Jalaluddin Muhammad Akbar (Umarkot (Koninkrijk Umarkot), 15 oktober 1542 – Fatehpur Sikri (Mogolrijk), 27 oktober 1605) was heerser over het Mogolrijk van 1556 tot zijn dood in 1605. Hij wordt beschouwd als de grootste van de Mogolkeizers.

Jeugd Geboorte Akbar werd geboren in Umarkot in Sind. Zijn ouders waren Nasiruddin Muhammad Humayun, in naam keizer van het Mogolrijk, en Hamida Banu Begum, de dochter van een Perzische hoveling. Beiden waren verre afstammelingen van de Perzische soefiheilige Sheikh Ahmad-e Jami. De Mogols waren Timuriden, afstammelingen van Timur Lenk. Hun claim over het noorden van India was gebaseerd op Timurs verovering van Delhi in de 14e eeuw. Verder terug stamden de Mogols ook af van de Mongoolse veroveraar Dzjengis Khan.

Het Mogolrijk in India ("Hindustan"), in 1526 gesticht door Akbars grootvader Babur na diens overwinning op de Afghaanse adel van het sultanaat van Delhi, was bij Akbars geboorte verre van een vaststaand gegeven. Babur had Humayun als opvolger aangewezen. Na Baburs dood in 1530 werd Humayun daarom boven de andere drie zoons geplaatst in rang. Desondanks had hij moeite hen de baas te blijven. De tweede broer, Kamran, kreeg de provincie Kabul en de noordflank van het rijk toegewezen en weigerde vanaf 1540 Humayuns gezag te erkennen. In 1539 leidde een poging de jongste broer Hindal op de troon te zetten bijna tot Humayuns aftreden. De in Akbars opdracht geschreven kronieken over de periode beschouwen de jongere broers van zijn vader als verraders, maar in de Turks-Mongoolse traditie was het gewoon dat het rijk bij de dood van de heerser onder de zoons werd verdeeld. De prinsen zelf zagen hun gedrag waarschijnlijk als het opkomen voor rechtmatige ambities.Fisher 2016, p. 57

Dit gebrek aan eenheid, samen met Humayuns besluiteloze karakter, zorgde ervoor dat het door Babur gestichte rijk verloren ging. Humayuns belangrijkste vijand was de Afghaanse leider Sher Shah Suri. Sher Shah versloeg Humayun in de slagen bij Chausa (juni 1539) en Kanauj (mei 1540) om de Mogols daarna geheel uit Hindustan te verdrijven. Humayun vluchtte met een steeds kleiner gevolg naar het westen, naar Sindh, waar hij zich bij zijn broer Hindal aansloot. De andere twee broers trokken zich terug in Kabul. De aankomst van de gevluchte keizer met zijn familie en entourage kwam voor de gouverneur van Sindh zeer ongelegen. In plaats van Humayun rechtstreeks militaire steun te ontzeggen, hield hij hem aan het lijntje door beloftes te doen, maar vervolgens niets te doen. Het duurde een paar jaar voor Humayun inzag dat hij in Sindh geen hulp kon verwachten.

In het gevolg van Hindal bevond zich de 14-jarige Hamida. Humayun, zelf 33 jaar oud, ontmoette haar op een feest in het onderkomen van zijn broer. De ontmoeting was voldoende om de keizer te bewegen haar ten huwelijk te vragen, maar zowel Hindal als Hamida reageerden aanvankelijk bijzonder negatief op het idee. Hoewel Humayun aanhield, bleef Hamida 40 dagen lang onvermurwbaar. Pas na tussenkomst van de moeder van Hindal stemde ze uiteindelijk in met een huwelijk. Dit werd voltrokken op 21 augustus 1541. Kort daarop bleek Hamida al zwanger te zijn.

Ondertussen was Humayuns situatie hachelijk geworden. Manschappen deserteerden dagelijks en ook zijn broer Hindal verliet hem. Zo zwierf hij twee jaar lang door het woestijngebied tussen Sindh en Rajasthan. Akbar werd geboren op 15 oktober 1542, in het fort van Umarkot, waar zijn ouders te gast waren bij een lokale dorpshoofdman.

thumb|Akbar als kind met zijn ouders. Afbeelding van water- en goudverf op papier uit de Akbarnama, tussen 1596 en 1600.

