De koi (Cyprinus carpio carpio), ook wel nishikigoi of brokaatkarper, is de nationale vis van Japan. Nishiki is het Japanse woord voor kleurig kleed, terwijl goi of koi karper betekent. De koi is een kweekvariant van de gewone karper (Cyprinus carpio) en geniet – vooral de laatste jaren – een grote populariteit in siervijvers. De taxonomische status van de soort is onzeker. De Oost-Aziatische wilde karpers zijn Cyprinus rubrofuscus ofwel Cyprinus carpio rubrofuscus. De tendens is tegenwoordig om de soorten op te splitsen. Voor veredeling zijn koi gekruist met Europese spiegelkarpers (Cyprinus carpio carpio), dus de koi met het onregelmatige schubbenpatroon van de spiegelkarper zijn dan hybriden.
Geschiedenis
Hoewel een Chinees boek uit de Jin-dynastie (4e eeuw) de koi vermeldt als een bontgekleurde karper, wordt aangenomen dat het kweken van koi als siervis in de 19e eeuw in de Japanse prefectuur Niigata begonnen is toen rijstboeren ontdekten dat sommige karpers mooier gekleurd waren dan andere. De opvallende karpers werden gevangen en apart gekweekt. In de 20e eeuw werd een aantal kleurvarianten als norm gesteld, met name de wit-rode kohaku. Pas in 1914 werden deze normen bekend voor de buitenwereld, toen de niigata koi tentoongesteld werden op de jaarbeurs van Tokio. Enkele koi werden toen geschonken aan kroonprins Hirohito.
Toen de transporttijden verkortten en de bewaarmogelijkheden, onder meer met de komst van plastic zakken, verbeterden, werd de wereldwijde verspreiding van de Japanse koi een feit. In Europa was het Verenigd Koninkrijk het eerste land waar de koihobby voeten aan de grond zette. Maar al snel volgden andere landen, waaronder Nederland, België en Duitsland. Schattingen over het aantal koivijvers in Nederland en België variëren van 50.000 tot zelfs 400.000.
Koivariëteiten Koivariëteiten worden onder meer onderscheiden door hun kleuren, patronen en onderlinge verhoudingen.
De belangrijkste hoofdvariëteiten zijn: Kohaku - Witte koi met rode patronen Taisho Sanshoku (Sanke) - Witte koi met rode en zwarte patronen — Het zwart mag niet onder de laterale lijn (zijlijn) komen — het zwart op de borstvinnen ligt erop als een soort streepjes, en deze streepjes hoeven niet te beginnen bij het aanhechtingspunt van de borstvin maar het mag wel — Het zwart mag niet op het hoofd komen. Showa Sanshoku (Showa) - Zwarte koi met witte en rode patronen — Het zwart komt tot onder de laterale lijn (zijlijn). — Het zwart ligt op de borstvinnen als een soort vlek, en deze vlek begint bij het aanhechtingspunt van de borstvin. — Het zwart loopt door tot op de kop. Asagi - Koi met licht blauwe schijn aan de bovenkant en rode schijn aan de onderkant Shusui - Koi met een lijn met blauwe schubben op de rug, netjes gelijk verdeeld. De staartvin, borstvinnen en kieuwdeksel hebben vaak een rood of oranje kleur. Kruising van een Asagi en een Doitsu. Bekko - Witte, rode of gele koi met zwarte vlekken Utsurimono - Zwarte koi met rode, witte of gele patronen Goshiki - een (gedeeltelijk) zwarte koi met rode, witten, bruine en blauwe accenten Goromo - een witte koi met donkerrode tot paarse vlekken (buddo goromo) of witte koi met rood met zwart omlijnde schubben vlekken(ai goromo) Ogon - een koi met een eentonig kleurpatroon, al dan niet metaalachtig. Bekende kleuren zijn rood, oranje, platina, geel en zilver Tancho - een koi met rode vlek op de kop Kawarimono - de niet-geklasseerde soorten/patronen
In principe verdient alleen koi die in Japan gekweekt wordt de term Japanse koi. Hoewel Niigata nog altijd een van de belangrijkste koiproducerende districten is, zijn de gebieden rond Yamanashi en Hiroshima sterk in opkomst. Kweekvarianten uit Europa en uit Israël, die in populariteit groeien, worden respectievelijk Eurokoi en Israëlische koi genoemd. De vlinderkoi (butterfly koi) of hyrenaga die in de jaren 1980 gekweekt werd en opvalt door de lange gestroomlijnde vinnen, zijn in feite hybriden van de Aziatische karper en zijn niet algemeen aanvaard als echte koi. Sinds enkele jaren zijn ook de in Taiwan, Thailand en Maleisië gekweekte koi erg in opkomst in de Europese landen.
