Japanse duizendknoop (Fallopia japonica, synoniemen: Reynoutria japonica, Polygonum cuspidatum) is een plantensoort uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae). De plant komt oorspronkelijk uit Oost-Azië, maar doet het ook in streken elders op de wereld erg goed. Vaak is lokaal een grote hoeveelheid van deze soort te vinden, en in de verdere regio niet.
De plant wordt door de IUCN vermeld als een van de honderd meest invasieve soorten ter wereld. Per 7 augustus 2025 staat de Japanse duizendknoop op de Unielijst voor invasieve uitheemse soorten. Onder meer in natuurgebied de Hoge Venen heeft de plant zich gevestigd als een woekerende soort, die de biodiversiteit verstoort.
Er zijn ook minder woekerende cultivars (zoals: F. japonica var. compacta 'Variegata' en 'Crimson Beauty') die als sierplant of bodembedekker werden aangeplant.
Botanische beschrijving Japanse duizendknoop is een vaste, kruidachtige plant. Ze bereikt een hoogte van 1–3(–4) m. Het is een ruigtekruid waarvan vaak ten onrechte wordt gedacht dat het een (half)struik is vanwege haar struikachtige verschijning. De plant vormt lange, holle stengels met zijtakken en 5–12 cm grote bladeren eraan. De planten wortelen zeer diep en vormen stevige wortelstokken, die het polyfenol resveratrol bevatten.
In de winter sterft de plant bovengronds af. In maart en april schieten de stengels relatief snel op uit de grond, tussen de verdorde stengels van het jaar ervoor en ontwikkelen zich lichtgroene bladeren op regelmatige afstanden op de stengel. Op de middennerf van de achterkant van het blad zitten schubvormige haren. H. Duistermaat, D.M. Soes, J. van Valkenburg, B.J. van Heuven, B. Zonneveld & P.J.A. Kessler. Actuele verspreiding en risico’s van mannelijk fertiele Fallopia japonica (Polygonaceae) planten. Gearchiveerd op 11 augustus 2022. Op de basis van de bladsteel zit een grote, langwerpige honinggroef. De jonge stengel is vrij buigzaam, later wordt deze dikker en krijgt wat rode spikkels. De stengel is opgebouwd uit holle stengelleden of internodiën (zoals bij bamboe). Op de grens tussen twee hiervan bevindt zich een knoop waaraan zich een zijtak en een blad bevinden. Ook de zijtakken zijn op deze wijze verder opgebouwd. De wand van de stengel bestaat uit twee delen. Een dik deel dat groen is en voor de stevigheid zorgt, en een doorzichtig vlies met rode vlekjes. Gezamenlijk ziet de stengel er dan groen uit met rode vlekjes.
Japanse duizendknoop bloeit in augustus en september met crèmewitte, soms wit-roze, bloemen. De tuitjes in de bloeiwijze zijn vrijwel kaal en afgerond of kort toegespitst.
De vruchten zijn roodachtig en hebben een vliezige zoom of vleugel om de vruchten.
Variëteiten en bastaarden Japanse duizendknoop is een variabele soort. De variëteit die in Europa het meest wordt aangetroffen, is F. japonica var. japonica. Dit is een octoploïde (2n = 88) variëteit, waarvan buiten Europa alleen planten met functioneel vrouwelijke bloemen en steriele meeldraden worden aangetroffen. Alle Europese planten van deze variëteit behoren waarschijnlijk tot dezelfde kloon.
F. japonica var. compacta is een tetraploïde (2n = 44) plant, waarvan zowel tweeslachtige als vrouwelijke planten bekend zijn. F. japonica var. compacta verschilt van var. japonica door de geringere afmetingen (slechts 30–70 cm hoog), bladeren die even lang als breed zijn, een gegolfde bladrand en een roodachtig bruin bloemdek. Mogelijk kunnen deze terugvallen naar de oorspronkelijke, woekerende variëteit.
Er komen ook hexaploïde (2n = 66) vormen van Japanse duizendknoop voor. Deze planten onderscheiden zich van var. japonica door de meer langwerpige, donkergroene bladen met een iets gegolfde bladrand. Deze planten zijn waarschijnlijk kruisingen tussen var. japonica en var. compacta en hebben meestal tweeslachtige bloemen.
