Alberto Contador Velasco (Madrid, 6 december 1982) is een Spaans voormalig wielrenner.

Al op 25-jarige leeftijd had El Pistolero, zoals een van Contadors bijnamen luidt, de drie grote rondes gewonnen, waarmee hij de prestatie van Felice Gimondi en Bernard Hinault evenaarde. Ook Eddy Merckx, Jacques Anquetil, Vincenzo Nibali, Chris Froome en Jonas Vingegaard wonnen de Giro, Tour én Vuelta, maar bereikten deze mijlpaal op een wat latere leeftijd.

Op 6 februari 2012 werd Alberto Contador door het TAS voor twee jaar geschorst. Hierbij moest hij onder meer zijn Tourzege uit 2010 en zijn Giro-overwinning uit 2011 inleveren.

Contador is na Hinault de tweede renner in de geschiedenis die de drie grote rondes elk minstens tweemaal wist te winnen.

Carrière Begin en operatie Contador werd professional in 2003 bij ONCE en viel in zijn debuutjaar meteen op met een etappezege in een tijdrit in de Ronde van Polen.

Het jaar daarop verhuisde hij met zijn ploeg mee naar de nieuwe sponsor Liberty Seguros en leek hij te bevestigen, met onder meer een vijfde plaats in de Catalaanse Week. Tijdens de Ronde van Asturië in mei ging het mis. Na een val in de eerste rit werden er bloedklonters in zijn hersenen ontdekt. Contador moest onder het mes voor een riskante operatie, waaraan hij nu een litteken van oor tot oor heeft overgehouden. Zijn carrière stond op het spel, nog voor hij goed en wel begonnen was, maar Contador doorstond de lange revalidatieperiode en kwam in 2005 terug.Alberto Contador Velasco, WVcycling.com. Gearchiveerd op 13 juli 2014.

Comeback Contador keerde in 2005 succesvol terug in het peloton. Hij won een etappe in de Tour Down Under die hij zijn mooiste overwinning ooit noemde, omdat het de eerste was na zijn operatie. Hij deed hetzelfde in de Catalaanse Week, waarin hij ook het eindklassement won, en won vervolgens etappes in de ProTour-wedstrijden Ronde van het Baskenland en Ronde van Romandië. In die rondes werd hij respectievelijk derde en vierde in het eindklassement.

In 2006 begon het seizoen vrij moeizaam, maar dit seizoen moest de doorbraak worden van Alberto Contador. Met etappe-overwinningen in de ProTour-wedstrijden Ronde van Romandië en Ronde van Zwitserland was hij volledig klaar voor de Ronde van Frankrijk. Maar als gevolg van Operación Puerto, de codenaam van een Spaanse dopingszaak waar meer dan 200 atleten bij betrokken waren, mochten hij en zijn ploeg niet starten. Een paar dagen later meldde de Spaanse sportarts Eufemiano Fuentes zelf dat de renners Alberto Contador en Allan Davis niets met de zaak te maken hadden. Op 23 juli 2007 meldde de Süddeutsche Zeitung echter dat Contador als kroongetuige bij de zaak betrokken was en van de lijst is afgehaald in ruil voor belastende verklaringen. Alberto Contador hervatte zijn seizoen in de Ronde van Burgos waar hij een vijfde plaats neerzette in de vierde etappe, maar na de finish flauwviel op weg naar de bus, iets gelijkaardigs aan hetgeen hij in de Ronde van Asturië meemaakte, twee jaar tevoren. In Burgos werd hij overgebracht naar het ziekenhuis, maar in 2006 kwam hij niet meer in actie.

Seizoen 2007 In 2007 verhuisde hij van ploeg en ging hij rijden voor de ploeg van Dirk Demol en Johan Bruyneel, namelijk Team Discovery Channel. Voor deze ploeg won hij al de koninginne-etappe van de Ronde van Valencia en ProTour Parijs-Nice met daarin 2 etappes.

In de Ronde van Frankrijk won hij de 14e etappe, een Pyreneeënrit, nadat hij op kop had gereden met Michael Rasmussen, die hij in de sprint de baas was. Hij was toen al enkele dagen de aanvoerder van het jongerenklassement, maar versterkte met zijn etappezege ook zijn positie in het algemeen klassement. Op 25 juli werd hij aanvoerder van het algemene klassement nadat Rasmussen door zijn ploeg Rabobank werd ontslagen en uit de Tour gezet. In de beslissende tijdrit wist hij na een duel met Cadel Evans en Levi Leipheimer de gele trui te behouden. Op 29 juli 2007 reed Contador als eindwinnaar van de Tour over de streep op de Avenue des Champs-Élysées.

