Rapid Wien is een Oostenrijkse voetbalclub uit de hoofdstad Wenen. Het werd opgericht in 1898 als Erster Wiener Arbeiter-Fußball-Club. Het is de succesvolste club uit de Oostenrijkse voetbalhistorie. Het is tevens de grote rivaal van stadsgenoot Austria Wien. Rapid Wien is de enige Oostenrijkse voetbalclub die ooit Duits landskampioen werd. Dit gebeurde in het seizoen 1940/41 onder Duitse bezetting van Oostenrijk.

De club speelt zijn thuiswedstrijden sinds het seizoen 2016/17 in het Allianz Stadion. Tot het seizoen 2013/14 speelde de club in het inmiddels gesloopte Gerhard Hanappistadion. Tijdens de bouw van het nieuwe stadion speelde Rapid in het Ernst Happelstadion.

De belofteploeg van Rapid speelt in de Erste Liga (tweede niveau).

Geschiedenis 1898-1912: Eerste landskampioen thumb|300px|Het elftal van 1. Arbeiter FC 1898 De club werd in september 1898 opgericht als Erster Wiener Arbeiter-Fußball-Club en is een van de oudste clubs van het land. Er werd gespeeld op het terrein Schmelzer Exerzierfeld. Alle spelers waren rekruten van het k.u.k.-Armee. De eerste aanvoerder van Arbeiter-FC was J. Kailich, de clubkleuren waren blauw-rood (tegenwoordig de kleuren voor uitwedstrijden).

De eerste (bekende) vriendschappelijke wedstrijd van Arbeiter eindigde met een 1-1 gelijkspel tegen Meidlinger FC Vorwärts. De volgende wedstrijden eindigden echter met een duidelijke overwinning voor de tegenstander. Bij de deelname aan het Keizer Frans Jozef-Jubileumtoernooi 1898 werd Arbeiter laatste met een doelsaldo van 4:75. Twee weken later maakte Wiener AC de club met de grond gelijk en scoorde 20 keer. Na 19 wedstrijden won de club met 4-1 van Vindobona Wien, een voorganger van SK Admira Wien. 8 maanden na de oprichting, op 8 januari 1899 vond er een crisisvergadering plaats vanwege de slechte resultaten. Daarin werd besloten de naam van de club te veranderen naar Sporklub Rapid, wat geïnspireerd is van het Berlijnse Rapide 93. Hierdoor is deze datum de officiële oprichtingsdatum van de club. De naamsverandering had echter geen gevolgen voor de uitslagen die slecht bleven.

In 1900 werd de Fußball-Union, een voorloper van de Oostenrijkse voetbalbond, opgericht die de eerste officieuze Oostenrijkse kampioenschappen organiseerde. Rapid startte in de 2de klasse. Een jaar later speelde men voor het eerst tegen een team buiten de hedendaagse grenzen van Oostenrijk. In Bohemen werd 1-1 gelijk gespeeld tegen Prager FK Austria. Op 14 maart 1903 nam de club het nieuwe stadion in Rudolfsheim in gebruik met een nederlaag tegen Graphia. Het terrein was echter scheef en had een hoogteverschil van meer dan 2 meter van het ene naar het andere doel. Dit bleek een voordeel te zijn voor de thuisploeg die nu meer begon te winnen. Na een testwedstrijd tegen Deutschen Sportverein promoveerde de club naar de hoogste klasse, waaruit de club nooit zou degraderen. In 1905 werden de clubkleuren in groen-wit veranderd. Nadat er steeds meer fans kwamen, werd in 1907 het eerste clubhuis geopend en kwam er een tribune voor de supporters. Josef Schediwy was een van de sterspelers van dat moment.

In 1910 zegde de stad Wenen het huurverdrag voor het scheve Rapid-terrein op, waarna de club in een crisis kwam. Enkele bestuursleden en spelers verlieten de club. Dionys Schönecker (1888-1938) nam het team over en leidde hen van overwinning naar overwinning. In Hütteldorf kwam er een nieuw stadion, op de Pfarrwiese, met plaats voor 4000 toeschouwers. Het werd uiteindelijk 70 jaar lang de thuishaven van de club. Het Oostenrijks voetbalkampioenschap 1911/12 was het eerste officiële voetbalkampioenschap en Rapid kroonde zich hierin als eerste landskampioen door 15 overwinningen in 20 wedstrijden. Vanaf dit moment was Rapid altijd de club met de meeste Oostenrijkse landstitels. Ook in het 2de seizoen werd de club kampioen zonder een nederlaag, wat de club enkel nog maar in 1934/35 kon nadoen.

