thumb|265px|1997, Amsterdam Scheepstimmerman-straat, "Kubistische bouwstijl". Masterplan en coördinatie West 8 (Adriaan Geuze), ontwerp woningen door verschillende architecten thumb|265px|2012, Almere Homeruskwartier, "Stijlenmix". Masterplan en coördinatie OMA, ontwerp woningen door architecten en huiseigenaren. thumb|265px|2005, Helmond Brandevoort, "Traditionalistische bouwstijl". Masterplan en coördinatie Rob Krier, ontwerp woningen door verschillende architecten. Particulier opdrachtgeverschap

N. (Nicolaas) John Habraken (Bandoeng (Nederlands-Indië), 29 oktober 1928 – Apeldoorn, 21 oktober 2023) was een Nederlandse architect, hoogleraar bouwkunde aan technische universiteiten (TU Eindhoven, MIT Cambridge Massachusetts), theoreticus en auteur. Zijn hoofdonderwerp is de Bewonersparticipatie in de massawoningbouw, waar de bewoners actief deelnemen aan het ontwerpproces. Het visuele resultaat van zijn theorie is de Architectuur van de montere veelvormigheid. In de internationale architectuur wordt Habraken gezien als de belangrijkste protagonist van de participatiebeweging en zijn boek "De dragers en de mensen" uit 1961 – later uitgegeven in vele talen – is het manifest en het begin van deze beweging. Alle hier behandelde projecten staan in verbinding met zijn theorie. Het thema is een deelaspect van de architectuurstroming Structuralisme, het Particuliere opdrachtgeverschap en Participatie.

De ideeënwereld van Habraken heeft niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland, Oostenrijk, Japan en andere landen tot invloedrijke participatieprojecten geleid. Voor zijn werk kreeg hij nationale en internationale architectuurprijzen.

Bewonersparticipatie in Nederland – Theorie en uitgevoerde projecten 1961 Theorie van Habraken In 1961 verschijnt het theoretische sleutelwerk van de bewonersparticipatie "De dragers en de mensen - Het einde van de massawoningbouw" van Habraken. Een belangrijk aspect van het verhaal van Habraken is, dat hij twee soorten architectuur onderscheidt, de "Alledaagse" en de "Bijzondere architectuur". Hij houdt zich met de eerste bezig. Ter demonstratie van de twee soorten architectuur toont hij in de tijdschrift Forum 1-1964 een plattegrond van Rome van Giovanni-Battista Nolli, waar de alledaagse architectuur grijs en de bijzondere architectuur wit is aangegeven. Voor dezelfde tweedeling gebruiken andere auteurs de begrippen "High culture" en "Low culture" in de architectuur, die in iedere stad aanwezig zijn. In 1967 formuleert Habraken een woordbeeld, dat de richting van zijn visie aangeeft, de "Montere veelvormigheid". – In het boek De dragers uit 1961 zijn geen afbeeldingen opgenomen. De praktische uitvoering van zijn theorie laat hij aan "de architecten" over.

1962 Bijdrage van de Forumgroep Het boek De dragers is invloedrijk op de architecten van de Forumgroep in de jaren 1960. Jacob Bakema publiceert in Forum 2-1962 de eerste afbeeldingen voor de bewonersparticipatie: de beroemde perspectieftekening "Fort l'Empereur" in Algiers van Le Corbusier uit 1933, projecten van Kenzo Tange, eigen voorstellen voor participatie in saaie woonwijken, en een uitvoerig artikel over de bewonersparticipatie in de structuur van het Paleis van Diocletianus in Split. – In het volgende Forum 3-1962 levert Herman Hertzberger een theoretische bijdrage over de vorm van de participatiearchitectuur. In tegenstelling tot het vroegere principe "Form follows function" spreekt Hertzberger over "Reciprocity of form" (wederkerigheid van vorm) en toont voorbeelden van transformaties in de arena's van Arles en Lucca. Deze arena's werden tot stad verbouwd en daarna weer ingericht als arena.

