Maria Tesselschade Roemers(dochter) Visscher (Amsterdam, 25 maart 1594 – aldaar, 20 juni 1649), was een Nederlands dichteres, zangeres en glasgraveerster. Ze was door haar vader zo genoemd vanwege door hem geleden averij op de Rede van Texel, in een scheepsramp waarbij op 24 december 1593 44 volgeladen koopvaardijschepen verloren gingen. thumb|260px|Roemer circa 1625-1650 waarvan de diamantgravering 'Sic Soleo Amicos' wordt toegeschreven aan Maria Tesselschade-RijksmuseumObjectgegevens van de gravering op de roemer op website Rijksmuseum thumb|260px|Originele prent van Hendrick Goltzius van een jonge vrouw 1612 in het Amsterdam Museum thumb|260px|Vermeend portret van Maria Tesselschade naar Hendrick Goltzius mét boek. Prentmaker Johannes Körnlein onder supervisie van Cornelis Ploos van Amstel 1770.objectgegevens van prent in het RijksmuseumOnthulling van incorrecte naamgeving van deze prent door hoogleraar Kunstgeschiedenis Leiden Henri van de Waal in 'Drie eeuwen vaderlandsche geschied-uitbeelding, 1500-1800. Een iconologische studie.' 's-Gravenhage: Nijhoff, 1952. p. 241 deel 1 thumb|350px|Zomerpostzegel 1938 ontworpen door Engelien Reitsma-Valença naar vermeend portret van Maria Tesselschade Levensloop Voor haar huwelijk Tesselscha(de)Objectgegevens van de ets- reproductie naar een brief van Tessel Scha aan Petrus Scriverius in het Rijksmuseum, of kortweg Tessel, gedoopt als MarritgenDoopregister Nieuwe Kerk Amsterdam op 3 april 1594., was de jongste dochter van Roemer Visscher en Aefgen Jansdr. Onderwater. Haar zusters waren Anna (1583) en Geertruy (1588). Hun vader was graanhandelaar, scheepsassuradeur, dichter en lid van de rederijkerskamer De Eglantier. Ze woonden bij de Schreierstoren. Aanvankelijk was de ingang van hun woonhuis in het pakhuis aan de Oudezijds Kolk 3. Na de afbraak van de stadsmuur in 1594 werd de ingang verplaatst naar de Engelsche Kaey, de huidige Geldersekade 14. Het huis kreeg opnieuw als naam 'De Korendrager’.Onderzoek naar het huis van Roemer Visscher. Gelderse Kade 14, terwijl foutief op nr. 16 een plaquette hangt met de dichtregels van Vondel over het Roemershuis. S.A.C. Dudok van Heel, Waar stond “t Saligh Roemers huys’? Amstelodamum, maart/april 1994 p. 51-61 Geertruy trouwde in 1609 en Tesselschade werd meter van haar zoon in 1614.

Ze kregen een veelzijdige opvoeding, waar in 1612 bezoeker Ernst Brinck over schreef, dat de twee dochters zeer fraai muziek konden maken, schilderen, in glas graveren, dichten, borduren, zwemmen en 'emblemata inventeren' d.w.z. het bedenken van een pakkende boodschap in het Diets/Hollands bij een afbeelding van Claes Jansz. Visscher. De taal als spel leverde bijdragen aan een nieuwe vaderlandse woordenschat, later opgenomen in het boek 'Sinnepoppen'.Info over het boek 'Sinnepoppen van vader Roemer Visscher 1614. Gearchiveerd op 12 maart 2023. Evenals hun vader kenden ze Frans en Italiaans.

Tal van literatoren kwamen te gast met het Roemershuis als trefpunt in Amsterdam, onder wie Bredero, Hooft, Huygens, Reael en Vondel, van wie verwacht werd het spel mee te spelen en te zingen.

Brederode schreef liefdesgedichten voor Tesselschade (Godinne die de naam van 't schiprijk eiland voert...), ('Godinne rijck van ’t schreyer hoec ...') en droeg zijn vertaling van de Franse tragicomedie Lucelle (1616) aan haar op. Zaalberg over Lucelle via DBNL. Gearchiveerd op 18 mei 2021. Bekend is zijn veel geciteerde liedtekst: O Parl! en puyck der vrouwen! En bloem van onse tijd! na zijn dood uitgegeven in 1622.Gedicht Brederode vaak echter geciteerd als 'Puik der vrouwelijke sexe'. Gearchiveerd op 18 mei 2021.

Hun moeder (26 februari 1619) en vader (11 februari 1620) overleden snel na elkaar. Anna en Tesselschade bleven echter nog jaren in het huis wonen tot hun huwelijk. De twee dochters hielden het huis open voor hun kunstzinnige leeftijdsgenoten.

