thumb|De Duitse troepen in gevecht met de Herero, een schilderij van Richard Knötel (1857-1914) De Namibische Genocide, ook wel de holocaust van de keizer genoemdhttps://nos.nl/artikel/2569081-namibie-herdenkt-voor-het-eerst-duitse-holocaust-van-de-keizer. Gearchiveerd op 22 februari 2026., werd door de Verenigde Naties aangemerkt als de eerste genocide van de 20e eeuw. Deze genocide kostte aan de meerderheid van de Herero- en de Namabevolking in de toenmalige kolonie Duits-Zuidwest-Afrika het leven. Tussen 1904 en 1908 kwamen tijdens hevige gevechten en onder erbarmelijke omstandigheden in concentratiekampen circa 80.000 mensen om. Deze periode werd in het verleden aangeduid als de opstand van de Herero en de Hottentotten (Nama) tegen de Duitsers.
Korte voorgeschiedenis thumb|Kaart van Duits Zuidwest-Afrika, 1904 Na de Koloniale Conferentie van Berlijn (1884-1885), waar verschillende Europese en Noord-Amerikaanse landen onderling het grondgebied in Afrika verder verdeelden, begon het Duitse Rijk met het koloniseren van zijn nieuwe kolonie Duits Zuidwest-Afrika. Vanuit de kustplaatsen Lüderitz en Swakopmund trokken de eerste kolonisten het binnenland in, waarna er in Otjimbingwe een koloniaal administratiekantoor door een handvol functionarissen werd bemand onder leiding van rijkscommissaris Ernst Heinrich Göring (de vader van Hermann Göring). Om een einde te maken aan de onderlinge strijd tussen de Herero- en de Namavolken om vee en grond, werden door de Duitsers 'beschermingsverdragen' opgedrongen. Sommige lokale leiders zagen hierin een mogelijkheid tot Duitse bescherming tegen hun rivalen. Door het koloniale bestuur werd echter voor onderwerping van de lokale bevolking aan de Duitse keizer geijverd. Met slechts 21 soldaten in 1889 en 61 in 1890 konden de Duitsers de eerste jaren ook maar weinig uitrichten tegen de rooftochten en onderlinge gevechten van de Namibische volkeren.
Hereroleider Maharero sloot een dergelijk beschermingsverdrag met rijkscommissaris Göring, maar Nama-kapitein Hendrik Witbooi weigerde. In een van zijn brieven (van 30 mei 1890) aan Maharero's zoon en opvolger Samuel Maharero liet Witbooi weten dat hij de overheersing van een Europese macht erger vond dan hun onderlinge strijd: "Uiteindelijk zal jij het betreuren dat je je land en het recht om daar te heersen hebt overgedaan aan de blanken." En Witbooi ging door met het aanvallen van Hereronederzettingen.
In november 1892 tekenden Hendrik Witbooi en de Herero een vredesovereenkomst. Om te voorkomen dat ze gezamenlijk tegen de kolonisator in opstand zouden komen, bracht Duitsland meer troepen over naar zijn kolonie. Onder bescherming van een behoorlijke troepenmacht kwamen kolonisten in grotere aantallen naar Namibië. De in centraal Namibië wonende Herero kwamen hierdoor meer en meer in de verdrukking. Aan de Herero werden door kolonisten op de pof goederen en alcoholhoudende dranken verkocht. De schuld kon worden afgelost door vee te verkopen. Nadat door een runderpestepidemie in 1897 het overgrote deel van de veestapel het loodje had gelegd, konden de Herero hun schulden nog slechts in grond voldoen. De door de Duitsers erkende leider van de Herero, Samuel Maharero, onderhield goede betrekkingen met de Duitse gouverneur Theodor Leutwein, maar ook hij maakte forse schulden. De Herero zagen meer en meer van hun traditionele grondbezit overgaan in Duitse handen en de onrust groeide. Na beraadslaging onder leiding van Maharero besloten begin 1904 de Hereroleiders eensgezind het verdrag te verbreken en hun land terug te eisen.