1971 Delft Diagoonwoningen – 1972 Apeldoorn Centraal Beheer – Architectuur als halfproduct thumb|265px|1971, Delft Diagoonhuizen, "Architectuur als halfproduct". Masterplan en coördinatie Herman Hertzberger. Grondstructuur voor participatie thumb|265px|Participatie van de bewoners: interieur, gevel en omgeving

Omdat Herman Hertzberger zich in de Forumgroep het meest voor de bewonersparticipatie interesseerde, kwamen van hem de eerste uitvoeringen, die internationaal bekend werden. Bij de acht experimentele Diagoonwoningen in Delft (1971) sprak hij over architectuur als halfproduct, dat door de bewoners zelf afgemaakt wordt, zowel aan de binnenkant als ook bij de gevel en de omgeving. Het bijzondere aan de Diagoonwoningen is o.a. de gevelstructuur, die in vele variaties ingevuld kan worden, zonder dat disharmonieën ontstaan. Het idee van de gevelvariaties is het beste te zien op de vogelvluchttekeningen van Hertzberger. – De binnenruimte van het kantoorgebouw Centraal Beheer (1972) van Hertzberger is eveneens voor participatie ontworpen, voor de kantoormedewerkers. De basisstructuur van de kantoorplattegronden bestaat uit een gridiron-plan (regelmatig stratenplan), dat individueel ingevuld kan worden, zowel bij het bureaugedeelte als ook bij de centrale algemene ruimte.

1997 Amsterdam Scheepstimmermanstraat – Kubistische bouwstijl In het oostelijke havengebied van Amsterdam – aan de "Scheepstimmermanstraat" op het halfeiland Borneo – werd in 1997 een van de succesvolste participatieprojecten gerealiseerd. Het is onderdeel van een groter stedenbouwkundig plan, dat door het bureau West 8 (Adriaan Geuze) ontwikkeld werd. Ook voor de verdere coördinatie was dit bureau verantwoordelijk. De 60 huizen zijn ontworpen door verschillende architecten, waaronder Herman Hertzberger en MVRDV. Adriaan Geuze werkte als een dirigent met gemotiveerde solisten. Opvallend is het vormprincipe. Alle huizen zijn in een kubistische stijl gebouwd, met uitzondering van één huis, dat een halfronde dakvorm heeft. Het resultaat toont een harmonische afstemming van vormen, materialen en kleuren. Het totaalaanzicht is een goede weergave van de door Habraken geformuleerde "montere veelvormigheid". Net als bij de vroegere grachtenhuizen in Amsterdam leidt één vormthema, respectievelijk één architectuurstijl tot een evenwichtig architectuurensemble.

2005 Helmond Brandevoort – Traditionalistische bouwstijl Zoals boven aangegeven, laat Habraken de uitvoering van de bewonersparticipatie over aan "de architecten" en levert hij geen afbeeldingen. Bij veel mensen bestaat de vraag, voor welke architectuur Habraken een persoonlijke voorkeur zou hebben. Een antwoord op deze vraag laat de film "De Drager" uit 2013 zien: Hier wandelt Habraken discussiërend door het nieuwe stadscentrum van Zaandam en uit zich daarover enthousiast met de woorden: "I like it, – people like it." De architectuurtaal is postmodernistisch en afkomstig van een van zijn vroegere studenten, de architect Sjoerd Soeters. Omdat in het project Zaandam de particuliere opdrachtgeverschap geen rol speelde, is bij dit artikel voor een ander project gekozen, dat verwant is met Zaandam. Het betreft de woonwijk Brandevoort in Helmond, waar Rob Krier en andere architecten een voorbeeld van particulier opdrachtgeverschap realiseerden en waar de gewenste gevarieerdheid aanwezig is. De traditionalistische bouwstijl in Brandevoort en de kubistische bouwstijl aan de Scheepstimmermanstraat in Amsterdam zijn parallelstromingen, die in dezelfde tijd gebruikt werden. Bij beide projecten komt geen stijlenmix voor. In architectenkringen worden de twee bouwstijlen vaak niet als gelijkwaardig ingeschat.

