De Grote Sprong Voorwaarts (vereenvoudigd Chinees: ; pinyin: ; Kantonees: ) is een campagne van de Communistische Partij van China (CPC) die duurde van 1958 tot en met 1961. Volgens Mao was het land aan het begin van zijn aantreden in 1949 niet eens in staat om 'eenvoudige' producten zoals een fiets, lucifers, naald, zeep of zelfs een peuk (sigaret) op efficiënte, moderne wijze te produceren. Het functioneerde als een retorisch uitspraak om industrialisatie te legitimeren. Mao Zedong wilde met de campagne zorgen voor een snelle transformatie van China van een agrarische naar een industriële maatschappij. De productie van staal, elektriciteit, steenkool, bouwmaterialen en basischemicaliën kregen prioriteit. De Grote Sprong Voorwaarts leidde tot een hongersnood met miljoenen dodelijke slachtoffers,Jonathan Mirsky: The China We Don't Know. New York Review of Books Volume 56, Number 3. February 26, 2009. een van de dodelijkste hongersnoden aller tijden.

Hervormingen tijdens de Grote Sprong Voorwaarts thumb|Beambten werden naar het platteland gestuurd om daar te werken (1957). thumb|Boeren van de volkscommune werken ’s nachts met behulp van lantaarns. thumb|Kleine staalovens Na de overwinning van de communisten tijdens de Chinese Burgeroorlog werd op 1 oktober 1949 de Volksrepubliek China opgericht. De gematigde factie in de Communistische Partij China rond Liu Shaoqi wilde dat collectivisatie van de landbouw pas werd doorgevoerd na industrialisatie, zodat er voldoende agrarische werktuigen waren.

Na de oprichting van de Volksrepubliek China in 1949 ontving Mao Zedong in 1950 van de Sovjet-Unie een lening van 300 miljoen dollar, vastgelegd in het Sino-Soviet Treaty of Friendship, Alliance and Mutual Assistance. Deze lening was bedoeld voor economische wederopbouw en industriële ontwikkeling.

Mao wilde China versneld industrialiseren. Tijdens het Eerste Vijfjarenplan (1953–1957) lag de nadruk op zware industrie. Gezien het agrarische karakter van de Chinese economie werd de initiële kapitaalaccumulatie voornamelijk gerealiseerd door agrarische surplusafroming door de staat. De landbouw werd daarom gecollectiviseerd en steeds sterker onder staatscontrole geplaatst.

In 1958 startte Mao de Grote Sprong Voorwaarts, waarmee industrialisatie drastisch werd versneld via volkscommunes, massamobilisatie en verhoogde graanquota. Lokale functionarissen rapporteerden sterk overdreven oogstcijfers, waarna de centrale staat hoge leveringsquota bleef opeisen. Er bestond geen uniform percentage zoals “30% van de teelt”; de opgeëiste hoeveelheden varieerden per regio, maar waren in veel gebieden zo hoog dat boeren onvoldoende voedsel overhielden.

Ondanks dalende oogsten bleef China in 1959–1960 graan exporteren, deels om buitenlandse verplichtingen — waaronder terugbetalingen aan de Sovjet-Unie — na te komen en om internationale reputatieschade te vermijden. De combinatie van overmatige staatsafname, desorganisatie van de landbouw, beleidsfouten en politieke druk leidde tot de Grote Chinese Hongersnood, waarbij naar schatting tussen de 15 en meer dan 30 miljoen mensen omkwamen.

De hongersnood was dus niet uitsluitend het gevolg van export voor harde valuta, maar van een samenloop van politieke besluitvorming, systeemdruk binnen het partijapparaat, economische miscalculatie en structurele ontwrichting van de landbouw. De radicale factie onder leiding van Mao wilde de industrialisatie betalen door collectivisatie van de landbouw en een staatsmonopolie op graandistributie, zodat de overheid goedkoop graan kon krijgen en duur verkopen op de internationale markt om de industrialisatie te bekostigen. Mao sprak over het lopen op twee benen, waarmee hij bedoelde: alles tegelijk opbouwen, zowel landbouw als industrie. Mao voerde zijn plan door dat bekend staat als de Grote Sprong Voorwaarts. Hij deed dat door het omzeilen van de centrale bureaucratie en bezocht provinciale en lokale autoriteiten persoonlijk om ze onder druk te zetten zijn plan snel uit te voeren. De Grote Sprong Voorwaarts begon gedurende het tweede vijfjarenplan (1958 tot 1963), maar de campagne werd voortijdig gestopt in 1961. Het doel van de Grote Sprong Voorwaarts was de snelle ontwikkeling van de landbouw en industrie van China. De landbouw zou worden gecollectiviseerd met de collectivisatie van de landbouw onder Jozef Stalin in de Sovjet-Unie als voorbeeld. In plaats van kolchozen en sovchozen in de Sovjet-Unie organiseerden de Chinezen de landbouw in volkscommunes.

