Jonkheer Philipp Franz Balthasar (Franz) von Siebold, geboren als Philipp Franz Balthasar Siebold (Würzburg, 17 februari 1796 – München, 18 oktober 1866) was een van de westerlingen die in Japan lessen in westerse geneeskunde gaf. Van 1823 tot 1829 was hij geneesheer op Dejima, de Nederlandse handelsnederzetting bij Nagasaki. Hij werd bekend door zijn verzamelingen op het gebied van de Japanse flora en fauna en volkenkunde.Winkler Prins, C.P. (Cor) (2004) Geological collections of the Nationaal Natuurhistorisch Museum (Leiden, The Netherlands): cultural heritage of the geosciences and mining Scripta Geologica. Special Issue, Volume 4, Issue 33, pp. 297-298 PDF Hij voerde zijn onderzoek uit met hulp van tolken en Japanse studenten, en vanaf 1825 met zijn assistent Heinrich Bürger.

Opleiding en uitzending Zijn vader Georg was – net zoals zijn grootvader Carl Caspar von Siebold – hoogleraar in de geneeskunde. De laatste, een beroemd chirurg, was in 1801 in de adelstand verheven vanwege zijn verdiensten tijdens een veldslag van het Oostenrijkse leger tegen de troepen van Napoleon. De familienaam veranderde om die reden van Siebold in von Siebold. Franz von Siebold studeerde medicijnen aan de Universiteit van Würzburg en was daarna enkele jaren arts in Heidingsfeld, een plaatsje direct ten zuiden van Würzburg. Al tijdens zijn studie was hij gefascineerd door natuurwetenschappen en wetenschappelijke ontdekkingstochten.

Hij kreeg via François Joseph Harbauer, de lijfarts van de Nederlandse koning Willem I en een leerling van zijn grootvader, het aanbod om dienst te nemen in het Nederlands-Indisch leger en uitgezonden te worden naar Nederlands-Indië. Hij verkreeg daarvoor de benodigde toestemming van de Beierse koning Maximiliaan I. Von Siebold kreeg de rang van chirurgijn-majoor en vertrok in 1822 naar Batavia. Kort na aankomst ontmoette hij Godert van der Capellen, de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Deze was onder de indruk van de wetenschappelijke kwaliteiten van Von Siebold en vroeg hem arts te worden op de Nederlandse handelspost op het kunstmatige eilandje Dejima in Japan met als opdracht een natuurhistorische verzameling aan te leggen. Von Siebold vertrok in juni 1823 naar het bij Nagasaki gelegen Dejima. Hij zette daarmee een traditie voort van eerdere artsen op Dejima die een vergelijkbare interesse hadden, zoals Caspar Schamberger, Engelbert Kaempfer, Andreas Cleyer en Carl Peter Thunberg.

Achtergrond De handelspost op Dejima was sinds 1641 in handen van de VOC geweest. In 1639 was door de Japanse overheid het finale besluit van de sakoku genomen en uitgevoerd dat tot 1854 een vrijwel gehele afsluiting van Japan voor de buitenwereld tot resultaat had. Japanners werd verboden het land te verlaten. Naast Chinese en Koreaanse schepen konden alleen Nederlandse schepen via de handelspost op Dejima nog handel drijven in het land. Na de opheffing van de VOC in 1800 werd de handelspost voortgezet door de Nederlandse staat. Als gevolg van de Napoleontische oorlogen in Europa en de Britse bezetting van Java door Thomas Stamford Raffles was ook de communicatie tussen Dejima met zowel Nederland als Nederlands-Indië lange tijd zeer moeilijk geweest. Pas met de aankomst van een nieuw opperhoofd, Jan Cock Blomhoff, in 1817 was er weer sprake van een min of meer geregelde situatie. Al in de periode van Von Siebold zou het feitelijk beheer van Dejima in handen komen van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Von Siebold mocht uiteindelijk buiten Dejima komen en gaf in Nagasaki les in Nederlands en medische zaken aan Japanners. Hij introduceerde diverse westerse medicijnen en operatietechnieken op het gebied van oogheelkunde. Het grootste deel van zijn volkenkundige verzameling is ondergebracht in het Wereldmuseum Leiden en het SieboldHuis in Leiden.

