De Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, meer bekend onder de Engelse afkorting PLO (Palestine Liberation Organization; Arabisch: منظمة التحرير الفلسطينية; Munazzamat al-Tahrir al-Filastiniyyah) is een koepelorganisatie van Palestijnen die streven naar een eigen staat. De organisatie werd opgericht in 1964. Men wilde aanvankelijk geheel Palestina terug, waaruit een groot deel van de Palestijns-Arabische bevolking was gevlucht of verdreven en niet terug toegelaten.The Ethnic Cleansing of Palestine, Ilan Pappé, Oneworld Public, Oxford, 2006The Birth of the Palestinian Refugee Problem, Benny Morris Dit gebeurde nogmaals tijdens de oorlog van 1967. Na 1988 ging het om een eigen staat in de in 1967 door Israël bezette gebieden."the territories", de Westelijke Jordaanoever, Arabisch Oost-Jeruzalem en de Gazastrook Terwijl het verzet aanvankelijk voornamelijk de vorm had van een gewapende strijd (in de jaren '60 en '70 werden ook terreurdaden gepleegd), ging het later via een politieke dialoog.
De PLO werd in 1994 van de lijst terroristische organisaties van het Amerikaanse State Department gehaald.https://www.cfr.org/backgrounder/terrorist-groups-and-political-legitimacy [En] De Oslo-akkoorden leidden tot erkenning van de PLO door Israël (en de VS) als 'wettige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk'. Tegelijk kwam er door deze akkoorden een beperkt Palestijns zelfbestuur in delen van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook in de vorm van de Palestijnse Autoriteit. Dit orgaan, deels uit dezelfde personen bestaand, is sindsdien veel meer op de voorgrond komen te staan dan de PLO.
thumb|Yasser Arafat
Doelstelling Volgens het oorspronkelijke Handvest van 1964 is het doel van de organisatie het "bevrijden" van Palestina en het komen tot een Palestijnse Staat met gelijkberechtiging van alle inwoners hiervan – Joden, moslims en christenen – en met terugkeer naar de grenzen zoals die voor het Britse Mandaatgebied Palestina ten westen van de Jordaan golden (tot het eind van het Brits mandaat mei 1948). Hoewel de PLO later parlementair en diplomatiek politiek actief was, zag zij tot 1993 volgens haar Handvest (1964, herziene versie in 1968) gewapende strijd als enige mogelijkheid om die bevrijding te realiseren. In april 1995 werd een aantal artikelen, die in strijd waren met de Oslo-akkoorden, geheel of gedeeltelijk nietig verklaard.
Geschiedenis De PLO werd op 28 mei 1964 opgericht op initiatief van de Egyptische president Gamal Abd-el Nasser om de Palestijnen een stem te geven binnen de panarabistische beweging. In die tijd hoorde de Gazastrook bij Egypte en de Westelijke Jordaanoever bij Jordanië. Zo kreeg het Palestijnse volk voor het eerst sinds de Nakba van 1948 weer politieke vertegenwoordigers en leiders. Tegelijk stutte de organisatie in deze periode Nassers aanspraken als leider van alle Arabieren.
Onder anderen Achmad Schukeiri en Daoud Mikhail (vader van politica Hanan Ashrawi) speelden een hoofdrol in de stichting van de PLO.
1969 Terwijl aanvankelijk Arabische landen zoals Egypte (Nasser) de PLO domineerden, wisten in 1969, twee jaar na de Arabische nederlaag in de Zesdaagse Oorlog, Palestijnse verzetsorganisaties de PLO over te nemen. Fatah met Yasser Arafat als leider was de grootste van deze organisaties. Verder waren er nog het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (het PFLP), en het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina (het DFLP). Beiden waren marxistisch en pleegden terreurdaden. Ten slotte was er nog het nationalistische PFLP-GC en al-Saiqa (aan Syrië gelieerd). De communistische partij van Palestina, aan Moskou gelieerd, deed niet mee, omdat zij voor een tweestatenoplossing was: een Palestijnse staat in de in 1967 veroverde Palestijnse gebieden.Robert , Europa in de praktijk : Europa en Palestina (uitg. Comité Een Ander Europa en het Nederlands Palestina Komitee, 2012), p. 24
1974 De Jom Kipoeroorlog van 1973 had Israël verrast. Met veel hulp van zijn bondgenoten wist Israël het tij te keren en een overwinning te behalen. De Israëlische aura van onoverwinnelijkheid was echter sterk verminderd. Hierdoor veranderde het politieke krachtenveld, ook voor de Palestijnen en hun PLO. Hun eer was gered, openingen waren mogelijk. Daarom was er in de Palestijnse Nationale Raad, het parlement van de PLO, op 19 februari 1974 een meerderheid voor het afschaffen van enkele onderdelen van het programma van 1968. Men ging vanaf nu voor een tweestatenoplossing met een Palestijnse staat, die gevestigd moest worden in de Palestijnse gebieden die in 1967 door Israël veroverd waren.