In het eindklassement bedroeg het tijdsverschil met de als tweede gerangschikte Evans 23 seconden, het op één-na-kleinste tijdsverschil tussen de eerste twee in het eindklassement ooit. Alleen in de Ronde van Frankrijk 1989 was het verschil kleiner, namelijk acht seconden.

Op 30 juli werd hij door dopingexpert Werner Franke beschuldigd van dopinggebruik.'Zege Contador grootste zwendel', NU.nl, 30 juli 2007"Das größte Ding aller Zeiten", ZDF, 30 juli 2007 Frankes aantijgingen waren gebaseerd op document 31 van de 'Fuenteslijst' waarop A.C. voorkomt, waarschijnlijk verwijzend naar Alberto Contador. Naast de initialen stond vermeld "niets of hetzelfde als J.J.", verwijzend naar Jörg Jaksche, die zijn dopinggebruik eerder al toegaf. Jaksche zelf heeft volgens eigen woorden Contador echter nooit doping zien nemen en ook dopingdokter Fuentes ontkende Contador te kennen.

Omdat Discovery Channel Pro Cycling Team er na het seizoen mee op zou houden, moest Contador op zoek naar een nieuwe ploeg. Op 23 augustus berichtte de Nederlandse ochtendkrant De Telegraaf dat Contador openlijk zou hebben gesolliciteerd bij de Rabobank. Dit werd door de betrokkenen echter ontkend."Contador solliciteert bij Rabobank", FOK!, 23 aug 2007. Gearchiveerd op 7 juli 2009. Ambitieuze plannen van het geplaagde Kazachse Team Astana haalden de ploegleider van Discovery Channel, Johan Bruyneel, over om daar zijn carrière voort te zetten. Hem volgden veel renners van de Amerikaanse ploeg, waaronder Alberto Contador.

Seizoen 2008 thumb|Contador in de roze leiderstrui tijdens de Ronde van Italië 2008 In 2008 bevestigde Contador de kwaliteiten die hij al had getoond in 2007, een jaar waarin Contador vruchtbaar oogstte in Parijs-Nice, de Ronde van Castilië en León en de Ronde van Frankrijk. Omdat zijn ploeg Astana niet deel mocht nemen aan de Ronde van Italië en de Ronde van Frankrijk 2008, leek Contador zich aanvankelijk te richten op de Dauphiné Libéré en de Vuelta. Toen zijn ploeg onverwacht toch startrecht kreeg in de Giro, startte Contador onvoorbereid (naar eigen zeggen) als kopman, nadat hij eigenlijk al vakantie had genomen om bij te komen van zijn voorseizoen. In dat voorseizoen had hij zowel de Ronde van Castilië en León als de Ronde van het Baskenland gewonnen. In Italië verscheen Astana met de sterkste bezetting: naast Contador ook Leipheimer en Klöden. De Kazachse formatie bleek vanaf de start echter nog niet in topvorm. Ook in het verdere verloop van de Giro konden Contador en co niet de macht grijpen, maar de klimcapaciteiten van de Spanjaard bleken voldoende om ook zonder een supervorm iedere aanval van de Italiaanse ronderenners te pareren. Contador pakte na de 15e etappe de roze leiderstrui, en hield deze tot aan Milaan vast. Zo behaalde hij, zonder etappezege, zijn tweede grote rondewinst in zijn carrière. Deze laatste overwinning was voor Contador en de wielerwereld een bevestiging van zijn enorme talent (dat onder meer Johan Bruyneel hem toeschreef). Na zijn overwinning in de Giro verklaarde Alberto Contador dat zijn boosheid naar de Tourorganisatie minder was geworden.

In de zomer deed Contador mee aan de Olympische Spelen van Peking, met een vierde plaats in de individuele tijdrit als beste resultaat. Zijn najaar stond in het teken van de Ronde van Spanje. Contador reed sterk door de koninginnenrit, met finish op de Alto de El Angliru te winnen, en daarmee ook de gouden leiderstrui, het amarillo, te pakken. De dag erna ontsnapte Contador, samen met teamgenoot Levi Leipheimer en Ezequiel Mosquera (Karpin-Galicia). Hij wist uiteindelijk bij hen weg te rijden en kwam solo over de finish. Contadors leiderstrui kwam niet meer in gevaar, en hij won zijn tweede grote ronde in één jaar, voor zijn Amerikaanse ploeggenoot Levi Leipheimer. De laatste renner die dit presteerde, was Marco Pantani in 1998 (Giro en Tour).

