De Beker van België is het Belgische bekertoernooi voor voetbalclubs dat sinds 1908 wordt gespeeld. Het begon met provinciale selecties als "Beker van de Belgische Provincies", maar vanaf 1912 is het een toernooi voor voetbalclubs. Het toernooi is een aantal keer onderbroken geweest. Sinds 2015 heet het toernooi de Croky Cup en is Croky de hoofdsponsor. De finale wordt traditioneel gespeeld in het Koning Boudewijnstadion te Brussel.
Club Brugge is de meest succesvolle club met 12 bekers in hun prijzenkast. De huidige bekerwinnaar is Union Sint-Gillis nadat het RSC Anderlecht klopte met 3-1. De bekerwinnaar krijgt een wisselbeker en kwalificeert zich voor de laatste voorronde van de UEFA Europa League en de Belgische supercup.
Geschiedenis right|thumb|Michel Preud'homme mocht als trainer van KAA Gent in 2010 de beker in ontvangst nemen.
Eerste nationale bekercompetities De eerste Beker van België werd gespeeld in 1908. Deze eerste editie werd gespeeld met provinciale teams, waarin de beste spelers uit de verschillende provincies speelden. De winnaar zou een zilveren trofee krijgen uit handen van Prins Albert. Voetbal vierde in die tijd vooral hoogtij in het Brusselse en in Antwerpen. Ook West- en Oost-Vlaanderen (vooral het Brugse, maar ook in Gent) speelden een rol; in Wallonië was het vooral het Luikse dat een belangrijke plaats opeiste. Het was dan ook niet vreemd dat de finale gespeeld werd tussen West-Vlaanderen en Antwerpen. De West-Vlaamse ploeg won die eerste Belgische beker. Ook het jaar nadien werd volgens dezelfde formule gespeeld. Ditmaal trok Antwerpen aan het langste eind, na in de finale Brabant te verslaan. Het bleef echter bij deze twee bekerseizoenen.
In 1912 werd weer een bekercompetitie georganiseerd. Ditmaal konden de voetbalclubs deelnemen die uitkwamen in de nationale Eere Afdeeling (huidige Eerste klasse A) en Bevordering (vandaag opgesplitst in Eerste Klasse B en Eerste Nationale). De zestien clubs zouden via directe uitschakeling spelen voor de beker. Racing Club de Bruxelles haalde deze eerste Beker van België voor clubs binnen, na finalewinst tegen RC de Gand. Het jaar nadien werd opnieuw een beker georganiseerd voor clubs. Ditmaal werden ook voorrondes gespeeld, waar regionale clubs aan meededen. Na verlengingen in de finale pakte Union Saint-Gilloise de beker. Drie weken eerder was de ploeg ook al landskampioen geworden, waardoor ze dus de eerste dubbel in de Belgische voetbalgeschiedenis. Ook het volgende seizoen werd een gelijkaardige bekercompetitie ingericht, die opnieuw door Union werd binnengehaald.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er geen competitievoetbal gespeeld, en ook de Beker van België werd niet meer ingericht. Het duurde tot 1926/27 eer opnieuw een bekertoernooi werd georganiseerd, Deze editie werd gewonnen door R Cercle Sportif Brugeois als eerste Vlaamse ploeg. Cercle werd dat seizoen tevens landskampioen en pakte zo de tweede dubbel in het Belgisch voetbal. Het seizoen erop werd de beker niet meer georganiseerd nadat de topclubs geen verdere interesse toonden in de beker. Tijdens het interbellum zou de competitie nog eenmaal terugkeren. Zo werd in 1934/35 nog eens een Beker van België gespeeld. Ook in 1944 werd een bekertoernooi begonnen, dat echter niet werd afgemaakt.
Daarna duurde het tot 1953/54 voor een volgende editie. Deze werd voor het eerst gewonnen door een Waalse ploeg, Standard Luik. Het bekertoernooi werd drie jaar op rij gehouden. Ook nu daalde de interesse van de topclubs erg snel. Dit bereikte een dieptepunt in de editie van 1955/56. Veel ploegen uit de hoogste divisie stellen een reserveploeg op en zien doelbewust af van de bekercompetitie. Dit leidde tot de eerste en tot nu toe enige finale zonder een ploeg uit de hoogste klasse. RRC Tournaisien werd de eerste bekerwinnaar uit het tweede niveau. Na een stemming onder de profclubs werd het toernooi terug geschrapt uit de voetbalkalender.
