Chelsea Football Club is een Engelse voetbalclub uit Londen. De club werd opgericht in 1905 en speelt in de Premier League. Chelsea speelt zijn thuiswedstrijden op Stamford Bridge dat 40.343 plaatsen telt. Chelseas traditionele uitrusting bestaat uit een volledig blauw shirt en short, wat de club de bijnaam The Blues opleverde. Na winst van de UEFA Conference League in 2025 werd Chelsea de enige club ooit die de UEFA Champions League, de UEFA Cup Winners' Cup, de UEFA Europa League en de UEFA Conference League wist te winnen.

Geschiedenis Voor de oprichting In 1896 kocht Gus Mears, een voetbalfanaat en zakenman, samen met zijn broer, Joseph Mears, de Stamford Bridge Athletics Ground te Fulham met de intentie om van deze grond een van de betere voetbalterreinen van het Engelse voetbal te maken. De Mears-broers slaagden er niet in om het regionale team, Fulham FC, in hun stadion te laten spelen. Uiteindelijk overtuigde Fred Parker hen om hun eigen voetbalteam op te richten.

De vroege jaren thumb|250px|Het eerste elftal in 1905 Chelsea Football Club werd opgericht op 10 maart 1905 in The Rising Pub (tegenwoordig is dit The Butcher's Hook, een café tegenover het stadion). Aangezien er al een team in de wijk bestond met de naam Fulham besloten ze het team de naam Chelsea te geven, waarbij het woord Chelsea was afgeleid van de aangrenzende wijk Kensington en Chelsea. Eerdere voorstellen als naam voor de club waren Londen FC, FC Kensington en Stamford Bridge FC. Chelsea werd de toegang tot de Southern Football League ontzegd nadat Fulham en Tottenham Hotspur hier bezwaar tegen hadden aangetekend. Op 29 mei 1905 werd toestemming gegeven om aan te treden in de Second Division van de English Football League doordat het team financieel stabiel was en een nieuw stadion bezat.

De eerste wedstrijd van de club werd gespeeld tegen Stockport County onder leiding van hun eerste trainer ooit, John Tait Robertson, op 2 september 1905. Ze verloren deze partij met 1-0. Hun eerste thuiswedstrijd was tegen Liverpool. Deze partij wonnen ze met 4-0.Harry Harris: Chelsea's Century, John Blake Publishing Ltd., p. 120

Reeds in 1907 promoveerde Chelsea naar de First Division. Dit resultaat hadden ze grotendeels te danken aan George Hilsdon die reeds bij zijn debuut op 1 september 1906 tegen Glossop North End vijf doelpunten maakte.Chelsea 1906-07 (gearchiveerd) Nadat Tait Robertson wegging als trainer bij de club boden zich al snel een aantal nieuwe kandidaten aan. De eerste die het mocht proberen was William Lewis, maar reeds kort daarna werd David Calderhead trainer van de club en bleef dit tot 1933.

Na een teleurstellend seizoen degradeerde Chelsea in 1910 naar de Second Division. Twee jaar later promoveerde Chelsea terug naar het hoogste niveau en behaalde het eerstvolgende seizoen de achtste plaats, hun beste resultaat sinds de oprichting in 1905. In 1913 werd de Deen Nils Middelboe, tweevoudig winnaar van olympisch zilver, de eerste buitenlandse speler van de club uit Londen.

In 1915 speelde Chelsea, overschaduwd door de Eerste Wereldoorlog, hun eerste FA Cup-finale. De finale werd ook weleens de "Kaki"-finale genoemd, vanwege de vele soldaten in hun "kaki"-uniformen. De sombere wedstrijd tegen Sheffield United werd gespeeld op Old Trafford in Manchester en eindigde in een nederlaag voor Chelsea, 3-0.

Tussen de wereldoorlogen thumb|250px|Chelsea, 1929. Het seizoen 1919/20 was het eerste volledige seizoen na de Eerste Wereldoorlog en tevens het meest succesvolle seizoen van Chelsea tot op dat moment. Het team werd derde met 49 punten. Chelsea degradeerde in 1923/24 naar de Second Division en slaagde er pas in om terug in de First Division te geraken in het seizoen 1929/30, waar ze de volgende 32 seizoenen zouden spelen.