1912-1930: Titels en Mitropacup Rapid bleef de dominante club en won 8 van de eerste 12 kampioenschappen, ook de eerste 2 bekers van Oostenrijk in 1919 en 1920 schreef de club op zijn palmares. Door het steeds groter wordende aantal fans werd er een heus stadion gebouwd rond het terrein met een grotere tribune zodat er 20.000 toeschouwers binnen konden. De opening van het nieuwe stadion vond plaats op 2 oktober 1921 met een uitverkochte wedstrijd tegen Floridsdorfer AC waarin Rapid met 6-4 won. Internationale wedstrijden werden meestal wel in het stadion van de Hohe Warte gespeeld, waar plaats was voor 40.000 toeschouwers. Na de titel in 1923 kwam de club in een kleine crisis. De ploeg was verouderd en een groot deel van het elftal beëindigde bijna gelijktijdig hun carrière. Door de Eerste Wereldoorlog kon de club niet echt putten uit nieuwe talenten. Het duurde enkele jaren vooraleer de club weer op volle toeren draaide, maar er werd wel nog steeds in de top 5 geëindigd.

In 1927 werd de Mitropacup, voorloper van de Europacups, ingevoerd. De kampioen en bekerwinnaar mochten deelnemen. In de competitie werd Rapid derde dus restte enkel nog de beker, waarin Austria Wien met 3-0 werd verslagen. Nadat Hajduk Split en Slavia Praag opzij gezet werden was Sparta Praag de tegenstander in de finale. In Praag verloor de club met 6-2 en de terugwedstrijd werd met 2-1 gewonnen, wat niet volstond voor de titel.

Als finalist was Rapid wel al voor de Mitropacup van 1928 gekwalificeerd. Opnieuw haalde Rapid de finale maar verloor de heenwedstrijd met zware 7-1 cijfers van het Hongaarse Ferencvárosi TC en ondanks de 5-3 winst van Rapid in Wenen, moest Rapid ook dit keer genoegen nemen met een 2de plaats. Het volgende seizoen verloor de club in de halve finale tegen de latere winnaar Újpest FC, troost dit seizoen was wel een nieuwe landstitel.

Het seizoen 1929/30 was een van de succesvolste in de clubgeschiedenis, er werd een nieuwe titel behaald en in de beker werd de grootste overwinning voor Rapid ooit gemaakt, 17-0 tegen SK Neubau, de beker werd evenwel niet gewonnen. In de Mitropacup werden Genoa 1893 en Ferencvárosi opzij gezet en in de finale wachtte opnieuw Sparta Praag, waaraan de club slechte herinneringen had. In Praag won de club verrassend met 0-2 en hoewel Sparta in Wenen won met 2-3 voor 40.000 toeschouwers mocht Rapid zich als Midden-Europees kampioen kronen. De vroegere arbeidersclub won nu een grote internationale titel en was de naam topclub waardig, thumb|De kampioenswedstrijd van 1941 tegen Schalke 04.

1930-1945: Wisselend succes en Gauliga In het begin van de jaren 30 namen andere clubs uit Wenen de macht in Oostenrijk en Europa over. First Vienna FC werd in 1931 kampioen en won de Mitropacup. Rapid was op zoek naar een nieuwe topschutter en vond die in Franz Binder, die meer dan 1000 keer zou scoren voor de club (inclusief vriendschappelijke wedstrijden). De landstitel was echter nog wat te hoog gegrepen, Rapid won altijd net niet de titel of beker en ook in de Mitropacup verloor de club in de eerste of tweede ronde.

Na de dominantie van Vienna kwam het tijdperk van Admira, zo verloor Rapid in de bekerfinale met 8-0 van Admira. Ook andere Weense clubs waren concurrenten, zoals Wiener Austria. In 1935 werd Rapid opnieuw ongeslagen kampioen. Twee jaar later telde men voor het eerst in de geschiedenis echter meer nederlagen dan overwinningen. Het volgende seizoen werd dit akkefietje weer rechtgezet met de titel.

Door de Anschluss van Oostenrijk bij het Duitse Rijk in maart 1938 werd de Gauliga Ostmark opgericht. De Duitse competitie bestond sinds 1933 uit 16 Gauliga’s waarvan de winnaar elkaar bekampten in de eindronde om de Duitse titel. De Weense clubs bewezen zich de volgende jaren in de Duitse competitie. In het eerste jaar moest Rapid Admira nog laten voorgaan, die later de finale om de titel zou spelen. In de beker werd wel de finale behaald. Op 8 januari 1939 trof de club FSV Frankfurt in het Olympiastadion van Berlijn. Frankfurt kwam vroeg aan de leiding en bleef dat 80 minuten lang, waarna Rapid de wedstrijd naar zijn hand zette door drie keer te scoren zodat Rapid Duits bekerwinnaar werd.