Het eerst bekende gedicht van Tesselschade is van januari 1621 en onderdeel van de 'Schoncken-sonnetten', waar Huygens, Anna en Tesselschade elk dezelfde rijmwoorden gebruikten als in het begingedicht van Hooft.Opgenomen in het boek 'Otia' van Constantijn Huygens 1625 ook met de versies van zijn vrienden Johan Brosterhuisen en George Rataller DoubletEerst bekende gedicht van Tesselschade 1621

In het voorjaar 1621 kwamen Anna en Tesselschade op het Muiderslot logeren. Hooft zond hun als dank voor het zingen en spelen een meiboom toe, die echter 'in 't diep des Zuyderzees' overboord sloegGedicht van PC Hooft over de Meiboom 1621. Het werd vervolgd door een dichterlijke brief van de 'Majeboom' zelf aan hen.Gedicht PC Hooft over de Majeboom 1621

Vanaf 1622 hielp Hooft op verzoek van Tesselschade haar bij het dichten. Ze stuurde hem haar gedichten 'ter betutteling' d.w.z. voor commentaar en verbetering. In de winter van 1622-1623 vertaalden ze in hun huis dagelijks met Vondel, HooftDe getrouwde Drost van Muiden sinds 1609 verbleef in de winter te Amsterdam in zijn woning op Keizersgracht 65 en Reael de tragedie Troades van Seneca, die later door Vondel in verzen zou worden gepubliceerd als De Amsterdamsche Hecuba (1625). Vondel beschreef deze jarenlange gastvrijheid in Het lof der zee-vaert [in 't Zalig Roemers huis, Wiens vloer betreden wordt, wiens dorpel is gesleten Van schilders, kunstenaars, van zangers, en poëten.] (1623)

Ze maakten zo deel uit van de vriendenkring rond P.C. Hooft in het Muiderslot, die in de negentiende eeuw mythisch de Muiderkring is gaan heten.Historie van de Muiderkring Tesselschade werd beschreven als aantrekkelijk/bekoorlijk, prachtig te kunnen zingen, mooi musiceren op luit, viola da gamba en klavecimbel, kunnen maken van fraaie festoenen (kunstige slingers van bloemen, bladen en vruchten) en spitsvondig te kunnen discussiëren. Waar ze zich zomers op het Muiderslot mee vermaakten dichtte Huygens in 1643 Met Rhijnsche wijn en seckt/ Met singen en met rijmen/ Met sitten en met gaen/ In sonneschijn en maen/ Met kuijeren en praten/ Langs dijcken en langs straten.

Tijdens haar huwelijk Tesselschade trouwde 26 november 1623 te Amsterdam met Allart Jansz. Crombalch uit Alkmaar, vroegere officier van de Admiraliteit van het Noorderkwartier. Gericht op haar huwelijk heeft Constantijn Huygens nog een reeks gedichten geschreven, waaronder dit gedicht: Vijand-vriendelicke hand, Hebt ghij d'eerste door ontsloten Om mijn broose borstte blooten, Hebt ghij d'eerste Bijl gestelt Die mijn vrijheit heeft gevelt

(vert.: Vijandig vriendelijke hand / Hebt gij de eerste deur ontsloten / Om mijn broze borst te ontbloten / Hebt gij de eerste bijl gezet / die mijn vrijheid heeft geveld)Aldersey, Een eeuw van licht, het leven van Christiaan Huygens, pag. 78-79

Ze vestigden zich te Alkmaar, waar ze twee dochters kregen: TeetgenTetje genoemd door PC Hooft in 1625 en Maria Tesselschade in 1628. Door de zwangerschap van het laatstgenoemde kind kon Tesselschade niet in november 1627 bij het huwelijksfeest van Hooft zijn, die hertrouwde met Leonora Hellemans, weduwe van Jan Baptista Bartolotti met haar twee dochters Susanna en Constantia Bartolotti.Stamboom van Hooft in het boek Brieven van Hooft van Van Tricht 1976 via website DBNL. Gearchiveerd op 31 juli 2023. SusannaSuseken door PC Hooft genoemd werd bij het bezoek van baby Maria en Tesselschade idolaat van beiden. Ze kwam geregeld logeren in Alkmaar.

Het motto dat Tesselschade bij haar ondertekening van gedichten en brieven sinds 1630 gebruikte was 'Elck zijn waerom' naar de afbeelding met tekst uit het boek van haar vader.Elck zijn waerom uit Sinnepoppen 1614. Gearchiveerd op 14 mei 2021. Zij antwoordde in 1630 met een verzoenend gedicht op de 'prijsvraag' van Vondel namens D'Amsterdamsche Academi (gedicht met prikkelende vragen) met het verzoek om een kort, bondig en helder gedicht als antwoord op het oproer van contraremonstranten tegen remonstranten in Amsterdam 1630. Men kon een roemer met de afbeelding van Prins Frederik Hendrik winnen gegraveerd door Anna Roemers Visscher. De vroedschap verbood echter verdere openbaar maken van de prijsvraag en de antwoorden vanwege de onrust die optrad. Hooft schreef dat hij haar gedicht het beste vond en dat zelfs zijn vrouw hem verzocht had het voor haar over te schrijven.Haar gedicht voor de 'prijsvraag' eindigend met 'Elck zijn Waerom' en het gedicht van Vondel met prikkelende vragen. Gearchiveerd op 12 maart 2023.