2012 Almere Homeruskwartier – Stijlenmix De initiator van het participatieproject Homeruskwartier in Almere was wethouder Adri Duivesteijn. Van 1989-1994 was hij directeur van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam en kwam hier in aanraking met de participatiebeweging van Habraken. In tegenstelling tot de projecten Scheepstimmermanstraat en Brandevoort bestaat de participatie in het Homeruskwartier uit een mix van alle bouwstijlen, zonder afstemming van de vormthema's. Hoewel de bewoners van Almere momenteel enthousiast zijn over hun persoonlijke keuzes, bestaat de onzekerheid, of de kopers van de volgende generatie evenzo enthousiast zullen zijn over de soms vrij extreme smaken van de huidige bewoners. Welk systeem op langere termijn meer gewenst is bij de bevolking blijft een vraag. Is het de stijlenmix van "Het wilde wonen" in het Homeruskwartier of de evenwichtig afgestemde ensembles Scheepstimmermanstraat en Brandevoort? De uitkomst heeft ook consequenties op de financiële waarde van de huizen.

2013 Den Haag Berlagewijk Bomenbuurt – Participatie bij het werk van bekende architecten Habraken-doctrine tegen Berlage-stedenbouw – Stedenbouwkundige verloedering door dakopbouwen thumb|265px|Berlage-wijk Bomenbuurt in Den Haag, participatie en dakopbouwen volgens uitgangspunt van de gemeente: "Definitief afscheid van Berlage – totaal achterhaalde stedenbouwkundige referentie." Het initiatief voor het participatieproject in de Berlage-wijk Bomenbuurt kwam van Maarten Schmitt, een vroegere student en SAR-medewerker van Habraken. Schmitt was van 1998-2009 stadsstedenbouwer in Den Haag. Hij werkte samen met wethouder Marnix Norder, die bekend was als actieve uitdrager van eigenbouw in de gemeente Den Haag. Na het beëindigen van zijn wethouderschap in 2014 werd Norder – in opdracht van de Rijksoverheid – leider van de bewonersparticipatie voor de Nederlandse Gemeenten. – Het project Bomenbuurt hoort bij de meest complexe en problematische gevallen. Na enkele jaren participatie ontstonden conflicten, die in het kwartaalblad van de wijk besproken werden. In de uitgave "De Boomgaard 12-2013" zijn twee artikelen opgenomen, die zich tegen het nieuwe bestemmingsplan keren met de titels "Wijziging bestemmingsplan nodig!" en "Comité De Beukenhof in aktie!" In de uitgave "De Boomgaard 1-2020" met de titel "Dakopbouwen deel II" schrijft een bewoner: "Dakopbouwen veroorzaken een verloedering van onze Berlage-wijk. De stedenbouwkundige totaalvorm gaat verloren doordat niet-vakmensen (zoals bewoners en aannemers) dakopbouwen mogen plaatsen. Vakmensen met een redelijk voorstellingsvermogen kunnen nu al voorspellen, dat met de tijd de Bomenbuurt stedenbouwkundig een onaanzienlijke puinhoop wordt, waar je niet meer graag doorheen loopt of rijdt." Ook werd in 2019 en 2020 een rondzendbrief aan alle partijen van de stad gestuurd met het verzoek om de beslissingen van medestanders van de "Habraken-doctrine" te vervangen door beslissingen van stedenbouwkundige vakmensen.

De belangrijkste inschattingsfouten van de gemeente voor dit project zijn:

Discutabele waardebepaling van het werk van Berlage. Hoewel de stedenbouw van Berlage door internationale auteurs en critici tot het beste in de 20ste eeuw gerekend wordt, omschreef de stadsstedenbouwer Maarten Schmitt het werk van Berlage als "totaal achterhaalde stedenbouwkundige referentie" en vroeg om een "definitief afscheid van Berlage". Door deze persoonlijke opvatting in combinatie met de participatiebeweging ontstonden willekeurige dakopbouwen in vele woonwijken uit de jaren 1920, met als resultaat de stedenbouwkundige verloedering. Over deze ontwikkeling in het geheel schreef de Haagse Stadspartij: "Den Haag zal de architectuurgeschiedenis ingaan als kampioen van het beschadigen van historische stadsilhouetten." In de Bomenbuurt staan gebouwen van wereldberoemde architecten zoals Jan Duiker e.a. Voordat een commerciële dakopbouw op het Jan Duiker-ensemble aan het Thomsonplein begon, kwam kritiek van bewoners maar ook van bekende architecten zoals Herman Hertzberger en Wessel de Jonge. Hertzberger schreef op de website van de Haagse Stadspartij: "Afblijven van het werk van grote architecten, je gaat toch ook niet een verdieping op het Gemeentemuseum plakken!" Het gemeentebestuur bleef ongevoelig voor deze protesten.