thumb|200px|Plaquette bij zijn geboortehuis Steenstraat 48, Arnhem, 2003. thumb|Lorentz in 1860 thumb|Lorentz in 1875 thumb|Lorentz' woonhuis Hooigracht 48, Leiden met dubbele trapgevel en gedenksteen rechts, 1963. Albert Einstein logeerde hier. thumb|Lorentz' elektronentheorie. Formules voor de Lorentzkracht (I) en de Maxwellvergelijkingen voor de divergentie van het elektrisch veld E (II) en het magnetisch veld B (III), La théorie electromagnétique de Maxwell et son application aux corps mouvants, 1892, p. 451. thumb|Lorentz' elektronentheorie. Formules voor de rotatie van het magnetisch veld B (IV) en het elektrisch veld E (V), La théorie electromagnétique de Maxwell et son application aux corps mouvants, 1892, p. 452. thumb|Menso Kamerlingh Onnes: "Hendrik Antoon Lorentz Arnhemensis..." (van Arnhem), met formules voor de Lorentzkracht ("f =..vx/c") op de achtergrond, 1916. thumb|Einstein en Lorentz in Leiden, 1921. thumb|De huldiging van Lorentz bij het gouden (50-jarig) jubileum van zijn academische promotie op 11 december 1925, Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. Plaatselijke politici en vele internationaal bekende natuurkundigen staan op de foto: Marie Curie, Niels Bohr, Arthur Eddington, Willem Keesom, Jean Perrin, Paul Langevin, Paul Ehrenfest, Albert Einstein enzovoorts (zie de identificatie bij doorklikken).Berends, Frits: Verhalen rond een foto. Lorentz’ gouden doctoraat: een huldiging zonder weerga, Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, Haarlem, z.j., khmw.nl verhalen_rond_een_foto.pdf thumb|Overlijdensadvertentie H.A. Lorentz, 1928. thumb|Video van de onthulling van een beeldhouwwerk dat Lorentz voorstelt door de kunstenares Corinne Franzén-Heslenfeld op de kraagsteen van een poortje, Leiden, 0:34 seconden, Polygoon Hollands Nieuws 1933. thumb|De Lorentzsluizen bij Kornwerderzand, 2007. thumb|Lorentzkracht F op een deeltje met elektrische lading q en snelheid v in een elektrisch veld E en een magnetisch veld B.

Hendrik Antoon Lorentz (Arnhem, 18 juli 1853 – Haarlem, 4 februari 1928) was een van Nederlands grootste natuurkundigen en winnaar van de Nobelprijs voor Natuurkunde 1902. de Haas-Lorentz, G.L., ed.: H.A. Lorentz. Impressions of his life and work, North-Holland Pub. Co., Amsterdam 1957Kox, A.J.: Hendrik Antoon Lorentz. Een levend kunstwerk, natuurkundige 1853-1928, uitgeverij Balans, Amsterdam 2019 (, 316 pagina's.)Berends, Frits en van Delft, Dirk: Lorentz: gevierd fysicus, geboren verzoener, Prometheus, Amsterdam 2019 (, 725 pagina's.) Hij ontving de Nobelprijs samen met Pieter Zeeman voor hun onderzoek naar de invloed van magnetisme op spectraallijnen: het zeemaneffect. Lorentz deed vooral theoretisch onderzoek naar de elektromagnetische eigenschappen van materie: zijn elektronentheorie. Hij kwam tot de veronderstelling dat de afmeting van voorwerpen beïnvloed wordt door hun snelheid (de lorentzcontractie) evenals hun massa. Ook nam hij aan dat de lichtsnelheid de hoogst mogelijke snelheid is. Daarmee legde hij de basis voor de speciale relativiteitstheorie van Albert Einstein. Lorentz was de nestor van de natuurkundigen in zijn tijd: Einstein keek naar hem op. De lorentzkracht op een stroomvoerende draad of geleider in een magneetveld is naar hem vernoemd, evenals onder meer de lorentztransformatie uit de speciale relativiteitstheorie, de Lorentz-Lorenz-vergelijking voor de brekingsindex en de lorentzverdeling uit de statistiek.

