thumb|17e-eeuws wapen van Breda thumb|De overgave van Breda (Las Lanzas), 1634/35, Olieverf op doek, Museo del Prado, Madrid

Breda heeft een lange geschiedenis en is al eeuwenlang gerelateerd aan het huis Nassau en daarmee ook aan het Koninklijk Huis van Nederland. Tot 1795 was Breda deel en hoofdstad van de baronie Breda. De baron was tevens graaf van Nassau.

Overzicht

Jaartallen Belangrijke jaartallen in de geschiedenis van Breda zijn:

1125: Eerste vermelding van de naam Breda in een oorkonde die een schenking aan de abdij van Affligem betreft en waar Arnulfus (Arnulf) en Ingelbertus (Engelbrecht) van Breda als getuigen optreden.P.C. Boeren, De heren van Breda en Schoten, p.94; E. de Marneffe, Cartulaire de l'abbaye d'Affligem, p.71, no. 40 (1125): "Ascelinus de Bruxella, et filius suus Henricus. Arnulfus et Ingelbertus de Breda." 1252: Breda koopt van de heer Hendrik IV van Schoten privileges. Deze handeling wordt door Breda beschouwd als het verkrijgen van stadsrechten. Anderen zijn de mening toegedaan dat Breda reeds eerder stadsrechten had. Een oorkonde daaromtrent ontbreekt echter. 1353 - 1378 Jan II van Polanen, heer van Breda 1378 - 1394 Jan III van Polanen, heer van Breda 1403: Baronie van Breda in handen van het huis Nassau door het huwelijk van Engelbrecht I met Johanna van Polanen. 1504 - 1538 Hendrik III van Nassau-Breda van Nassau, heer van Breda 1534 - grote stadsbrand in Breda. 1544 - 1567 Willem I van Oranje, heer van Breda 1567 - 1576 Breda onteigend, en in 1576 weer teruggegeven in het kader van de Pacificatie van Gent 1577 Beleg door Filips van Hohenlohe-Neuenstein 1576 - 1581 Willem van Oranje opnieuw heer van Breda 1581 Willem van Oranje vogelvrij verklaard, waarop Breda door de Spanjaarden werd veroverd door Claudius van Berlaymont, heer van Haultepenne/Houtepen: de furie van Houtepen 1581 - 1590 Spaanse bezetting 1590: Breda heroverd op de Spanjaarden door de list met het Turfschip van Breda door Maurits van Oranje 1624/1625: Beleg door Ambrogio Spinola 1637: Breda heroverd door de Republiek onder leiding van Frederik Hendrik van Oranje 1646: Opening van de Illustere school en Collegium Auriacum (Breda) 1667: De Vrede van Breda, het in Breda gesloten verdrag ter beëindiging van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. 1793: Beleg door Charles-François Dumouriez 1813: De Franse bezetting van Breda vlucht als Kozakken in de buurt verschijnen. De stad wordt bezet door Russische en Pruisische troepen. Een Frans leger onder leiding van François Roguet en Charles Lefebvre-Desnouettes komt terug om de stad weer te veroveren maar wordt teruggeslagen tijdens het Beleg van Breda, mede met hulp van Nederlandse troepen (o.a. Regiment van Phaff) en de burgerbevolking. 1940 12 mei: Breda ingenomen door nazi-Duitsers; bevolking wordt geëvacueerd (Vlucht uit Breda) maar keert binnen enkele weken later terug 1940 17 mei: 51 evacué(e)s komen om bij bombardement in Sint-Niklaas 1942 8 augustus: Joden moeten zich van bezetters registreren; deportaties beginnen en zijn in december voltooid 1944 13 oktober, Duivelsbruglaan 42, bombardement door Typhoons van de RAF, 25 doden 1944 29 oktober: bevrijding van de stad door Poolse soldaten onder generaal Maczek; in hele oorlog ruim 500 Bredase burgers gestorven

In de tweede helft van de 19e eeuw begint voor Breda een bloeiperiode van de handel en de nijverheid.