Opstand Vanaf januari 1904 vielen de Herero nederzettingen van Duitse kolonisten aan, verjoegen ze de blanken en maakten koeien buit. In mei 1904 verzamelde een enorme legermacht van de Herero zich bij de plaats Okahandja. Een aantal Duitse kolonisten werd gedood en een groot aantal koeien buitgemaakt. De aldaar wonende blanken verschansten zich en zonden een noodkreet naar het Duitse garnizoen in Windhoek. De Schutztruppe had echter haar hoofdmacht in het zuiden van het land om tegen de opstandige Bondelswarts, een Namavolk, te vechten. Na Okahandja werden meer Duitse plaatsen, zoals Omaruru, aangevallen en bezet. Samuel Maharero zond oproepen naar leiders van andere volken om de Herero te steunen in de strijd tegen de Duitsers.
Hoewel in de daarop volgende maanden de Schutztruppe onder leiding van gouverneur Leutwein het merendeel van de Duitse posten ontzette, werd generaal Lothar von Trotha door de Duitse regering boven Leutwein aangesteld. Von Trotha, die met harde hand de Bokseropstand in China (1900-1901) had bestreden, werd naar Duits Zuidwest-Afrika gezonden om een snelle beslissing te forceren. Op 11 juni 1904 arriveerde Von Trotha in Swakopmund en nam het militaire gezag op zich. In tegenstelling tot Leutwein onderhandelde Von Trotha niet meer met de Herero. Hij verklaarde hun de oorlog en de strijd verhevigde. De Duitse troepen hadden de beschikking over mitrailleurs en zware artillerie en vele Hererosoldaten sneuvelden in verschillende schermutselingen. Op 11 augustus 1904 werden de opgejaagde Herero definitief verslagen bij Ohamakari, een plaatsje bij het Waterbergplateau, ten zuidoosten van Otjiwarongo. De Herero vluchtten hierop de Omaheke (het zandveld) in, in de richting van Bechuanaland, het huidige Botswana.
Vernietigingsbevel thumb|Lothar von Trotha Op 2 oktober 1904 vaardigde Von Trotha zijn beruchte Vernichtungsbefehl uit om alle overgebleven Herero uit de Duitse kolonie te verdrijven of te doden:
"Ich, der große General der Deutschen Soldaten, sende diesen Brief an das Volk der Herero. Die Herero sind nicht mehr deutsche Untertanen. Sie haben gemordet und gestohlen, haben verwundeten Soldaten Ohren und Nasen und andere Körperteile abgeschnitten, und wollen jetzt aus Feigheit nicht mehr kämpfen. Ich sage dem Volk: Jeder, der einen der Kapitäne an eine meiner Stationen als Gefangenen abliefert, erhält tausend Mark, wer Samuel Maharero bringt, erhält fünftausend Mark. Das Volk der Herero muss jedoch das Land verlassen. Wenn das Volk dies nicht tut, so werde ich es mit dem Groot Rohr dazu zwingen. Innerhalb der Deutschen Grenzen wird jeder Herero mit und ohne Gewehr, mit oder ohne Vieh erschossen, ich nehme keine Weiber oder Kinder mehr auf, treibe sie zu ihrem Volke zurück, oder lasse auf sie schießen."
"Ik, de grote generaal van de Duitse soldaten, zend deze brief aan het Hererovolk. De Herero zijn geen Duitse onderdanen meer. Jullie hebben gemoord en gestolen, jullie hebben gewonde soldaten de oren, neuzen en andere lichaamsdelen afgesneden en willen nu uit lafheid niet meer vechten. Ik zeg tot het volk: eenieder die een van de kapiteins bij een van mijn posten aanbrengt, ontvangt 1000 mark, diegene die Samuel Maharero aanbrengt, ontvangt 5000 mark. Het Hererovolk echter moet het land verlaten. Wanneer het volk dat niet doet, dan zal ik ze met groot geschut daartoe dwingen ... Binnen de Duitse grenzen zal iedere Herero met of zonder geweer, met of zonder vee, worden neergeschoten, ik neem geen vrouwen en kinderen meer op, drijf ze naar hun volk terug of laat op ze schieten. Dit zijn mijn woorden aan het Hererovolk."
Hij ondertekende het bevel met: "De grote generaal van de machtige Duitse Keizer."
Dit Vernichtungsbefehl was op te vatten als een bevel tot genocide, al wordt dat door sommigen bestreden. Op bevel van Von Trotha werden de resterende Herero over de grens met Bechuanaland gedreven. Om te voorkomen dat men zou terugkeren werden waterputten vergiftigd waardoor vele Herero van de dorst stierven in de Kalahariwoestijn. Afgevaardigden met vredesboodschappen werden door de Duitsers neergeschoten. 75% van de Hererobevolking overleefde de massaslachting uiteindelijk niet. Als reactie op het brute geweld van Von Trotha trad Leutwein af als gouverneur.
Opstand in het zuiden van Namibië Nadat de Herero bij de Waterberg waren verslagen, leidde Hendrik Witbooi de opstand van de Nama in het zuiden. De Nama streden tegen de Herero vele oorlogen om grond en vee, maar gaven uiteindelijk gehoor aan de oproep van Samuel Maharero om samen tegen de Duitse kolonisator te strijden. Op 3 oktober 1904 viel Hendrik Witbooi met zijn Namasoldaten de Duitsers aan.
Bevel tegen de Nama In navolging van zijn bevel tegen de Herero vaardigde Von Trotha op 22 april 1905 in Berseba een bevel aan de Nama uit. In zijn bevel haalde hij de strijd tegen de Herero als voorbeeld aan:
"De machtige Duitse keizer verleent genade en het leven aan de Hottentotten die zich vrijwillig aan ons overleveren. Echter, zij die aan het begin van de opstand blanken hebben vermoord en zij die anderen daartoe opdracht hebben gegeven, zullen – overeenkomstig de wet – dit met de dood moeten bekopen. Dit zeg ik u en verder waarschuw ik diegenen die zich niet overgeven dat zij hetzelfde lot zullen ondergaan als de Herero, die in hun overmoed dachten dat zij met succes oorlog konden voeren tegen de machtige Duitse keizer en het machtige Duitse volk. Ik vraag u: waar zijn de Herero vandaag, waar zijn hun kapiteins? Samuel Maharero, eens trots bezitter van duizenden koeien, is opgejaagd als een beest en bevindt zich over de grens in het Engelse gebied. Hij is zo arm als de armste veld-Herero en bezit niets meer. Met de andere kapiteins is het al niet veel beter gesteld, het merendeel heeft het leven verloren en hun volk is compleet verwoest – deels gestorven van honger en dorst in de woestijn, deels gedood door Duitse soldaten, deels vermoord door de Owambo. De Hottentotten zullen hetzelfde lot ondergaan wanneer zij zich niet overgeven en hun wapens inleveren. Wanneer je met je stamgenoten en een witte vlag naar ons komt, zal je niets overkomen. Je krijgt werk en eten tot aan het einde van de oorlog of tot aan de machtige Duitse keizer nieuwe bepalingen voor dit land laat uitgaan. Diegene die denkt dat hem geen genade zal worden verleend, zal het land moeten verlaten, want voor zolang hij op Duitse grond leeft, zal hij worden vervolgd en gedood – en dit beleid zal voortduren tot de laatste van al deze Hottentotten is gedood. Voor de volgende personen, dood of levend, heb ik de volgende beloningen vastgesteld: Hendrik Witbooi, 5000 mark; Skippers Stürmann, de "Witbooi profeet" (bijgenaamd Shepperd Stuurman), 3000 mark; Cornelius, 3000 mark; voor de andere schuldige kapiteins elk 1000 mark."
Maar deze order om zich over te geven maakte geen indruk op Hendrik Witbooi en zijn bondgenoten. Hendrik Witbooi sneuvelde in de strijd bij Vaalgras op 29 oktober 1905. Zonder hun strateeg en leider werden de Nama verslagen. De overgebleven Witbooi Namasoldaten werden ontwapend en gedeporteerd naar de Duitse koloniën Kameroen en Togo waar velen omkwamen. De overigen werden bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog gerepatrieerd.
Concentratiekampen Tijdens de Tweede Boerenoorlog in Zuid-Afrika dreven de Britten de Boerenbevolking bijeen in concentratiekampen. Naar dit voorbeeld richtten de Duitsers in Namibië kampen in voor de overgebleven Herero en Nama; mannen, vrouwen en kinderen. Een aantal concentratiekampen bevond zich op onherbergzame eilanden voor de Namibische kust bij Lüderitz en Swakopmund, waar de koude mist uit de oceaan de mensen kwelde.
De omstandigheden in de kampen waren zeer slecht en de meeste gevangenen overleefden de kampen niet. Vanwege ondervoeding en slechte hygiëne hadden infectieziektes als tuberculose en tyfus vrij spel. Ook kwamen veel Herero en Nama om bij dwangarbeid in de mijnen van Tsumeb of bij het aanleggen van de spoorwegen van Namibië.
Slachtoffers