Biografie Jonge jaren Lorentz – roepnaam HentjeBerends en van Delft 2019, p. 27, fotobijschrift tweede pagina na p. 80Kox 2019, p. 16 – kwam uit een familie van bemiddelde tuinders in Arnhem. Zijn vader was Gerrit Frederik Lorentz (1822-1893) en zijn moeder Geertruida van Ginkel (1826-1861). Na de dood van zijn moeder in 1861 hertrouwde zijn vader met Luberta Hupkes (1819/1820-1897). Na afloop van de lagere school ging Lorentz naar de Franse school, de overbrugging tussen de lagere school en de hogereburgerschool (hbs). Vanwege zijn vooropleiding en zijn parate kennis mocht hij in 1866 meteen naar de derde klas van de nieuwe hogereburgerschool aldaar. Hij had hoge cijfers, niet alleen voor exacte vakken, maar ook voor vreemde talen. Lorentz sprak later vloeiend Engels, Frans en Duits, wat hem bij zijn vele internationale contacten goed van pas kwam.

Met een hbs-diploma kon Lorentz destijds niet naar de universiteit. Daarom deed hij staatsexamen in Latijn en Grieks, alvorens in 1870 aan de Rijksuniversiteit Leiden wis-, natuur- en sterrenkunde te gaan studeren bij onder meer de hoogleraren Pieter van Geer, Pieter Rijke en Frederik Kaiser. Na zijn kandidaatsexamen keerde Lorentz in 1872 naar zijn geboorteplaats terug om thuis verder te studeren. Overdag bereidde hij zich voor op zijn doctoraalexamen en het schrijven van een proefschrift, terwijl hij in de avonden les gaf. Tot 1878 gaf hij in Arnhem wiskundeles aan de plaatselijke avondschool. Om wat ouder te lijken dan zijn leerlingen liet Lorentz zijn baard staan.

In 1873, vlak voor zijn twintigste verjaardag, behaalde hij zijn doctoraalexamen wis- en natuurkunde en astronomie. Aansluitend voltooide hij in Arnhem zijn dissertatie. Op 11 december 1875 promoveerde Lorentz summa cum laude op het proefschrift Over de theorie der terugkaatsing en breking van het licht. Hierin verklaarde hij deze verschijnselen voor het eerst vanuit de elektromagnetische theorie van James Maxwell in de interpretatie van Helmholtz.

In 1881 trouwde Lorentz met de latere feministe Aletta Catharina Kaiser (1858-1931), een nicht van de sterrenkundige Frederik Kaiser en dochter van Johann Wilhelm Kaiser, de directeur van het latere Rijksmuseum. Ze kregen twee dochters en twee zonen (waarvan er een jong stierf). De oudste dochter Geertruida Luberta (1885-1973) studeerde natuurkunde te Leiden, waar zij bij haar vader promoveerde in 1912. De tweede dochter, Johanna Wilhelmina (1889-1980) huwde Hendrik Carel Leemhorst, die later burgemeester van Hoorn zou worden.

Hoogleraar in Leiden In 1877 beriep de Universiteit Utrecht Lorentz als hoogleraar wiskunde, maar hij sloeg dit aanbod af: hij dacht privaatdocent aan de universiteit van Leiden te kunnen worden. Door de nieuwe Wet op het Hoger Onderwijs werd naast de leerstoel van professor Rijke een tweede in de natuurkunde ingesteld. Omdat J.D. van der Waals zijn benoeming aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam aannam, kwam Lorentz in aanmerking. Zo werd hij in 1878, als een van de eersten in Europa, tot hoogleraar in het nieuwe afzonderlijke vak theoretische natuurkunde benoemd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Op 25 januari 1878 hield Lorentz zijn inaugurele rede De moleculaire theorieën in de natuurkunde. Hij was toen pas 24 jaar oud. De rest van zijn leven zou hij aan de Universiteit Leiden verbonden blijven. Hij gaf colleges natuurkunde aan onder meer natuur- en geneeskundestudenten en schreef een aantal leerboeken. Ook richtte hij een laboratorium voor studenten in. Toen zijn collega experimentele natuurkunde Kamerlingh Onnes door zwakke gezondheid colleges moest opgeven, nam Lorentz die van hem over.

Lorentz had altijd hart voor de "vrouwenzaak". Zo vergezelde hij zijn vrouw, Aletta Lorentz-Kaiser naar bijeenkomsten over vrouwenkiesrecht en onderwijs aan vrouwen.

Van zijn vijfentwintig promovendi (zie de tabel hieronder) werden vooral bekend: Hendrik Bremekamp (promotie in 1905 over lichtvoortplanting in dispergerende middenstoffen), Leonard Ornstein (1908, Gibbs' statistische thermodynamica), Lorentz' dochter Berta (1912, brownse beweging en verwante verschijnselen), Adriaan Fokker (1913, brownse beweging en straling) en Johannes Droste (1916, zwaartekrachtsveld van een of meer lichamen volgens de algemene relativiteitstheorie van Einstein). Ook Hendrika Johanna van Leeuwen werd bekend vanwege haar onderzoek aan magnetisme. Daarnaast promoveerden drie andere vrouwen bij hem.