Naam

Middeleeuwen Nederzetting en burcht thumb|Overeenkomst thumb|Breda 1350 bevestigd met muren en wallen thumb|Breda in 1653 volgens Willem en Joan Blaeu thumb|Breda 1743,gegraveerd door B.F. Immink thumb|Breda 1869bron: kuijsten. Gearchiveerd op 11 juni 2023. Nadat er in 1125 melding is gemaakt van een nederzetting wordt er in de 12e eeuw aan de rechteroever van de Mark bij deze nederzetting een burcht, het Kasteel van Breda, gebouwd. De locatie was ongeveer halverwege Brabant en Holland. De nederzetting lag op een uitloper van uitgestrekte zandgronden. Op deze zandgronden waren reeds andere steden, zoals Bergen op Zoom, tot bloei gekomen. Ook lagen bij deze nederzetting verschillende kruispunten van wegen die van het noorden naar het zuiden gingen en van oost naar west. De nederzetting werd omwald en tijdens de Nederlandse Opstand enorm uitgebreid.Lunet B is het enige overgebleven stuk van dit in de 16e en 17e eeuw uitgebreide en verbeterde verdedigingswerk.

De burcht die bij deze nederzetting is gebouwd, moest de scheepvaart op de Mark controleren en werd spoedig bewoond door de Heren van Breda. In 1198 wordt voor het eerst melding gemaakt van het Castellum van Breda. De natuurlijke verbreding op de plaats waar de Mark en de Aa samenvloeiden, was ideaal voor een aanleghaven.Bijma, a.w. Hiermee hangt ook de naam van Breda samen. Andere historici vinden een dergelijke interpretatie een renaissancistische verdichting en wijzen op een mogelijk pre-germaanse oorsprong.P.C. Boeren, DE HEREN VAN BREDA EN SCHOTEN. CA. 1100 - 1281. De rivier de Mark begint als een nietig stroompje bij Merksplas in België. Pas vanaf Breda, waar zij samenvloeit met de Aa wordt zij een ongeveer twintig meter brede, diepe stroom. Het dal waar de rivier in stroomt, is echter enkele honderden meters breed. Het dal kon gemakkelijk onder water lopen, zeker als het vloed was. De Mark stond immers in open verbinding met de zee. Eeuwenlang bestond er een sterke getijdenwerking die zelfs tot in Hoogstraten merkbaar was. In de Bredase haven bedroeg het verschil ongeveer zestig centimeter..

Een eigen bestuur Omdat er vroeg in de 12e eeuw melding gemaakt wordt van een nederzetting met de naam Breda, mag aangenomen worden, dat de stad dus niet gesticht is, zoals dat het geval was met 's-Hertogenbosch in 1185. Deze stad werd door de hertog van Brabant gesticht om de noordgrens ten opzichte van het hertogdom Gelre te markeren en verdedigen. Tevens is bekend dat in 1116 de naam Breda voor het eerst wordt gebruikt als familienaam. Men mag aannemen dat het verkrijgen van stadsrechten een opwaardering is van de nederzetting.

De koop van de privileges van de heer Hendrik IV van Schoten in 1252 wordt beschouwd als de handeling waardoor Breda stadsrechten heeft verkregen. Anderen zijn de mening toegedaan dat Breda reeds eerder stadsrechten had. Een oorkonde daaromtrent ontbreekt echter. De mogelijkheid wordt geopperd, dat Breda kort na 1200 stadsrechten kreeg, toen Breda omwald werd met palissaden voorzien van stenen poorten."Breda, stad van borderlords en baronnen", Leo Nierse, . In een overeenkomst tussen de hertog van Brabant en de heer van Breda uit 1223"Beschryving der stadt en lande van Breda”, Thomas Ernst van Goor, uitgegeven door Jacobus van den Kieboom, 1744 wordt in een Nederlandse vertaling gesproken over: “De Burgt en Stadt van Breda”, de (oorspronkelijke) Latijnse tekst luidt echter: "Castrum & Villa", dat juist vertaald burcht & boerderij, gehucht of dorp betekent. Voor burcht & stad zou de Latijnse aanduiding immers "Castrum & Civitas" zijn geweest. Op basis hiervan lijkt het aannemelijk dat Breda eerst na 1223 stadsrechten heeft verkregen, waardoor ook het jaar 1252 weer in aanmerking komt.

Het gevolg van het verkrijgen van stadsrechten was dat de horigen stadse vrijheid kregen. Ze waren geen eigendom meer van de heer van Breda en vielen onder het stadsrecht. Breda moest hierdoor ook een nieuw rechtscollege vormen. Zo'n rechtscollege werd in deze periode de schepenbank genoemd. Dit woord is afgeleid van het Middelnederlands woord sceppen, wat scheppen betekent; een schepenbank schept namelijk recht. Het stadsbestuur was verantwoordelijk voor de rechtspraak en de uitvoering ervan. Het idee van Charles MontesquieuMontesquieu was de bedenker van de Trias Politica om de wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht van elkaar te scheiden, werd pas vijf eeuwen later bedacht.