De ondersoorten per klasse Kohaku Doitsu Kohaku: deels geschubd of schubbenloze kohaku Inazuma Kohaku: (zigzag-kohaku) Roodtekening in bliksemschichtvorm Ippon-Hi: kohaku met een rode tekening van de kop tot aan de staart Kuchibeni Kohaku: (lipvlek-kohaku) rode markering op de lippen. Menkaburi of Zukinkaburi Kohaku: Een Kohaku met een geheel rood hoofd Nidan Kohaku: (tweevlek-kohaku) twee rode vlekken Sandan Kohaku: (drievlek-kohaku) drie grote rode vlekken Yondan Kohaku: (viervlek-kohaku) viervlektekening Maruten Kohaku: een kohaku met een rode vlek op het hoofd en andere rode patronen elders op het lichaam Tancho Kohaku: met één rode vlek op de kop, verder is de koi spierwit Dainichi Maruten Kohaku : koi met losstaand rood patroon op kop
Sanke Nidan Sanke: een sanke met twee rode vlekken Sandan Sanke: een sanke met drie rode vlekken Yondan Sanke: een sanke met vier rode vlekken Aka Sanke: een bijna volledig rode sanke Kuchibeni Sanke: een sanke met rode lippen Maruten Sanke: een sanke met een rode vlek op het hoofd en andere rode patronen elders op het lichaam Tancho Sanke: een sanke met een tancho-vlek
Showa Kindai Showa: een moderne showa met weinig zwart. Hi Showa: een showa met zeer veel rood. Maruten Showa: een showa met een rode vlek op het hoofd en andere rode patronen elders op het lichaam. Tancho Showa: een showa met een tancho-vlek. Kage Showa: een showa waarvan de zwarte patronen beschaduwd (kage) zijn. Tegenwoordig worden deze koi ingedeeld in de Kawarimono-klasse omdat men bij jongere vissen moeilijk kan onderscheiden of het zwart is dat nog moet doorbreken of dat het kage is. Boke Showa: een showa met vervaagd of grijsachtig zwart.
Utsurimono Shiro Utsuri: een zwarte koi met witte patronen (niet te verwarren met de shiro bekko, een witte vis met zwarte patronen) Hi Utsuri: een zwarte koi met rode patronen Ki Utsuri: een zwarte koi met gele patronen. Een goed exemplaar is zeer zeldzaam. Kage Shiro Utsuri: een shiro utsuri waarvan de zwarte patronen beschaduwd (kage) zijn. Tegenwoordig worden deze koi ingedeeld in de utsurimono-klasse, omdat men bij jongere vissen moeilijk kan onderscheiden of het zwart is dat nog moet doorbreken of dat het kage is. Kage Hi Utsuri: een hi utsuri waarvan de zwarte patronen beschaduwd (kage) zijn. Tegenwoordig worden deze koi ingedeeld in de utsurimono-klasse. Kage Ki Utsuri: een ki utsuri waarvan de zwarte patronen beschaduwd (kage) zijn. Tegenwoordig worden deze koi ingedeeld in de utsurimono-klasse.
Bekko Shiro Bekko: een witte koi met zwarte patronen. Een goed exemplaar is zeer zeldzaam. Hi Bekko: een rode koi met zwarte patronen. Een goed exemplaar is zeer zeldzaam. Ki Bekko: een gele koi met zwarte patronen. Een goed exemplaar is eveneens zeer zeldzaam.
Asagi Asagi: een witte koi met op de rug een blauw netpatroon en met meestal op de flanken onder de zijlijn een rode tekening. Dit rood komt ook op de wangen en de aanzet van de vinnen voor. Asagi Magoi: de oervorm van bijna alle koi. Konjo Asagi: een zeer donkere asagi. Deze vorm wordt vaak niet gewaardeerd en wordt beschouwd als kweekafval. Narumi Asagi: een lichtblauwe asagi met een door fukurin veroorzaakt wit netpatroon. Hi Asagi: een asagi waarbij het rood over de zijlijn komt. Mizu of Akebi Asagi: Een zeer lichte asagi.
Shusui Shusui: een doitsu asagi. Hij is wit, heeft een rij blauwe schubben op de rug en ook rode vlekken op de flanken. Hi Shusui: een shusui met geheel rode flanken. Ki Shusui: een shusui met geheel gele flanken.
Koromo Ai Goromo: een kohaku met zwarte boogjes op het einde van de rode schubben. Budo Goromo: een kohaku met een purperachtige kern in de rode schubben. Sumi Goromo Goromo of Ai Showa: een ai goromo met diep zwarte showa-markeringen. Op het hoofd komen liefst de drie showa-kleuren voor. Goromo Sanke: een ai goromo met diep zwarte sanke-markeringen. Budo Sanke: een budo goromo met diep zwarte markeringen.
Goshiki Goshiki: een vijfkleurige koi (rood, wit, zwart, lichtblauw, donkerblauw). Kindai Goshiki: een goshiki met een lichte basiskleur. Kuro Goshiki: een goshiki met een donkere basiskleur.
Kawarimono thumb|250px|Karashigoi Aka Matsuba: een rode koi met een dennenappelpatroon (matsuba) waarbij de rode schub in het midden zwart bevat. Op het hoofd mogen er geen zwarte vlekjes voorkomen. In tegenstelling tot de 2 andere matsubagoi, is de Aka Matsuba niet zo zeldzaam. Aka Muji: een geheel roodoranje koi. Aka-Hajiro: een rode of oranje koi met witte randen aan de vinnen. Akame Kigoi: lijkt op een albino kigoi, maar is geen albino. Deze zeldzame variëteit is simpelweg een kigoi met rode ogen. Batsukawa-Bake: een voornamelijk zwarte koi met witte tinten, vooral bij de schubben Benikoki: een kruising van een doitsu goshiki en een kujaku Beni Kumonryu: een kumonryu met rode patronen Benigoi: een geheel rode niet-metaalachtige diep karmijnrode koi. Het grote verschil met een aka muiji is dat een benigoi een veel diepere kleur heeft. Een goede benigoi komt echter zelden voor. Bunka Sanke: een sanke met onderhuids blauw dat later verdwijnt. Deze vis heeft ook glanzende borstvinnen. Bunka Shusui: blauwe sanke met glimmende borstvinnen. Dit type zie je alleen als ze jong zijn. Naarmate ze ouder worden, verliezen ze de glans. Chagoi: cha betekent bruin. Een eenkleurige niet metaalachtige koi met lichtbruine of saffraanachtige kleur. Een jonge koi kan bruinachtig geel zijn. Dit type is het makkelijkst tam te maken en ze groeien zeer snel. Soms lijkt hij een soort netwerkpatroon over zich te hebben. Enyu: ongetwijfeld de zeldzaamste koi ter wereld. Deze doitsugoi is purperkleurig met rode vlekken. Men bekomt deze door het kruisen van een shusui en een al zeer zeldzame midorigoi. Deze oudercombinatie wordt al zeldzaam gebruikt in Japan en dan komt men er dan nog maar 1 tegen na een aantal jaar. Gin Kabuto: een bruin of zwarte koi met zilveren schubranden en een zilveren schijn over het hoofd. Goshiki Shusui: een niet metaalkleurige blauwe doitsu-goshiki. Hageshiro: het broertje van de hagiro, maar met meer wit. Behalve op de randen van de vinnen, komt wit ook voor op het hoofd. Hajiro: een zwarte koi met witte randen op de vinnen wat in het water een zeer speciaal effect geeft. Hi-Botan: een shiro utsuri waarvan de sumi-vlekken kleiner zijn en verspreid liggen over heel het lichaam. Beginners verwarren hem vaak met een bekko, maar de hi-botan heeft veel meer zwarte vlekjes. Kage Hi Utsuri: een hi utsuri waarvan de zwarte patronen beschaduwd (kage) zijn. Tegenwoordig worden worden deze koi ingedeeld in de utsurimono-klasse, omdat men bij jongere vissen moeilijk kan onderscheiden of het zwart is dat nog moet doorbreken of dat het kage is. Kage Shiro Utsuri: een shiro utsuri waarvan de zwarte patronen beschaduwd (kage) zijn. Tegenwoordig worden worden deze koi ingedeeld in de utsurimono-klasse. Kage Showa: een showa waarvan de zwarte patronen beschaduwd (kage) zijn. Tegenwoordig worden worden deze koi ingedeeld in de utsurimono-klasse. Kanoko Kohaku: een kohaku met in plaats van volle rode patronen allemaal gespikkelde rode vlekjes. Kanoko Sanke: een sanke met in plaats van volle rode patronen allemaal gespikkelde rode vlekjes. Kanoko Showa: een showa met in plaats van volle rode patronen allemaal gespikkelde rode vlekjes. Karashigoi: door het kruisen van een chagoi en een kigoi bekomt met soms een mosterdkleurige variëteit. Karashi betekent mosterd in het Japans. Vele beginners denken dat deze koi een chagoi is, maar hij is geler van kleur. Karasugoi: letterlijk kraaivis. Een meestal zwarte/donkere soort met soms een witte of oranje buik. Aangezien deze soort zeer donker is, vinden hobbyisten ze meestal vrij lelijk.