De poort naar Europa De oprichting van de Europese Beker voor Bekerwinnaars is een van de voornaamste reden dat er vanaf het seizoen 1963/64 een jaarlijks toernooi kwam. De eerste 4 edities van deze Europese Beker hadden geen Belgische deelnemer, simpelweg omdat er geen Belgisch bekertoernooi was.
Sinds 1964 kwalificeerde de Belgische bekerwinnaar zich voor de Europese Beker voor Bekerwinnaars, tot deze Europese beker in 1999 werd afgeschaft. Vanaf dan werd aan de bekerwinnaar een plaats toegekend in de UEFA Cup en sinds 2009 in de UEFA Europa League. Vanaf 2021 zal de winnaar één voorronde moeten spelen om in de poulefase van de UEFA Europa League te raken. Aangezien clubs beduidend minder wedstrijden moeten spelen dan in de reguliere competitie om een Europees ticket te behalen, wordt de bekercompetitie ook wel 'De snelste weg naar Europa' genoemd. Hierdoor steeg de bekercompetitie in aanzien bij de grote clubs, waardoor het prestige van het toernooi nog meer steeg. Het waren dan ook de drie traditionele topclubs (Club Brugge, RSC Anderlecht en Standard Luik) die zich uiteindelijk het vaakste zouden plaatsen voor de finale. Club Brugge is de record bekerwinnaar met 12 bekers, gevolgd door 9 overwinningen van Anderlecht en 8 van Standard. Het lukte de Bruggelingen twee keer de dubbel te pakken, in de seizoenen 1976/77 en 1995/96. De Brusselaars doen net iets beter met drie dubbels in 1964/65, 1971/72 en 1993/94. De gestegen nationale interesse is ook te merken aan het succes van Belgische ploegen in de Europese Beker voor Bekerwinnaars. In totaal zouden er 7 finales worden gespeeld met Belgische teams. Anderlecht won deze Europese finale twee maal, in 1976 en 1978. KV Mechelen zou hem één maal winnen in 1988. Standard en Antwerp verloren elk één keer de finale, in 1982 en 1993 respectievelijk. België is zo het vierde beste land in de geschiedenis van Europacup II. Indien de bekerwinnaar zich via de competitie verzekert van een gelijkwaardig of beter (Champions League) Europees ticket, wordt het eerstvolgende ticket in de rangschikking van de competitie opgewaardeerd. In zo'n geval schuiven alle volgende tickets ook één plaats op.
KV Mechelen werd in 2019 zowel kampioen in 1B als in de beker, en won zo de kleine dubbel. Het was de tweede keer dat een ploeg uit het tweede niveau de beker won en, de eerste keer dat hieraan een Europees voetbal gekoppeld was. Echter mocht de ploeg niet aanvatten in de UEFA Europa League vanwege een uitspraak door het BAS in een omkoopschandaal. Hun plaats in de Europese bekercompetitie werd doorgeschoven op basis van de eindstand in de Jupiler Pro League en ging zo naar Standard Luik, waarop alle lagere tickets ook opschoven volgens de eindstand. Hierdoor was het uitgerekend verliezend finalist KAA Gent dat op de valreep nog Europees voetbal mocht spelen. Mechelen mocht tevens het volgende seizoen niet aanvatten in de Beker van België.miniatuur|Foto tijdens de bekerfinale van 2019 tussen AA Gent en KV Mechelen vanuit het Gent vak in het Koning Boudewijnstadion.|313x313px Stadions Traditioneel worden de finales in en rond de hoofdstad afgewerkt. Alle edities voor de Tweede Wereldoorlog speelden zich af in Ukkel, Jette of Vorst. De finales van de drie edities in de jaren 50 werden telkens gespeeld in het Heizelstadion. Sinds de jaarlijkse terugkeer van de Beker van België in 1964, worden de finales ook daar steevast afgewerkt. De enige uitzonderingen hierop waren tussen 1985 en 1987 en tussen 1992 en 1995. Toen werden de finales vier keer gespeeld in het Constant Vanden Stockstadion te Anderlecht, twee keer in het Olympiastadion te Brugge en eenmaal in het Maurice Dufrasnestadion te Luik.