Werk en verbanning uit Japan thumb|left|Portret van Von Siebold, door Keiga Kawahara thumb|Hofreis van Dejima naar Edo in het jaar 1826 door Keiga Kawahara thumb|Aankomst van een Nederlands schip op 1 augustus 1827. Van links naar rechts: Chitose, de zus van Sonogi O-Taki, die op het eiland samenwoonde met Heinrich Bürger, assistent en later opvolger van Von Siebold; Bürger kijkt door de telescoop; naast hem in het witte pak Von Siebold; Orson, vaak de Javaanse bediende genoemd maar feitelijk een slaaf van Von Siebold; helemaal rechts Sonogi O-Taki met haar dochter Ine op haar rug. Prent van Keiga Kawahara thumb|Familiewapen van Von Siebold

Het eilandje Dejima had slechts de omvang van de Dam in Amsterdam. Er verbleven meestal maar ongeveer vijftien Nederlanders op het eiland. Die mochten het eiland niet verlaten. Dat gold aanvankelijk ook voor Von Siebold. Wel kreeg hij daar bezoek van Japanse artsen waarvoor hij lezingen gaf. Spoedig kreeg hij echter van de gouverneur van Nagasaki toestemming om in de stad Japanse patiënten te bezoeken. Hij verzamelde medicinale kruiden en legde daarmee op het eiland een kruidentuin aan. In 1824 stichtte hij in het district Narutaki een medisch opleidingsinstituut. Naast dit instituut staat sinds 1989 het Siebold Memorial Museum. Op het instituut gaf hij wekelijks les aan Japanse studenten. De lessen werden gegeven in het Nederlands dat in het Japans werd vertaald. Von Siebold ontving hiervoor geen financiële vergoeding, maar liet zich betalen in voorwerpen die zijn kennis over de geografie en cultuur van Japan vermeerderden.

In deze periode diende het opperhoofd op Dejima met enkele anderen iedere vier jaar een hofreis naar Edo te maken, de zetel van de Tokugawa-shogun die feitelijk het land bestuurde. Von Siebold was aanwezig bij de hofreis van 1826, die hij samen met zijn assistent Heinrich Bürger en het opperhoofd De Stürler aflegde. De Japanse schilder Keiga Kawahara maakte ook deel uit van het gezelschap dat de hofreis ondernam. Kawahara documenteerde met zijn schilderijen veel aspecten van het leven op Dejima. Voor Von Siebold schilderde hij honderden soorten planten en dieren. De verhouding tussen vooral Von Siebold en De Sturler was al lang zeer slecht. De Sturler trachtte de lucratieve maar verboden privéhandel van het Europees personeel met de vele Japanners die dagelijks op het eiland kwamen te reguleren. Ook Von Siebold was hierin zeer actief. De Sturler had echter op die afstand van Batavia nauwelijks mogelijkheden zijn gezag ook effectief te laten gelden. Kort voor de hofreis was het conflict verder geëscaleerd toen De Sturler bezwaar maakte tegen alle voorbereidingen die Von Siebold had genomen om tijdens die reis vooral voor zijn eigen handel en verzameling te zorgen. Ook in Edo waren er voortdurend strubbelingen.

Aan het hof van de shogun ontmoette Von Siebold onder meer de oogarts van de shogun. Deze wenste zijn eigen expertise op het gebied van oogaandoeningen te verbeteren en wilde vooral in het bezit komen van pupilverwijdende medicatie, zoals belladonna dat Von Siebold zelf gebruikte. Von Siebold gaf de Japanse oogarts de receptuur voor het bereiden daarvan. Als tegenprestatie gaf de oogarts Von Siebold een ceremoniële kimono met het zegel van de shogun. Het was strikt verboden een dergelijke kimono aan een buitenlander te geven en als buitenlander die te accepteren

Het feit van deze gift werd ontdekt. Daarbij werd tevens ontdekt dat Von Siebold van Takahashi Sakuzaemon enkele landkaarten van Japan had ontvangen. Ook dat was een daad waar de doodstraf op stond. Von Siebold kreeg huisarrest. Het nieuws over de aanhouding bereikte Nederland per schip. Het Dagblad van 's Gravenhage berichtte er in september 1828 over. Al snel werd de moeder van Von Siebold op de hoogte gesteld die de koning van Beieren en de groothertog van Hessen zover kreeg om bezwaar te maken tegen een eventueel doodvonnis van haar zoon.Zijl, Annejet van der (2025) De zwevende wereld. De verbonden levens van Franz von Siebold en Kusumoto Ine, p. 128-132 Von Siebold betichtte De Sturler ervan dat deze uit pure jaloezie de Japanse autoriteiten tegen hem had opgezet. Dat was een apert onjuiste bewering. De Sturler die eerder weer in Batavia terugkeerde deed wel alle moeite om de autoriteiten daar te overtuigen dat Von Siebold bij terugkeer in Batavia voor de krijgsraad of rechtbank diende te verschijnen.

Von Siebold werd in het najaar van 1829 voor eeuwig verbannen uit Japan. Sakuzaemon was al eerder gestorven aan de gevolgen van martelingen die hij bij zijn politieverhoor had ondergaan. Desondanks kreeg hij na zijn overlijden alsnog de doodstraf opgelegd en werd zijn lichaam onthoofd. Twee zonen van hem werden verbannen en vier tolk-vertalers kregen een levenslange celstraf.Zijl, Annejet van der (2025) De zwevende wereld. De verbonden levens van Franz von Siebold en Kusumoto Ine, p. 130-133 De oogarts en zijn zoon werden verbannen naar een onbetekenend eilandje. Het hele voorval kreeg in de literatuur de naam Siebold-incident mee. Via Batavia keerde Von Siebold terug naar Nederland. Hij zou zich allereerst in het huis Klein Adegeest in Voorschoten vestigen. In 1832 verhuisde hij naar een groot koopmanshuis aan het Rapenburg in Leiden waar meer plek was om zijn uit Japan afkomstige verzameling te huisvesten.Kouwenhoven, Arlette (2025) Brandende IJver. Siebold. De biografie, p. 188 Dit huis word nu gebruikt als Japanmuseum Sieboldhuis, een museum over Von Siebold en de Japanse cultuur.

Er was een verbod op de aanwezigheid van Europese vrouwen op Dejima. Een aantal mannen had echter een relatie met een Japanse vrouw. Von Siebold had een relatie met Sonogi O-Taki, ook wel Kusumoto Taki, naar wie hij later een cultivar van de grote hortensia vernoemde: Hydrangea macrophylla 'Otaksa'. Zij hadden een dochter, Ine Kusumoto (1827-1903), die de eerste vrouwelijke Japanse arts en zelfs lijfarts van de keizerin zou worden. Beiden konden hem niet vergezellen op zijn reis terug naar Europa en bleven achter in Japan.Van Oiyen, Marien J.P. & van Oijen, Jos M.J. (2005) Von Siebold's reis naar het hof van de shogun in het jaar 1826Kauffman Jokl, Danny H & Hiyama, Fusako (2003) Philipp Franz von Siebold. A Medical Pioneer of the 250-Year Holland-Japan Legacy, orandaryu.nl

In Europa en tweede verblijf in Japan Zijn bekendste werk is de Flora Japonica die Joseph Gerhard Zuccarini schreef met gebruikmaking van Von Siebolds materiaal. Bij zijn buitenhuis 'Nippon' in Leiderdorp (nu binnen Leiden) legde hij een kwekerij aan voor zijn meegebrachte Japanse planten. Nu bekende tuinplanten werden mede door Von Siebold naar Europa gebracht. Vanuit de Hortus botanicus Leiden begonnen vele van deze planten de verovering van de Europese tuinen, zoals hosta, hortensia en diverse azalea's. Von Siebold heeft ook de Japanse duizendknoop meegenomen naar Europa. Om die reden staat in de Japanse tuin van de Hortus botanicus Leiden een oud exemplaar. Zijn kwekerij in Leiden is waarschijnlijk de bron van de meeste, zo niet alle, Japanse duizendknopen in Europa geweest.

Zijn collectie Japanse kunstvoorwerpen, alsmede twee andere collecties met voorwerpen uit Nederlands-Indië en van eilanden in de Grote Oceaan die hij na terugkeer in Nederland had verworven, werden aangekocht door de Nederlandse staat. Die collecties vormden de basis voor het in 1837 in Leiden geopende Rijks Japansch Museum, vanaf 1859 Rijks Japansch Museum Von Siebold geheten en veel later Museum Volkenkunde.