Gerrit Abraham van Poelje (Maasdijk, 31 januari 1884 - Den Haag, 8 september 1976) was een Nederlands ambtenaar, rechtsgeleerde en bestuurskundige. Hij geldt als een van de belangrijkste grondleggers van de bestuurskunde in Nederland.
Leven en werk Van Poelje werd geboren als zoon van de onderwijzer Izaak Lodewijk Anthonie en Christine Marie Antoinette Garbrij. Hij ambieerde net als zijn vader een carrière als onderwijzer. Door een spraakgebrek als gevolg van een hazenlip wist hij na het behalen van zijn acten in dat vak echter niet te slagen. Hij studeerde vervolgens rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Leiden, waar hij ook promoveerde. In 1914 trouwde hij met Lucie Charlotte Hansen. Samen kregen zij twee kinderen.
Van Poelje maakte een snelle carrière door in de gemeenteadministratie, waarna hij in 1919 topambtenaar werd in Den Haag. Omdat hij als linkshandige rechts had leren schrijven, was zijn handschrift slecht leesbaar. De gemeente Den Haag schafte daarom op zijn verzoek een schrijfmachine aan, hoewel de burgemeester niet geloofde dat iemand typend zijn gedachten op papier kon zetten.
In 1928 werd Van Poelje aangesteld als bijzonder hoogleraar in de bestuurskunde aan de Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam, de latere Erasmus Universiteit. In deze functie, die hij tot 1933 bekleedde, wist Van Poelje de Nederlandse bestuurskunde tot ontwikkeling te brengen.
In 1933 werd Van Poelje secretaris-generaal op het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (het tegenwoordige Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), een functie die hij tot 1940 behield. Hij kreeg deze functie doordat Henri Marchant, die in Den Haag als wethouder van Onderwijs zeer op Van Poelje gesteund had, in 1933 werd voorgedragen als minister van Onderwijs in het kabinet Kabinet-Colijn II en dat alleen wilde worden als hij Van Poelje mocht meenemen. De minister liet uiteindelijk veel over aan Van Poelje.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Van Poelje als secretaris-generaal het hoofd van het ministerie, omdat de minister naar Londen gevlucht was. Door een onvoorzichtig briefje, waarin hij schreef dat getrouwde ambtenaren vanwege de verantwoordelijkheid voor hun kinderen op 31 augustus 1940 thuis mochten blijven - op die dag was de verjaardag van Koningin Wilhelmina - werd hij na een gesprek met Wimmer thuis gearresteerd. Hij werd op 2 september 1940 geïnterneerd in de gevangenis te Scheveningen, en vervolgens in Buchenwald, Merseburg en Halle.
Na de Tweede Wereldoorlog, in augustus 1945, werd Van Poelje benoemd tot lid van de Raad van State, waar hij een dominante inbreng had. Hij bleef deze functie behouden tot zijn pensionering in 1958.
De Vereniging voor Bestuurskunde heeft zijn naam verbonden aan de gerenommeerde bestuurskundeprijs voor de beste bestuurswetenschappelijke publicatie, de G.A. van Poeljejaarprijs.
Vernoeming In de Rotterdamse wijk Schiebroek is de Van Poeljeweg naar hem genoemd.
Externe links Profiel bij parlement.com I. Schöffer, 'Poelje, Gerrit Abraham van (1884-1976)', in Biografisch Woordenboek van Nederland
Categorie:Secretaris-generaal van een Nederlands ministerie Categorie:Nederlands bestuurskundige Categorie:Hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam Categorie:Zilveren Anjer