thumb|Het Spaanse fort in Veracruz (2008) thumb|Het fort in Carthagena (Colombia)
Het woord asiento komt van het Spaanse werkwoord asentar en betekent onder andere het verzekeren van of het in- of uitboeken van goederen. Asiento is een verouderde term uit het Spaanse publiek recht en betrof in de 16e, 17e, 18e en 19e eeuw, vele aspecten uit het economische leven van dat land. De Spaanse kroon besteedde destijds bepaalde publieke diensten uit om de schatkist te vullen. Niet alleen in Spanje maar ook in andere landen werden bijvoorbeeld belastingen verpacht, en in dat verband licenties verschaft aan privépersonen.
Vaak wordt met asiento het asiento de negros bedoeld, een specifiek en berucht geval. In de praktijk was het asiento de negros de berekening van het aantal personen, dat in een schriftelijk vastgestelde termijn aan de Spaanse koloniën als slaaf mocht worden geleverd. Het asiento de negros is niet altijd van kracht geweest tussen 1518–1834. Van 1540 tot 1586, van 1640 tot 1662 en van 1739 tot 1743 werd het opgeschort.
Asiento de negros De contracten van de Spaanse kroon voor leveringen in de slavenhandel werden tegen betaling van een vastgesteld bedrag verstrekt aan een privé-persoon (een edelman, bankier of koopman) of handelsmaatschappij. Het ging om een vooraf vastgesteld aantal slaven, uitgedrukt in aantal 'koppen', meestal 3.000 tot 5.000. Deze rechtspersoon had dan voor een bepaalde termijn het alleenrecht (of monopolie) om slaven naar Zuid-Amerika te vervoeren, of vergunningen aan derden te verkopen tegen contractueel vastgelegde voorwaarden. De 'handelswaar' was bestemd voor de havens van Cartagena de Indias, Veracruz en Portobelo, later ook Havanna, waarna doorverkoop plaatsvond naar Peru en Nuevo Granada.Porta, A. (1975) Joan en Gerrit Corver. De politieke macht van Amsterdam (1702-1748), p. 75. Jonge kinderen van acht tot veertien jaar werden niet per stuk, maar drie voor de prijs van twee verkocht; kinderen jonger dan acht jaar werden per twee voor de prijs van een verkocht.
Geschiedenis thumb|Het eiland Cádiz door Blaeu in 1662
thumb|De boulevard van Cádiz
Oorspronkelijk domineerde Portugal de slavenhandel. Spanje kon door het Verdrag van Tordesillas uit 1494 zelf geen nederzettingen stichten of handel drijven op Afrika, en stelde in 1518 op aandringen van de monnik Las Casas en enkele andere kolonisten van het eiland Hispaniola een stelsel van asientos de negros in. Spanje verleende Portugal in 1595 een exclusieve asiento, te weten aan Pedro Gomes Reynel. Lijst van 19 personen en compagnons betrokken bij het Asiento (gearchiveerd) De slaven kwamen vooral uit Angola (Luanda en Benguela), en van de Slavenkust en Goudkust, met de havensteden Elmina, Calabar en Accra en aangevoerd naar de pakhuizen in Lissabon of Cádiz. De Portugezen gebruikten voor de aankoop of ruil van goederen tegen slaven het woord "resgatar" hetgeen bevrijden of verlossen of zich beschermen betekent, namelijk uit de macht van het heidendom.Ratelband, K. (2006) De Westafrikaanse reis van Piet Heyn 1624-1625, p. CII.http://www.dictionarist.com/resgatar . Gearchiveerd op 8 augustus 2020. Nadat in 1640 Portugal in opstand kwam tegen Spanje, de zgn. Portugese Restauratieoorlog, kwam een abrupt einde aan de slavenhandel. Spaanse kooplieden probeerden dit op te vangen, maar het resultaat viel tegen. Nadat de Tachtigjarige Oorlog in 1648 met de Vrede van Münster ten einde was gekomen, groeide het aandeel van de Republiek in de slavenhandel. In 1656 deden de Nederlanders vruchteloze pogingen het asiento te verkrijgen; Isaac Coymans was in dat jaar betrokken bij een van de slaventransporten.Klooster, W. (1997): Slavenvaart op Spaanse kusten. De Nederlandse slavenhandel met Spaans Amerika, 1648-1701 in Tijdschrift voor de Zeegeschiedenis 121-132, noot 7.