Prins Fredrik Hendrik zou september 1630 op het Muiderslot langskomen. Hooft deed voor een feest een beroep op zangeressen Tesselschade en haar vriendin uit Alkmaar, Francisca Duarte, met op klavecimbel Dirk Sweelinck en toneelspelers om kluchten te spelen. Frederik Hendrik kwam echter niet.Brief van Hooft aan Huygens 29 september 1630 van website Rudolf Rasch. Gearchiveerd op 2 februari 2017.

Hooft vroeg Tesselschade 2 november 1632 om roemers ('glas van vaederlijken naeme') te graveren met Franse en Latijnse teksten. De roemer met de zin 'A Demain Les Affaires' was gebrokenDe tekst is een verwijzing naar de Essais van Michel de Montaigne nummer II, IV en hij vroeg om een nieuw glas met deze tekst enkele weken later naar Amsterdam te brengen.Brief van PC Hooft 2 november 1632 met verzoek aan Tesselschade om gegraveerde teksten op roemers te zetten binnen enkele weken. Gearchiveerd op 11 maart 2023.Roemer met de tekst 'A Demain Les Affaires' via website Rijksmuseum met objectgegevens. Gearchiveerd op 10 september 2023.Roemer met de tekst 'A Demain Les Affaires' met duidelijker foto via website literatuurgeschiedenis.org. Gearchiveerd op 31 mei 2023. Na de uitnodiging van Hooft om zijn huwelijksdag te komen vieren eind november 1633 in Amsterdam antwoordde Tesselschade met een korte brief uit Alkmaar en ondertekende deze voor het eerst met het anagram van haar naam Tesselschade: Sachte Sedeles [Zachte Zede-les].

Dochter Teetgen (pokken) en haar man Allart (bloedbraken) overleden op dezelfde dag 28 mei 1634. Ook op die dag schreef Hooft een uitnodigingsbrief aan Tesselschade en haar 'Crommetje', die nog door zijn echtgenote, die van het overlijden gehoord had in Amsterdam, tegengehouden kon worden voor deze met de post meeging. Zijn brief begon met 'Tesseltje, leef je nog?/ Ik en verneem noch woord noch wind van 't behaegen van U.E. [Uwe Edele] in de gedichten van Huygens.' Hooft en Huygens vonden het moeilijk om onmiddellijk een rouwbrief schrijven. In juni kwam wel Hooft's stiefdochter SusannaOpgehaald door of aangetrouwde neef Thomas Sammer of Jacob of Allart Sammer van Tesselschade om Tesselschade en Maria te troosten en te helpen. Tesselschade zelf stuurde Hooft toen een brief.Brief van Tesselschade aan Hooft over de komst van Susanna. Ontvangen in Muiden 15 juni 1634. Gearchiveerd op 16 juni 2024.

Weduwe Hooft probeerde haar weer te activeren met het (hier verkorte) gedicht uit augustus 1636: De pruimen beginnen te rijpen en te roepen/ Tesseltje, Tesseltjes mondje/ Deuntjes roepen: Tesseltje, Tesseltjes keeltje/ Op, op dan/ Rozemond, hoor je spelen noch zingen?

De labiele hoogleraar wijsbegeerte van het Athenaeum Illustre Caspar van Baerle, die zichzelf Barlaeus noemde, werd sinds 1636 door Hooft ook uitgenodigd om hem kennis te laten maken met zijn (vrouwelijke) gasten. Zijn eega Barbara Sayon was juni 1635 overleden, met wie hij sinds 1610 getrouwd was geweest. Ze liet hem achter met zeven kinderen.Achtergrond over familie van Baerle op FamilieWiki Hij dichtte veel en voornamelijk in het Latijn.

Na het overlijden van haar man ontstond tussen Huygens en Barlaeus rivaliteit om de liefde van Tesselschade te winnen. Wat Barlaeus tegenstond na een bezoek aan haar in Alkmaar, zo schreef hij aan Huygens in 1636, was dat ze neigde naar het Rooms-katholieke geloof dat in Alkmaar algemeen was. Eind 1641 ging ze officieel over tot de Rooms-katholieke kerk. Vondel en haar zus Anna met haar echtgenoot waren haar al voorgegaan.