1340. Bebouwing langs de huidige Binnenrotte en de Hoogstraat. Ten zuiden van de Hoogstraat zijn moerassen/schorren en daaronder de Nieuwe Maas. Aan alle andere kanten rond de bebouwing is een polderlandschap. De Geschiedenis van Rotterdam als stad strekt zich uit over ongeveer acht eeuwen. Rond 1270 wordt er een dam in de Rotte aangelegd. De nederzetting daar groeit, en Rotterdam krijgt in 1340 definitief stadsrechten. De groei zet gestaag door, en midden 18e eeuw is Rotterdam de tweede grootste stad van de Republiek.

De grootste ontwikkeling maakte de stad mee door de opening van de Nieuwe Waterweg in 1872. Daardoor kon Rotterdam verder groeien, en tussen 1962 en 2004 is de haven de grootste ter wereld. Vanaf de jaren 80 groeit de werkeloosheid (door automatisering van de haven), samen met andere maatschappelijke problemen. Maar dan begint ook de herontwikkeling van oude havengebieden tot nieuwe stadswijken, wat leidt tot de opening van de Erasmusbrug in 1996.

Voorgeschiedenis In een document uit 1028 wordt gesproken over de kerk van de nederzetting Rotta. De nederzetting lag op de oevers van de Rotte (langs de huidige Binnenrotte). Op die kleiige rivieroevers werden terpen opgeworpen en boerderijen gebouwd. Vanuit daar konden de bewoners het achterliggende veenland ontwateren en ontginnen. Waarschijnlijk gebeurde dit al vanaf de 9de eeuw. Naast akkerbouw en veeteelt werd ook internationale handel bedreven. Archeologische opgravingen vonden maalsteenfragmenten uit de Eifel, munten van het Heilige Roomse Rijk, en aardewerk uit België en Duitsland. Door de veenontginning daalde de bodem, waardoor terpen opgehoogd en boerderijen herbouwd moesten worden. Na 1050-1060 is Rotta waarschijnlijk verlaten doordat de inklinkende bodem steeds natter werd en last kreeg van heftige overstromingen.

Vroege geschiedenis Middeleeuwen Ontstaan In de 12e eeuw wordt Schielands Hoge Zeedijk aangelegd om het Schieland en Delfland te beschermen tegen de Noordzee, die hier in de monding van de Maas en Rijn vrij spel heeft. De zeedijk loopt van Schiedam tot Gouda en wordt in verschillende stappen aangelegd. Het traject van de zeedijk volgt binnen het huidige Rotterdam de Westzeedijk – Schiedamsedijk – Hoogstraat – Oostzeedijk – Groenedijk. Rond 1270 wordt een dam in de Rotte aangelegd, dit is het sluitstuk van Schielands Hoge Zeedijk. In de dam komen spuisluizen, en op de dam worden rond 1275 de eerste houten huizen gebouwd. Dit is het begin van de huidige Hoogstraat.

De Rotte heeft een dubbelfunctie voor het achterland: waterafvoer en transportroute. De Rotte-dam belemmert de vrachtscheepvaart, en er ontstaat daar de noodzaak voor overslag. Daaromheen groeit bedrijvigheid en een nederzetting. In de vroege huizen op de dam zijn werksporen teruggevonden van een schoenmaker, een smid en een timmerman. In 1283 is de eerste vermelding van de plaats “Rotterdam”. Vlak voor 1300 krijgt Rotterdam ook haar eigen parochie. De aanleg van de Rotte-dam legt ook het fundament voor de eerste havens van Rotterdam. Langs de dam komt een buitendijkse sloot voor de afwatering. Die sloot ontwikkelt zich tot het Steiger, de eerste Rotterdamse haven. En in de nu afgesloten monding van de Rotte ontstaat de huidige Oude Haven.