Humayuns strijd met zijn broers Ten slotte raakte Humayun overtuigd dat hij in Sindh geen hulp kon verwachten. Zijn entourage was geslonken tot een groep van ongeveer 40 mannen, twee vrouwen (Hamida en een dienstmaagd) en een baby. Ze trokken als struikrovers door het land om in hun levensonderhoud te voorzien. In de herfst van 1543 trokken ze over de Indus en naar Afghanistan. Humayun maakte de fout te denken dat hij bij zijn broers Kamran en Askari in Kabul welkom zou zijn. Toen Askari Humayuns groep in de buurt van Kandahar in een hinderlaag lokte, wist Humayun op het nippertje aan gevangenschap en een waarschijnlijke dood te ontsnappen. Wel moest Akbar met enkele bedienden worden achtergelaten bij deze vlucht. De baby viel in handen van Askari, die Akbar toevertrouwde aan de zorg van zijn vrouw Sultan Begum.

Akbar bracht de erop volgende jaren als gijzelaar door. Humayun was ondertussen naar Perzië gevlucht waar hij hartelijk werd ontvangen door de Perzische Shah Tahmasp. Deze stelde Humayun een leger van 12.000 ruiters ter beschikking waarmee hij in 1545 zijn broers uit eerst Kandahar en daarna Kabul verdreef. Toen Humayun Kandahar aanviel werd Akbar naar Kabul gestuurd waar een zus van Babur, Khanazada Begum, hem verzorgde. Deze tante was erg met Akbar ingenomen, klaarblijkelijk omdat hij haar aan zijn grootvader zou hebben herinnerd.

Bij de inname van Kabul in december 1545 werd Humayun verenigd met zijn zoontje. Hamida, die in Kandahar achter was gebleven, reisde in de lente naar Kabul, waar daarna Akbars besnijdenis plaatshad. De strijd tussen de broers was echter nog niet over. Kabul werd twee maal door Kamran heroverd. Beide keren viel ook de harem in Kamrans handen, waaronder de jonge prins. Toen Humayun Kabul belegerde gebruikte Kamran Akbar als levend schild door hem op de muren te plaatsen, waarna Humayun genoodzaakt was de beschieting van de stad te staken.Eraly 1997, p. 110

Abu Fazl meldt dat de prins als jongen een gezonde eetlust bezat en hyperactief was. De jongen toonde vooral interesse in de buitensporten, met name de jacht, het berijden van paarden en kamelen, en het temmen en africhten van honden en vogels. Als kind al kon Akbar niet stilzitten. Vanaf jonge leeftijd bleek het onmogelijk hem lezen en schrijven te leren, tot groot verdriet van zijn erudiete vader. De ene na de andere leraar moest het opgeven: Akbar bleef zijn leven lang analfabeet. Mogelijk was een deel van de oorzaak dat hij dyslectisch was.Wink 2009, p. 11-12

thumb|left|350px|Humayun leert Akbar schieten. Detail van een illustratie uit de Akbarnama, 1602-1604. Hindal sneuvelde in 1551, vechtend voor Humayun. De districten die hem waren toevertrouwd (waaronder de inkomsten van de belasting, de jagirs) werden daarop aan de tienjarige Akbar toegewezen. Daaronder was ook de historisch belangrijke stad Ghazni, ooit de hoofdstad van de Ghaznaviden - een Middeleeuwse islamitische dynastie die India veroverde. Het was onder de Timuriden gebruikelijk dat jonge prinsen gebieden kregen toegewezen om ervaring in het landsbestuur op te doen. Tegelijkertijd werd de prins opgeleid in de krijgskunst, boogschieten, paardrijden, zwaardvechten en worstelen. Ook leerde hij Perzisch, met name Perzische poëzie, hetgeen ondanks zijn onvermogen te leren lezen een levenslange voorliefde bleef. Akbar werd ook ingewijd in kunst, filosofie, rechtspraak en kennis van de Koran. Hij muntte uit in de krijgskunst en had een intuïtief begrip van de menselijke natuur, dat hem in staat stelde anderen te manipuleren of aan te voeren.Eraly 1997, p. 116