In 1958 werd privé-eigendom van land in China afgeschaft en de huishoudens op het platteland werden gedwongen om lid te worden van volkscommunes. Kleine stukken landbouwgrond die eeuwenlang door afzonderlijke boerengezinnen waren bewerkt, werden plotseling tot één groot gebied samengevoegd. Voortaan moesten de boeren collectief het land beheren. In de volkscommunes waren de lonen en het geld vervangen door arbeidspunten. Naast landbouw werd lichte industrie opgericht en moesten de boeren meehelpen bij het bouwen van infrastructurele werken. Veel inspanning werd gericht op grootschalige infrastructurele projecten voor landbouw, zoals irrigatiewerken, die slecht werden gepland. Deze werken kostten de levens van honderdduizenden ondervoede boeren.Dikötter 2010; blz. 33. Mensen die bij een ontsnappingspoging werden gevangen moesten strijdbijeenkomsten ondergaan, waar duizenden doden vielen.Ralph A. Thaxton: Catastrophe and Contention in Rural China: Mao's Great Leap Forward Famine and the Origins of Righteous Resistance in Da Fo Village; 2008; ; blz.3.

Er werden verschillende radicale landbouwmethoden/innovaties ingevoerd op bevel van Mao gebaseerd op de marxistische ideeën van Trofim Lysenko en diens volgelingen. Methoden zoals dicht bij elkaar zaaien van gewassen werden ingevoerd, waarbij veel meer planten per oppervlakte werden gezaaid.Dikötter 2010; blz.39. Eerst werd de dichtheid van het zaaien verdrievoudigd en later werd dat weer verdubbeld. Dit zorgde voor een lagere oogst.Michael Lynch: The People's Republic of China, 1949–76; tweede editie; 2008; blz. 57.

Ook het diepploegen van Lysenko-aanhanger Terentij Maltsev werd ingevoerd. In plaats van de gebruikelijke ploegdiepte van 15 tot 20 cm werd nu geploegd met een diepte van 1,0m of 1,5m. De theorie van Maltsev was dat de vruchtbaarste grond het diepst zat en dat het diepploegen zou zorgen dat de wortels van de planten sterker werden. Het diepploegen had echter tot gevolg dat stenen en onvruchtbare grond naar boven werden geploegd, waardoor de vruchtbare toplaag werd begraven. Meer percelen werden braak gelaten omdat volgens theorieën van Lysenko-aanhangers het concentreren van mest op de vruchtbaarste gronden zou leiden tot een veel grotere oogst. Deze ongeteste technieken leidden tot een lagere graanproductie. Lokale bestuurders werden bewogen om hogere cijfers van de graanproductie aan hun politieke oversten door te geven.William H. Hinton: Shenfan: The Continuing Revolution in a Chinese Village; 1984; blz. 236–245.

In augustus 1958 werd besloten door Mao dat de staalproductie verdubbeld moest worden binnen een jaar naar 10,7 miljoen ton staal. Het uiteindelijke doel was een staalproductie van 30 miljoen ton per jaar. Dit moest verwezenlijkt worden door het gebruik van kleine staalovens in de achtertuinen van volkscommunes. Om aan de quota te voldoen, werd veel energie gestoken in het produceren van staal uit oud ijzer. Voor brandstof voor de staalovens werden grootschalig bomen gekapt en hout gebruikt van deuren en meubels. Potten, pannen, landbouwwerktuigen, haarspelden, spijkers, scharnieren en andere metalen voorwerpen werden in beslag genomen om te dienen als schroot voor de ovens om aan de hoge quota te voldoen. Boeren moesten steeds meer tijd en arbeid stoppen in de staalproductie in plaats van landbouw. De kwaliteit van het staal was zeer slecht door het gebruik van schrootijzer en de inefficiëntie van kleine staalovens. Het overgrote deel van de opbrengst bestond uit ruwijzer, dat wil zeggen zeer bros, slecht buigbaar en onbruikbaar ijzer. Miljoenen boeren werden bevolen om in de industrie te werken om de staalproductie te verhogen. Dit leidde tot minder arbeidskrachten dat voor de landbouw werd ingezet.Li Zhi-Sui: The Private Life of Chairman Mao; 2011; ; blz. 272–278.