Internationale erkenning Vanaf 1900 werd Lorentz internationaal bekend in de wetenschappelijke wereld. In 1902 won hij met Pieter Zeeman de Nobelprijs voor Natuurkunde voor onderzoek naar de invloed van magnetisme op de kleuren van het licht van een natriumvlam (zeemaneffect, magnetische splitsing van spectraallijnen). In 1906 gaf hij gastcolleges aan de Columbia University te New York, die in druk bekend werden als The theory of electrons and its applications to the problems of light and radiant heat (De elektronentheorie en haar toepassingen op de vraagstukken van licht en stralende warmte). Later, in de jaren 1920, deed hij op drie tournees diverse Amerikaanse universiteiten aan als gastdocent. Vanaf 1910 was hij organisator en voorzitter van baanbrekende Solvayconferenties over onder meer vroege kwantummechanica met Marie Curie, Albert Einstein, Max Planck, Ernest Rutherford en vele anderen. In 1923 aanvaardde hij de benoeming door de Volkenbond tot secretaris van de Commission internationale de coopération intellectuelle (CICI), onder voorzitterschap van de Franse filosoof Henri Bergson. In 1925 werd Lorentz voorzitter. Hij spande zich in om de samenwerking tussen onderzoekers uit de landen die elkaar na de Eerste Wereldoorlog boycotten te herstellen. In Nederland werkte Lorentz in 1918 mee aan de oprichting van de Wetenschappelijke Commissie van advies en onderzoek in het belang van volkswelvaart en weerbaarheid, een voorloper van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO).Koninklijk Besluit van 20 februari 1918 nummer 52

Maatschappelijk actief Politiek was Lorentz actief binnen de Vrijzinnig-Democratische Bond, terwijl de sociale kwestie en de volksopvoeding zijn levendige belangstelling hadden: in 1910 werd op zijn initiatief de eerste openbare bibliotheek van Leiden gesticht. Hij gaf graag populaire lezingen over natuurkunde voor belangstellenden.

Lorentz was voorzitter van de Onderwijsraad, afdeling hoger onderwijs van 1921 tot 1926, en drukte zijn stempel op de verdeling van leerstoelen en het nieuwe Academisch Statuut. Voor zijn internationale rol als verzoener was het voorzitterschap (1906-1921) van de sectie natuurkunde van de Akademie van Wetenschappen van belang.

Buitengewoon hoogleraar en conservator In 1912 ging Lorentz vervroegd met emeritaat als gewoon hoogleraar. Hij werd conservator/curator van het Fysisch Kabinet bij Teylers Museum in Haarlem, waar hij de beschikking kreeg over een eigen natuurkundig onderzoekslaboratorium. Hier bereidde hij vooral demonstraties voor die bij zijn publieke lezingen in het auditorium plaatsvonden. Wel bleef hij, nu als buitengewoon hoogleraar, zijn "maandagochtendcolleges" geven in Leiden. Paul Ehrenfest volgde hem op als gewoon hoogleraar theoretische natuurkunde, en stichtte het instituut voor theoretische natuurkunde aan de Universiteit Leiden, dat nu het Instituut-Lorentz heet.

Vanaf 1920 trad Lorentz ook op als secretaris van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, die particuliere investeringen in de wetenschap organiseerde.

Staatscommissie Zuiderzee Na zijn emeritaat werkte Lorentz van 1918 tot 1926 mee aan plannen voor de drooglegging van de Zuiderzee. Hij stelde de golfvergelijking op, waarmee de waterhoogtes - en daarmee benodigde dijkhoogtes - na afsluiting door de Afsluitdijk voorspeld konden worden. Hij leidde de Staatscommissie Zuiderzee (ook wel "Commissie Lorentz" genoemd).

Dit was in die tijd geen eenvoudige opdracht. Acht jaar lang hield Lorentz zich bezig met dit probleem. Hij stelde voor het probleem van de waterhoogten op te lossen met numerieke wiskunde. De bewegingsvergelijkingen voor water moesten opgelost worden voor de geulen. Het werk van deze commissie is van grote betekenis geweest voor het waterloopkundig onderzoek in Nederland. De door hem ontwikkelde methode voor getijberekeningen was de basis voor moderne numerieke rekenmodellen. Na voltooiing van de Afsluitdijk in 1933 bleken de voorspellingen van de commissie grotendeels juist. De Lorentzsluizen zijn naar hem vernoemd.