Humayuns strijd met zijn broers werd uiteindelijk beslist in diens voordeel. De overgebleven twee broers waren tegen 1554 uitgeschakeld en gevangen genomen. Hen werd toestemming verleend als pelgrims naar Mekka te reizen, destijds de traditionele manier om van verwanten af te komen die niet langer welkom waren. Beiden overleefden de reis niet. Toen Humayun eindelijk absoluut heerser over de Mogols was, kon hij zijn energie richten op de herovering van zijn rijk in India.

thumb|Akbar als ongeveer vijftienjarige

Herovering van India Akbar was inmiddels 12 jaar oud en reisde mee in zijn vaders veldtocht. Hij had inmiddels een elf jaar jongere halfbroer, Hakim, die in Kabul was achtergebleven en aangesteld als (nominale) gouverneur. In Hindustan waren de opvolgers van Sher Shah op dat moment in een onderlinge strijd verwikkeld. Dit maakte van de herovering een absurd makkelijke aangelegenheid. De Punjab viel zonder veel moeite in Humayuns handen en in juli 1555 volgde de belangrijke stad Delhi. Humayun liet daarop de militaire zaken over aan zijn generaals en nam zijn intrek in Delhi, waar hij in een van Sher Shahs paleizen een bibliotheek en observatorium liet inrichten.

Akbar kreeg een inheemse leraar toegewezen, die hem onder andere de taal van het land (Hindustani) leerde. Hij deed aan de zijde van Humayuns bevelhebber Bairam Khan militaire ervaring op toen de Afghaanse sultan Ibrahim Shah een tegenaanval lanceerde. Ook deze bedreiging werd gemakkelijk afgekeerd. De voormalige provincies van Baburs rijk werden een voor een heroverd.

Lang van de overwinning genieten kon Humayun niet. In januari 1556 struikelde hij over de treden van de trap in zijn observatorium, waarna hij ongelukkig terecht kwam. Na een paar dagen buiten bewustzijn te hebben doorgebracht overleed hij op 26 januari. Akbar verbleef op dat moment met Bairam Khan in een legerkamp aan de rivier de Ravi in de Punjab. De situatie was precair.Eraly 1997, p. 117 De bestuurders en militaire aanvoerders waren allen Perzen of Centraal-Aziaten die slechts wegens een persoonlijke band Humayun dienden. Hoewel Akbars ooms allen dood waren, waren er andere leden van de dynastie die een deel van zijn vaders rijk konden opeisen. Om een ineenstorting van het bestuur te voorkomen hielden hovelingen de dood van de keizer enige tijd geheim, onder andere door middel van een figurant die de kleren van de keizer droeg. Op 11 februari werd het nieuws van Humayuns dood bekendgemaakt. De kroning vond een paar dagen later plaats in Kalanaur, op een haastig gebouwde troon van bakstenen.

Akbar volgt zijn vader op als keizer Omdat Akbar nog maar 14 jaar oud was, wezen de emirs Bairam Khan aan als regent. Deze Perzische militair had Akbars grootvader en vader trouw gediend tijdens de verovering van Hindustan, de vlucht naar Perzië, de herovering van Afghanistan en de herovering van Hindustan. Zijn eerste taak was Akbars koningschap en zijn eigen positie veilig te stellen. Sikandar Shah, een van de Afghaanse pretendenten uit de Suri-stam bevond zich nog altijd in de Punjab. Een andere pretendent, Adil Shah, was naar het oosten gevlucht. Andere leden van het huis van Timoer in Afghanistan en Centraal-Azië ondermijnden Akbars gezag. Akbars tweejarige broertje Mirza Hakim bevond zich in Kabul, de regio die Humayun voor hem had bestemd. Hoewel Hakim geen directe bedreiging vormde werd hij door de lokale beambten in Kabul als marionet gebruikt. Verder naar het noorden greep Mirza Sulaiman, een ander lid van de dynastie, de macht in Badakhshan.

Akbar verbleef gedurende de eerste maanden van zijn regering niet in Delhi of Agra, maar in het legerkamp in Jalandhar. Daar was hij beter beschermd tegen intriges en van daaruit was het makkelijker een opstand in de Punjab of Kabul de kop in te drukken.