Op deze koerswijziging volgde op 14 oktober 1974 Resolutie 3210 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarin deze de PLO erkende als de enige wettige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk.3210 (XXIX). Invitation to the Palestine Liberation Organization. UNGA, 14 okt 1974 [A/RES/3210 (XXIX)] In november van dat jaar herbevestigde de Algemene Vergadering haar resolutie van 1970 (o.a. recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk) en kreeg de PLO een waarnemersstatus binnen de VN.Europa en Palestina, Soeterik, p. 253236 (XXIX). Question of Palestine. UNGA, 22 nov 1974 [A/RES/3236 (XXIX)] Het is in deze periode dat Yasser Arafat zijn bekende redevoering hield voor de Algemene Vergadering van de VN: "In mijn ene hand heb ik de olijftak van de vrede, in mijn andere hand het pistool van de vrijheidsstrijder. Maak dat ik de olijftak niet uit mijn handen moet laten vallen."
Ook de Arabische Liga bevestigde – op 28 oktober 1974 – dat de PLO de enige wettige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk is "in elk deel van het grondgebied van Palestina dat is bevrijd."
Tijdens de Jom Kipoeroorlog hadden een aantal olieproducerende Arabische staten een olie-embargo ingesteld tegen een aantal Europese staten, waaronder Nederland. Dit maakte dat men daar "gevoeliger" werd voor Arabische pijnpunten, waaronder de zaak Palestina.
Sadat, Begin en Carter thumb|De vaste Tweede Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken spreekt met vertegenwoordigers van de PLO: Naïm Khader (PLO-Brussel) geflankeerd door Harry van den Bergh (links) en Piet Dankert (rechts) (8 september 1977).
De beroemde geste van Egyptische president Anwar Sadat, die in 1977 afreisde naar Israël, de hand van premier Menachem Begin schudde en zijn beroemde redevoering hield in de Knesset, waarin hij vrede in het vooruitzicht stelde, leidde tot de Camp Davidakkoorden. Dit was een met hulp van president Carter (VS) gesloten bilateraal akkoord, waarin Egypte en Israël vrede met elkaar sloten. Israël gaf daarbij de rest van de veroverde Sinaï terug aan Egypte. Met de Palestijnen zou worden onderhandeld over een vorm van autonomie.
Door deze Pax Americana werd Egypte losgemaakt uit de Arabische eenheid en werden de VN en Europa omzeild. Met betrekking tot de Palestijnen (PLO) was het parool "over u, zonder u". De PLO schoot er dan ook niets mee op.
De EEG erkende niet lang daarna (Verklaring van Venetië, 13 juni 1980) de "legitieme rechten van het Palestijnse volk", waar men rekening mee moest houden bij het zoeken naar vrede met de Palestijnen en hun PLO. De bouw van illegale Israëlische nederzettingen werd beschouwd "als een ernstig obstakel op de weg naar de vrede".
