thumb|de gemeente Tongelre in 1868
Tongelre is een stadsdeel van de gemeente Eindhoven, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Tongelre was tot 1920 een zelfstandige gemeente in Noord-Brabant. Op telde het stadsdeel inwoners, verdeeld over woningen, op een oppervlakte van km².
Etymologie Het woorddeel Tonge- in Tongelre zou afkomstig zijn van tange, wat 'landtong in een laag gelegen gebied' betekent. De naam zou dan samengesteld zijn uit tange + lo, en dan betekenen: 'bosje op een landtong in een laag gelegen gebied'.
Buurtschappen en wijken De oude kern van Tongelre lag rond de buurt t Hofke, daarnaast had men nog de kern Klein-Tongelre, deze is nu echter volledig opgegaan in het stadsdeel.
De buurt 'Urkhoven' is een zeer oud gehucht in de voormalige gemeente. In 1273 werd dit in een akte vermeld als Oederichoven (boerderij van Udrich of Oderik).
De buurt 'Lakerlopen', grotendeels gesloopt en opnieuw bebouwd begin 21e eeuw, is in de jaren 1920 gebouwd als sociale woningbouw. Architect: L.P.J. Kooken.
Wijken in het stadsdeel thumb|Straat in de Lakerlopen Tongelre kent 3 wijken en 10 buurten: Oud-Tongelre Muschberg en Geestenberg, ingeklemd tussen twee spoorlijnen, een mix van wonen en bedrijvigheid. Urkhoven, een ontwikkelingslocatie 't Hofke, het centrum van het oude Tongelre Het Busselke, een arbeiderswijkje gebouwd rond 1920 De Karpen, een villawijk Koudenhoven, een villawijk De Laak Villapark, waar voornamelijk de hogere Philipsbazen woonden De Lakerlopen, nieuwbouwwijk in de jaren twintig van de 20e eeuw Doornakkers Doornakkers-Oost, een krachtwijk die op de lijst van 40 wijken van minister Vogelaar staat Doornakkers-West, een krachtwijk die op de lijst van 40 wijken van minister Vogelaar staat Tongelresche Akkers
Geschiedenis De oudste bekende vermelding van Tongelre is uit 1241. Het was een waarschijnlijk aan Helmond gelieerd hertogsdorp, dat echter vanaf 1558 als heerlijkheid verpand werd aan jonkheer Rutger van Berckel. Na de Tachtigjarige Oorlog namen de Staten-Generaal het hertogelijk bestuur in handen. De gemeente Tongelre in de moderne zin kwam omstreeks 1810 tot stand en heeft bestaan tot de annexatie door Eindhoven in 1920.
De oudste bekende vermelding van de Sint-Martinuskerk is in 1399. Deze was verbonden aan het kapittel van Sint-Catharina in Eindhoven, dat viel onder het prinsbisdom Luik en sedert 1560 onder het bisdom 's-Hertogenbosch. De oudste delen van de kerk waren romaans en stamden uit de 13e eeuw. Het bovendeel van de kruiskerk was 15e-eeuws. De zware toren had een lage spits. Van 1648 tot 1796 was de kerk protestants. Ze raakte in verval vanwege het geringe aantal protestanten. Na 1796 werd de kerk weer katholiek. In deze kerk bevond zich ook de grafkelder van de heren van Tongelre, die Kasteel Beauregard bezaten, dat gelegen was in het noorden, bij Koudenhoven, op de rechteroever van de Dommel. Na herstel in 1846 werd de kerk in 1891 gesloopt, daar toen de huidige neogotische kerk gereed was gekomen.
Na 1850 veranderde geleidelijk het agrarisch karakter van het dorp door de komst van thuisweverijen en kleinschalige industrie. Ook de invloed van het naburige Eindhoven deed zich steeds meer gevoelen. Er werden nieuwe verbindingen aangelegd, met als belangrijkste het Eindhovens Kanaal (1845-47), de spoorlijn Venlo - Eindhoven (1866), het eerste deel van de Tongelresestraat, tussen Stratum en Klein Tongelre (rond 1870), en de spoorlijn Eindhoven - Weert (1913).