Om behoud in de First Division te verzekeren spendeerde de club £ 25.000 aan 3 nieuwe spelers: Hughie Gallacher, Alex Jackson en Alec Cheyne. Gallacher was de belangrijkste van deze drie aangezien hij in het seizoen 1926/27 Newcastle United als aanvoerder naar de titel leidde. Gedurende zijn vier seizoenen bij Chelsea werd hij telkens de topscoorder van de club en behaalde in totaal over deze vier seizoenen 81 doelpunten. Jackson en Cheyne daarentegen behaalden nooit hun ultieme vorm, waardoor Chelsea na verloop van tijd zelfs op een financieel dieptepunt kwam.

In 1933 stapte Calderhead op als coach van Chelsea en werd vervangen door Leslie Knighton. Ook hij bracht weinig verbetering in de club. In de seizoenen 1932/33 en 1933/34 belandden ze op twee punten van een degradatie en in 1938/39 belandde de club zelfs op slechts een punt van een degradatie.

De club bleef desondanks een van de clubs met het grootste aantal fans. Een wedstrijd tegen Arsenal op 12 oktober 1935 op Stamford Bridge lokte 82.905 fans, wat tot dusver nog altijd een record is voor de club en het tweede hoogste aantal supporters ooit in een wedstrijd van de English Football League.

Net voor de Tweede Wereldoorlog begon stopte Knighton als trainer van Chelsea en werd opgevolgd door de Schotse Billy Birrell.

Tweede Wereldoorlog en bezoek van Dinamo Gedurende de Tweede Wereldoorlog speelde Chelsea, net zoals elke andere club, slechts een paar regionale wedstrijden. Slechts twee spelers uit de selectie van het seizoen 1938/39 speelde ooit opnieuw een wedstrijd voor deze club. Dit had tot gevolg dat Chelsea na deze periode gebruik moest maken van enkele gastspelers.

In oktober 1945, net na de oorlog, kondigde Dinamo Moskou, regerend kampioen van de Sovjet-Unie, aan dat het een voetbaltournee zou maken door het Verenigd Koninkrijk als vredelievend gebaar. Hierbij zou het onder meer een wedstrijd spelen tegen Chelsea op 13 november 1945 op Stamford Bridge. Chelsea speelde in een rood tenue doordat het tenue van Dinamo te veel blauwe tinten bevatte. Voor de wedstrijd gaf elke speler van Dinamo een boeket bloemen aan de speler met hetzelfde rugnummer als de speler in kwestie. Dit gebaar – in de Sovjetcompetitie een gebruikelijke beleefdheid vóór de wedstrijd – werd door vele Britten ontvangen met ontsteltenis. Gedurende de wedstrijd zelf verraste het Russische team vele toeschouwers door hun talent, waardoor de wedstrijd eindigde op 3-3. Het aantal toeschouwers dat de wedstrijd bijwoonde werd geschat op 100.000. Enkelen hiervan woonden de wedstrijd echter bij op een illegale manier. Tot dusver is dit het hoogste toeschouwersaantal ooit op Stamford Bridge.

Na de oorlog spendeerde Chelsea £ 22.000 aan Tommy Lawton, Len Goulden en Tommy Walker. Het trio bracht naast goals ook veel entertainment in het spel van Chelsea, maar desondanks eindigde Chelsea vijftiende in het seizoen 1946/47. Birrell bracht ook Roy Bentley naar Chelsea. Bentley werd gekocht van Newcastle United voor £ 11.500. Ondanks zijn talent leidde deze transfer tot het vertrek van Lawton.

1950 leek het jaar te worden van Chelsea in de FA Cup. Na de 2-0 winst in de kwartfinales tegen Manchester United werden ze geloot tegen stadsgenoot Arsenal. Na twee spannende wedstrijden was de stand 3-2 voor Arsenal, waardoor The Gunners zich doorstootte naar de finale. Een jaar later leek Chelsea te gaan degraderen naar de Second Division. Met nog vier wedstrijden te gaan stond Chelsea onderaan het klassement met zes punten verschil van de voorlaatste plaats. Van de laatste veertien wedstrijden had Chelsea geen enkele keer gewonnen. De drie wedstrijden voor de laatste wedstrijd van het seizoen won Chelsea telkens verrassend. De laatste wedstrijd werd gespeeld tegen Bolton Wanderers. Ook deze wedstrijd werd door Chelsea gewonnen, met 4-0. Hierdoor kroop Chelsea door het oog van de naald en bleven ze in de First Division.