Het verkrijgen van de stadsrechten was waarschijnlijk het gevolg van een burcht aan de oever van de Mark. Deze burcht werd Castellum van Breda genoemd. Bij deze burcht was er een nederzetting met een kerk, die vermoedelijk van tufsteen was gebouwd. Deze kerk stond op de plaats waar nu de Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk staat. Rond deze nederzetting had men een aarden wal opgeworpen met daarom heen een gracht. De gewonnen aarde ten behoeve van de gracht, werd gebruikt voor de omwalling. Deze omwalling was waarschijnlijk de aanleiding van Godfried II van SchotenGodfried II van Schoten was de tweede Heer van Breda om Breda op te waarderen en stadsrechten te verlenen. Uit archeologisch onderzoek tussen 1976 en 1983 is gebleken dat deze omwalling dateert van tussen 1198 en 1212.

Binnenstad De omwalling had de vorm van een hoefijzer. De opening daarvan lag in het westen bij de rivier. De aan wal gebrachte goederen werden binnen de omwalling verkocht. Over het algemeen stimuleerde de omwalling van een stad de handel, zo ook in Breda. Vanuit de wijde omtrek trokken mensen naar Breda om daar hun handel te drijven. Breda, liggende in het kwartier van Antwerpen, trok natuurlijk ook handelaren uit Antwerpen naar Breda.

In het begin van de 14e eeuw rond 1333 wordt Breda ommuurd. Men kan de stad in en uit via drie stadspoorten, de Eindpoort op de kruising Eindstraat-Karnemelkstraat, de Gasthuispoort op het kruispunt van de Veemarktstraat en de Vlasmarkt en de Tolbrugpoort vlak bij de haven op het einde van de Tolbrugstraat. Restanten van de funderingen van de stadsmuur zijn te zien in het Park Valkenberg. Al snel breidt de stad zich uit buiten de poorten en worden de muren vervangen door vestingwerken. In de Middeleeuwen is Breda kleine handelsstad van circa 30 hectare. In de 14e eeuw waren er circa 2700 inwoners.

Breda had drie stadspoorten, de Haagpoort of Antwerpse poort en een wapenplein aan het einde van de Nieuwe Huizen, bij de tegenwoordige Fellenoordstraat. De poort is gebouwd in 1682 tussen de bastions Prins en Holland. Er was een brug en dam naar het ravelijn Bülow vanwaar men over een brug op de Straatweg naar Antwerpen kon. De enige versiering was een sluitsteen met een leeuwenkop, die zich bevindt in het Breda's Museum. De tweede stadspoort was de Ginnekenpoort die zich bevond tussen de bastions Noord en Chassé, waarop de molen De Vier Winden stond, die in 1912 is afgebroken. Links van de poort was het molenaarshuis. In zuidelijke richting was er een dam naar de Ginnekenpoort die uitkwam op het ravelijn Greve en vandaar sloot de weg aan op de Straatweg naar Ginneken. De Ginnekenpoort is gesloopt tussen 4 maart en 11 april 1870. De derde stadspoort was de Boschpoort, gebouwd in 1774 was gelegen op de kop van de Boschstraat met een wapenplein. De Boschpoort lag tussen de bastions 's Bosch en Mansfeld. Voor de poort was het ravelijn Prins Maurits. Buiten de poort splitste de weg zich in linksaf naar Terheijden en Moerdijk en rechtdoor naar 's-Hertogenbosch en Oosterhout. De Boschpoort had het wapen van de stad. Op het fronton aan de buitenzijde was het wapen van Prins Willem V.

Heren van Breda

Van Polanen In 1339 werd Jan I van Polanen pandheer van Breda, samen met zijn zoon Jan II. Zij kregen daarmee Breda in onderpand. Het vruchtgebruik werd gegeven aan een Hollandse neef: Willem van Duivenvoorde. In 1350 kocht Jan II de hoge heerlijkheid van de hertog van Brabant. Door zijn steun aan de Hoeken verspeelde hij zijn bezittingen in Holland, zodat hij zich na de dood van Van Duivenvoorde in 1353 helemaal op Breda terugtrok. Door vererving gingen zijn bezittingen over op zijn zoon, Jan III.

Van Nassau De enige dochter van Jan III, Johanna, trouwde in 1403 met graaf Engelbrecht I van Nassau-Dillenburg (van Siegen). Door dit huwelijk kwamen de Nassaus in het bezit van de Baronie van Breda en werden zij vooraanstaande edelen in het hertogdom Brabant. Dit legde de basis voor hun rol in de Nederlandse geschiedenis. In de titels van de koning der Nederlanden is dit nog zichtbaar, zo is hij onder andere baron van Breda.