Stadsrechten Op 17 maart 1299 krijgt Rotterdam stadsrechten van graaf Jan I van Holland, naar model van de stadsrechten van Beverwijk. Dit was op verzoek van Jan I’s voogd Wolfert van Borselen. Na september 1299 worden de Rotterdamse stadsrechten weer ingetrokken door de nieuwe voogd (en latere graaf) Jan II van Avesnes.Hierover is discussie onder historici. De algemene visie is dat de stadsrechten van 1299 weer ingetrokken zijn door Jan II. Alders, Kruisheer e.a. (1998) bevragen deze visie, en stellen dat de stadsrechten van 1299 nooit zijn ingetrokken. Als bewijs hiervoor wijzen ze op een gewaarmerkt afschrift (vidimus) van de stadsrechten, uit 1308. Cox (2011) daarentegen stemt in met Van der Schoor (2007) die Hoek (1972) aanhaalt. Die laatsten stellen dat de stadsrechten van 1299 zijn ingetrokken. En dat de vidimus van 1308 voortkwam uit een poging van teleurgestelde Rotterdammers om graaf Willem III hun stedelijke status toch te laten bevestigen. Op de achtergrond speelde een machtsstrijd over het graafschap Holland. De strijd voert tussen Hollandse en Zeeuwse adel en het Huis Avesnes. De steden Schiedam en Dordrecht steunden Van Avesnes. Met de Rotterdamse stadsrechten wilde Wolfert van Borselen een steunpunt in de regio maken, en ook zijn persoonlijke inkomen vergroten. Om Schiedam te omzeilen en Rotterdam vrije toegang tot Delft en Leiden te bieden liet Wolfert ook een nieuw kanaal graven vanuit Rotterdam. Uiteindelijk wordt deze Rotterdamse Schie pas rond 1350 voltooid. Lang na het overlijden van Wolfert van Borselen in augustus 1299.

Hierna valt de nederzetting Rotterdam uiteen in twee ambachten (bestuursgebieden) met verschillende leenheren. Ten westen van de Rotte het Bokelsambacht, ten oosten een grafelijk ambacht. Toch is er ontwikkeling in de nederzetting. En in 1328 krijgt het oostelijke ambacht enkele grafelijke privileges voor zelfstandig bestuur en rechtspraak. Na 1334 komt ook het Bokelsambacht weer in handen van de graaf van Holland. miniatuur|Oorkonde met de verlening van stadsrechten in 1340|alt=Akte met handgeschreven tekst met 34 artikelen met de definitieve stadsrechten van Rotterdam, uit 13 juni 1340. Rechtsonder is een zegel van groene was bevestigd.Op 7 juni 1340 verleent graaf Willem IV van Holland Rotterdam definitief stadsrechten. Rotterdammers betalen Willem IV hiervoor 100 pond zilveren groten (een munteenheid). De stadsrechten bestonden uit 34 artikelen met de nieuwe rechten en plichten van Rotterdam, onder andere:

uitgebreide bevoegdheden voor bestuur en rechtspraak, waaronder het recht om keuren (verordeningen) uit te vaardigen, toestemming voor twee jaarmarkten per jaar, vrijstelling van grafelijke tol en van sommige belastingen, het leveren van een kogge met 25 man als heervaart, en het recht van de graaf op 2/3 van opgelegde boetes.

Andere Hollandse steden krijgen al eerder stadsrechten. Zoals Dordrecht (voor 1220), Delft (1246) en Leiden (voor 1266). Rotterdam hoort bij de derde verstedelijkingsgolf in Nederland. Net als Gouda (1272), Schiedam (1275) en Brielle (1330). Allen havensteden die zich ontwikkelen door een positie langs vaarroutes met goede toegang tot zee. De ontwikkelingsvoorsprong van de andere Hollandse steden heeft de Rotterdamse stadsgroei aanvankelijk ingeperkt. Dordrecht en diens stapelrecht beheersen de Europese handelsroutes in de regio. Delft en Leiden hebben een stedelijke nijverheid die exporteert naar andere landen. In de loop van de 14de eeuw heeft Rotterdam vooral een lokale functie en economie.

Ontwikkeling vanaf 1340 Vanaf 1340 wordt ook de Rotterdamse Schie voltooid, een vaarverbinding met de Schie. Dat levert lucratieve handel op en een langdurige serie conflicten met de stad Delft. In 1358 geeft graaf Albrecht van Beieren toestemming om verdedigingswerken rondom Rotterdam te bouwen. Dat begint met het aanleggen van vestingsingels en houten palissades rondom de stad. De vestingsingels liepen langs de huidige Coolsingel, Warande, Blaak en Nieuwehaven. Geleidelijk worden deze vestingsingels versterkt met een stenen stadsmuur. Begin 1500 is de stadsmuur rondom Rotterdam voltooid.miniatuur|Kaart van Rotterdam rond 1560, gemaakt door Jacob van Deventer|alt=Ingekleurde handgetekende kaart van middeleeuws Rotterdam. Het gebied tussen huidige Coolsingel, Goudsesingel en Blaak is ommuurd en omsingeld met een stadsgracht. Daarbinnen is het voor twee-derde bebouwd, hoewel er nog veel groene gebieden zijn. Belangrijke gebouwen zijn ingetekend.Jonker Frans (van Brederode) heeft tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten tussen 1488 en 1490 voor Rotterdam een belangrijke rol gespeeld. Door de oorlogen was de positie van Rotterdam als zijn uitvalsbasis in vergelijking met de omliggende steden enorm versterkt. Zo had het nabijgelegen Delft door hem al zijn schepen verloren en Gouda de helft van de huizen. Dankzij Jonker Frans werd Rotterdam definitief een stad van betekenis in Holland.

Rond 1500 wordt het ommuurde stadsgebied verkleind. In plaats van de Warande is de Goudsesingel nu de noordoostgrens. Tussen 1449 en 1525 bouwt men de laat-gotische Laurenskerk. In het middeleeuwse Rotterdam is dit het enige stenen gebouw. Het is een ambitieus project, Rotterdam bestaat in die tijd uit ongeveer 1200 huizen. De Rotterdammers willen wedijveren met omliggende, grotere steden als Delft (met Delfshaven), Dordrecht en Schiedam.

In 1563 valt het oosten van de stad ten prooi aan een grote stadsbrand. Vanaf 1575 wordt de ommuurde stad weer uitgebreid. Nu richting het zuiden, met de groei van de Waterstad. Het gebied tussen Hoogstraat, Schiedamse Singel en de Nieuwe Maas.

Opstand en Republiek 1572-1795 In 1572 werd Rotterdam geplunderd door troepen van de stadhouder van de Spaanse koning, de graaf van Bossu. De Bestorming van Rotterdam werd geleid door Bossu via de Oostpoort tussen 7 en 9 april 1572.J. Unger, Geschiedenis van Rotterdam In 1573 kiest de stad de kant van de Opstand. De stad had toen ongeveer 10.000 inwoners. Johan van Oldenbarnevelt, die van 1576 tot 1586 raadpensionaris van de stad was, kreeg in 1579 bij de Staten van Holland gedaan, dat het middeleeuwse stapelrecht van Dordrecht werd ingetrokken. Schepen konden nu doorvaren naar Rotterdam zonder hun vracht in Dordrecht over te laden. In 1581 kreeg de stad zelf zitting in de Staten. alt=Kaart van Rotterdam, gemaakt door De Vou & De Hooghe omstreeks 1694. Afgebeeld is de toenmalige stad tussen Coolsingel, Goudsesingel en Nieuwe Maas. Boven de kaart staan de heraldieke wapens van regenten en ambtsdragers. Links en rechts van de kaart staan twaalf stadsgezichten. Onder de kaart staat een stadspanorama.|miniatuur|Kaart van Rotterdam rond 1694, door De Vou & De Hooghe Aan het eind van de 16e eeuw liet Van Oldenbarnevelt de Rotterdamse haven verder uitbouwen, waardoor de grondslag werd gelegd voor de belangrijke plaats die deze stad zich in de zeehandel zou verwerven. Bij de volkstelling van 1622 was het aantal inwoners gegroeid tot ongeveer 20.000. Tegen het eind van de 17e eeuw zouden het er zelfs bijna 50.000 zijn. Rotterdam was daarmee de derde grootste stad van de Republiek na Leiden en Amsterdam. Midden 18e eeuw groeide het inwonertal van Rotterdam tot zo'n 56.000 en haalde de stad ook Leiden in. Rotterdam was toen dus de tweede stad van de Republiek.

Desondanks breidde de stad zich niet uit buiten zijn wallen en singels. De min of meer driehoekige ruimte tussen Coolsingel, Goudsesingel en de Nieuwe Maas bedroeg niet meer dan 140 hectare, dus de stad was werkelijk overbevolkt. Pas na 1825 zou zij zich buiten deze enge grenzen gaan uitbreiden.

Door het plaatsen van een standbeeld van Hendrick de Keyser wordt in 1622 een van Rotterdams beroemdste zonen, Erasmus geëerd. Dit beeld, het oudste bronzen standbeeld van Nederland, staat nog altijd naast de Laurenskerk.

In 1690 vond in de stad het Kostermanoproer plaats. Enkele adelborsten kochten voor een feestje een vat wijn op een illegaal adres, ter vermijding van het betalen van impost. Toen ze werden betrapt ontstond een relletje, waarbij de adelborst Kosterman een verrader doodsloeg. Hij werd op last van baljuw Van Zuylen van Nijevelt door marteling tot een bekentenis gedwongen en onthoofd, waarna de bevolking in opstand kwam en het huis van de baljuw plunderde en sloopte. Van Zuylen werd door het stadsbestuur geschorst, maar na een grondig onderzoek door stadhouder Willem III in zijn functie hersteld terwijl zes leden van het stadsbestuur werden ontslagen.

Bataafs-Franse tijd 1795-1813