Mao lanceerde in deze jaren een groot aantal campagnes zoals de bekende Grote Mussencampagne (Chinees: ; pinyin: ) om alle mussen te doden als een van de Vier Plagen-campagnes (tegen respectievelijk ratten, vliegen, muskieten en mussen) omdat deze de schuld kregen van de voedseltekorten. Na zijn wonden te hebben gelikt gooide Mao het in 1966 weer over een andere boeg met een nieuwe massale campagne genaamd het derde front. Als deel van deze campagne werden massaal arbeiders gemobiliseerd voor het bouwen van elektriciteits- en transportinfrastructuur in het binnenland van China.

Gevolgen De graanproductie daalde enorm. De oogst was in 1959 15% lager dan in 1958. In 1960 was de oogst ongeveer 70% lager dan de oogst van 1958. Volgens Yang Jisheng – lid van de Chinese Communistische Partij en journalist van het nieuwsbureau Xinhua – lag de oorzaak van de hongersnood bij het overheidsbeleid, zoals het verleggen van arbeidskrachten van de landbouw naar staalproductie, foute landbouwtechnieken, export van graan, vernietigen van mussen en de daarbij behorende sprinkhanenplaag. Er werd 22 miljoen ton aan graan gehouden in overheidsmagazijnen tijdens het hoogtepunt van de hongersnood.Perry Link (2010). China: From Famine to Oslo. The New York Review of Books, December 16, 2010.

Naarmate de aantallen sterfgevallen door voedseltekort stegen, nam het aantal doden door geweld van de Chinese autoriteiten ook toe om de ondervoede mensen te dwingen om te werken. Mensen werden geëxecuteerd op basis van quota – een methode die al werd gebruikt in de Campagne voor de onderdrukking van contrarevolutionairen. Dikötter noemt 2,5 miljoen doden door middel van geweld door de autoriteiten.Dikötter 2010; blz. 298 - 333. Door kaderleden van de communes werden de boeren opgejaagd om als slaven te werken op een minimaal dieet, en deze fungeerden tevens als cipier en hielden de boeren in de dorpen opgesloten want het was boeren en iedereen verboden zich zonder schriftelijke toestemming te verplaatsen. Een andere belangrijke taak van het kader was te verhinderen dat de boeren van hun eigen oogst zouden 'stelen', daarop werden afgrijselijke straffen gezet als bijvoorbeeld de neus afsnijden, wurging en levende verbranding.Chang en Halliday 2005; blz. 558.

Er waren veel sprinkhanenzwermen; ze hadden vrij spel doordat hun natuurlijke vijanden grotendeels waren uitgeroeid tijdens de Grote Mussencampagne. In 1959 had de landbouw veel last van de droogte en de overstroming van de Gele Rivier, waardoor de hongersnood verergerde. Zulke overstromingen en droogtes waren gebruikelijk in China. Het weer tijdens de Grote Sprong Voorwaarts week niet veel af van de gebruikelijke jaren.Ian Johnson: Finding the Facts About Mao's Victims. The New York Review of Books (Blog), December 20, 2010. Retrieved 4 Sep 11. Johnson interviews Yang Jishen.

Tijdens de periode 1958 tot 1960 bleef China een netto-exporteur van rijst en andere granen – dat wil zeggen er werd meer graan geëxporteerd naar het buitenland dan geïmporteerd – hoewel er grote hongersnood heerste in het land. Buitenlandse hulp werd afgewezen. Toen de Japanse regering een voorstel deed om 100.000 ton aan graan naar China te sturen als noodhulp, werd dit door de Chinese regering afgewezen.Frank Dikötter (2010). blz.114-115. De Chinese export van granen in 1959 en 1960 was genoeg om meer dan 16 miljoen mensen voldoende te voeden (2000 calorieën per dag) in die jaren.Ashton, et al. (1984); blz. 629-634. In 1961 werd besloten te stoppen met het exporteren van graan en import vanuit Canada en Australië werd geregeld.