Honnechy British Cemetery is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen in de Franse gemeente Honnechy in het Noorderdepartement.

De begraafplaats werd ontworpen door George Holden in samenwerking met Wilfred Von Berg. Ze ligt aan de weg naar Reumont op ruim 325 m ten noordoosten van het centrum van de gemeente (gemeentehuis). Ze heeft een trapeziumvormig grondplan met een oppervlakte van 1691 m² en wordt gedeeltelijk omsloten door een natuurstenen muur en een haag. De toegang bevindt zich in de zuidelijke hoek van de begraafplaats en bestaat uit een stenen opwaartse trap met 8 treden geflankeerd door natuurstenen plantenbakken. Het Cross of Sacrifice staat direct na de toegang bij de zuidwestelijke muur en de Stone of Remembrance staat bij de tegenoverliggende zijde van de begraafplaats.

Er worden 454 doden herdacht waaronder 107 niet geïdentificeerde. De begraafplaats wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission.

Geschiedenis Honnechy maakte in augustus 1914 deel uit van het slagveld van Le Cateau en bleef vanaf dat moment in Duitse handen tot 9 oktober 1918, toen de 25th Division en de 6th Cavalry Brigade het innamen. Het was een Duits hospitaalcentrum geweest en vanaf de verovering tot eind oktober was het een Brits veldhospitaal. De begraafplaats bevindt zich op de plek van een Duitse begraafplaats dat in 1917 tijdens de Slag bij Cambrai werd aangelegd en tot 24 oktober 1918 door Duitse troepen en vervolgens door de Britten werd gebruikt. De 300 Duitse graven werden naar een andere begraafplaats overgebracht, waardoor er 44 Britse graven overbleven. In 1922 en 1923 werd de begraafplaats opnieuw aangelegd door de concentratie van Britse graven, die vrijwel allemaal afkomstig waren van Duitse begraafplaatsen, waaronder: Bantouzelle Communal Cemetery German Extension (4 Britten en 1 Zuid-Afrikaan). Bousies Communal Cemetery Eextension (24 Britten). Clary German Cemetery (96 Britten). Esnes Communal Cemetery German Extension (37 Britten en 6 leden van de Royal Guernsey Light Infantry). Lesdain German Cemetery (8 Britten en 26 Nieuw-Zeelanders). Malincourt German Cemetery (21 Britten en 1 lid van het Chinese Labour Corps). Maretz Communal Cemetery German Extension (25 Britten en 3 Zuid-Afrikanen). Selvigny German Cemetery (106 Britten). Seranvillers German Cemetery No.1 (3 Britten en 1 lid van de Royal Guernsey Light Infantry). Villers-Outreau Communal Cemetery German Extension (25 Britten en 1 Brit vanuit de Villers-Outreau German Cemetery). Wambaix German Cemetery (8 Britten).

Onder de 347 geïdentificeerde slachtoffers bevinden zich 316 Britten, 26 Nieuw-Zeelanders, 3 Zuid-Afrikanen en 2 Canadezen. Eén Canadese soldaat (C.E. Burton) wordt met een Special Memorial Op zijn grafzerk staat de toegevoegde tekst: Known to be buried in this cemetery herdacht omdat zijn graf niet meer gelokaliseerd kon worden maar men neemt aan dat hij onder een naamloos graf ligt. Acht Britten die oorspronkelijk op Duitse begraafplaatsen waren begraven maar niet meer gevonden werden worden herdacht met een Duhallow Block Op deze steen staat de volgende tekst: To the memory of these eight soldiers of the British Empire who fell in 1914 and 1918 and were buried by the enemy in the German cemeteries at Selvigny, Wambaix, Malincourt and Clary and in Villers-Outreau Communal Cemetery German Extension but whose graves are now lost – Theire Glory shall not be blotted out. Tien graven in perceel I, rij C, die als geheel zijn geïdentificeerd doch niet individueel, zijn gemarkeerd met grafstenen met de toevoeging Buried near this spot.(Begraven nabij deze plek)

Graven Alias sergeant T.K. Dennies diende onder het alias T.K. Dennis bij het Leicestershire Regiment.

Onderscheiden militairen majoor Maurice James Miskin (Tank Corps) werd tweemaal onderscheiden met het Military Cross (MC and Bar). de kapiteins Charles Geoffrey Barton (Royal Inniskilling Fusiliers), Douglas Stewart Kennedy (Royal Flying Corps), Harold Lisle Morley (The Buffs (East Kent Regiment)) en John Audley Parle (The King's (Liverpool Regiment)), de luitenants Barry McLachlan (Royal Horse Artillery), William Pedlow (Royal Dublin Fusiliers) en George Basil Lee Porter (Canterbury Regiment, N.Z.E.F.), de onderluitenanten James Edgar Abel (Queen's Own (Royal West Kent Regiment) en John Evans (Royal Welsh Fusiliers) werden onderscheiden met het Military Cross (MC). compagnie sergeant-majoor C. Thorne (Wiltshire Regiment) en sergeant Joseph Booth (Royal Engineers) werden tweemaal onderscheiden met de Distinguished Conduct Medal (DCM and Bar). sergeanten Michael Joseph O'Grady (Canterbury Regiment N.Z.E.F.) en E.E. Pope (Royal Welsh Fusiliers) werden onderscheiden met de Distinguished Conduct Medal (DCM). korporaal E. Brien (Royal Irish Regiment) werd tweemaal onderscheiden met de Military Medal ((MM and Bar). de sergeanten A.V.Dallimore (Royal Welsh Fusiliers), F. Hinchliffe (The King's (Liverpool Regiment)), T.K. Dennies (Leicestershire Regiment) en J. Miskella (South Lancashire Regiment), korporaal Albert Frederick Phillips (Essex Regiment), kanonier Thomas Bricknell (Royal Garrison Artillery), schutter B. Corrigan (South Lancashire Regiment) en de soldaten Albert Edward Pearce (London Regiment (Prince of Wales' Own Civil Service Rifles) en I. Phillipson (King's Own (Royal Lancaster Regiment) werden onderscheiden met de Military Medal (MM).

Categorie:Begraafplaats van de CWGC in Frankrijk Categorie:Begraafplaats van de Eerste Wereldoorlog Categorie:Begraafplaats in het Noorderdepartement