Catrina Hoogsaet (Amsterdam, 1607 – aldaar, 1685), ook gespeld als Catharina Hooghsaet en ook Trijn Jans genoemd, was een doopsgezinde vrouw, die zich na het faillissement van Rembrandt van Rijn door hem liet portretteren. Haar portret is in particulier bezit in Wales.

Biografie Zij was een dochter van de kompasmaker Jan Dircksz Hoogsaet (Nieuwe Niedorp, 1577 – Amsterdam, ca. 1618) en Femmetje Jansdr. Brandaris (1577 – ca. 1624). Haar grootvader was de doopsgezinde vermaner Dirck Pietersz van Nierop, stichter van de groepering de Jonge Friezen, later opgenomen in de groep Waterlanders.Bron: H.F. Wijnman, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW): Nierop, Dirck Pietersz van Haar vader en haar oom Cornelis Claesz. hebben de familienaam "Van Nierop" veranderd in "Hooghsaet" naar de boerderij in Nieuwe Niedorp waar ze waren opgegroeid. Bron: Nanne van der Zijpp, Hoogsaet (Hooghsaet) family, Global Anabaptist Mennonite Encyclopedia Online, 1956. Geraadpleegd 17 september 2026.

Catrina Hoogsaet was driemaal gehuwd. Negen jaar na het vroege overlijden van haar eerste echtgenoot Pieter Claesz. Croon (of Creen), met wie zij in 1627-1628 getrouwd was, hertrouwde zij in 1637 met de karmozijnverver, lakenkoper en doopsgezinde predikant Hendrick Jacobsz. Rooleeuw (ca. 1605 – 1670). Ze kregen al gauw ruzie; hij beschuldigde haar van verduistering en laster. Hun scheiding van tafel en bed in 1644 baarde in de doopsgezinde groepering veel opzien. Het echtpaar werd uitgesloten van het avondmaal. Dat ze processen tegen elkaar voerden was in hun kring nogal bijzonder, omdat doopsgezinden bij hun geschillen geen wereldse rechters dienden te betrekken.

Pas in 1654, na haar met moeite afgedwongen schuldbekentenis, werd Catrina weer toegelaten tot de doopsgezinde gemeenschap, maar naar Rooleeuw keerde ze niet terug. Hij schrapte haar volledig uit zijn testament. Na zijn overlijden hertrouwde ze in 1673 met de chirurgijn Jan Schildt, die van Duitse afkomst was en tot de lutherse kerk behoorde. Uit geen van haar drie huwelijken werden kinderen geboren.

Rembrandts Portret van Catrina Hoogsaet thumb|140px|left|Met lijst Catrina Hoogsaet liet zich in 1657 portretteren door Rembrandt van Rijn. Het portret in olieverf op schildersdoek van 123,5 x 95 centimeter toont haar, zittend in een leunstoel, in een eenvoudige zwarte jurk zoals gedragen door leden van de doopsgezinde gemeenschap. De jurk heeft wel een zijdeachtige glans en ze draagt een deftige brede witte kraag. Ook haar versierselen, zoals de speld van parelmoer, de haarspeld, haar ring en het gouden oorijzer, tonen haar als een vrouw van welstand. De zakdoek in haar rechterhand is versierd met akers. Voor een portret opmerkelijk is de parkiet of kleine papegaai, waarnaar ze kijkt met een tevreden blik. Het schilderij is gesigneerd als "Catrina Hooghsaet, out 50 jaer, Rembrandt 1657".

Catrina Hoogsaet was niet onbemiddeld, zoals blijkt uit de manier waarop ze zich door Rembrandt liet afbeelden. Haar derde echtgenoot Schildt was universeel erfgenaam van haar bezittingen, inclusief het portret. Dat lijkt in strijd met het legaat waarin ze al in 1657 had vastgelegd dat ze van plan was het portret, samen met een geldsom van 2000 gulden, na te laten aan haar in 1654 geboren neef, de latere kunstschilder Jan Cornelisz. Hoogsaet.Bron: Maartje van Gelder, Biografie Hoogsaet, Catrina, Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, 2011. Hierin worden beide feiten vermeld zonder dat de tegenstrijdigheid wordt verklaard.