In 1662 stelde Spanje opnieuw de asiento in. Dit asiento werd verleend aan twee bankiers, oorspronkelijk afkomstig uit GenuaThe Genoese in Spain: Gabriel Bocángel y Unzueta (1603-1658): a biography by Trevor J. Dadson en met een filiaal in Panama. Grillo & Lomelín, hebben het asiento op haar beurt uitbesteed aan de West-Indische CompagniePostma 2008 blz. 33 met pakhuizen op Curaçao (op Curaçao bestaat nog steeds een nederzetting die Asiento heet), de EngelsenBritish History online. Gearchiveerd op 29 augustus 2014. op Jamaica, Antigua en Barbados. Later verschenen ook de Fransen op Martinique en Saint-Domingue, de Denen op Saint Thomas en Jacob Kettler, de hertog van Koerland, op Tobago op het toneel om een deel van de handel op te eisen. Ook de Toscaanse koopman Francesco Feroni, actief in Amsterdam, was vanaf 1662 betrokken in de slavenhandel tussen Angola, de Slavenkust en Curaçao.
Omdat Spanje officieel geen handel wilde drijven met een niet-katholiek land werden zoutwaternegers steeds vaker verkocht via Curaçao.Merchants and Bankers. Gearchiveerd op 9 maart 2021. Spaanse schepen haalden de slaven van het eiland om ze naar het vasteland te vervoeren. In ondercontracten werd het de buitenlanders soms toch toegestaan slaven direct aan te leveren. Daarnaast vond er ook clandestiene handel plaats, waarover uiteraard minder veel bekend is. Geschat is dat er tussen 1648 en 1713 100.000 slaven door de Nederlanders naar Zuid-Amerika zijn vervoerd.
thumb|left|260px|Jean Baptiste du Casse, 1700
De in 1674 heropgerichte en financieel uiterst zwakke WIC kon deze verplichtingen niet nakomen en moest de hulp inroepen van Amsterdamse kooplieden-bankiers. De firma Balthasar en Joseph Coymans stond hierbij op de voorgrond; hun neef Balthasar Coymans verhuisde naar Cádiz, en werd de aangewezen man om tussen de asiëntistas, de fa Coymans en de WIC te bemiddelen. In juli 1684 begon de Spaanse regering, die dringend verlegen zat om cash onderhandelingen over een asiento met Francisco Schonenberg, de gezant en Balthasar Coymans. Coymans begon een campagne tegen Porcio, die hij beschuldigde van incompabiliteit en insolvabiliteit. Hij zegde toe dat er geld overgemaakt zou worden voor de regering in de Spaanse Nederlanden; dat er voor de Spaanse marine vier schepen in Amsterdam zouden worden gebouwd door de fa Coymans gefinancierd en dat er katholieke geestelijken zouden worden gestuurd naar Hollandse handelsposten in Afrika.
In maart 1685 leek het asiento geregeld; het contract met Porcio werd opgezegd. De slavenhalers kregen een konvooi mee om zich te beschermen tegen piraterij in de Caraïben. In mei van dat jaar kwam er echter een kink in de kabel. Er werd een commissie ingesteld dat de overeenkomst met Coymans zou onderzoeken. In juli 1685 liet de Spaanse koning een commissie instellen dat het nut van het asiento zou moeten onderzoeker. Theologen en juristen bogen zich over de kwestie. In juni 1686 werd het contract met Coymans geannuleerd; het voordeel van de slavenhandel zou bij de katholieken moeten komen te liggen en niet bij de ketterse kooplieden uit het noorden. Bovendien verstoorden de Nederlanders met hun goedkope textiel en kleding (contrabande) de Spaanse handel in Zuid-Amerika. Nadat Coymans overleed kwam het asiento weer in handen van Portugese kooplieden, die echter de leveranties ten dele aan de West-Indische Compagnie en ten dele aan de Engelse Royal African Company overlieten.Dillen, J. G. Van Rijkdom en Regenten, Handboek tot de Economische en Sociale Geschiedenis van Nederland tijdens de Republiek. p. 381-382.
De WIC wist hierna nog wel toeleveringscontracten te verkrijgen,Postma 2008 blz. 47 ook toen Jean du Casse in 1701 het asiento verwierf voor Frankrijk, een bondgenoot van Spanje in de Spaanse Successieoorlog. In 1713 kwam hier echter een einde aan toen Groot-Brittannië het asiento overnam. De Vrede van Utrecht was het einde van de Spaanse Successieoorlog en gaf de Britten een dertigjarig asiento om slaven te leveren aan de Spanjaarden, waarmee Britse handelaren en smokkelaars toegang kregen tot de traditioneel gesloten Spaanse markten in Amerika. Groot-Brittannië werd de grootste speler op deze routes, terwijl in de 18e eeuw het aantal vervoerde slaven een veelvoud was van dat van de 17e eeuw. De slavenhalers verscheepten hun koopwaar naar Spaanse en Britse koloniën in de Nieuwe Wereld.
