miniatuur|Rups van Papilio machaon met vier paar buikpoten en een paar naschuivers. miniatuur|Larve van een bladwesp (Strongylogaster) De pseudopoot, ook wel schijnpoot of buikpoot genoemd, is een vlezig lichaamsuitsteeksel dat te vinden is bij sommige larven van insecten, met name die van vlinders en van bladwespen.
Anders dan de "echte" insectenpoten, is de pseudopoot niet geleed. Het is in feite een dik uitsteeksel dat de larve kan intrekken en waarmee hij zich kan vasthouden. Op de pseudopoot bevinden zich groepen haakjes die een functie hebben bij het voortbewegen. De groepering en plaatsing van deze haakjes is behulpzaam bij de determinatie.
Het bekendste voorbeeld zijn de pseudopoten van rupsen. Zoals alle insecten hebben rupsen hebben drie paar 'echte' gelede poten en de meeste rupsen hebben daarnaast vier paar pseudopoten, die zich bevinden op de middelste vier achterlijfsegmenten, en een paar poot-achtige hechtorganen aan de achterzijde, de naschuivers. Deze laatste structuren worden meestal niet als pseudopoten gezien. Na de verpopping, dus bij het imago, zijn de pseudopoten weer verdwenen.
Larven van bladwespen (bastaardrupsen) hebben zes of meer paren buikpoten, waarmee ze eenvoudig te onderscheiden zijn van rupsen, die maximaal vijf paar hebben.
Vergelijkbare structuren zijn aanwezig bij fluweelwormen. Deze ongewervelden hebben geen 'echte' poten die ontstaan zijn uit ledematen maar dragen kleine, beweeglijke, uitstulpbare structuren die voorzien zijn van kleine nageltjes. De poten van fluweelwormen worden wel 'lobopoden' genoemd wat zoiets als ballonpoten betekent.Ook bij borstelwormen komen pseudopoten voor; bij deze groep worden de poten aangeduid met 'parapodiën'.
Zie ook Pseudopodium
Categorie:Anatomie van geleedpotigen