Seizoen 2009 Voor het wielerjaar 2009 stond voor Contador de Tour de France weer bovenaan het verlanglijstje, maar zou hij concurrentie krijgen vanuit onverwachte hoek. Lance Armstrong maakte een veelbesproken comeback in het wielerpeloton, en sloot zich bij het sterrenensemble van Astana aan. Hiermee werden niet alleen Armstrong en Bruyneel herenigd, maar bevatte de ploeg plotsklaps de twee beste ronderenners - op papier - van het peloton, waarop meteen de vraag rees wie van de twee de kopman zou zijn in de aankomende Tour. Vooralsnog waren Contador en Armstrong vooral diplomatiek in hun uitlatingen over elkaar, maar de echte krachtmeting moest nog komen. In de eerste wedstrijd waarin beide renners als ploegmaten aan de start stonden, de Vuelta a Castilla y León, viel Armstrong al halverwege de eerste etappe. Contador werd tweede in die ronde. In de tijdrit verloor hij van Levi Leipheimer, die de daarmee opgebouwde voorsprong niet meer weggaf in de bergen.

Deze koers in maart was al de derde rittenwedstrijd van het seizoen van Contador. In februari won hij de Ronde van Algarve. Hij ging als favoriet van start in Parijs-Nice, waarin hij de concurrentie in de openingstijdrit én de koninginnenrit het nakijken gaf. Een hongerklop in de voorlaatste etappe verknalde echter zijn kansen op eindwinst. Contador zakte terug naar de vierde plaats. Hij revancheerde zich in de Ronde van het Baskenland, waarin hij de zwaarste rit én de tijdrit op zijn naam schreef en deze keer ook de eindwinst.

thumb|140px|Alberto Contador in de gele trui, op weg naar zijn tweede Tourwinst In juli reed hij vervolgens de Tour. Het begin was moeilijk, omdat hij onder druk gezet werd door Armstrong. Die slaagde er in de derde etappe in om zijn achterstand op Contador om te zetten in een kleine voorsprong. Later, in de vierde etappe werd hij zelfs net geen geletruidrager. Hij kwam een fractie van een seconde te kort om Cancellara het geel te ontnemen. Maar daarna greep Contador de macht. In de zevende etappe, de eerste bergetappe, bovendien een met aankomst bergop, sprong hij, tegen de ploegtactiek in, in de laatste kilometers weg uit het groepje met favorieten, waaronder ook Armstrong. Hij kwam 6 seconden te kort voor het geel, maar slaagde erin Armstrong op achterstand te zetten. In de vijftiende etappe nam Contador vervolgens wél het geel. Hij verstevigde zijn positie in de derde en laatste bergetappe door de Alpen en in de individuele tijdrit die hij won met drie seconden voorsprong op een gefrustreerde Cancellara. Armstrong had zich inmiddels met zijn meesterschap verzoend. In de voorlaatste etappe, met aankomst op de Mont Ventoux bleef Contador vervolgens netjes in het wiel van Andy Schleck, zijn naaste belager, zonder een van zijn kenmerkende, splijtende demarrages te plaatsen. Armstrong bleef derde in het algemene klassement. Maar bovenaan was het Contador die de vuisten balde: de buit was binnen. Zijn overmacht was bovendien groter dan twee jaar voordien. Hij won twee etappes en zijn ploeg won ook de ploegentijdrit.

In oktober 2009 had Quick Step vergaande interesse in Contador nadat bekend werd gemaakt dat Astana nog geen ProTour-licentie had, waardoor Contador vrije renner zou zijn. Op 25 november besliste de UCI dat Astana alsnog een ProTour licentie kreeg onder voorwaarde dat Contador ook in 2010 voor de Kazachse ploeg zou rijden. Op 14 december 2009 kreeg hij uit de handen van UCI-voorzitter Pat McQuaid de trofee voor Wielrenner van het Jaar.

Seizoen 2010 Uiteindelijk moest Contador zijn contract naleven en bleef hij ook dat jaar bij Astana. Meteen in het voorjaar slaagde Contador erin om voor de tweede keer in zijn carrière Parijs-Nice te winnen. Ondanks een zwakker team slaagde hij erin deze rittenkoers te winnen met een secondespel. Twee oud-ploegmaten van Caisse d'Epargne werden respectievelijk tweede en derde (Alejandro Valverde en Luis Leon Sanchez).