Manchester City Football Club is een Engelse voetbalclub uit Manchester, opgericht in 1880 als West Gorton Saint Marks. In 1887 werd de naam veranderd in Ardwick Football Club en in 1894 nam het de huidige naam aan. De club speelt zijn thuiswedstrijden in het Etihad Stadium in Oost-Manchester.
Geschiedenis Ontstaan Leden van de St. Mark's Church of England in Manchester richtte in 1880 de club Weston Gorton Saint Mark op, die later bekend zou worden als Manchester City Football Club. Twee kerkvoogden probeerden het geweld en het alcoholisme van lokale bendes te beteugelen door nieuwe activiteiten voor lokale mannen op te zetten, terwijl Oost-Manchester werd geteisterd door hoge werkloosheid. Alle mannen, zowel gelovig als ongelovig, mochten zich aansluiten bij Weston Gorton Saint Mark.
De eerste geregistreerde wedstrijd van de club werd gespeeld op 13 november 1880 tegen een team uit Macclesfield en ging met 2-1 verloren. In haar debuutseizoen wist de club slechts één wedstrijd te winnen.
In 1887 verhuisde de club naar het nieuwe stadion Hyde Road in Ardwick, ook in het oosten van Manchester, en werd de club omgedoopt in Ardwick Football Club. Met ingang van het seizoen 1891/92 sloot Ardwick zich aan bij de Football Alliance, de tegenhanger van de English Football League. Deze ging een jaar later op in de Football League waarna de club ging deelnemen aan de Second Division. Vanwege financiële problemen werd de club gereorganiseerd en werd daarbij de naam veranderd in Manchester City Football Club.
In 1896 werd de club vicekampioen achter Liverpool, maar lukte het niet te promoveren. Drie jaar later, met het behalen van het kampioenschap in de Second Division, lukte het Manchester City wel te promoveren naar het hoogste niveau. Na drie seizoenen in de First Division, waarin het geen grote successen haalde, degradeerde de club om een jaar later alweer terug te keren.
Bij herintrede werd de club vicekampioen achter Sheffield Wednesday en versloeg het Bolton Wanderers met 1-0 in het stadion van Crystal Palace in de finale van de FA Cup. Hiermee behaalde Manchester City dus haar eerste succes op het hoogste niveau. De club wist in de jaren die volgden nog enkele goede resultaten te behalen, maar daalde in 1909 weer af naar de Second Division. Ook ditmaal kon de club na een seizoen weer terugkeren. In de First Division haalde Manchester City middelmatige resultaten tot de competitie werd stilgelegd vanwege de Eerste Wereldoorlog. In het laatste seizoen voor de oorlog werd de club vijfde.
Verbeterende resultaten Na de Eerste Wereldoorlog ging de club met hetzelfde elan verder en behaalde het goede resultaten. Zo werd in 1921 de tweede plaats behaald achter landskampioen Burnley. Een jaar eerder, in 1920, werd de hoofdtribune vernield door een brand, waardoor de club in 1923 verhuisde naar het nieuwe stadion Maine Road. Na de goede noteringen in de competitie ging het bergafwaarts tot een nieuwe degradatie volgde in 1926.
Deze keer duurde het twee seizoenen vooraleer City zich weer bij de elite kon voegen. In de jaren dertig behaalde de club twee FA Cup-finales op rij. In 1933 werd deze verloren van Everton, maar een jaar later was het Manchester City dat met het zilverwerk naar huis ging nadat het Portsmouth had verslagen.
In 1936/37 werden The Citizens voor het eerst in haar bestaan kampioen van Engeland door met drie punten meer te eindigen dan Charlton Athletic. Het succes kon echter niet worden voortgezet en er volgde zelfs een anticlimax door het volgende seizoen te degraderen. Opmerkelijk genoeg tekende Manchester City, als degradant, voor de meeste gescoorde doelpunten in de First Division dat seizoen; 80.
Bij de terugkeer in de Second Division eindige Manchester City in de subtop van de ranglijst. In 1939 werd de competitie vroegtijdig stilgelegd door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog werden er enkel regionale competities gespeeld.
Naoorlogse periode Nadat het voetbal was hervat toen de Tweede Wereldoorlog tot een goed einde was gebracht werd de club meteen kampioen in de Second Division en promoveerde het dus weer. Ook ditmaal was het verblijf in de elite competitie van Engeland geen lang leven beschoren, want na twee seizoenen in de top tien te zijn geëindigd degradeerde de club opnieuw in 1950.
Na een seizoen keerde Manchester City terug en vocht het enkele seizoen tegen degradatie. In het seizoen 1954/55 kende de club een opleving. Zo eindigde het als zevende in de competitie en bereikte het de FA Cup-finale. Newcastle United was hierin te sterk. Het daaropvolgende seizoen verbeterde Manchester City haar competitieresultaten door als vierde te eindigen en bereikte het wederom de FA Cup-finale. Deze finale, die de club met 3-1 won van Birmingham City, is een van de opvallendste in de clubgeschiedenis, omdat doelman Bert Trautmann een kwartier voor het einde een nekwervel brak na een botsing en gewoon verder speelde zonder te weten wat er aan de hand was.
Vervolgens eindigde de club weer seizoenen achter elkaar in het rechterrijtje met als diepte punt een nieuwe degradatie in 1963. Ook een niveau lager wist de club aanvankelijk niet de gewenste resultaten te behalen, waardoor een nieuwe promotie naar de First Division op zich liet wachten tot 1966. Tijdens deze seizoenen lieten de toeschouwers het ook afweten, waarbij in januari 1965 een laagterecord werd neergezet. Tegen Swindon Town kwamen er slechts 8.015 toeschouwers kijken.
Succesjaren Nadat de terugkeer eindigde in een matige vijftiende plaats streed Manchester City een jaar later mee om het kampioenschap tegen regerend kampioen en aartsrivaal Manchester United. City won de titel met twee punten voorsprong op de buurman en mocht daardoor voor het eerst Europees voetbal spelen in het daaropvolgende seizoen. Het Turkse Fenerbahçe maakte er echter al snel een eind aan. Ook in de nationale competitie liep het niet vlot en werd het slechts dertiende. Troostprijs dat jaar was een nieuwe FA Cup-overwinning en dus een nieuw Europees avontuur.
Athletic Bilbao, Lierse, Académica en Schalke werden achtereenvolgens opzij gezet en in de finale van de Europacup II won City van het Poolse Górnik Zabrze. Zo werd de club in 1969 de tweede ploeg die een nationale en internationale beker won in hetzelfde seizoen, want de club legde dat seizoen ook beslag op de League Cup. Een prijs die in 1976 opnieuw werd veroverd.
In 1974 mocht de club op de laatste speeldag van het seizoen de genadeslag geven aan Manchester United door uitgerekend een goal van oud-speler Denis Law met 1-0 te winnen, waardoor degradatie voor United volgde.
Donkere jaren De jaren tachtig luidde een minder goede periode in. Nadat de club in 1977 en 1978 nog als tweede en vierde eindigde kwam het in de jaren daarna niet verder dan de tiende plaats. In 1983 volgde dan ook een nieuwe degradatie naar de Second Division. Ditmaal duurde het twee jaar voordat het terugkeerde op het hoogste niveau, maar daar kwam na twee seizoenen weer een einde aan. In 1989 keerde Manchester City als runner-up terug in de First Division.
De jaren negentig begonnen beter met een vijfde plaats in 1991 en 1992 onder leiding van trainer Peter Reid. Nadat Reid was vertrokken namen de resultaten van de club af.
In 1992 was Manchester City medeoprichter van de Premier League die de First Division zou vervangen als hoogste klasse. In die nieuwe competitie speelde het geen rol van belang en degradeerde het al snel, waarna het zelfs nog eens degradeerde, waardoor het in 1998/99 uit kwam op het derde niveau in het Engelse voetbal.
In het eerste seizoen werd de club derde en kon het via de play-offs promoveren. Hoe ver Premier League-voetbal ook klonk in 1998 toen de club degradeerde naar het derde niveau, zo dichtbij was het toen het nieuwe millennium ingeluid werd en de club als vicekampioen op het tweede niveau zich weer bij de top van het Engelse voetbal schaarde. Met de doelpunten van de Bermudaanse aanvaller Shaun Goater leek een heropstanding ingeluid, maar de twee promoties op rij waren echter wat te veel geweest voor de club die meteen weer degradeerde.
Na een seizoen op het tweede niveau keerde het als kampioen van die klasse weer terug in de Premier League, waarin het als negende zou eindigen en daarmee Europees voetbal veiligstelde. In de jaren die volgden groeide Manchester City langzaam aan uit tot een stabiele factor op het hoogste niveau door veelal in de middenmoot te eindigen.
Nieuwe eigenaar Thaksin Shinawatra In de zomer van 2007 werd bekend dat Manchester City, in navolging van andere Engelse clubs, werd overgenomen door een miljardair. De Thaise Thaksin Shinawatra nam voor 81,6 miljoen pond tachtig procent van de aandelen van de club over. Hij pompte enkele miljoenen in de selectie wat ervoor zorgde dat de nieuwe trainer, Sven-Göran Eriksson, acht nieuwe spelers kon kopen, waaronder Rolando Bianchi en Vedran Ćorluka. Het leverde echter geen grote resultaten op, want de club eindigde dat seizoen als negende in de Premier League.
Sheikh Mansour Al Nahyan thumb|250px|Onder andere Carlos Tévez kwam Manchester City versterken. Hij kwam van de aartsrivaal Manchester United. In 2008, slecht een jaar na de overname door Shinawatra, werd de club gekocht door de Abu Dhabi United Group dat voor 185 miljoen een meerderheidsbelang kocht. Het vermogen van de familie Al Nahyan, een van de investeerders, werd geschat op 32 miljard euro, waardoor The Citizens in één klap de rijkste club ter wereld werd.
Een van de motieven van de investeerders was het promoten van Abu Dhabi op sportief en cultureel gebied. De eerste grote aankoop die Manchester City na de nieuwe overname deed was Robinho, die voor 42 miljoen euro werd overgenomen van Real Madrid. Daarnaast werd ook Vincent Kompany aangetrokken. De Belg kwam over van Hamburger SV voor 8 miljoen euro en zou later uitgroeien tot captain van het elftal. Ook in de jaren erna volgden er grote aankopen, zoals Carlos Tévez, Kolo Touré, Patrick Vieira, David Silva en Sergio Agüero.
Tijdens de zomers van 2011, 2012 en 2013 werd er bijna 273 miljoen pond aan nieuwe spelers uitgegeven. Ook werd er een hypermodern trainingscomplex ter waarde van 200 miljoen pond gebouwd, vooral bedoeld voor de jeugdopleiding.
Omdat de club de Financial Fair Play-regels van de FIFA niet nakwam, kreeg City een boete van 60 miljoen pond en een salarisplafond opgelegd van de wereldvoetbalbond. Tevens mocht de club vanaf seizoen 2014/15 maximaal 21 spelers inschrijven voor de Champions League.
Gloriejaren Roberto Mancini thumb|250px|Tijdens de busreis door de stad na het kampioenschap: Nasri en Agüero laten de beker aan het publiek zien. Met behulp van grote investeringen werd een ware wederopstanding van de club verzorgd. Deze werd op 13 mei 2012 bekroond met het winnen van de Premier League. In de laatste speelronde moest de ploeg van Roberto Mancini het in eigen huis opnemen tegen Queens Park Rangers en was een overwinning nodig om het kampioenschap te winnen. Het team stond tot de 92e minuut met 2-1 achter en zou met deze stand op het scorebord de landstitel over moeten laten aan de eeuwige rivaal Manchester United. Het onmogelijke lukte en City won toch nog door goals van Edin Džeko (92e minuut) en Sergio Agüero. 44 jaar na de landstitel van 1968 pakte de club hierdoor eindelijk weer eens het landskampioenschap.
Manuel Pellegrini Nadat het in 2013 de titel aan de buren had moeten laten werd in 2014, onder leiding van Manuel Pellegrini, opnieuw de titel behaald. Ditmaal door op de laatste speeldag West Ham United te verslaan met 2-0. Daarnaast won het team dat seizoen ook de League Cup door Sunderland in de finale met 3-1 te verslaan.
Josep Guardiola