Basterdduizendknoop (Fallopia ×bohemica), een kruising van Japanse duizendknoop met Sachalinse duizendknoop, wordt waarschijnlijk geregeld voor Japanse duizendknoop aangezien. Basterdduizendknoop is mogelijk algemener dan Japanse duizendknoop.Verspreidingsatlas Nederland CC-BY-SA 3.0 Ruud Beringen, 2014. Gearchiveerd op 15 oktober 2022.
Ecologie Japanse duizendknoop komt voor op eutrofe, humeuze, matig vochtige tot droge bodems op zonnige tot beschaduwde standplaatsen. Ze wordt vaak aangetroffen aan bosranden, in open plekken en in de ondergroei van bossen. Eveneens komt ze erg veel voor binnen tal van ruderale milieus, zoals vooral spoordijken en spoorbermen, (midden)bermen en geluidswallen van snelwegen, braakliggende en afgegraven terreinen, industrieterreinen en tuinen. Verder wordt Japanse duizendknoop ook regelmatig aangetroffen langs waterkanten, vooral op taluds langs sloten, kanalen en beken.
Syntaxonomie In de syntaxonomie vindt Japanse duizendknoop in Nederland haar optimum in een naar haar vernoemde derivaatgemeenschap binnen de klasse van nitrofiele zomen. Daarnaast komt ze ook veel voor in de klasse van ruderale gemeenschappen.
Verspreiding Het natuurlijke verspreidingsgebied van Japanse duizendknoop strekt zich ruwweg uit over het oostelijke deel van Oost-Azië en het oostelijke deel van het Russische Verre Oosten. De soort is inheems op het vasteland van Zuidoost-China en het noordelijke alsmede zuidelijke deel van Centraal-China, op Hainan, de Riukiu-eilanden, het Koreaans Schiereiland, Taiwan, de Koerilen, Sachalin en delen van de kraj Chabarovsk en de oblast Amoer.
De soort is tussen 1829 en 1841 in Europa ingevoerd door botanicus Philipp Franz von Siebold. Om die reden staat in de Japanse tuin van de Hortus botanicus Leiden ook een oud exemplaar van de plant. Zijn kwekerij in Leiden is waarschijnlijk de bron van de meeste, zo niet alle, Japanse duizendknopen in Europa geweest. Heinrich Witte, die in de negentiende eeuw hortulanus was van de Leidse hortus, gebruikte ook wel de naam Japanse boekweit, en noemde als botanische naam ook Polygonum sieboldii. Hem viel al de ongelooflijk sterke groeikracht van deze plant en van de verwante Sachalinse duizendknoop op. Hij concludeert: "Beide planten, hoezeer ze ook door den grond woekeren, zijn ware sieraden voor een tuin."
De eerste gedocumenteerde waarneming van verwildering binnen Nederland dateert uit 1886. Pas na 1950 is de soort op grote schaal gaan verwilderen. De groeiplaatsen ontstaan door het storten van tuinafval met plantenresten. Uit kleine stukken wortelstok kunnen al gauw nieuwe planten ontstaan. Door vegetatieve vermeerdering met behulp van afleggers en kruipende wortelstokken kan de soort zich sterk uitbreiden en alle andere kruiden ter plekke verdringen. Ze ontbreekt alleen in de laagveengebieden en in grootschalige landbouwgebieden op kleigrond.
Invasieve exoot De plant heeft een grote groeikracht en is in staat zich te vestigen in droge en vochtige grond in eutrofe habitats op zand, klei of veen. Hij verdringt daarbij de andere kruiden en struiken. De plant kan goed zijn weg vinden door kleine doorgangen zoals in barsten van de fundering van huizen of door gaten of barsten in het wegdek, spoorinfra (bv spoorbruggen) en woekeringen in spoorballast. Japanse duizendknoop wordt daarom internationaal tot de honderd meest invasieve exoten gerekend.
Er zijn in Europa geen herbivoren en parasieten (zoals insecten of schimmels) die er noemenswaardig van eten of aantasten, waardoor de plant niet in zijn opmars wordt gestuit. Een Fallopia-vegetatie is in ecologisch opzicht armer dan een maïsakker. Doordat insecten niet leven in een door Japanse duizendknoop gedomineerde begroeiing, is deze voor bijvoorbeeld vogels en kikkers ongeschikt.
Japanse duizendknoop is opgenomen op de lijst van invasieve uitheemse soorten die zorgwekkend zijn voor de Europese Unie. Sindsdien mag de plant niet meer verkocht worden binnen de Europese Unie.
In diverse landen is er wetgeving tegen het verspreiden van deze plant, onder andere in het Verenigd Koninkrijk. Op bouwlocaties moet de plant er eerst worden bestreden; het fallopiavrij maken van het terrein voor de Olympische Spelen in Londen was een dure zaak. Onder andere in de Amerikaanse staat Washington wordt de plant ook in natuurgebieden intensief bestreden met glyfosaat.
Door de European and Mediterranean Plant Protection Organization wordt sterk aangeraden om maatregelen te treffen om verdere introductie en verspreiding te voorkomen en ongewenste populaties te beheren door publiciteit, beperkingen op de verkoop en aanplant en door verdelging.
Bestrijding Japanse duizendknoop is door zijn groeikracht en relatieve ongevoeligheid voor bestrijdingsmiddelen moeilijk te bestrijden op plekken waar hij eenmaal goed gevestigd is. Bestrijding is gebaseerd op een combinatie van meerdere tactieken volgens een meerjarenplan:
Maaien en afvoeren Omstreeks de bloeiperiode in augustus, september en tot midden oktober of meermaals per jaar. Het maaisel mag niet vermengd worden met gewoon groenafval, omdat elk stukje wortel opnieuw kan uitlopen. Bij meermaals maaien is eenmaal per vier weken in eerste instantie erg effectief: de plant wordt dan gemaaid als er veel energie in nieuwe spruiten is gestopt, terwijl deze spruiten nog geen energie aan de wortels terug hebben kunnen leveren. Om de plant volledig kwijt te raken zal uiteindelijk elke 14 dagen moeten worden gemaaid.
Uitgraven is zeer arbeidsintensief en inefficiënt. De wortels kunnen tot 3 m diep zitten en als er kleine stukjes van 1 cm niet worden meegenomen, komt de plant weer terug. De diepte van de wortels helpt de plant ook om onder tuinmuren door te groeien.
Uitputten wortels Verwijderen van de plantstengels en uitspitten van de wortels tot ongeveer 20 cm diep. Daarna minstens eens per twee weken in het groeiseizoen van maart tot en met november elke kleine en grotere scheut uittrekken. Alle plantendelen op een hoop van dode takken leggen waar ze uitdrogen. Behandelingsduur ongeveer vier jaar, waarbij het wel steeds minder wordt. Rest aan biodiversiteit blijft en grassen, andere planten, struiken en bomen blijven doorgroeien. Die krijgen na elke behandeling meer voordeel in de concurrentie om zonlicht, ruimte, voedsel en water.
Bedekken In het begin van de winter bedekken met een flexibele, niet-lichtdoorlatende materie. Hierbij moet bedacht worden dat de randen van oude stengels messcherp zijn en gemakkelijk door de meeste materialen heen prikken. Niet-flexibel materiaal zoals betonplaat moet absoluut naadloos gelegd worden, want nauwe spleten zijn voor de plant genoeg om doorheen te groeien. Tot op zeven meter van de afdekking kunnen er nieuwe scheuten ontstaan, dus controle blijft nodig.
Biologische bestrijding In Engeland werd in 2010 besloten tot het verspreiden van de Japanse bladvlo Aphalara itadori als biologische bestrijding van Japanse duizendknoop. In oktober 2020 werd ook in Nederland een proef gestart met het uitzetten van deze bladvlooien.Duizenden Japanse bladvlooien in natuur om Japanse duizendknoop te bestrijden. NOS, 22 okt 2020. Gearchiveerd op 10 juni 2023.
In de gemeente Renkum werden in 2015 en 2016 varkens ingezet als bermbegrazers. Het idee is dat de plant uitgeput raakt, doordat de varkens er voortdurend aan vreten.Varkens gaan plant te lijf in Renkum. De Telegraaf, 17 feb 2015 (webarchief) De varkens blijken Japanse duizendknoop echter niet heel lekker te vinden,Oosterbeekse varkens lusten geen onkruid. Vroege Vogels, 4 november 2015. Gearchiveerd op 22 april 2019. terwijl schapen het juist wel willen eten.
In Hoboken, met name de wijk Polderstad, heeft men met succes gallowayrunderen ingezet om de bijna volledig vaste begroeiing van Sachalinse en Japanse duizendknoop te reduceren tot de miniatuurvorm.