Glimwormen (Lampyridae) vormen een familie binnen de kevers. Ze staan ook wel bekend onder de namen vuurvliegjes of gloeiwormen. Ze zijn vooral bekend door hun lichtgeven (bioluminescentie). Over de hele wereld komen ca. 2000 soorten (2011). Lampyridae. In: (Eds.), Handbook of Zoology, IV, Arthropoda: Insecta, Coleoptera: Evolution and Systematics (Polyphaga Part). Friedrich-Schiller-Universität Jena, Jena, pp. 141–147. voor en er worden regelmatig nieuwe ontdekt. Deze insecten zijn in feite kevers en geen wormen of vliegen.

De familie Lampyridae maakt deel uit van de superfamilie Elateroidea. Die superfamilie omvat een aantal kleinere keverfamilies met lichtgevende soorten (kasteelkevers (Omalisidae), Phengodidae, Rhagophtalmidae), maar ook de weekschildkevers en kniptorren (sommige kniptorsoorten kunnen ook licht produceren, bijvoorbeeld die in de tribus Pyrophorini).

Beschrijving De vrouwtjes zijn dikwijls dekschild- en vleugelloos, en hebben bij veel soorten glimwormen een larve-achtig uiterlijk. Het is echter niet zo dat vrouwtjes helemaal niet doorontwikkelen, zoals bij sommige salamanders het geval is (neotenie). Beide seksen van de glimworm kennen een larvaal stadium en een verpopping, en de poten en kop van vrouwtjes zijn gelijk aan die van mannetjes. Wel worden larve-achtige vrouwtjes, die bij wel meer soorten kevers voorkomen, gezien als een aparte ontwikkelingsvorm.

Bioluminescentie Glimwormen kunnen licht produceren, een proces dat bioluminescentie wordt genoemd. In speciale organen in het achterlijf wordt het pigment luciferine geoxideerd door het enzym luciferase, waarbij energie vrijkomt in de vorm van licht. Onder de laag lichtproducerende cellen zit een laag cellen met kleine kristallen, die het licht naar buiten reflecteren. Bij de meeste soorten is het licht geelgroen van kleur.

Adulten gebruiken lichtsignalen om elkaar op te sporen tijdens de voortplantingsperiode. Bij sommige soorten lokken de vleugelloze wijfjes de vliegende mannetjes met een constant schijnsel. Om het schijnsel van de vrouwtjes goed te kunnen lokaliseren, hebben mannetjes veel beter ontwikkelde ogen dan vrouwtjes. Bij andere soorten maken mannetjes hun aanwezigheid bekend met een soortspecifieke flitscode. De wijfjes antwoorden hierop met een soortspecifiek flitssignaal. Mannetjes synchroniseren onderling hun codes om zo gemakkelijker op te vallen, hoewel het vrouwtje maar met enkele van hen zal paren. Een groot aantal, meestal dag-actieve soorten, gebruikt geen lichtsignalen, maar geursignalen (feromonen) en er is een overgangsgroep die zowel geur- als lichtcommunicatie toepast. In Noord- en Centraal-Europa komen alleen soorten voor die ofwel licht, ofwel feromonen gebruiken.

Afhankelijk van de soort zijn niet alleen de volwassen dieren in staat tot licht geven, maar gloeien ook eieren, de larven en het popstadium. Larven gloeien gewoonlijk onder de vorm van trage lichtpulsen wanneer ze 's nachts rondkruipen op jacht naar hun prooien. Daarnaast gloeien ze, net als de poppen en eieren voor langere tijd op wanneer ze verstoord worden, bijvoorbeeld bij aanraking. Veel soorten zijn giftig of smaken erg vies. In deze levensstadia wordt het licht dan ook hoogstwaarschijnlijk voornamelijk gebruikt om predatoren af te weren, hetzij als waarschuwingssignaal voor oneetbaarheid (aposematisme) of louter als afschrikkingssignaal. Deze en andere hypothesen over de functie van het lichtgeven van de larven zijn nog in onderzoek.

Algemeen thumb|Een mannetje van de soort Photuris pennsylvanicus (niet in Nederland en België) thumb|Lamprohiza splendidula In Europa voorkomende soorten eten als larve voornamelijk ongewervelden zoals naaktslakken. Bij de meeste soorten eten de volwassen kevers niet meer en leven slechts enkele weken als imago. Veel soorten leven in bossen, bosranden en dichte struiken.

In de Benelux komen drie soorten voor: Grote glimworm of Gewone glimworm (Lampyris noctiluca), Kleine glimworm of Vuurvliegje (Lamprohiza splendidula) en Kortschildglimworm (Phosphaenus hemipterus).

Het is onbekend hoe de soorten er precies voorstaan, maar vroeger waren glimwormen plaatselijk vrij algemeen. Ze komen op alle continenten voor, met uitzondering van Antarctica.

Onderverdeling De volgende taxa zijn bij de familie ingedeeld:, voor subtribus en hoger Onderfamilie Psilocladinae McDermott, 1964 Onderfamilie Amydetinae Olivier, 1907 Tribus Amydetini Olivier, 1907 Tribus Vestini McDermott, 1964 Onderfamilie Lampyrinae Rafinesque, 1815 Tribus Cratomorphini Green, 1948 Tribus Lamprocerini Olivier, 1907 Tribus Lamprohizini Kazantsev, 2010 Tribus Lampyrini Rafinesque, 1815 Tribus Lucidotini Lacordaire, 1857 Subtribus Dadophorina Olivier, 1907 Subtribus Lamprigerina McDermott, 1964 Subtribus Lucidotina Lacordaire, 1857 Subtribus Photinina LeConte, 1881 Tribus Pleotomini Summers, 1874 Onderfamilie Luciolinae Lacordaire, 1857 Tribus Curtosini McDermott, 1964 Tribus Luciolini Lacordaire, 1857 Onderfamilie Ototretinae McDermott, 1964 Geslacht Baolacus Pic, 1915 Geslacht Brachylampis Van Dyke, 1939 Geslacht Brachypterodrilus Pic, 1918 Geslacht Ceylonidrilus Pic, 1911 Geslacht Drilaster Kiesenwetter, 1879 Geslacht Emasia Bocakova and Janisova, 2010 Geslacht Eugeusis Westwood, 1853 Geslacht Falsophaeopterus Pic, 1911 Geslacht Flabellopalpodes Bocakova and Bocak, 2016 Geslacht Flabellototreta Pic, 1911 Geslacht Gorhamia Pic, 1911 Geslacht Harmatelia Walker, 1858 Geslacht Hydaspoides Bocakova and Janisova, 2013 Geslacht Hyperstoma Wittmer, 1979 Geslacht Lamellipalpodes Maulik, 1921 Geslacht Lamellipalpus Maulik, 1921 Geslacht Oculogryphus Jeng, Engel & Yang, 2007 Geslacht Ototretadrilus Pic, 1921 Geslacht Picodrilus Wittmer, 1938 Geslacht Stenocladius Deyrolle & Fairmaire, 1878 Onderfamilie Photurinae Lacordaire, 1857