1982 De Libanonoorlog van 1982 was een grote en diepe invasie van het Israëlische defensieleger (IDF) in Libanon. Deze actie was bedoeld om de PLO, die na de verdrijving uit Jordanië in 1970 haar hoofdkwartier in Beiroet had opgeslagen, uit te schakelen, hetgeen lukte. In het kader van een staakt-het-vuren moesten de leiders (Arafat) en zo'n 8000 strijders Libanon verlaten. Tunis werd hun volgende verbanningsoord. De Palestijnse vluchtelingen/verdrevenen in Libanon bleven kwetsbaar achter. Het bloedbad op 16 september 1982 in Sabra en Shatila was een van de gevolgen. Extremistische christelijke milities uit Libanon, gewapend met bijlen, messen en geweren vielen de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila binnen en richtten daar een slachting aan. Ze kregen rugdekking van het Israëlische leger, dat ook in Libanon aanwezig was. De IDF controleerde de vluchtwegen en verlichtte met vuurpijlen het vluchtelingenkamp, zodat de milities ook ‘s nachts met hun slachtpartij konden doorgaan. De slachtpartij, die drie dagen zou duren, kostte aan velen het leven. De schattingen lopen uiteen van 1000 tot 3500 slachtoffers. Het Israëlische leger was ooggetuige van het bloedbad, maar keek bewust de andere kant op.
Op 1 oktober 1985, in Operatie Houten Been (Wooden Leg), bombardeerden F-15's van de Israëlische luchtmacht het PLO-hoofdkwartier in Hammam Chott bij Tunis. Meer dan 60 mensen werden gedood. Dit was een represaille voor het gijzelen en doodschieten van drie Israëlische toeristen op een jacht bij Cyprus enkele dagen eerder door Force 17 een elite-eenheid van de PLO. Volgens de PLO waren de toeristen Mossad-agenten en was het een represaille voor een gijzeling - ook op zee - en ontvoering naar Israël - twee weken daarvoor - van Faisal Abu Sharah, een commandant van Force 17.
Intifada De in 1987 begonnen Intifada was een verrassing voor alle partijen. Voor het gewone volk was de situatie uitzichtloos wat te maken had met de "eeuwige" dagelijkse repressie door de Israëlische bezetter, de vermenigvuldiging van Joodse nederzettingen en wegen, en politici die faalden in het bereiken van een oplossing. Er kwamen demonstraties, die uitliepen op een volksopstand, bedoeld om de bezetting "af te schudden" (Arabisch: intifadah). Deze intifada was een basisbeweging van gewone mannen, vrouwen en groepen, die probeerden -door niet meer mee te doen- de bezetting te beëindigen en tegelijk zelf een samenleving te vormen. Er waren volkscomités en er kwam een Verenigd Nationaal Leiderschap dat contact had met "Tunis". Maar ook ontstonden er islamitische verzetsgroepen: Islamitische Jihad en Hamas. De eerste Intifada zou tot 1993 duren. Door de harde Israëlische repressie en het arresteren van de leiders ging allengs haar momentum verloren.
De Staat Palestina uitgeroepen Deze blijk van nationaal Palestijns zelfbewustzijn was voor koning Hoessein van Jordanië reden om op 31 juli 1988 formeel afstand te doen van de Westelijke Jordaanoever. De PLO op haar beurt riep hier op 15 november 1988 eenzijdig de Staat Palestina uit met Yasser Arafat als president. De proclamatie werd onmiddellijk erkend door de Verenigde Naties en volgend op Resolutie 43/177 mocht de PLO een maand later binnen de VN de titel "Palestine" gaan voeren in plaats van "Palestine Liberation Organization".43/177. Question of Palestine. UNGA, 15 dec 1988 (A/RES/43/177)."1. Acknowledges the proclamation of the State of Palestine by the Palestine National Council on 15 November 1988; ... 2. Affirms the need to enable the Palestinian people to exercise their sovereignty over their territory occupied since 1967; ... 3. Decides that, effective as of 15 December 1988, the designation "Palestine" should be used in place of the designation "Palestine Liberation Organization" in the United Nations system, without prejudice to the observer status and functions of the Palestine Liberation Organization within the United Nations system, in conformity with relevant United Nations resolutions and practice;
1990 Tijdens de Tweede Golfoorlog verklaarde de PLO zich solidair met Irak, terwijl van alle Arabische staten alleen Jordanië uit pragmatische redenen enigszins pro-Irak was. Na de Golfoorlog zorgde de steun van de PLO aan Saddam Hoessein ervoor dat de organisatie zowel politiek als financieel geïsoleerd raakte. Koeweit en Saoedi-Arabië zetten hun financiële steun stop en Palestijnse werknemers werden uitgezet. Als vergelding voor de steun van de Palestijnse leiding aan de Iraakse bezetting, zette Koeweit ongeveer 400.000 Palestijnen het land uit. De PLO kwam in financiële nood.
Madrid