De lijn Venlo-Eindhoven liep vlak langs de oude dorpskom, maar het Station Nuenen-Tongelre lag 2 km naar het oosten, in Eeneind. Dit stond de uitbreiding van het dorp in de weg. Langs de lijn Eindhoven-Weert stond tot 1935 het Station Tongelre, aan de Tongelrestraat. Langs deze straat ontwikkelde zich bebouwing; na de annexatie door Eindhoven in 1920 werd het gebied volgebouwd. Tussen Dommel en Tongelresestraat ontstond het Villapark met villa's voor zelfstandige ondernemers en hoger personeel van Philips. Ten zuiden van de Tongelresestraat werd de arbeiderswijk Lakerlopen gebouwd. Daarvoor werd het beekje de Laak, dat vanuit Geldrop naar de Dommel liep en de grens vormde met de gemeente Stratum, omgelegd langs het Eindhovens Kanaal, de nieuwe grens met Stratum. Behalve de naam Lakerlopen herinneren de Villa 'De Laak en de benaming Lakerstraat nog aan dit beekje. Overigens wordt deze beek op kaarten ook wel de Goorloop en de Rijt genoemd.
Langs het Eindhovens Kanaal kwamen fabrieken te staan, zoals de zagerij Picus.
Bezienswaardigheden
Het Villapark is een beschermd stadsgezicht.
't Hofke thumb|Het raadhuis van de voormalige gemeente Tongelre, nu in gebruik als wijkcentrum "'t Oude Raadhuis". thumb|De Martinuskerk De kom van Tongelre wordt gevormd door 't Hofke, waaromheen alle belangrijke gebouwen, zoals de kerk en het gemeentehuis, zijn gegroepeerd. Dit Hofke is een min of meer hoefijzervormige straat die echter geen hofje is en nimmer een bijzonder gebouw heeft omsloten. Voor 1920 heette deze straat de Markt. Oude raadhuis uit 1911, aan 't Hofke. Tegenwoordig is het een buurthuis. Boerderij: 't Hofke 13 is een der oudste woonhuizen van de gemeente Eindhoven; de balkenconstructie is uit 1583. Het was oorspronkelijk een driebeukig hallenhuis dat in 1600 werd vergroot. Het huidige uiterlijk stamt uit de 18e eeuw. In 2007/2008 is dit rijksmonument aan de buitenkant gerestaureerd, maar de gemeente vond daarna geen goede bestemming en na leegstand is op 5 mei 2010 de boerderij gekraakt.Eindhovens Dagblad 12 mei 2010, p. 39 Sint-Martinuskerk. Deze neogotische driebeukige kruisbasiliek werd ingewijd in 1891. De voorgevel is een vrije kopie van de gelijknamige kathedraal te Tours. Er zijn dan ook roosvensters en waterspuwers te bewonderen, alsmede een tableau van Makkumer aardewerk dat de legende van Sint Martinus uitbeeldt. Architect van de kerk was E. Corbey. De kerk is opgetrokken uit baksteen en is voorzien van een aantal opvallende natuurstenen versieringselementen. De beide torens van de kerk zijn nimmer voltooid. Het interieur van de kerk is van pleisterwerk voorzien, behalve de kruisribben en de kolommen. De kerk heeft een neogotisch hoofdaltaar. Het interieur bevat een houten kruisbeeld uit de 15e eeuw, een gepolychromeerd houten beeld van Sint-Maarten, en twee eikenhouten biechtstoelen uit de 18e eeuw en begin 19e eeuw. De torenklokken zijn vervaardigd door respectievelijk Gobbel Moer (in 1467) en Klokkengieterij Petit & Fritsen (met "1949" in het opschrift). De Merckthoeve aan de Oude Urkhovenseweg is een langgevelboerderij uit 1744. Reeds in de middeleeuwen kwam de naam 'Merckthoef' als leengoed voor. Na de verbouwing in 1832 kreeg het pand de huidige vorm. Onder het zadeldak bevinden zich fraaie raampartijen met kleine roedenverdeling, voorzien van luiken. Naast de hoeve stond eens een bakhuis dat voor velerlei doeleinden werd gebruikt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de boerderij enige tijd als gaarkeuken in gebruik voor doortrekkende geallieerden. In 1980 werd de boerderij volledig gerestaureerd. Het is tegenwoordig een restaurant. Het Looiershuisje aan de Oude Urkhovenseweg 2 dateert uit het begin van de 16e eeuw. De bijzondere balkconstructie stamt waarschijnlijk uit 1640. Dit pandje kent mooie raampartijen met kleine roedenverdeling en voorzien van luiken. Opmerkelijk is het aardige bovenlicht boven de voordeur. Het huisje draagt een pannendak met wolfseinden en het interieur herbergt een fraaie haardpartij. Haar naam dankt het aan de leerlooiers, maar ook de schoenmakers die er huisden. Langs het looiershuisje liep de Gemeenteloop, die nu nog aan de Loostraat terug te vinden is. Het water van het beekje werd gebruikt voor het leerlooien. Rond de Eerste Wereldoorlog dreef ene Bet Rummel hier een snoepwinkel en later had de vermaarde kunstschilder Kees Bol hier zijn atelier. De Philipsboerderij, een statige boerderij, naar historisch model, gebouwd in 1941 door Frits Philips aan de Celebeslaan 30. De boerderij sluit aan bij het natuurgebied 't Wasven, de kasteeltuin van het voormalige kasteel "Het Hoffken van Tongelren", dat was gebouwd omstreeks 1850, maar werd afgebroken. De contouren van het kasteel zijn inmiddels weer zichtbaar gemaakt. Ook is de oprijlaan van het kasteel er nog, met de oude beuken: 't Beukenlaantje. Het pand was lange tijd in handen van de Gemeente Eindhoven, die het wilde verkopen. Om te voorkomen dat het publiek bezit werd organiseerden lokale bewoners zich in "Stichting 't Wasven", die het pand van de gemeente kocht en er een restaurant, bakkerij en koffiebranderij in onderbracht, die onder professionele leiding worden gerund door hoofdzakelijk mensen met een verstandelijke beperking. Brood wordt gebakken uit het meel van de Collse Watermolen en verkocht in de eigen winkel. Rondom de boerderij organiseert de stichting regelmatig sociale activiteiten. Men heeft een sterke link met zowel natuur als technologie. Sinds kort verbouwt men op de boerderij ook eigen graan.
't Loo Diverse langgevelboerderijen. In buurtschap 't Loo onder andere: Loostraat 9, 'de Collsche Waterlelie' uit omstreeks 1800 en Loostraat 3 uit 1822, Loostraat 11 uit 1897. Loostraat 16 en 18 omvat een landbouwerswoninkje uit de 18e eeuw. Mariakapel in Buurtschap 't Loo, uit 1954. Deze kapel is gebouwd in laat-17e-eeuwse bouwstijl en is gewijd aan Onze Lieve Vrouw van Banneux, die een zieke zou hebben genezen. De opdrachtgever was pastoor Rovers, geboren in 't Loo en toentertijd pastoor van Waspik. De pastoor zorgde voor vele bouwmaterialen, waaronder IJsselstenen. De kapel is gebouwd door vrijwilligers uit de omgeving. De inwijding ging gepaard met een luisterrijke processie.
Coll thumb|De Collse Watermolen thumb|'t Huys te Coll 't Huys te Coll is een herenhuis uit 1787 aan de Collseweg 1. Het werd gebouwd in opdracht van molenaar Rombout Smits op de plaats van het door hem aangekochte molenhuis. Van dit oudere huis is nog een deel in de schuine achterbouw bewaard gebleven. Meermalen heeft dit huis als herberg dienstgedaan, het laatst in 1939. De voorgevel wordt gesierd door twee smeedwerk muurankers met Anno en 1787, terwijl de zesruitsramen zijn voorzien van luiken waarin hartjes zijn uitgezaagd. De statige entree in de zijgevel is voorzien van een zandstenen omlijsting, waarboven een kroonlijst, gedragen door twee consoles met acanthusbladeren. Reeds in de 14e eeuw was hier sprake van een hofstede die bekendstond onder de naam 'Molenstat'. Collse Watermolen. Deze dubbele onderslagmolen op de Kleine Dommel is beschreven in een eigen artikel. Molenaarswoning aan de Collseweg 2-4. Het rechter pand van dit dubbelhuis is authentiek en dateert van 1788. Molenaar Rombout Smits liet het bouwen als molenaarswoning, die echter meer weg heeft van een boerderij. Het huis heeft een aardige dakkapel en ramen met kleine roedenverdeling. Het aanpalende linker woonhuis stamt van meer dan een eeuw later, maar is in dezelfde stijl gebouwd.
Urkhoven Kempische langgevelboerderij aan de Urkhovenseweg 71 in Urkhoven. Deze is van grote volkenkundige waarde en stamt uit de 17e eeuw. Het woonhuis is omstreeks 1850 vernieuwd. Het afscheidingsmuurtje tussen schuur en schaapskooi is ongeveer 350 jaar oud. Ook zeer waardevol is het traditioneel ingerichte erf met bakhuis. De boerderij deed in de 17e eeuw dienst als schuurkerk.
Tongelresestraat en omgeving Hier vinden we vooral industrieel erfgoed. Het Apollohuis aan de Tongelresestraat 81. Dit is de voormalige sigarenfabriek van de Fa. Boelaars & Zn., gebouwd in 1919. In het midden van de langgerekte gevel bevindt zich een topgevel waarop een overkapte takelinstallatie is aangebracht met daaronder transportluiken en -deuren. Volgens de archieven werd het pand gebouwd in het Tongelrese gehucht De Laaker Loopen. Het is tegenwoordig een atelier- en expositieruimte voor beeldend kunstenaars.