StadionIndien het stadion geen naam had staat het adres in ''cursief'' met de vaste bespelers tussen haakjes ernaast.StadFinaleHeizelstadion / Koning Boudewijnstadion Brussel 1954-1956, 1964-1984, 1988-1991, 1996-hedenConstant Vanden Stockstadion / Lotto Park Anderlecht 1985, 1987, 1993, 1995Maurice Dufrasnestadion Luik 1994Olympiastadion / Jan BreydelstadionBrugge1986, 1992Dudenpark / Jospeh MariënstadionVorst1927, 1935De GanzenvijverUkkel1914Joseph Bensstraat 124 (terrein Union SG)Ukkel1913Jetsesteenweg 501 (terrein Daring CB)Jette1912
Trofee miniatuur|250x250px|Wisselbeker van de Beker van België in gebruik sinds het seizoen 1963/64. Een eerste wisselbeker werd gebruikt voor de drie edities in de jaren 50. Sinds 1964 tot op heden wordt een tweede ontwerp uitgereikt aan de bekerwinnaar. In tegenstelling tot de meeste bekercompetities in Europa vindt de ceremonie volledig plaats op het veld, en dus niet gedeeltelijk in de eretribune. De winnaar mag de beker elf maanden bijhouden, waarna hij terug naar de KBVB gaat. De huidige trofee van de Beker van België is dus een echte wisselbeker, waardoor de beker over de jaren wat ruwer geworden met enkele kleine blutsen en krassen. Elke speler en elk lid van de technische staf van de winnaar krijgt sinds de finale van 2023 een medaille. In de edities ervoor ontvingen ze elk een miniatuurversie van de beker. De scheidsrechters en verliezende ploeg krijgen elk aangepaste medailles.
Het huidig ontwerp is een zilveren beker met 2 oren. Aan de oren worden er linten vastgemaakt. Deze variëren tussen de kleuren van de Belgische vlag, de clubkleuren van de finalisten en de kleuren van de naamsponsor. Er is geen echte voor -en achterkant, maar wel een Nederlandstalige en Franstalige zijde. Op de Nederlandstalige zijde staat "Beker van België wisseltrofee aangeboden door dagblad Les Sports" te lezen. Op de Franstalige zijde staat "Coupe de Belgique challenge offert par le journal Les Sports" te lezen. Ook staat de winnaar van elke editie sinds 1964 op de beker gegraveerd voorafgaand door het jaar van de winst. Naamgeving De eerste twee edities van de Beker van België werd gespeeld met provinciale teams. Het toernooi heette toen Coupe des Provinces Belges, of Beker der Belgische Provincies. De bekercompetitie heette voor de Eerste Wereldoorlog Coupe du Roi, of Beker van de Koning, al werd Beker van België ook al gebruikt. Deze beker werd drie keer gewonnen door een Brusselse ploeg. Elke editie na 1914 zou uiteindelijk de Beker van België worden genoemd.
In het seizoen 1995/96 krijgt de Beker voor het eerst een sponsornaam. Coca-Cola kocht voor 5 seizoenen de naamrechten en doopte de competitie om tot Coca-Cola Cup. Tussen 2001 en 2007 zou er geen sponsornaam zijn. Op 14 januari 2008 maakte de voetbalbond bekend dat Cofidis voor 300.000 euro de naamrechten van het bekertoernooi had gekocht. Uiteindelijk zouden er 8 edities gespeeld worden onder de naam Cofidis Cup. Nadat Club Brugge zijn elfde beker won in 2015, werd Croky de nieuwe hoofdsponsor van het toernooi. Tot op heden is de Croky Cup de sponsornaam van de Beker van België. +JaarNaam1908-1909Beker der Belgische Provincies1912-1914Beker van de Koning1927-hedenBeker van BelgiëSponsornaam1996-2001Coca-Cola Cup2008-2015Cofidis Cup2016-hedenCroky Cup
Competitie
Deelnemers In principe kan elke A-ploeg van een club die bij de KBVB is aangesloten een deelname aan de Beker van België afdwingen. Elk team uit de eerste vijf niveaus moet deelnemen, uitgezonderd de belofteploegen van clubs uit 1A en 1B. Ook nemen er verschillende clubs uit de provinciale reeksen deel. Provinciale ploegen zijn echter niet zomaar van deelname verzekerd. Elke provincie selecteert zijn clubs uit de ploegen die het verst raakten in de provinciale bekercompetitie, uit eender welke provinciale reeks, en vult deze aan met de hoogst geplaatste eersteprovincialers die zich nog niet konden kwalificeren.
Speelschema De Beker van België werkt met een knock-out systeem. Per ronde spelen clubs slechts één wedstrijd. Bij een gelijkspel na 90 minuten worden er meteen strafschoppen getrapt in de 1e tot en met 3e ronde. Vanaf de 4e ronde tot en met de finale volgen er eerst verlengingen. Enkel in de halve finales worden er heen -en terugwedstrijden gespeeld zonder uitdoelpuntenvoordeel.