Modernisering In 1952 werd oud-Arsenal aanvaller Ted Drake benoemd tot trainer van de club. Drake had de bedoelingen om Chelsea te moderniseren, zowel op als rond het veld. Een van zijn eerste acties hierbij was Chelsea afhelpen van de bijnaam The Pensioners en veranderde hierbij het embleem van de club. Sindsdien is de club gekend als The Blues. Zijn beginjaren bij Chelsea waren voor de supporters echter niet overtuigend. In zijn eerste seizoen bij Chelsea eindigde hij negentiende met slechts een punt verwijderd van een degradatie.

In het jubileumjaar 1954/55 gebeurde er voor velen iets onwaarschijnlijk, Chelsea werd kampioen van de First Division. Op het einde van het seizoen had Chelsea 52 punten en tot op heden is dit een van de laagste puntentotalen om kampioen te worden in Engeland na de Tweede Wereldoorlog.

Doordat Chelsea kampioen werd mochten ze deelnemen aan de Europacup I. In de eerste ronde werden ze geloot tegen het Zweedse Djurgårdens, maar zelfs nog voor het toernooi begon stapte Chelsea uit het toernooi.

Ze waren niet in staat om voort te bouwen op hun titelsucces. Reeds een seizoen later eindigde Chelsea zestiende. Een van de zwakste punten van de ploeg in deze periode was de uitschakeling in de FA Cup in de derde ronde, na een nederlaag tegen de ploeg uit de Fourth Division, Crewe Alexandra. Na een 4-0-verlies tegen Blackpool werd Drake ontslagen. Hij werd opgevolgd door de toen 33-jarige Tommy Docherty.

Toen Docherty begon bij Chelsea was de club reeds zeker van een degradatie naar de Second Division en gebruikte daarom de resterende tijd van het seizoen voor enkele structurele veranderingen. Hij verkocht veel van de oudere spelers om ruimte te creëren voor de jongere spelers. In tegenstelling tot Drake was Docherty zeer streng voor zijn spelers. Telkens als de spelers een gebrek aan discipline vertoonden, kregen ze een straf opgelegd. Deze harde trainingswijze wierp snel zijn vruchten af door opnieuw promotie af te dwingen en het volgende seizoen in de First Division als vijfde te eindigen.

Door de resultaten werd Chelsea aangezien als een serieuze tegenstander en op vier wedstrijden van het einde van het seizoen 1964/65 stonden ze op een geruststellende eerste plaats. Maar tijdens die laatste vier speeldagen liep alles mis. Tegen Burnley kwamen zeven van Docherty's sterspelers niet opdagen waardoor Docherty zich dus moest behelpen met jeugdspelers en reserven. Een sterk verzwakt team verloor met 2-6, waardoor ze toen al op de derde plaats stonden achter Manchester United en Leeds United.

Het volgende seizoen speelde Chelsea niet alleen goed in de First Division, maar ook in de Jaarbeursstedenbeker en in de FA Cup. In de FA Cup behaalden ze de halve finales, maar verloren daar met 2-0 van Sheffield Wednesday. Ook in de Jaarbeursstedenbeker behaalden ze de halve finale, maar ook daar stootten ze niet door naar de finale na verlies tegen Barcelona.

Na een tijd was Docherty uitgekeken op het jonge elftal met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar en besloot een aantal van zijn jonge spelers te verkopen om meer ervaren spelers in het team te krijgen. Docherty's nieuwe strategie leek te werken, want na tien speeldagen waren ze het enige team in de League dat nog steeds ongeslagen was. Peter Osgood was de enige jonge speler die er toen nog in slaagde om zijn plaats in het team te kunnen verzekeren en harten van de fans te kunnen veroveren. Dit veranderde echter snel toen hij zijn been brak tijdens een duel met Emlyn Hughes van Blackpool. Tot grote ergernis van het team eindigde het team dat seizoen slechts negende in de First Division en verloren ze de FA Cup-finale tegen Tottenham Hotspur.

In het volgende seizoen won Chelsea van zijn eerste tien wedstrijden slechts twee waardoor Docherty werd ontslagen. De eerste wedstrijd na het ontslag van Docherty werd verloren met 7-0 van Leeds United wat een evenaring vormde van het grootste verlies van Chelsea ooit. Snel na deze nederlaag werd een vervanger gevonden, Dave Sexton. Sexton was een veel rustiger persoon dan Docherty. De harde kern van de ploeg bleef bewaard, maar in de verdediging vonden toch enkele veranderingen plaats. Sexton stabiliseerde de club en eindigde tweemaal na elkaar in de top zes van de landelijke competitie.