De basiliek van Santa Maria Maggiore (Basilica di Santa Maria Maggiore, Maria de Meerdere) is een belangrijke rooms-katholieke kerk met de rang van basilica maior. Ze is gelegen op de Esquilijnheuvel in de rione (wijk) Monti te Rome vlakbij het Station Roma Termini, en is eigendom van de Heilige Stoel. De basiliek is een van de zeven pelgrimskerken van Rome, en is de enige van de vier pauselijke basilieken in RomeNaast de vier in Rome is er nog één pauselijke basiliek, namelijk die van Sint Franciscus in Assisi, gebouwd in de eerste helft van de 13e eeuw. waarvan het antieke bouwwerk intact bewaard is gebleven. Ze is vooral beroemd om de mozaïeken uit de 5e en de 13e eeuw.

Stichting van de basiliek De stichting volgens de legende thumb|Paus Liberius tekent de omtreklijnen van zijn basiliek af in de sneeuw. Verguld bronzen reliëf in de Kapel van Paulus V. In de nacht van 4 op 5 augustus van het jaar 352Sommige bronnen situeren dit gebeuren in het jaar 352, andere in 356 of in 358, maar steeds in de nacht van 4 op 5 augustus. had de Romeinse christen Johannes een ongewone droom. Hij droomde namelijk dat Maria hem de opdracht gaf om een kerk te stichten op een van de zeven heuvels van Rome, en wel op de plaats waar het 's anderendaags - begin augustus! - zou sneeuwen.

Toen Johannes de dag erna zijn opmerkelijke droom voorlegde aan paus Liberius, antwoordde deze exact hetzelfde gedroomd te hebben. En die dag, 5 augustus, zagen paus Liberius en Johannes inderdaad sneeuw neerdwarrelen op de Cispius, een van de hoogste punten van de Esquilijnheuvel. Daar bakende paus Liberius de omtreklijnen af van de kerk waarvan de bouw dan werd gefinancierd door Johannes. Dit wonder verwijst naar de toevoeging "ad Nives" ("ter sneeuw") bij de Latijnse naam van de kerk (Basilica Sanctae Mariae Maioris ad Nives), en leidde tot de devotie rond Onze-Lieve-Vrouwe ter Sneeuw. Naar de paus die, althans volgens deze legende, de kerk heeft gesticht wordt ze in het Italiaans vaak omschreven als de "Basilica Liberiana".

De stichtingslegende is uitgebeeld op het 13e-eeuwse mozaïek op de gevel van de kerk (zie kopje Exterieur). Elk jaar wordt ze op 5 augustus in deze basiliek herdacht tijdens de hoogmis in de voormiddag en tijdens de vespers.

Van deze (eerste?) basiliek gebouwd onder paus Liberius resten geen archeologische bewijzen, maar enkel twee vermeldingen in de Liber Pontificalis.Liber Pontificalis XXVII, 8 (over Liberius): "Fecit basilicam nomini suo iuxta Macellum Liviae", d.w.z. "Hij liet een naar hem genoemde basiliek oprichten naast de voedselmarkt van Livia", en id. XLVI, 3 (over Sixtus III): "Hic fecit basilicam sanctae Mariae, quae ab antiquis Liberii cognominabatur, iuxta macellum Libiae", d.w.z. "Hij bouwde een basiliek voor Maria, die voorheen de basiliek van Liberius werd genoemd, bij de voedselmarkt van Livia."

De Liber Pontificalis dateert uit de vroege middeleeuwen. Het auteurschap van eerste gedeelte van dit werk, dat de periode tot aan Liberius' opvolger paus Damasus behandelt, wordt soms toegeschreven aan Sint Hiëronymus (342-420). Bij opgravingen onder de huidige basiliek werden er geen sporen van een eerder kerkgebouw aangetroffen,Filippo Magi, "II calendario dipinto sotto S. Maria Maggiore", in: Atti della pontificia accademia romana di archeologia, vol. 11, 1972. mogelijk stond die Basilica Liberiana iets verderop op de Esquilijn.

De historische stichting van de basiliek thumb|Grondplan (1899). In 431 boog de katholieke Kerk zich in het eerste Concilie van Efeze over de twistvraag of Maria de Moeder van God was (Θεοτὀκος) in spirituele dan wel in letterlijke betekenis, iets waarover de Assyrische Kerk van het Oosten dwars lag. Het besluit van dit concilie was dat Maria niet enkel de moeder van Jezus van Nazareth was, maar ook de Moeder Gods.De cultus van de moedergodin was in de klassieke Oudheid zeer diep geworteld in Efeze. Men poogde toen, aanvankelijk zonder succes, deze cultus te substitueren door een dienst voor de Heilige Maagd Maria. Volgens de legende zou Maria zelfs in Efeze zijn begraven. Het 'Huis van de maagd Maria' (Turks: Meryemana) in de buurt van Efeze is een bedevaartsoord geworden, waar zowel islamitische als christelijke gelovigen naartoe worden geleid.