Van de provenance is niet alles bekend, maar vast staat dat het portret al in 1762 in Engeland verbleef omdat het toen eigendom was van Lord in West Wycombe, Buckinghamshire. Hij was op dat moment Chancellor of the Exchequer van het Britse Rijk. In 1831, 1846 en 1860 wisselde het van eigenaar. In 1836 wordt het in "Smith's Catalogue raisonné"Catalogue Raisonné of the Works of the Most Eminent Dutch and Flemish Painters. Part the Seventh containing the Life and Works of Rembrandt van Rhyn vermeld als Portrait of Catherine Hoogh, a lady uit de collectie van een latere Lord Le Despencer, gekocht in 1831 voor 178 Pound sterling.546. Portrait of Catherine Hoogh, a lady in Smith's Catalogue raisonné, 1836. Vanaf 1860 bevond het zich in de particuliere collectie van Lord Penrhyn, lid van de familie Douglas-Pennant, die in Gwynedd (Wales) bewoonde. Het aankoopbedrag was toen 777 Pound sterling.Portrait of Catherine Hoogh opgenomen in de collectie van Lord Penrhyn onder 'England' in Michel, Emile, Rembrandt, his life, his work and his time, 1894. In dat kasteel heeft het ruim anderhalve eeuw zijn vaste plek gehad, tot 2014.

Diverse malen werd het ter beschikking gesteld voor openbare tentoonstellingen: in Londen in 1851 in de , in 1873 en 1899 in de Royal Academy of Arts en in 1911 in de . In 1956 was het schilderij te zien in het Rijksmuseum Amsterdam en het Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam ter gelegenheid van de herdenking van de geboorte van Rembrandt (toen 350 jaar geleden). In 2001 werd het getoond tijdens de tentoonstelling Rembrandt's Women in de National Gallery of Scotland in Edinburgh en de Royal Academy of Arts in Londen. Het werd in het Rembrandtjaar 2006 uitgeleend aan het Rijksmuseum. Ook tijdens de tentoonstelling Late Rembrandt in 2014 en 2015 in Londen en Amsterdam was het werk te zien.Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie: Portret van Catharina Hooghsaet

In 2007-2008 heeft het Rijksmuseum een poging gedaan het schilderij aan te kopen, maar het door overheid, fondsen, bedrijven en particulieren bijeengebrachte toenmalige recordbedrag van 34 miljoen euro bleek niet voldoende.Rijksmuseum ziet af van aankoop Rembrandt, nu.nl, 26 maart 2008, geraadpleegd 4 september 2026. In de pers doken onbevestigde berichten op over een vraagprijs van meer dan het dubbele.Noordhollands Dagblad, 1 februari 2007. Het werd in 2015 door de familie Douglas-Pennant, nazaten van Lord Penrhyn, op een veiling verkocht voor (omgerekend) 40 miljoen euro. In dat jaar heeft de Britse overheid het portret bestempeld als cultureel erfgoed van groot esthetisch en historisch belang, waarvoor geen exportvergunning wordt afgegeven. Met de (anonieme) particuliere eigenaar werd overeengekomen dat het schilderij "for the time being" zou komen te hangen in het National Museum Cardiff. Daar was het sinds 2017 voor het publiek te zien, na drie jaar bruikleen aan het Ashmolean Museum in Oxford.Rembrandt’s Portrait of Catrina Hooghsaet on three-year loan to Ashmolean Museum, Codart, 29 januari 2014.

In augustus 2026 leek de eigenaar het schilderij te willen verkopen naar het buitenland. Om dit te voorkomen werd een exportverbod afgekondigd tot 27 december 2026 om een eventuele Britse koper, bijvoorbeeld een museum, de kans te geven het alsnog te verwerven en voor het Verenigd Koninkrijk te behouden. Het zou volgens de Britse onderminister van cultuur Ruth Mackenzie een waarde vertegenwoordigen van 71 miljoen pond (83 miljoen euro).Minister acts to help save Rembrandt masterpiece from leaving the UK, persbericht Department for Digital, Culture, Media and Sport, 27 augustus 2026. Geraadpleegd 18 september 2026.Britten proberen met exportverbod Rembrandt voor eigen land te behouden, NOS Nieuws, 29 augustus 2026.

Literatuur Wijnman, H.F., Een drietal portretten van Rembrandt (Joannes Elison, Maria Bockenolle en Catrina Hoogsaet), Jaarboek Amstelodamum 31, 1934 Wijnman, H.F., Rembrandt’s portret van Catrina Hoogsaet, in: Uit de kring van Rembrandt en Vondel, uitg. Noord-Hollandsche uitgeversmaatschappij, Amsterdam, 1959 Dudok van Heel, S.A.C., Doopsgezinden en schilderkunst in de 17e eeuw - Leerlingen, opdrachtgevers en verzamelaars van Rembrandt in Doopsgezinde Bijdragen nr. 6, blz. 105 t/m 123, 1980 Lloyd Williams, Julia, Rembrandt's women, uitg. Prestel, München, 2001 (met medewerking van S.A.C. Dudok Van Heel), uitgave ter gelegenheid van beide tentoonstellingen in Edinburgh en Londen in 2001 Gilboa, Anat, Images of the feminine in Rembrandt's work, uitg. Eburon, Delft, 2003 (proefschrift Katholieke Universiteit Nijmegen)

Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw