thumb|Boter Het arrest Erich Stauder is een uitspraak van het Europees Hof van Justitie van 12 november 1969 (zaak 29/69), inzake grondrechten, interpretatie van een meertalige beschikking van de Commissie, in verband met de afzet van overtollige botervoorraden (de boterberg), waarbij in Duitsland gebruik wordt gemaakt van een bonnenkaart op naam.

Beschikking

Casus Om van overtollige botervoorraden (de boterberg) af te komen, had de Commissie besloten om boter tegen een verlaagde prijs beschikbaar te stellen voor mensen met een sociale uitkering, die normaliter geen boter zouden kopen vanwege de prijs. Begunstigden konden maximaal een halve kilo boter per persoon per maand kopen tegen een verlaagde prijs. Voor de distributie werd gebruikgemaakt van bonkaarten, te gebruiken in de bestaande distributiekanalen.

Om misbruik te voorkomen was (in de beschikking van de Commissie) als eis gesteld, dat de (genummerde) bonnen herleidbaar waren op de persoon van de begunstigde. Door een vergissing stond in de Duitse en Nederlandse vertaling dat de souche op naam diende te worden gesteld. Duitse begunstigden kregen een kaart met boterbonnen, waarvan een souche op naam was gesteld. Om misbruik te voorkomen was bepaald, dat men de bonnenkaart (met tenaamstelling) diende te tonen, en dat men de boterbon pas in aanwezigheid van de verkoper mocht losscheuren.

Procesverloop Erich Stauder, die een uitkering genoot als oorlogsslachtoffer, had bezwaar tegen tenaamstelling van de bonkaart. In een administratief geding tegen de stad Ulm, vorderde hij een voorziening bij voorraad. Het Verwaltungsgericht te Stuttgart heeft het Hof van Justitie verzocht om een prejudiciële beslissing.

Rechtsvraag In artikel 4 van de van de Commissie van 12 februari 1969 (lees: ) wordt de verkoop van boter tegen verlaagde prijs aan consumenten die sociale bijstand ontvangen, afhankelijk gesteld van bekendmaking van de naam van de begunstigde aan de verkoper.

Is dit verenigbaar met algemene beginselen van gemeenschapsrecht?

Uitspraak Hof interpretatie van een meertalige beschikking

grondrechten

dictum

Conclusie Na rectificatie van de beschikking (de en vertaling) is duidelijk, dat slechts als eis is gesteld, dat de bonnen herleidbaar zijn op de persoon van de begunstigde. Een lidstaat kan kiezen voor bonkaarten op naam, maar dat is niet noodzakelijk. Er is derhalve niks mis met de beschikking van de Commissie. Tenaamstelling van de bonkaart is een keuze van de nationale overheid, waarover de nationale rechter kan beslissen.

Betekenis Een vroege vermelding van grondrechten in een arrest van het Hof. Immers, toetsing van een verordening van de Commissie aan grondrechten. Interpretatie van meertalige teksten.

Vervolg In de arresten Stauder en Nold Kohlen (1974) werd een rechtshandeling van de Commissie (verordening c.q. beschikking) getoetst op schending van fundamentele rechten. In het arrest Handelsgesellschaft (1970) werd een verordening van de Raad eveneens hierop getoetst. Zodoende kwam de handhaving van grondrechten als beginsel al vroeg in beeld in arresten van het Hof. Een rechtshandeling van de Europese Unie kan dus worden getoetst op schending van fundamentele rechten.

Zie ook Kerstboter

Stauder, Erich