Na het concilie splitste een deel van de, toen in het Perzische rijk bestaande, Syrische Kerk zich af van het in het Romeinse Rijk zetelend patriarchaat van Antiochië. Zo ontstond de Oost-Syrische of ‘Nestoriaanse Kerk’.

Ter bevestiging van dit dogma liet paus Sixtus III in het jaar 432 in Rome een basiliek oprichten, gewijd aan Maria. De toevoeging "de Meerdere" aan de naam van de basiliek (Latijn: Maior; Italiaans Maggiore)Spreek uit: [maddzjoore] met een heldere -e zoals in "met". duidt aan dat deze basiliek, hoewel niet de oudste, toch de belangrijkste is van de meer dan 80 kerken die in Rome zijn gewijd aan Maria.De eerste kerk die in Rome aan Maria werd gewijd, is de Santa Maria in Trastevere.

Bouwplan en structuur van de basiliek Eenmaal het christendom officieel toegelaten in het Romeinse rijk,Keizer Constantijn voerde de godsdienstvrijheid in met het Edict van Milaan in 313. Het christendom werd als staatsgodsdienst opgelegd door keizer Theodosius in 380. werden voor deze eredienst gebedshuizen opgericht die (in tegenstelling tot de tempels voor de heidense goden) geschikt moesten zijn om grote aantallen gelovigen te ontvangen. Hiervoor volgden de opdrachtgevers vaak het bouwplan van de antieke basilica (markthal).Ook de drie andere pauselijke basilieken volgen het basilica-plan: de Sint-Pietersbasiliek, de Sint-Paulus buiten de Muren en de Sint-Jan van Lateranen. Deze bestaat in essentie in een langwerpige overdekte zaal die door twee zuilenrijen wordt ingedeeld in een breed, hoog middenschip en twee smallere, lagere zijschepen. Het licht valt binnen via de ramen boven de zuilenrijen van het middenschip. Vaak sluit een apsis aan op de korte zijde van het middenschip.

Op dit basilica-grondplan werd ook de basiliek van Santa Maria Maggiore gebouwd, die dus zowel een basilica is in de antieke betekenis van het woord, als een basiliek in de christelijke betekenis. Haar grondplan is bewaard gebleven, ook al zijn er in latere eeuwen een aantal bouwkundige ingrepen en uitbreidingen gebeurd, met name de toevoeging van zijkapellen. Bovendien wordt het 5e-eeuwse exterieur verhuld door de palazzi voor de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders die er in de 17e en 18e eeuw tegenaan zijn gebouwd. (zie verder in dit artikel).

In de zijschepen werd de oorspronkelijke vlakke zoldering in de 16e eeuw vervangen door een tongewelf met verguld stucwerk.

Beschrijving van het interieur Middenschip

Het middenschip is 76 m lang (apsis niet meegerekend), 32 m breed en ongeveer even hoog.Sommige bronnen geven een lengte op van 80 m en een breedte van 35 m. Het wordt aan weerszijden afgescheiden van de lagere zijschepen door een rij van twintig monolithische zuilen die zijn vervaardigd van marmer van de Hymettus. Boven de Ionische kapitelen loopt een sierlijke architraaf. Op het einde van de 16e en in het begin van de 17e eeuw werd een gedeelte van de architraaf vooraan vervangen door een rondboog om duidelijker aansluiting te bieden op de kapel van Sixtus V resp. die van Paulus V.

Boven de architraaf loopt aan weerszijden een reeks mozaïekpanelen met verhalen uit het Oude Testament. Van de tweemaal 21 panelen die er oorspronkelijk waren, werden er op het einde van de 16e en in het begin van de 17e eeuw tweemaal drie opgeofferd om plaats te bieden voor een grote boog voor de kapel van Sixtus V en die van Paulus V.Volgens sommige bronnen resten er van het oorspronkelijke aantal van 42 mozaïekpanelen nog 36 (18 aan beide zijden); andere bronnen tellen er nog slechts 12 aan de linkerzijde en 15 aan de rechterzijde. Deze mozaïeken dateren vermoedelijk uit de 5e eeuw, mogelijk zelfs uit de periode van paus Sixtus III.Zie Tesori d'arte Cristiana p. 33-35. Aan de linkerzijde geven ze in niet-chronologische volgorde scènes weer uit het verhaal van Abraham en zijn zoon Isaac en kleinzoon Jakob die door Jahweh vanuit het Tweestromenland naar het Beloofde Land worden geleid. De scènes aan de rechterzijde tonen hoe de joden door Mozes uit de slavernij in Egypte worden weggeleid en door Jozue het Beloofde Land worden binnengeleid. Deze mozaïeken zijn uitgevoerd door verschillende kunstenaars, die gebruikmaakten van een bijzonder rijk kleurenpalet (niet minder dan 180 verschillende schakeringen). Hun helderheid en levendige verhaalstijl knopen aan bij de kunst uit de rijkste periode van de Romeinse Oudheid (2de eeuw n.C.).Met de aansluiting bij de hoogstaande kunst uit de 2e eeuw zijn de mozaïeken van deze basiliek een unicum in de vroegchristelijke kunst; vandaar dat soms wordt gesproken van de "Sixtijnse renaissance".

Tussen de mozaïekpanelen en de zoldering van het middenschip loopt een rij van rondboogramen. De helft daarvan werd in de 16e eeuw dichtgemaakt om ruimte te bieden voor fresco's die het leven van Maria uitbeelden (1593).

Het houten cassettenplafond van het einde van de 15e eeuw of het begin van de 16e eeuw is een ontwerp van Giuliano da Sangallo. Het draagt het wapenschild van paus Alexander VI en dat van zijn oom paus Calixtus III, beiden lid van de Spaanse familie Borja (Italiaans: Borgia). Het bladgoud waarmee het plafond rijkelijk is overdekt zou volgens de overlevering het eerste goud zijn dat vanuit het pas ontdekte Amerika werd overgebracht naar Europa en door de Spaanse vorsten zou geschonken zijn aan hun landgenoot kardinaal Rodrigo Borja, de latere paus Alexander VI.

Het glasraam in de gevel dateert uit 1995 en toont Maria als brugfiguur tussen het Oude Testament (gesymboliseerd door de Stenen Tafelen met de tien geboden en de menora) en het Nieuwe Testament (gesymboliseerd haar Kind en de kelk als symbool van de eucharistie).

De bevloering van de kerk werd onder het pontificaat van Eugenius III (1145-1153) uitgevoerd in cosmatentechniek, en gerestaureerd in de 18e eeuw.

De triomfboog

De triomfboog is bekleed met een mozaïek uit de 5e eeuw; het Latijnse opschrift in het midden ervan "Xystus Episcopus plebi dei"Vertaling: "Sixtus, hoeder van Gods volk". De verwarring tussen de X en de S illustreert dat in die periode geen onderscheid werd gemaakt tussen de uitspraak van beide lettertekens. Ook werd de Y blijkbaar als I uitgesproken. vermeldt Sixtus III als opdrachtgever van de basiliek. Centraal op dit mozaïek staat Christus' lege heerserstroon, met daarnaast de apostelen Petrus en Paulus. Achter hen zijn de vier evangelisten voorgesteld door hun symbolen.

De stroken links en rechts op de triomfboog beelden het geboorteverhaal van Jezus uit, waarbij ook verhalen uit de apocriefe evangeliën zijn verwerkt.

Aan de linkerzijde van de triomfboog geven de stroken de volgende scènes weer, van boven naar onder:

Getooid als een prinses zit Maria te weven voor de tempel van Jeruzalem. Engelen komen tot haar; een ervan vestigt de aandacht op de duif (symbool van de Heilige Geest) van wie zij een kind zal ontvangen. Een andere engel vermaant Jozef om zijn verloofde Maria niet te verlaten ook al is zij nu zwanger. De drie wijzen uit het Oosten komen hun geschenken aanbieden aan Christus. Hij is gezeten op een keizerstroon, omringd door vier engelen en door Maria en Jozef. Koning Herodes geeft aan zijn soldaten de opdracht om alle pasgeboren jongens te doden. Een menigte jonge moeders wacht angstig af. De heilige stad Jeruzalem, waarvan de wallen zijn overdekt met fonkelende edelstenen. Zes schapen richten zich tot de heilige stad. Samen met de zes andere aan de rechterzijde van de triomfboog stellen zij de twaalf apostelen voor.

Aan de rechterzijde van de triomfboog, eveneens van boven naar onder: