Valencia Club de Fútbol, S.A.D., kortweg Valencia CF, is een Spaanse voetbalclub uit de stad Valencia. De club behoort tot de meest succesvolle voetbalclubs van Spanje en komt sinds 1987 onafgebroken uit in de Primera División. De thuiswedstrijden worden gespeeld in het Estadio Mestalla en de traditionele clubkleuren zijn wit en zwart.
De voornaamste rivaal van Valencia is Levante UD. Wedstrijden tussen beide clubs staan bekend als de Derbi del Turia. Valencia werd zesmaal landskampioen en won acht keer de Copa del Rey. Daarnaast behaalde de club verschillende internationale prijzen.
Geschiedenis Oprichting Valencia CF werd op 18 maart 1919 opgericht in de Torino Bar in Valencia. De eerste president en medeoprichter was Octavio Augusto Milego Díaz. De club speelde de eerste jaren in het Algiros stadion, maar verhuisde in 1923 naar het huidige Mestalla, toen nog met een capaciteit van 17.000 toeschouwers. Bij het begin van de landelijke competitie in 1928 werd Valencia ingedeeld in de Segunda Division van het Spaanse voetbal, waarin Valencia zijn eerste wedstrijd speelde op 17 februari 1929, met een 4-2-overwinning op Real Oviedo. In 1931 promoveerde de club naar het hoogste niveau, waar Valencia bleef spelen totdat in 1936 de Liga werd gestopt door de Spaanse Burgeroorlog. Mestalla werd in deze oorlog bijna geheel verwoest door bombardementen.
Spaans succes In de jaren 40, na het beëindigen van de Burgeroorlog, werd de Primera División weer gestart waar ook Valencia aan mocht deelnemen. Mestalla werd opnieuw ontworpen en gebouwd met een capaciteit van 22.000 toeschouwers in 1939. De eerste grote prijs liet niet lang op zich wachten, in 1941 won Valencia de Copa del Rey van Espanyol en eindigde Valencia 3e in de Liga. Het erop volgende seizoen werd een van de meest succesvolle seizoenen ooit voor Valencia. Voor de eerste keer werd Valencia kampioen van Spanje, met een record van 85 goals in 26 wedstrijden. Valencia-legende Mundo werd topscorer van Spanje met 27 doelpunten. Alleen Atlético Madrid wist te winnen in Mestalla, wat Mestalla een grote reputatie gaf. Na een minder jaar werd Valencia in 43-44 wederom kampioen van Spanje, en wist alleen FC Barcelona te winnen in Mestalla (3-4). De opvolgende jaren, '44, '45 en '46, was Valencia verliezend finalist in de Spaanse beker, alle verloren in het Montjuic Stadion te Barcelona. In 1946 wist Valencia wederom kampioen te worden van Spanje met Mundo weer als topscorer met 27 doelpunten, waarna de Valencianistas moesten wachten tot 1949 voordat Valencia weer een prijs, de Spaanse Copa, won.
Luis Casanova-tijdperk De jaren 50 waren niet zo succesvol als het decennium ervoor. Valencia verloor de finale van de Copa del Rey in 1951 tegen Barcelona. In 1952 lukt het Valencia Mestalla (ook wel Valencia B) om promotie af te dwingen tot de hoogste divisie, maar dit werd tegengehouden door de bond. Daardoor kwamen er niet 2 Valencia-teams in de Primera División, tot groot ongenoegen van menig Valencianista. Op 20 juni 1954 lukt het Valencia weer om een prijs te pakken; ditmaal werd de Spaanse beker weer gewonnen ten koste van FC Barcelona (3-0), de wraak voor de verloren finale drie jaar eerder. Dit zou de afsluiting zijn van het glorieuze tijdperk onder Luis Casanova, de president die vanaf de begin jaren 40 de club leidde en in 1959 aftrad. Grote spelers in de jaren 50 bij Valencia waren Puchades, Socrates, Fuertes en Quique. Keeper Quique werd legendarisch door de foto na de finale van 1954, waar hij op de lat van zijn doel ging zitten, wat de superioriteit van Valencia verbeeldde. Een andere grote speler was de Nederlander Faas Wilkes, die met zijn dribbelkunsten Mestalla volop liet genieten. Mestalla werd tevens uitgebreid tot 45.000 toeschouwers en werd een van de beste stadions van Spanje. De jaren 50 werden dramatisch afgesloten, nadat in 1957 de stad overstroomde met als gevolg een grote sportieve en economische terugval voor de club.
Europees succes In 1961 kwam de Braziliaan Waldo naar Valencia CF, en werd een van de topscorers in de geschiedenis van los Ches (de vrienden). Zijn onhoudbare vrije trappen, schoten en spelplezier vervulde Mestalla met enorme vreugde voor het voetbal. Valencia CF begon haar Europese avontuur via de Jaarbeursstedenbeker, een voorloper van de UEFA Cup, spelend en winnend tegen teams als Nottingham Forest FC en SK Rapid Wenen. De Blanquinegras wonnen de Cup 2 keer, in 1962 en 1963, wat de eerste Europese titels voor de club betekende. Succes daarna bleef uit tot 1967 toen Valencia de Spaanse beker, toen nog Generalisimo Cup, won met sterspelers als Waldo en Claramunt.
Di Stefano en Kempes Na enkele mindere jaren, werd Valencia weer succesvol in de jaren 70. Alfredo Di Stéfano werd trainer van het eerste team en dat bracht hoop voor de Valencianistas. Hij vormde een nieuw team wat voor perfect countervoetbal zou zorgen. In 1971 won Valencia meteen weer het kampioenschap, mede dankzij een 0-2-overwinning op FC Barcelona in Camp Nou. Valencia won het kampioenschap dankzij een solide verdediging, die maar 19 doelpunten tegen kreeg met Abelardo als sluitpost. Na het kampioenschap moest Valencia in de Beker aan de bak, maar verloor de finale van FC Barcelona in een zinderende wedstrijd met 3-4. Grote namen als Johnny Rep kwamen naar Valencia, maar groot succes bleef uit. Na enkele Europese avonturen, een verloren bekerfinale en slechte resultaten kwam er in 1976 een verandering. Mario "el Matador" Kempes kwam naar Valencia en werd twee keer topscorer in Spanje, met 24 en 28 goals in resp. 1977 en 1978. De legendarische quote in Mestalla (ook wel Luis Casanova stadion genoemd in die dagen): "Don't say Kempes, say Goal!" werd in deze jaren veelvuldig geschreeuwd vanaf de tribunes en zijn statistieken zijn tot op vandaag alleen door David Villa geëvenaard. In 1979 won Valencia de Spaanse beker in Madrid door twee goals van Kempes, de absolute ster van Valencia CF en Argentinië. Een jaar later speelde Valencia tegen Arsenal FC in Brussel, voor de Europacup II. Na een 0-0 stand na verlengingen moesten strafschoppen de uitslag bepalen. Uiteindelijk won Valencia en mocht de grootste prijs in haar geschiedenis toegevoegd worden aan de prijzenkast. Tot op vandaag ziet Valencia 1980 nog altijd als meest succesvolle (internationale) seizoen.
Degradatie Na het succes van 1980, won Valencia het jaar daarop de Europese Supercup, wat in Valencia niet als belangrijke prijs werd gezien. Valencia verloor met 2-1 bij Nottingham Forest, maar won thuis met 1-0 en kreeg de prijs dus mee naar huis. Het jaar erop verloor Valencia haar grootste sterren, Morena en Kempes gingen beiden terug naar hun geboorteland, en lieten Valencia gehavend achter. Ondanks het aantrekken van Frank Arnesen en Roberto Fernandez kon Valencia niet het niveau bereiken van voorgaande jaren. Mede dankzij financiële problemen vielen de resultaten tegen en werd Valencia bijna gedegradeerd naar de Segunda División A in 1983. Dankzij een overwinning op Real Madrid en verliespartijen van concurrenten wist Valencia zich te handhaven, maar in 1986 moest Valencia na 55 jaar op het hoogste niveau toch naar de tweede divisie. Met een schuld van 2 miljard peseta's en tegenvallende prestaties was dit hét dieptepunt uit de geschiedenis van Los Ches. De degradatie betekende voor Valencia een harde klap, maar tevens een ommekeer in de geschiedenis. Door interne reorganisaties en hernieuwde hoop promoveerde Valencia in het jaar 1987 terug naar de Primera División. Mede dankzij de onvoorwaardelijke steun van de alsmaar groeiende supportersgroepen werd Valencia kampioen in de 2e divisie.
Terug naar de top In de jaren die volgden zou Valencia CF steeds hoog eindigen in de Liga en meedoen aan de Europese toernooien. In 1992 werd door het toenmalige management van president Arturo Tuzon de coach Guus Hiddink gecontracteerd. Ook werd het nieuwe sportcomplex "Ciudad Deportiva de Paterna" geopend door de club. Tuzon bracht Valencia CF nieuw leven door een goed economisch en sportief beleid. Valencia CF zou in de komende jaren spelers als Predrag Mijatović en Gaizka Mendieta hun debuut laten maken, twee van de beste spelers van de jaren negentig voor Valencia CF. Onder het bewind van president Francesco Roig kwam Luis Aragonés in 1995 als coach naar de club. Claudio el Piojo López, Romário en Ariel Ortega kwamen in de jaren daarna naar de stad om in het shirt van Valencia CF te spelen. In 1998 werd Claudio Ranieri als coach gecontracteerd, die in 1999 Valencia CF naar de eerste prijs sinds jaren bracht: de Copa del Rey. Op 26 juni versloeg Valencia CF in de finale Sevilla met 3-0 door twee goals van Claudio López en één beeldschoon doelpunt van Mendieta. Een superteam met spelers als Cañizares, Angloma, Mendieta, Claudio López en Ilie speelden de sterren van de hemel. Tevens werd Mestalla uitgebreid tot grootte van een kleine 53.000 toeschouwers.
De euforie in Valencia werd alleen maar groter. In de lente van 1999 werd Héctor Cúper aangesteld om Claudio Ranieri op te volgen. Zijn meest opmerkelijk aankoop was Kily González, overgekomen van Boca Juniors. Verder werd het team aangevuld met de Spaanse talenten Gerard López en Francisco Farinós. Met dit team wist Cúper eerst de Supercopa te winnen, waarna hij de UEFA Champions League-finale haalde. Op weg naar de finale had Valencia CF overtuigend Lazio Roma in de kwartfinale (5-2, 0-1) en FC Barcelona in de halve finale (4-1, 1-2) uitgeschakeld. In de finale in Parijs werd echter redelijk kansloos met 3-0 verloren van Real Madrid. Een jaar later mocht Valencia CF weer aantreden in de finale met nieuwe spelers als Ayala, Carew, Baraja en Fábio Aurelio. In de eindstrijd tegen Bayern München was de stand na 120 minuten 1-1 na twee benutte strafschoppen voor beide teams, en strafschoppen moesten de uitslag bepalen. Valencia CF miste tweemaal en verloor wederom de finale.
2001-2004: Vernieuwd succes Na de finales werden enkele sterspelers verkocht en nieuwe spelers gehaald, waarmee moest worden gebouwd aan een machtige Valencia CF dat prijzen kon pakken. Het aantrekken van coach Rafael Benitez luidde de succesvolste jaren van de club in. In 2001/2002 werd Valencia CF kampioen van Spanje met nieuwe spelers als Marchena, De los Santos, Salva Ballesta en Rufete. Na het kampioenschap, het eerste in decennia, volgde een minder jaar, maar in 2003/2004 werd Valencia CF niet alleen kampioen van Spanje, maar won het ook de UEFA Cup. In Göteborg op 20 mei 2004 werd Olympique Marseille verslagen met 2-0 dankzij goals van Mista en Vicente. Honderdduizenden fans van Valencia CF stroomden na het kampioenschap, de UEFA Cup en Europese Supercup-winst naar Mestalla en het gemeentehuis om hun helden te eren, in het jaar wat geldt als het beste jaar ooit in de clubgeschiedenis.
2005–2014: Wisselvallig tijdperk