In het seizoen 1939/40 werd Rapid kampioen van de Gauliga en bereikte de halve finale om de Duitse titel waarin het met 1-2 verloor van Dresdner SC, in de troostfinale pakte Rapid wel nog de 3de plaats. Ook in de beker was de halve finale het eindstation. In het volgende seizoen eindigde Rapid ook weer bovenaan en stootte opnieuw door naar de halve finale voor de titel. Dresdner was opnieuw de tegenstander en dit keer trok Rapid aan het langste eind. In de finale op 22 juni 1941 trof de club voor 100.000 toeschouwers het machtige Schalke 04. Na 60 minuten stond het 3-0 voor Schalke, maar op 10 minuten draaiden de groen-witten de situatie om en via doelpunten van Schors en een hattrick van Binder werd het uiteindelijk 3-4. Deze zege staat geboekstaafd als een van de meest memorabele momenten in de clubgeschiedenis en Rapid is de enige Duitse landskampioen die niet uit het huidige Duitsland komt.

De volgende jaren leed de club veel schade onder de Tweede Wereldoorlog, want vele spelers werden opgeroepen voor het leger.

1945-1955: Naoorlogse tijd Enkele maanden na het einde van de oorlog werd het voetbal in Oostenrijk hervat. aanvoerder Franz Binder leidde de ploeg naar de 15de landstitel en de vierde bekerwinst door beide doelpunten te scoren in de bekerfinale tegen Vienna. De interesse voor het voetbal was in die tijd bijzonder groot en in het hele seizoen trok de club zo’n 800.000 toeschouwers. Er is nooit meer zo veel belangstelling in gewone competitiewedstrijden van het Oostenrijkse voetbal getoond. In het seizoen 1949/50 was het gemiddelde aantal toeschouwers bij een thuiswedstrijd 26.077, een record dat nog steeds niet verbroken is.

In 1947 moest de club tevreden zijn met de vicetitel achter SC Wacker Wien en ook in het volgende seizoen ging de strijd tussen Rapid en Wacker, op de laatste speeldag werd de titel veilig gesteld met een gelijkspel tegen Austria. In 1949 vierde de club zijn jubileum, de eens onsuccesvolle Arbeiter FC had intussen 16 landstitels behaald en had ook naam in Europa. Ter ere van de 50e verjaardag speelde de club vriendschappelijke wedstrijden in Sicilië, Egypte en Brazilië. Daar speelde men onder andere tegen Atlético Paranaense die Rapid Wien -de club die al een jaar lang ongeslagen was- een pak slaag gaf (7-2). De volgende twee seizoenen eindigde Rapid met 2 punten achterstand op Austria.

Seizoen 1950/51 werd een nieuw hoogtepunt in de clubgeschiedenis. Rapid domineerde de competitie en gaf vele clubs een veeg uit de pan: Linzer ASK verloor met 11-2, Sturm Graz met 12-1 en Vienna met 9-0. In de derby tegen regerend kampioen Austria won Rapid voor 53.000 toeschouwers in het Praterstadion met 7-5. De 17de landstitel werd behaald met 133 doelpunten in 24 wedstrijden, een gemiddelde van 5,54 goals per wedstrijd.

Ook in de Mitropacup, dat voor één seizoen Centropacup heette werd succes geboekt. Lazio Roma werd met 5-0 afgestraft en in de finale trof Rapid de Oostenrijkse vicekampioen Wacker Wien, bij een 2-2 stand scoorde Ernst Happel de winnende goal in de 90e minuut. Deze zege was wel de laatste internationale titel die de club kon behalen.

Na een nieuwe landstitel in 1952 werd het elftal in 1953 derde. Maar de club bewees met een 6-1 zege in een vriendschappelijke wedstrijd in Brugge tegen Arsenal FC nog steeds een internationale grootmacht te zijn. In 1954 werd de 19de titel behaald. Die kon niet verlengd worden in 1955 ondanks dat Rapid de beste aanval had, want het kwam er dat jaar op aan de beste verdediging te hebben, Vienna won de titel, met Wiener Sport-Club op de 2de plaats.

1955-1961: tegenstand Wiener Sport-Club en Europees voetbal