Bepalingen
Bezitters van het Asiento thumb|Joseph Coymans, met familiewapen, drie koppen en nekken van zwarte ossen, door Frans Hals in (1644). Wadsworth Atheneum Hartford (Connecticut)
1595-1615 - Pedro Gómez Reynel. 1602-1610 - Juan Rodríguez Coutiño, opgevolgd door Gonzalo Báez Coutiño. 5 november 1611 - Juan Alfonso de Molina Cano voor Antonio Fernández de Elvas. 24 januari 1615 - Melchor Maldonado. 1615-1621 - Antonio Fernández de Elvas. 2 februari 1622 - Gaspar de Monteser voor Antonio Fernández de Elvas. 1623-1625 - Miguel Rodríguez Lamego. 1631-1640? - Melchor Gómez Angel en Cristobal Méndez de Sousa. 5 juli 1662-1669 Domingo Grillo en Ambrosio Lomelín verplichten zich tot het leveren van 24.000 slaven in zeven jaar. Ze besteden het "vuile werk" uit aan de WIC, die via Curaçao levert en de Royal African Company die sinds 1663 via Jamaica leveren.Collection Schimmel, Herbert & Ruth Het asiento is beëindigd vanwege de haat die de beide Genuezen opriepen bij de Dominicaan Fray Juan de Castro, een hooggeplaatste medewerker aan het hof, die ook het idee had gelanceerd, de heren in dienst te nemen.The slave trade: the story of the Atlantic slave trade, 1440-1870 Door Hugh Thomas, p. 213. Koning Karel II van Engeland doet een poging het asiento te verkrijgen. In 1667 en 1668 zijn er nieuwe contacten met de WIC. Balthasar Coijmans, vrijheer van Streefkerk en Leckerland en Joseph Coijmans, vrijheer van Nieuwwaal en Bruchem, beiden wonend te Haarlem, nu hier geven procuratie aan Jeremias van Collen de jonge, residerende Hof van Madrid, om in hun naam te compareren voor zijne katholieke majesteit enz enz. Om te sluiten zodanig contract ten aanzien van de overmaking die in deze provintien of in de Nederlanden staande onder de heerschappij van zijne majesteit zoude kunnen geschieden ter somme van vijfhonderdduizend guldens. Te Cadix overgeleverd binnen boord staatsoorlogsschepen in zilvere barras uit het rijk des konings. Exelentie don Estevan de Gamavia en Contrera. Over contract en wisselbrieven. 4 nov. 1669 NA 3678A-172 en 176 not. F. Tixerandet. Informatie afkomstig van R. Koopman, Zaandam. Lorenzo Magalotti beschreef Spanje in 1669 als bankroet.Conchrane, E. (1973), Florence in the Forgotten Centuries 1527-1800. A History of Florence and the Florentines in the Age of the Grand Dukes. Book IV Florence in the 1680s. How Lorenzo Magalotti looked in vain for a vocation and finally settled down to sniffing perfumes, p. 262. 1670-1675 Antonio García, een Portugees (en Sebastian de Síliceo zijn borg) die de slaven inkocht op Curaçao, waarna het contract wordt beëindigd.http://www.danbyrnes.com.au/merchants/merchants7.htm. Gearchiveerd op 9 maart 2021.Klooster, W. (1997): Slavenvaart op Spaanse kusten. De Nederlandse slavenhandel met Spaans Amerika, 1648-1701 in Tijdschrift voor de Zeegeschiedenis p. 127. Eerste subcontract. Isaack van de Heuvel, Paulus Godin, Marcus Broen of Brown,(Amsterdam, 1619-Suriname, 1688) in 1685 secretaris bij de Sociëteit van Suriname Caspar Pellicorne,Schepen, getrouwd met Clara Valckenier. en Jeremias Noiret als bewindhebbers WIC kamer A’dam hebben contract met Balthasar, heer van Streefkerken en Josephus Coymans, heer van Nieuwwaal als gemachtigden van Don Antonio Garcia de Cabo el Rio (volgens procuratie te Madrid door notaris Juan Justa dd 17 juli 1674) enz, enz. Vijf jaar lang ieder jaar 4.000 slaven leveren op eiland Curaçao, enz, enz. (zoals eerdere contracten). Over een borg van 100.000 gulden enz.27 april 1675 NA 3221-675 t/m 685/ 687 en 695 t/m 698 not. H. Outgers. Informatie afkomstig van R. Koopman, Zaandam.